---
title: "Voorafgaande beslissing 900.373 · Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting"
description: "Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, partiële splitsing van vennootschappen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 900.373 van 29 juni 2010."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/900-373-inkomstenbelasting-vennootschapsbelasting-partiele-splitsing-vennootschappen-9238"
lang: "nl"
---

# Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, partiële splitsing van vennootschappen, holdingvennootschap, BTW-eenheid · inkomstenbelasting - vennootschapsbelasting - belasting over de toegevoegde waarde - partiële splitsing van vennootschappen - holdingvennootschap - BTW-eenheid - herziening van de aftrek - recht op aftrek

**Nummer**

900.373

**Datum**

29 juni 2010

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

47 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 900.373 dd. 29.6.2010

*Inkomstenbelasting* · *Vennootschapsbelasting* · *Belasting over de toegevoegde waarde* · *Partiële splitsing van vennootschappen* · *Holdingvennootschap* · *BTW-eenheid* · *Herziening van de aftrek* · *Recht op aftrek*

## Samenvatting

De partiële splitsingen die ertoe strekken het onroerend goed af te zonderen van de exploitatieactiviteit met het oog op de intrede van een derde-investeerder door middel van een kapitaalverhoging op het niveau van de holdingvennootschap die de aandelen in de exploitatievennootschappen zal aanhouden, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WlB 92. De latente economische dubbele belasting die het gevolg is van het feit dat de in artikel 47, WIB 92, bedoelde gespreid te belasten meerwaarden niet integraal kunnen worden toegewezen aan de vennootschap die de herbeleggingsactiva heeft verkregen ingevolge de toepassing van artikel 213, WIB 92 (waardoor een gedeelte van die meerwaarden moet worden belast door opname in de verworpen uitgaven), kan bij de andere bij de partiële splitsing betrokken vennootschap worden geneutraliseerd door een opname in de belaste reserves tezamen met een verhoging van de begintoestand van de belaste reserves voor eenzelfde bedrag. De geplande partiële splitsingen worden aangemerkt als interne handelingen van de btw-eenheid X en geven derhalve geen aanleiding tot een herziening van de afgetrokken btw voor zover de bedrijfsmiddelen door deze btw-eenheid verder worden gebruikt voor externe handelingen (handelingen met derden) die recht op aftrek verlenen.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1.1. de geplande partiële splitsingen van A, B, C en D beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WlB 92);

1.2. de dubbele belasting van de belastingvrije reserves die bij C achterblijven kan worden vermeden door deze reserves op te nemen in de belaste reserves samen met een gelijkwaardige verhoging van de begintoestand van de reserves (m.a.w. de belastingvrije reserves worden op een belastingneutrale wijze omgezet in belaste reserves) op het moment dat de gespreid te belasten meerwaarden bij de verkrijgende vennootschap (A) worden belast door opname onder de verworpen uitgaven of, indien vroeger, bij de vereffening van C;

1.3. de geplande partiële splitsingen van A, B en C die zullen plaatsvinden tussen leden van de BTW-eenheid, geen aanleiding zullen geven tot een herziening van de oorspronkelijk afgetrokken BTW, zoals bepaald in [artikel 48, §2 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48) (W. BTW) (verder uitgevoerd door [artikel 6 e.v. van het K.B. nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-3e1c)).

## II. Beslissing

### *II.A. Inzake de vennootschapsbelasting*

#### *II.A.1. Inzake de toepassing van artikel 183bis, WIB 92*

2\. De vennootschappen A, B, C en D maken deel uit van dezelfde groep.

3\. De aandelen van D, de topholding van de groep, zijn nog steeds in handen van de familie. Evenwel heeft het uitbreken van de financiële crisis in de herfst van 2008 het de groep moeilijk gemaakt om haar hoog groeiritme nog verder op eigen kracht te financieren. De aanbevelingen van een consultant op het vlak van bedrijfsstrategie en de financiële crisis hebben de familiale aandeelhouders doen beseffen dat de verdere uitbouw van de groep bijkomende financiële middelen vergt die zij moeilijk zelf kan opbrengen en die ook moeilijk bij de banken kunnen worden geleend, zodat derden-investeerders moeten worden aangetrokken, weliswaar rekening houdende met het feit dat de familiale aandeelhouders niet bereid zijn afstand te doen van de controle over de groep.

