---
title: "Voorafgaande beslissing 900.450 · Vennootschapsbelasting, recht van erfpacht"
description: "Vennootschapsbelasting, recht van erfpacht, winstoogmerk, aftrek, subsidie. Belgische voorafgaande beslissing nr. 900.450 van 22 december 2009."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/900-450-vennootschapsbelasting-recht-erfpacht-winstoogmerk-aftrek-4502"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, recht van erfpacht, winstoogmerk, aftrek, subsidie · vennootschapsbelasting - belasting over de toegevoegde waarde - recht van erfpacht - winstoogmerk - aftrek - subsidie

**Nummer**

900.450

**Datum**

22 december 2009

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

125 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 900.450 dd. 22.12.2009

*Vennootschapsbelasting* · *Belasting over de toegevoegde waarde* · *Recht van erfpacht* · *Winstoogmerk* · *Aftrek* · *Subsidie*

## Samenvatting

Door de gemeente X zal aan het AGB X een recht van erfpacht op een verbouwde sportinfrastructuur en op een nieuw gemeenschapscentrum met btw gevestigd worden. Gelet op de maatstaf van heffing van deze rechten heeft gemeente X volledige recht op aftrek. AGB X zal met een derde een belaste exploitatieovereenkomst voor de sportinfrastructuur sluiten en het gemeenschapscentrum zelf exploiteren. AGB X heeft een winstoogmerk. Het recht op toegang tot het gemeenschapscentrum dient normaal aan de btw te worden onderworpen, tegen het tarief van 6 procent. Het AGB X heeft de hoedanigheid van belastingplichtige met recht op aftrek. De werkingssubsidies uitgekeerd door de gemeente X hebben geen invloed op het recht op aftrek van het AGB X.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of

1.1. de vestiging van een recht van erfpacht m.b.t. 2 gebouwen door de gemeente X ten gunste van het AGB X kan plaatsvinden met toepassing van de btw en met recht op aftrek van de btw op de oprichtingskost in hoofde van de gemeente, conform [artikel 8 btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8) en [artikel 45 btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45);

1.2. het verlenen van het recht op exploitatie van deze gebouwen een belastbare dienst is in de zin van [artikel 18, 6° btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), nl.: "het verlenen van al dan niet exclusieve rechten op het recht een beroepswerkzaamheid uit te oefenen", die ingevolge [artikel 1,3° KB nr.20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3#ar20-art1) aan het tarief van 21 % is onderworpen;

1.3. de toegangsgelden voor deze infrastructuur betaald door individuele bezoekers en verenigingen de vergoeding zijn voor het toekennen van het recht op toegang tot de inrichting alsmede het recht er gebruik van te maken, zijnde een belastbare dienst in hoofde van het AGB X in de zin van [artikel 18, §1, 12° btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18);

1.4. de handelingen uit vorige paragraaf onderworpen zijn aan het tarief van 6% ingevolge TABEL A Goederen en diensten onderworpen aan het tarief van 6%, Diensten, XXVIII KB nr. 20;

1.5. de vrijstellingen van [artikel 44, §2, 9° van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) niet van toepassing zijn voor het AGB X;

1.6. de werkingssubsidies, die de Gemeente X aan het AGB X eenzijdig kan toekennen, geen vergoeding zijn voor een levering en geen vergoeding zijn voor een dienst, met andere woorden dat deze toekenningen buiten de werkingssfeer van de btw vallen zodat er geen btw op is verschuldigd;

1.7. deze werkingssubsidies niet in de noemer van enig algemeen of bijzonder verhoudingsgetal moeten opgenomen worden;

1.8. het AGB X belastingplichtige wordt met volledig recht op aftrek van de btw op de exploitatiekosten en toekomstige investeringen m.b.t. de infrastructuur bij toepassing van [artikel 45 van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45).

## II. Omschrijving van de verrichting

2\. De Gemeente X wenst de exploitatie van 2 infrastructuren met gebouwen te verzelfstandigen in het autonoom gemeentebedrijf X.

3\. De Gemeente X is eigenaar van deze gebouwen en zal deze ter beschikking stellen aan het autonoom gemeentebedrijf door middel van een recht van erfpacht.

