---
title: "Voorafgaande beslissing 900.400 · Vennootschapsbelasting"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid. Belgische voorafgaande beslissing nr. 900.400 van 2 maart 2010."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/900-400-vennootschapsbelasting-belastingvrije-inbreng-bedrijfsafdeling-tak-d254"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting · Vennootschapsbelasting - Belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid - Zakelijke overwegingen - BTW - Registratierechten

**Nummer**

900.400

**Datum**

2 maart 2010

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

55 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

*Vennootschapsbelasting*

*Belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid* · *Zakelijke overwegingen*

*BTW*

*Registratierechten*

## Samenvatting

De vennootschap X heeft twee bedrijfsafdelingen actief in A en B. De inbreng van de bedrijfsafdeling A in een nieuwe vennootschap heeft op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek, niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking in de zin van de artikelen 183*bis* en 46, § 1, 3 de lid, 3°, WIB 92. De bedrijfsafdeling A kan aangemerkt worden als bedrijfstak in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92, artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW en artikel 117, § 2, W.Reg.

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1**. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

**1.1**. de voorgenomen inbreng van de bedrijfsafdeling A door de nv X in een nieuwe vennootschap (NEWCO) kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfstak in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en geen belastingfraude of -ontwijking als hoofddoel of één der hoofddoelen heeft in de zin van artikel 46, § 1, derde lid, 3°, jo. 183*bis*, WIB 92 waardoor de volledige vrijstelling van stopzettingsmeerwaarden als bedoeld in de eerste bepaling van toepassing is;

**1.2**. de voorgenomen inbreng van de bedrijfstak A door de nv X in de NEWCO van de vrijstelling van inbrengrecht overeenkomstig artikel 117, § 2, jo. 120, van het Wetboek der registratie, hypotheek- en griffierechten (W.Reg.) kan genieten.

**1.3**. de voorgenomen inbreng van de bedrijfstak A door de nv X in de NEWCO onder de toepassing valt van artikel 11 en artikel 18, § 3, van het Wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde (W. BTW) en aldus niet is onderworpen aan btw;

## II. Beslissing

## *II. A. Wat het bestaan van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid betreft in de zin van artikel 46, § 1, 1ste lid, 2°, WIB 92*

**2**. De activiteiten van de nv X kunnen opgedeeld worden in twee bedrijfsafdelingen, met name B en A.

**3**. Momenteel functioneren beide bedrijfsafdelingen in verregaande mate autonoom omdat hun activiteit in belangrijke mate verschilt op het vlak van verwachte groei, geografische markt, cliënteel, productie en applicaties.

**4.** Deze autonome werking komt tot uiting doordat beide bedrijfsafdelingen over een eigen gespecialiseerd management, R&D departement, productiesite, etc. beschikken.

**5.** De bedrijfsafdeling A is actief op de productiesite in J en beschikt over een magazijn te K. De bedrijfsafdeling B is actief op de productiesite te M. Het headquarter van de groep is gevestigd in L.

**6**. Door de geplande inbrengverrichting zullen de duidelijk onderscheiden activiteiten, waarvoor een verschillende aanpak vereist is, zich onafhankelijk van elkaar kunnen ontwikkelen en onafhankelijk van elkaar management toelaten.

**7**. De inbreng van de bedrijfsafdeling A in de NEWCO zal er toe leiden dat beide bedrijfsafdelingen volledig en onafhankelijke van elkaar kunnen werken.

**8**. De aanvrager heeft een overzicht verstrekt waaruit blijkt dat de activa- en passivabestanddelen van de nv X over beide vennootschappen worden verdeeld in functie van de activiteiten waarvoor ze momenteel worden aangewend.

**9**. De deelnemingen die de bedrijfsafdeling A bezit in diverse dochterondernemingen zullen eveneens ingebracht worden in de NEWCO.

**10**. Het onroerend goed in J en het gehuurde magazijn in K (voor de resterende duur van de huur) zullen ingebracht worden in de NEWCO. De fabriek te M en het gehuurde onroerend goed te L (headquarter activiteiten) zullen blijven in de nv X.

**11**. Het gespecialiseerd personeel van bedrijfsafdeling A zal overgaan naar de NEWCO. De aanvrager heeft schriftelijk bevestigd dat er geen voornemen is om het personeelsbestand te verminderen.

## *II. B. Wat beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92 betreft in de zin van artikel 46, § 1, 3de lid, 3°, WIB 92*

**12**. De nv X beschikt over twee onafhankelijk autonome bedrijfsafdelingen B en A die voor afzonderlijke markten werken met eigen cliënteel.

**13.** De strategie van de bedrijfsafdeling B is gericht op de enorme groei van de markt en streeft het behoud van de positie van de nv X als belangrijke speler na.

**14**. Terwijl de A-markt alle kenmerken van een typisch gesatueerde markt vertoont die als bedrijfsstrategie het behoud van de marktpositie vereist en zich richt om bestaande klanten te behouden en nieuwe te winnen.

**15**. De inbreng van de bedrijfsafdeling A in de NEWCO brengt geen voordeel met zich mee op het stuk van de aftrek voor risicokapitaal.

**16**. De inbreng van de bedrijfafdeling A in de NEWCO heeft geen impact op de fiscaal overdraagbare verliezen van de nv X.