4\. Tegen deze achtergrond en teneinde de verdere ontwikkeling van de hoofdactiviteit van de groep alle kansen te geven, is het idee gegroeid om de centralisatie van de vastgoedactiviteiten binnen de reeds bestaande vastgoedvennootschap C versneld door te voeren door middel van de partiële splitsingen van A en B waarbij het onroerend goed en de aandelen van vastgoedvennootschappen die momenteel aan A en B toebehoren, alsmede het personeel dat deze onroerende goederen beheert bij C zullen worden ondergebracht.

5\. De partieel af te splitsen onroerende goederen van A worden ofwel gebruikt door A ofwel verhuurd/ter beschikking gesteld aan groepsvennootschappen. De schulden verbonden met de Belgische onroerende goederen zullen evenwel (i) ofwel niet terugbetaald worden en mee worden overgedragen met de afgesplitste onroerende goederen (in welk geval A registratierechten zal betalen op basis van de regels van de gemengde inbreng, aangezien de afgesplitste onroerende goederen geen bedrijfstak uitmaken) ofwel (ii) terugbetaald worden vóór de partiële splitsing (ofwel rechtstreeks met eigen middelen van A ofwel met middelen afkomstig van een kapitaalverhoging door een vennootschap (niet C) die daarvoor al dan niet zelf een lening zal afsluiten). Ingeval de betrokken schulden worden terugbetaald zal de boekhoudkundige retroactiviteit van de partiële splitsing ten vroegste teruggaan tot de datum na de terugbetaling van de schulden.

6\. De onroerende goederen van B, die allen schuldenvrij zijn, zullen eveneens via een partiële splitsing van B aan C worden overgedragen.

7\. C is, in tegenstelling tot A en B, niet actief in de "core business" van de groep. C is van oudsher en nog steeds een vastgoedvennootschap die haar onroerende goederen ofwel aan andere vennootschappen van de groep ofwel aan derden verhuurt.

8\. Door de voormelde partiële splitsingen zal de centralisatie van het vastgoed binnen C worden bewerkstelligd, hetgeen zal leiden tot een efficiënter beheer zowel van de "core-business" als van de vastgoedactiviteiten van de groep.

9\. In een tweede fase zal worden overgegaan tot de partiële splitsing van de holdingvennootschap D waarbij haar aandelen in C aan een nieuw op te richten vennootschap E zullen worden overgedragen.

10\. Door het verwijderen van de deelneming in C uit D wordt het derden-investeerders financieel gemakkelijker gemaakt om een significante participatie in de "core business" te verwerven, t.t.z. de bestaande activiteiten van de groep, met uitzondering van het beheer van het onroerend goed. Concreet wordt een intrede van derden-investeerders in D, na afsplitsing van de deelneming in C naar E, via een kapitaalverhoging in D beoogd. De huidige familiale aandeelhouders van D zullen evenwel de meerderheid van de aandelen in D behouden.

11\. De aanvrager heeft bevestigd dat er thans en op het ogenblik van de verrichtingen geen intentie bestaat om de aandelen van A, B, C, D en E over te dragen aan derden binnen de drie jaar vanaf de datum waarop de verrichtingen op juridisch vlak zullen plaatsvinden. De kapitaalverhoging bij D wordt niet als een overdracht in de zin van het voormelde aangemerkt.

12\. C is een normaal belaste vennootschap die geen overdraagbare fiscale verliezen, notionele intrestaftrek of investeringsaftrek heeft en momenteel winstgevend is. C zal een marktconforme vergoeding aanrekenen voor de verhuur of de terbeschikkingstelling, anders dan middels verhuur, van de onroerende goederen die zij van A en B zal verwerven.

13\. De herstructurering brengt geen voordeel met zich mee op het stuk van de aftrek voor risicokapitaal.

14\. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsingen van A, B, C en D beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92.

#### *II.A.2. Inzake de* *gespreid te belasten meerwaarden*

15\. De problematiek van de dubbele belastingheffing stelt zich in deze aanvraag bij de gespreid te belasten meerwaarden als bedoeld in artikel 47, WIB 92, die voorheen bij de partieel gesplitste vennootschap (C) werden vrijgesteld en die moeten worden belast ten name van de verkrijgende vennootschap (A), waar de herbelegde activa voorkomen.