4\. Gebouw A is nieuw. Gebouw B is een oud verbouwd gebouw.

5\. Het AGB zal gebouw A zelf exploiteren. Voor een gedeelte van dit gebouw zou evenwel een exploitatieovereenkomst gesloten worden waaromtrent de btw-implicaties niet worden gevraagd. Het AGB zal een exploitatieovereenkomst sluiten voor gebouw B.

6\. De statuten van het AGB voorzien de uitkering van de winst naar de gemeente.

## III. Beslissing

## A. Vestiging recht van erfpacht met toepassing van 21 procent btw en recht op aftrek verwervingsprijs - oprichtingsprijs

## *A.1. Belastbare handeling*

7\. Artikel 44, § 3, 1°, b), derde streep, van het btw-wetboek voorziet dat van de belasting zijn vrijgesteld de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten, in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, op uit hun aard onroerende goederen; worden evenwel uitgesloten de vestigingen, overdachten en wederoverdrachten van dergelijke zakelijke rechten op gebouwen, wanneer ze worden verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van dat gebouw, door een door artikel 8, §2 of §3, beoogde belastingplichtige.

8\. [Artikel 8, § 2, van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8) bepaalt dat: "Eenieder die, anders dan in de uitoefening van een economische activiteit, een gebouw heeft opgericht, heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen en waarop hij, voor het verstrijken van de in § 1 bepaalde termijn, onder bezwarende titel een zakelijk recht vestigt in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, heeft ten aanzien van deze vestiging de hoedanigheid van belastingplichtige wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling de vestiging van het zakelijk recht op het gebouw te doen met betaling van de belasting". KB 14 is in uitvoering genomen van [artikel 8, §2, van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8).

9\. Uit de verstrekte inlichtingen blijkt dat de gemeente X eigenaar is van deze gebouwen en deze ter beschikking zal stellen aan het AGB X door middel van een recht van erfpacht met een looptijd van 99 jaar.

10\. Met betrekking tot deze gebouwen dient evenwel volgende onderscheid te worden gemaakt:

## *A.2. Gebouw A*

11\. Gebouw A werd als volledig nieuw gebouw opgericht in 2008. Het recht van erfpacht zal gevestigd worden binnen de termijn voorzien door artikel 44, §3, 1°, b).

12\. Uit deze inlichtingen blijkt dat de gemeente X met betrekking tot dit gebouw A het recht van erfpacht met toepassing van btw tot uiterlijk 31 december 2010 kan vestigen voorzover ze, overeenkomstig voornoemd [artikel 8, § 2 btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8), op de door artikel 1 van KB 14 van 3 juni 1970 bepaalde wijze kennis geeft van haar bedoeling deze vestiging van de erfpacht te doen met betaling van de belasting.

## *A.3. Gebouw B*

13\. Uit de verstrekte inlichtingen blijkt dat gebouw B voor btw doeleinden een oud gebouw was dat grondig verbouwd en uitgebreid werd. Een gedeelte van het gebouw is gedurende de werken volstrekt ongebruikt gebleven terwijl de rest ononderbroken gebruikt is.

14\. De in aanmerking te nemen criteria om te beoordelen of een oud gebouw, na de uitvoering van de werken, al dan niet moet worden beschouwd als een nieuw gebouw, zijn opgenomen in nr. 152/2 van de btw-handleiding.

15\. Dit gebouw heeft door de uitgevoerde werken ingrijpende wijzigingen in zijn wezenlijke elementen ondergaan, namelijk in zijn aard en in zijn structuur.

16\. Als bijkomende element dient te worden aangestipt dat het investeringsbedrag dermate groot is in vergelijking met de initiële oprichtingskosten van het gebouw (vier maal) zodat er weinig twijfel is dat de kostprijs (exclusief btw) van de uitgevoerde werken tenminste 60% bereikt van de verkoopwaarde van het gebouw waaraan de werken werden uitgevoerd (de grond buiten beschouwing gelaten) op het tijdstip van de voltooiing van die werken.