**17**. De nv X heeft op het ogenblik van de inbreng geen openstaande herbeleggingsverplichtingen met betrekking tot bepaalde vrijgestelde reserves.

**18**. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de inbreng van de bedrijfsafdeling A niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**19.** De aanvrager heeft schriftelijk bevestigd dat, op het moment van de aanvraag, geen onderhandelingen of enige andere concrete vorm van bespreking met andere partijen over een mogelijke overname van de aandelen van de NEWCO. De aanvrager heeft tevens bevestigd dat de aandeelhouders niet de intentie hebben om tot vervreemding van de aandelen over te gaan binnen de drie jaren vanaf de datum waarop de verrichting juridisch wordt doorgevoerd.

**20.** Indien de aanvrager later toch de aandelen van de NEWCO wenst te vervreemden binnen de drie jaren vanaf de datum waarop de verrichting juridisch werd doorgevoerd, kan de nv X steeds het advies inwinnen van de Dienst Voorafgaande Beslissingen via een avenant aan de initiële aanvraag.

***II. C. Wat betreft artikel 117, § 2, W.Reg.***

**21**. Volgens artikel 117, § 2, W.Reg. is het bij artikel 115 bepaalde recht niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

**22.** De inbreng van de bedrijfsafdeling A zal worden gedaan door de nv X, een Belgische vennootschap. Hierdoor is er voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

**23**. De inbreng zal worden gedaan in een nog op te richten Belgische vennootschap NEWCO.

**24**. De vrijstelling kan worden genoten op voorwaarde dat de inbreng het geheel omvat van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatinggeheel vormen (K.B. 18 juli 1972, art. 1) en de ingebrachte of afgesplitste bedrijfstak een geheel is dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.

**25**. Uit de gegevens van de aanvraag blijkt duidelijk dat alle activa en passiva die tot de afdeling A behoren met inbegrip van de onroerende goederen te J en K, zullen worden ingebracht in een nieuw op te richten vennootschap. De activa en passiva, de personeelsleden en de onroerende goederen die mee worden ingebracht zijn momenteel niet alleen fysiek te onderscheiden van deze van de afdeling B, doch tevens voor boekhoudkundige, IT en rapporteringdoeleinden. Er is bijgevolg duidelijk een georganiseerd geheel van activa en passiva dat als afdeling A wordt overgedragen.

**26**. De afdeling A heeft haar eigen geografische markt, cliënteel, afdeling onderzoek en ontwikkeling, productie en applicaties. Enkel de headquarter-taken, inclusief overkoepelend financieel beleid en juridische zaken, zullen in de toekomst nog steeds centraal aangestuurd worden. Bijgevolg bezit de afdeling A een grote mate van autonomie en kan de afdeling op eigen kracht werken.

**27**. Er zal inbreng gedaan worden van de activiteit van de bedrijfsafdeling A (met alle daaraan verbonden activa en schulden) door de nv X, welke inbreng volledig vergoed zal worden door de toekenning van aandelen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen in de nog op te richten vennootschap NEWCO. Hieruit kan worden besloten dat aan de voorwaarde wordt voldaan dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen. In casu wordt er geen geldopleg betaald.

**28**. Aangezien de activiteit van de bedrijfsafdeling A kan worden beschouwd als een georganiseerd geheel van activa en passiva dat op technisch vlak door eigen middelen autonoom kan functioneren, is de afgesplitste activiteit te beschouwen als een bedrijfstak.

## *II. D. Wat betreft artikel 11 en 18, § 3, W.BTW*

**29**. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

**30**. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

**31.** In haar arrest van 27 november 2003 - zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l'enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

**32**. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.

**33**. Naar aanleiding van de hierboven beschreven verrichting worden alle activa en passiva met betrekking tot de bedrijfsafdeling A overgedragen aan de NEWCO.

34\. Deze overdracht heeft betrekking op alle specifieke en noodzakelijke bestanddelen (operationele activa en passiva, personeel, onroerend goed in J en gehuurd magazijn in K) die de NEWCO in staat stelt om de activiteit A verder en zelfstandig kan exploiteren.

**35**. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een bedrijfstak A die een autonome economische activiteit uitmaakt en die op eigen kracht kan werken.

**36**. Vermits NEWCO belaste handelingen (vervaardigen van tandwielkasten voor industriële toepassingen) zal stellen, zal ze een btw-belastingplichtige met recht op aftrek zijn.

**37**. De inbreng van de bedrijfsafdeling A van de nv X in de NEWCO dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW te gebeuren.

**38**. Uit het bovenstaande blijkt dat de nv X het geheel van haar rechten op de bedrijfsmiddelen die deel uitmaken van de bedrijfsafdeling A overdraagt aan de NEWCO. Hierdoor dient er ten gevolge van deze overdracht geen btw-herziening te worden doorgevoerd ten name van de nv X.

**39**. NEWCO dient evenwel de aftrek te herzien wanneer één van de oorzaken voorzien in koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling zich gedurende de herzieningsperiode zou voordoen. (zie [Circulaire nr. E.T.110.663](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/46-2009-aoif-revision-bien-immeuble-activite-7958) (AOIF Nr. 46/2009) dd 30.09.2009).

## Aangehaalde teksten

5

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
