1. Eenieder die als belastingplichtige wordt beschouwd op grond van het feit dat hij incidenteel de levering van een nieuw vervoermiddel verricht onder de in artikel 138, lid 1 en lid 2, onder a), gestelde voorwaarden is gerechtigd, in de lidstaat waar de levering wordt verricht, de BTW die in de aankoopprijs begrepen is of die wegens de invoer of de intracommunautaire verwerving van het vervoermiddel voldaan, af te trekken binnen de grenzen of ten belope van het bedrag van de belasting dat hij verschuldigd zou zijn indien voor de levering geen vrijstelling gold.
Het recht op aftrek ontstaat pas en kan pas worden uitgeoefend op het tijdstip van de levering van het nieuwe vervoermiddel.
2. De lidstaten stellen nadere regels voor de toepassing van lid 1 vast.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
7België
1Rechtbank van eerste aanleg te Namen13.06.2019
Intracommunautaire handelingen, intracommunautaire levering van een nieuw vervoermiddel
Europese Unie
6Conclusie van de advocaat-generaalC-844/1921.01.2021
Verlaging van de maatstaf van heffing
Hof van JustitieC-446/1814.05.2020
Aftrek van de betaalde voorbelasting, btw-overschot
Hof van JustitieC-672/1628.02.2018