17\. Aangezien het hier een verbouwd oud gebouw betreft, dient evenwel de volgende opmerking te worden gemaakt (zie [circulaire nr. AFZ 24/2002](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/24-2002-afz-immeuble-bati-362f) - E.T. 103.009, . 06.12.2002, hoofdstuk V, gepubliceerd op fisconet).

18\. De criteria opgenomen in nr. 152/2 van de btw-handleiding verwijzen immers naar de eerste ingebruikneming van het gebouw na de uitvoering van de werken.

19\. Deze verwijzing veroorzaakt in principe geen moeilijkheden wanneer het gebruik van het gebouw tijdens de duur van de verbouwingswerken omwille van de aard of het belang van de uitgevoerde werken onderbroken werd. Dit zal normaal het geval zijn wanneer de verbouwingen ingrijpend zijn.

20\. Het is evenwel niet uitgesloten dat in bepaalde situaties, niettegenstaande het belang en de omvang van de uitgevoerde werken, de ingebruikneming of de inbezitneming van het gebouw tijdens de uitvoering van de verbouwingen niet zou worden onderbroken.

21\. In dergelijke situatie zou de vestiging van het recht van erfpacht met betrekking tot het gebouw in principe niet aan de btw onderworpen zijn. Deze aanschrijving voorziet evenwel (hoofdstuk V) praktische regels om in sommige gevallen van niet onderbreking van het gebruik van het gebouw de verkoop of de vestiging van zakelijke rechten met toepassing van de btw toch nog toe te laten.

22\. In casu zijn de volledige onderbreking van het gebruik van een gedeelte van het gebouw, de omvang en de aard van de werken voldoende argumenten om het gebouw B voor btw-doeleinden als een nieuw gebouw te beschouwen.

23\. Hierdoor kan de gemeente X met betrekking tot dit gebouw een recht van erfpacht met toepassing van btw vestigen tot uiterlijk 31 december 2009 voorzover ze, overeenkomstig voornoemd [artikel 8, § 2 btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8), op de door artikel 1 van KB 14 van 3 juni 1970 bepaalde wijze kennis geeft van haar bedoeling deze vestiging van de erfpacht te doen met betaling van de belasting.

## *A.4. Tarief*

24\. Overeenkomstig [artikel 1, alinea 1, van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3#ar20-art1) van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven is het tarief van 21 % van toepassing op de vestiging van het recht van erfpacht met betrekking tot het gebouw A en B door de Gemeente X aan het AGB X.

## *A.5. Recht op aftrek in hoofde van de Gemeente X*

25\. Overeenkomstig [artikel 4, eerste alinea, van het koninklijk besluit nr. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-betrekking-vervreemdingen-gebouwen-gedeelten-bijhorende-39f4#ar14-art4) van 3 juni 1970 kan de in artikel 1 bedoelde belastingplichtige die een zakelijk recht op een gebouw vestigt onder de in artikel 8, §2, of 44, §3, 1°, b, tweede streepje, van het Wetboek, van de ter zake van die handeling verschuldigde belasting in aftrek brengen de belasting geheven van de handelingen die strekken of bijdragen, naargelang van het geval, tot de oprichting of de verkrijging van het gebouw dat wordt vervreemd of waarop het zakelijk recht wordt gevestigd, evenals de belasting geheven van de handelingen die rechtstreeks tot doel hebben het gebouw te vervreemden of het met het zakelijk recht te bezwaren.

26\. Evenwel zal, overeenkomstig [artikel 4, alinea 3, van het koninklijk besluit nr. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-betrekking-vervreemdingen-gebouwen-gedeelten-bijhorende-39f4#ar14-art4), dit recht op aftrek slechts ontstaan op het tijdstip dat de btw verschuldigd wordt over de volledige maatstaf van heffing bij de vestiging van het zakelijk recht.

27\. De Gemeente X zal als toevallige btw-belastingplichtige derhalve haar recht op aftrek, overeenkomstig artikel 4, eerste alinea, van het koninklijk besluit, slechts kunnen uitoefenen op het tijdstip dat de btw verschuldigd wordt over de volledige maatstaf van heffing bij de vestiging van het erfpacht over de gebouwen A en B.