16\. In het kader van een belastingneutrale splitsing dienen de fiscale vermogensbestanddelen van de gesplitste vennootschap in toepassing van artikel 213, WIB 92 onder de verkrijgende vennootschappen te worden verdeeld in verhouding tot de fiscale nettowaarde van de bij elke van hen gedane inbreng. Ingevolge de toepassing van de fiscale verdeelsleutel kan een dubbele belasting onder andere ontstaan door het feit dat de verdeling op een dusdanige manier gebeurt dat er onvoldoende vrijgestelde reserves worden toebedeeld aan de vennootschap waar de desbetreffende activa voorkomen.

17\. Voormelde werkwijze kan er onder meer toe leiden dat de gespreid te belasten meerwaarden gedeeltelijk worden toegewezen aan een andere vennootschap dan deze die de herbelegde activa heeft verkregen.

18\. In dit geval moet de gespreid te belasten meerwaarde worden belast ten name van de verkrijgende vennootschap waar de herbelegde activa voorkomen (A) door enerzijds het door deze vennootschap verkregen gedeelte van de nog niet belaste gespreid te belasten meerwaarde om te zetten in een belaste reserve en door anderzijds het overschot als een verworpen uitgave te belasten (zie nr. 211/56 van de administratieve commentaar op het WIB 92).

19\. In bovenvermeld geval stemt de opname onder de verworpen uitgaven bij A overeen met het nog niet belaste gedeelte van de gespreid te belasten meerwaarde dat zich bij C onder de belastingvrije reserves bevindt. De belastinglatentie die hierdoor op de voormelde vrijgestelde reserves rust, zal naar aanleiding van de opname in de verworpen uitgaven ten name van A of ten laatste bij de vereffening van C een dubbele belasting tot gevolg hebben.

20\. Teneinde deze dubbele belasting tegen te gaan, kan worden aanvaard dat op het ogenblik van de voormelde opname in de verworpen uitgaven ten name van A of, indien vroeger, bij de vereffening van C, de desbetreffende vrijgestelde reserves bij die laatstgenoemde vennootschap voor eenzelfde bedrag in de belaste reserves worden opgenomen tesamen met een gelijkwaardige verhoging van de begintoestand van de reserves.

21\. De voormelde problematiek stelt zich niet bij de partiële splitsingen van A en B aangezien bij deze vennootschappen voldoende andere vrijgestelde reserves aanwezig zijn waardoor de gespreid te belasten meerwaarden integraal kunnen worden toegewezen aan de vennootschap waar de herbeleggingsactiva zich bevinden (of die de herbeleggingsverplichting op zich heeft genomen).

### *II.B. Inzake de toepassing van de btw*

22\. De hierboven beschreven voorgenomen verrichtingen in fase 1 van deze reorganisatie vinden plaats tussen leden van de btw-eenheid "BTWE Groep X".

23\. Transacties tussen leden van een btw-eenheid, de zogenaamde "interne handelingen", vallen buiten de werkingsfeer van de btw.

24\. Hieruit volgt inzonderheid dat de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18 § 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) van het btw-wetboek niet van toepassing zijn tussen de leden van deze btw-eenheid (zie randnummer 7.2.1.1. van Circulaire nr. AOIF 42/2007 (E.T.111.702) dd. 09.11.2007).

25\. De btw-eenheid 'BTWE Groep X" wordt voor btw-doeleinden aangemerkt als één belastingplichtige zodat de hierboven beschreven interne handelingen op zich zelf geen aanleiding geven tot herziening van de afgetrokken btw voor zover de overgedragen goederen door deze btw-eenheid voor externe belaste handelingen (voor derden) blijven gebruikt worden.

26\. Indien evenwel de bedoelde bedrijfsmiddelen na de overdracht zouden gebruikt worden voor externe handelingen die geen recht op aftrek verlenen (zoals vrijgesteld onroerend verhuur aan derden) zou de btw-eenheid overéénkomstig artikel 10 e.v. van KB 3 de afgetrokken btw moeten herzien in de mate dat de herzieningsperiode nog niet verstreken is.

27\. Hieruit kan worden besloten dat de geplande partiële splitsingen van A, B en C als interne handelingen van de btw-eenheid 'BTWE Groep X' worden aangemerkt en derhalve geen aanleiding geven tot herziening van de afgetrokken btw voor zover de bedrijfsmiddelen door deze btw-eenheid verder worden gebruikt voor externe handelingen (handelingen met derden) die recht op aftrek verlenen.

## Aangehaalde teksten

4

[KB nr. 3 art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-3e1c) 1 voorkomen

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[WBTW art. 48](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48) 1 voorkomen