28\. In verband met de bepaling van het recht op aftrek van de voorbelasting bij vestiging van een zakelijk recht op een gebouw met toepassing van de btw is de aftrek van de in het vorige lid bepaalde voorbelasting slechts volledig wanneer de verkoopprijs van het zakelijk recht de oprichtingsprijs van het gebouw benadert. (z. parl.vr.nr. 710 van Volksvertegenwoordiger de Clippele van 22 september 1993, Bull. Vr. en Ant., Kamer 1994-1995, nr. 129, blz. 13.467 - 13368, BTW-REVUE nr. 111, blz. 1201-1202-1203, nr. 2).

29\. Om praktische redenen is voor de bepaling van de aftrekbare belasting, bij wijze van proef, de hierna volgende regeling van toepassing.

30\. De volledige aftrek van de btw geheven van de oprichtingskosten of de aankoopprijs van het gebouw wordt aanvaard:

30.1. indien de prijs gevraagd voor de vestiging van het zakelijk recht ten minste 95 pct. bedraagt van de oprichtingsprijs (of de aankoopprijs) van het gebouw in volle eigendom, indien het recht gevestigd is voor een periode die minder dan 10 jaar bedraagt.

30.2. indien de gevraagde prijs ten minste 97,5 pct. bedraagt van de oprichtingsprijs (of de aankoopprijs) van het gebouw in volle eigendom, indien het recht gevestigd is voor een periode die 10 jaar of meer bedraagt.

31\. In geval van een verbouwing van een oud gebouw dient de waarde in volle eigendom rekening te houden met zowel het bedrag van de verbouwingswerken als met de waarde van het oude bestanddeel van het gebouw.

32\. Terzake blijkt uit de inlichtingen verstrekt door de aanvrager dat voor gebouw A de maatstaf van heffing van het erfpachtrecht gelijk zal zijn aan de oprichtingskosten. De 99 jaarlijkse canon zal immers gelijk zijn aan 1/99 van de oprichtingskosten.

33\. Voor gebouw B zal de maatstaf van heffing van het erfpachtrecht gelijk zijn aan de initiële waarde plus de verbouwingswerken. De 99 jaarlijkse canon zal immers gelijk zijn aan 1/99 van de initiële oprichtingskosten verhoogd met het bedrag van de verbouwingswerken van het gebouw.

34\. In deze omstandigheden mag de gemeente X de btw met betrekking tot de oprichtingskosten van gebouw A en de verbouwingswerken van gebouw B volledig in aftrek nemen.

## *B.* *Toepassing btw op het verlenen van een exploitatierecht op gebouw B*

## *B.1. Belastbare handeling*

35\. Het Hof van Justitie heeft in zijn arrest van 18 november 2004 in de zaak [C-284/03](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-284-03-arrest), Belgische Staat tegen Temco Europe NV, het begrip "onroerende verhuur" verduidelijkt en bevestigt dat dit begrip ook van toepassing is op een overeenkomst die het verlenen van een precair gebruiksrecht onder bezwarende titel tot doel heeft, wanneer deze overeenkomst in hoofdzaak de ter beschikkingstelling van ruimtes of oppervlakten in gebouwen beoogt.

36\. Een onroerende verhuur bestaat in wezen daarin dat een verhuurder een huurder voor een overeengekomen tijdsduur en onder bezwarende titel het recht verleent, een onroerend goed te gebruiken als ware hij de eigenaar ervan en ieder ander van het genot van dat recht uit te sluiten. (zie in die zin: arrest van 4 oktober 2001,Goed Wonen, [C- 326/99](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-326-99-arrest), punt 55; arresten van 9 oktober 2001, Mirror Group, [C-409/98](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-409-98-arrest), punt 31 en Cantor Fitzgerald International, [C-108/99](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-108-99-arrest), punt 21; arrest van 8 mei 2003, Seeling, [C-269/00](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-269-00-arrest), punt 49; arrest van 12 juni 2003, Sinclair Collis, [C-275/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-275-01-arrest), punt 25; arrest van 18 november 2004, Temco, [C-284/03](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-284-03-arrest)).

37\. Ter zake heeft het Hof meermaals gesteld dat om de aard van een belastbare handeling vast te stellen alle omstandigheden waaronder de betrokken handeling wordt verricht in aanmerking moeten worden genomen om daaruit de kenmerkende elementen naar voren te halen (arrest van 2 mei 1996, Faaborg-Gelting Linien, [C-231/94](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-94-arrest), punt 12, en arrest van 18 januari 2001, [C-150/99](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-150-99-arrest), Stockholm Lindöpark, punt 26).

38\. Zo dient er volgens het Hof te worden nagegaan of de overeenkomsten in hoofdzaak de passieve terbeschikkingstelling ten doel hebben van ruimtes of oppervlakten van onroerende goederen, tegen een vergoeding die verband houdt met het tijdsverloop, dan wel strekken tot het verrichten van een dienst die voor een andere kwalificatie in aanmerking komt" (Temco, reeds aangehaald, punt 27) of "die overeenkomsten een voorwerp hebben dat beter wordt gekarakteriseerd door het leveren van een prestatie dan door de enkele terbeschikkingstelling van een goed."(Temco, punt 20).

## *B.2. Uitbatingsovereenkomst met betrekking tot infrastructuur met gebouw B*

39\. De voorgelegde uitbatingovereenkomst tussen bevat een aantal elementen die de kwalificatie als onroerende verhuur ondersteunen of toch niet uitsluiten (o.a. respect bestemming van het goed, wetten en reglementen, belasting, duur, herstelling, verbreking van de overeenkomst, enz…).

40\. Anderzijds moet worden vastgesteld dat indien sommige bepalingen niet gebruikelijk zijn bij een huurcontract deze bepalingen niet echt een inmengingsrecht van het AGB aantonen hetzij omdat ze de facto erg gematigd zijn, hetzij omdat ze verplichtingen zijn die al voortvloeien uit verschillende wetten en reglementen of ze geen duidelijk verband houden met een inmenging in de manier waarop de exploitatie dient te gebeuren..

41\. Er zijn evenwel een aantal bepalingen in de exploitatieovereenkomst waaruit blijkt dat dit contract een voorwerp heeft dat eerder wordt gekarakteriseerd door het leveren van een prestatie dan het louter ter beschikkingstelling van een goed.

42\. Dit is namelijk het geval voor de bepalingen van het contract die eerder slaan op de manier waarop de exploitatie moet gebeuren dan op de zuivere terbeschikkingstelling van het onroerend goed.

43\. De volgende contractuele clausules die een inmengingsrecht van het AGB aantonen kunnen in dit verband aangehaald worden:

a. De verplichting om derden gebruik te laten maken van de infrastructuur;

b. Het verplichte reservatie systeem met voorkeursbehandeling;

c. De verplichte tarieven;

44\. Bovendien zijn er een aantal "positieve bijkomende diensten" die door het AGB zullen worden verricht zoals het opnemen van de kosten voor de aansluiting, de abonnementen en het gebruik van water, electriciteit en gas, en ook talrijke diensten met betrekking tot het onderhoud en het systematisch klaarmaken van de infrastructuur vóór elk gebruik ervan..

45\. De prijs bestaat exclusief uit een variabele vergoeding die in verhouding is met het gebruik van de infrastructuur of met het aantal evenementen die worden georganiseerd. De prijs wordt dus niet bepaald in functie van de duur van het gebruik van de infrastructuur maar uiteindelijk en onrechtstreeks in functie van een gedeelte van de omzet.

46\. In dergelijke omstandigheden kan de exploitatieovereenkomst niet beschouwd worden als het passief ter beschikking stellen van een onroerend goed, vrijgesteld van de BTW.

47\. Het behoort evenwel tot het AGB toe het bewijs à posteriori te leveren van het daadwerkelijk uitoefenen van zijn inmengingsrecht.

48\. Anderzijds mag de variabele vergoeding - waarvan het bedrag nog niet ingevuld was in het voorgelegde ontwerpcontract - geen symbolische prijs zijn.

## C. Toepassing 6 % op verlenen recht op toegang

## *C.1. Belastbare handeling*

49\. Het AGB X zal toegangsrechten verlenen tot gebouw B en ook vergoedingen ontvangen van verenigingen en individuele gebruikers voor het recht om het gebouw B voor eigen activiteiten te gebruiken.

50\. [Artikel 18, §1, 12° btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) beschouwt als een dienst de toekenning van het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak, alsmede de toekenning van het recht gebruik ervan te maken".

51\. De bedoelde handelingen zijn de overeenkomsten waarbij de exploitant van een door deze bepaling bedoelde inrichting aan personen, individueel of in groep, tegen betaling van een vergoeding, het recht geeft om de inrichting binnen te gaan en er samen met andere personen gebruik van te maken overeenkomstig de bestemming ervan.

52\. Die overeenkomsten worden normaal gesloten met individuele personen of een groep personen die geen exclusief recht van genot op de inrichting verkrijgen.

53\. Wanneer de exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak een zaal exclusief ter beschikking stelt van een persoon of een groepering moet volgende onderscheid gemaakt worden.

54\. Wanneer deze exploitant tussenbeide komt in de vertoning, het schouwspel of het evenement die er wordt georganiseerd, wordt de door de exploitant verrichte dienst bedoeld in [artikel 18, § 1, 12°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), van het Wetboek. De exploitant wordt onder andere geacht tussenbeide te komen in de vertoning of het schouwspel wanneer hij zorgt voor de artiesten of de sportlui die aan het schouwspel of de vertoning hun medewerking verlenen of nog wanneer hij zelf actief deelneemt in de organisatie van het schouwspel of de vertoning.

55\. Wanneer de exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak alleen een zaal exclusief ter beschikking stelt van een persoon of een groepering zonder echter tussenbeide te komen in de vertoning of het spektakel, is in principe de handeling overeenkomstig [artikel 44, § 3, 2°, van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) vrijgesteld van de belasting in de mate waarin ze betrekking heeft op het genot van de zaal zelf en op de diensten die noodzakelijk zijn voor het onderhouden van de zaal.

56\. De handeling is daarentegen onderworpen aan de belasting in de mate waarin het genot betrekking heeft op lichamelijke roerende goederen of op de goederen die slechts onroerend zijn door bestemming, en in de mate waarin de exploitant zorgt voor het personeel dat instaat voor de decors of voor de projectietoestellen.

57\. De belasting die verschuldigd is op het belastbaar gedeelte van de prijs wordt berekend tegen het normale tarief. Wanneer een enige prijs werd bedongen moet de exploitant die prijs uitsplitsen onder toezicht van de administratie.

58\. Onder de diensten die noodzakelijk zijn voor het onderhouden van de zaal moeten worden gerangschikt, het verschaffen van de verlichting en van de airconditioning in de zaal, het onderhoud en het reinigen van de zaal, de diensten van het personeel voor de vestiaires en de toiletten en de diensten van het personeel belast met het aanwijzen van de plaatsen aan de toeschouwers.

59\. Wanneer de diensten van het AGB X overeenkomstig wat voorafgaat bedoeld zijn door artikel 18, § 1, 12°, W. BTW, moeten ze aan de vrijstelling van [artikel 44, § 2, 9° van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) worden getoetst.

60\. [Artikel 44, § 2, 9° van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) stelt van de belasting vrij de organisatie van toneel-, ballet- of filmvoorstellingen, van tentoonstellingen, concerten of conferenties alsook de leveringen van goederen die nauw samenhangen met deze diensten door instellingen erkend door de bevoegde overheid, mits de inkomsten die zij verkrijgen uit hun werkzaamheid uitsluitend gebruikt worden tot dekking van de kosten ervan.

61\. Op de mondelinge parlementaire vraag nr. 519 van de heer J. Peeters, Volksvertegenwoordiger, heeft de Minister belast met de Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, op 11.12.2007 t.a.v. autonome gemeentebedrijven die sportinrichtingen exploiteren, o.m. het volgende geantwoord: *"…Wat de autonome gemeentebedrijven betreft die niet zijn opgericht onder de juridische vorm van een NV of een BVBA, maar waarvan uit de statuten blijkt dat zij een winstoogmerk hebben en dat zij zich tot doel stellen winst uit te keren, ben ik van mening dat de belastingplicht met recht op aftrek niet kan worden betwist. Voor het overige zijn uiteraard de bepalingen van het btw-wetboek, waaronder artikel 1, § 10, omtrent het misbruik, in alle gevallen van toepassing. ..."* (Kamer - 2° zitting van de 52° zittingsperiode - 2007/2008 - criv 52.COM 045- blz. 1).

62\. Deze parlementaire vraag heeft betrekking op exploitanten van sportinrichtingen bedoeld door [artikel 44, § 2, 3° van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), maar dit antwoord moet mutatis mutandis worden toegepast op de handelingen van [artikel 44, § 2 , 9° van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) waarvan het belastingstatuut eveneens bepaald wordt in functie van het al dan hebben van het winstoogmerk van de dienstverrichter. Voor de toepassing van deze vrijstelling mogen de opbrengsten immers enkel gebruikt worden ter dekking van de kosten.

63\. De statuten van het AGB X voorzien een winstuitkering aan de gemeente.

64\. In die omstandigheden moet worden besloten dat het AGB X een winstoogmerk heeft en dat de btw-vrijstelling van [artikel 44, § 2, 9° van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) niet van toepassing is. De door deze laatste bepalingen bedoelde diensten dienen derhalve aan de btw onderworpen te zijn.

## *C.2. Tarief*

65\. Op de toekenning van het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak, alsmede het recht om er gebruik van te maken, zoals bedoeld in artikel 18, § 1, 12°, W.BTW is conform Tabel A, rubriek XXVIII van het KB nr. 20 van 20 juli 1970 het verlaagd tarief van 6% btw van toepassing. Deze bepaling voorziet evenwel dat het verlaagd tarief niet van toepassing is noch op de toekenning van het recht gebruik te maken van automatische ontspanningstoestellen noch op de terbeschikkingstelling van roerende goederen.

66\. De verhuur van roerende goederen is dus in principe, zonder onderscheid, onderworpen aan het tarief van 21 %, zelfs indien de verhuur betrekking heeft op ontspanningstoestellen (al dan niet automatisch).

67\. Wat de verhuur van roerende goederen in inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak betreft, zijn de regels uiteengezet in n° 141 van de btw-handleiding van toepassing..

## D. Werkingsubsidies

*Impact van de subsidies op de maatstaf van heffing*

68\. Indien sprake is van een levering of dienst - zoals bedoeld in [artikel 2 van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2) - die aan btw is onderworpen, dient de btw berekend te worden over alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van die handelingen verband houden ([artikel 26 btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26)).

69\. Rechtstreeks verbonden met de prijs" moet zo geïnterpreteerd worden, dat een subsidie enkel in de maatstaf van heffing moet opgenomen worden wanneer de volgende drie voorwaarden vervuld zijn:

\- de subsidie is een tegenprestatie of een element van de tegenprestatie van de levering of dienst;

\- de subsidie wordt betaald aan de leverancier of dienstverrichter;

\- de subsidie wordt betaald door een derde."

70\. Uit de aanvraag blijkt dat de Gemeente X werkingssubsidies toekent aan het AGB X tot dekking van volgende specifieke werkingskosten: elektriciteit, gas en water. Het betreft een bedrag dat gebaseerd is op de maatstaf van heffing van de inkomende facturen met betrekking tot deze nutsvoorzieningen en zijn volledig onafhankelijk van de omzet van het AGB X.

71\. De tussenkomst wordt dus niet bepaald in functie van de prijs van de uitgaande handelingen of in functie van het aantal gebruikers of bezoekers van de sportinfrastructuur. De subsidies worden ook niet toegekend om een welbepaalde dienst voor de gemeente te verrichten.

72\. De bovenvermelde omstandigheden, die aan de basis liggen van de betaling van de subsidies aan het AGB X, laten toe te besluiten dat de subsidies niet behoren tot de maatstaf van heffing van de uitgaande handelingen.

*Impact van de subsidies op het recht op aftrek*

73\. Werkingstoelagen ter dekking van een gedeelte van de exploitatiekosten van een btw-belastingplichtige, die niet behoren tot de maatstaf van heffing van uitgaande handelingen, moeten in principe niet opgenomen worden in een algemeen verhoudingsgetal (zie parlementaire [vraag nr. 314, van Mevrouw Nyssens van 22 december 1999](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/314-aftrek-algemeen-verhoudingsgetal-nyssens-60ff)) en hebben normaal geen invloed op het recht op aftrek.

74\. Niettemin, in bepaalde bijzondere gevallen, houdt het door de Zesde richtlijn gehuldigde principe van evenredigheid tussen belastbare handelingen en de daarmee verbonden aftrekbare belasting in dat de subsidies in de noemer van een bijzonder verhoudingsgetal komen. Dit is met name het geval wanneer werkingstoelagen, die niet kunnen worden beschouwd als de (volledige of gedeeltelijke) tegenprestatie van de levering van goederen of diensten, worden toegekend om een activiteit te steunen die geen output teweegbrengt.

75\. In casu, moet worden vastgesteld dat zulks niet het geval is. Uit de verstrekte inlichtingen blijkt dat het AGB X geen werkzaamheden buiten de werkingssfeer van de belasting verricht. Hierdoor hebben de door de Gemeente X aan het AGB X toegestane subsidies geen invloed op het recht op aftrek van het AGB X.

## *E. Recht op aftrek btw op investeringen en exploitatiekosten*

76\. Overeenkomstig [artikel 45, § 1, van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), mag elke belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek brengen die werd geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

77\. Hierboven werd uiteengezet dat het AGB X gebouw B zal gebruiken voor belaste diensten.

78\. Deze handelingen verlenen het AGB X de hoedanigheid van btw- belastingplichtige met recht op aftrek van de btw met betrekking tot de vestiging van het recht van erfpacht en de exploitatiekosten van gebouw B overeenkomstig [artikel 45, § 1, 1° van het BTW wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45).

79\. In de mate dat het gebouw A zal gebruikt worden voor belaste handelingen (o.a. recht op toegang in de zin van artikel 18, 1, 12°) heeft het AGB X overeenkomstig voornoemd artikel 45, §1, 1°, recht op aftrek van de btw met betrekking tot de vestiging van het recht van erfpacht en de exploitatiekosten..

80\. Indien evenwel het gebouw A ook zou gebruikt worden voor niet belaste of vrijgestelde handelingen krijgt het AGB X in die mate geen recht op aftrek van de btw met betrekking tot de vestiging van het recht van erfpacht en de exploitatiekosten.

81\. Aangezien de gebouwen A en B volledig gescheiden zijn, moet het recht op aftrek van het AGB X bepaald worden aan de hand van de regels voorzien door [artikel 46, §2 van het btw wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) (eventueel met gebruik van een of meerdere bijzondere verhoudingsgetallen wat het gebouw A betreft).

## Aangehaalde teksten

17

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 7 voorkomens

[WBTW art. 8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8) 5 voorkomens

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 4 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 4 voorkomens

[KB nr. 14 art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-betrekking-vervreemdingen-gebouwen-gedeelten-bijhorende-39f4) 2 voorkomens

[KB nr. 20 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3) 2 voorkomens

[WBTW art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2) 1 voorkomen

[WBTW art. 26](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26) 1 voorkomen

[WBTW art. 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) 1 voorkomen

[C-284/03, arrest van 18 november 2004](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-284-03-arrest) 2 voorkomens

[C-108/99, arrest van 9 oktober 2001](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-108-99-arrest) 1 voorkomen

[C-150/99, arrest van 18 januari 2001](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-150-99-arrest) 1 voorkomen

[C-231/94, arrest van 2 mei 1996](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-94-arrest) 1 voorkomen

[C-269/00, arrest van 8 mei 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-269-00-arrest) 1 voorkomen

[C-275/01, arrest van 12 juni 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-275-01-arrest) 1 voorkomen

[C-326/99, arrest van 4 oktober 2001](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-326-99-arrest) 1 voorkomen

[C-409/98, arrest van 9 oktober 2001](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-409-98-arrest) 1 voorkomen
