Vennootschapsbelasting · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

800.404 14 juli 2009

Zoeken

Vennootschapsbelastingvennootschapsbelasting - belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid - BTW - bedrijfsafdeling

https://juriel.be/nl/rulings/800-404-vennootschapsbelasting-belastingvrije-inbreng-bedrijfsafdeling-tak-0a2d

Nummer
800.404
Datum
14 juli 2009

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

37 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 800.404 dd. 14.07.2009

Vennootschapsbelasting · Belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid

BTW · Bedrijfsafdeling

Samenvatting

De inbrengverrichtingen waarbij de vennootschap X haar activiteit A inbrengt in een bestaande vennootschap Y en haar activiteit B inbrengt in een nieuw op te richten vennootschap Z kunnen worden aangemerkt als inbrengen van een bedrijfafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, §1, eerste lid, 2°, WIB 92 en beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92. De activiteiten A en B kunnen elk afzonderlijk als bedrijfsafdelingen in de zin van artikelen 11 en 18, §3, WBTW worden aangemerkt.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen waarin wordt bevestigd dat :

1.1. de inbrengverrichting van de afdeling "A" en "B" door de vennootschap X in de Belgische vennootschap Y en Z een inbreng betreft van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid zoals bedoeld in artikel 46, §1, eerste lid, 2°, WIB 92 en beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183, bis, WIB 92;

1.2. de afdelingen "A" en "B" als bedrijfsafdelingen in de zin van artikel 11, WBTW kunnen worden aangemerkt.

II. Beslissing

Wat de vennootschapsbelasting betreft :

2. De inbreng van de afdeling "A" en "B" door de vennootschap X in de vennootschap Y en Z betreft een inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid zoals bedoeld in artikel 46, §1, eerste lid, 2°, WIB 92 en beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183, bis, WIB 92 gelet op de volgende overwegingen:

3. De vennootschap X wenst haar bedrijfsafdelingen "A" (gekend onder de het handelsmerk "A") en "B" elk onder te brengen in een afzonderlijke vennootschap, met name respectievelijk in Y en Z.

4. De afdelingen "A" en "B" zijn sinds meer dan 15 jaar gezamenlijk organisatorisch gegroeid, maar de aanvrager heeft formeel bevestigd dat hun activiteiten volledig gescheiden zijn : beide afdelingen voeren een afzonderlijk personeelsbeleid, afzonderlijke marketing, hebben hun eigen voorraden, klanten en uitrusting.

1. De inbreng zal betrekking hebben op enerzijds alle activa en passiva van de bedrijfsafdeling "A", o.a. de vaste activa, de handelsnaam ("A"), het personeel, de bestaande klanten, … en anderzijds alle activa en passiva van de bedrijfsafdeling "B", o.a. de vaste activa, de handelsnaam ("B"), het personeel en de bestaande klanten.

2. Na de voorgestelde herstructurering zal de activiteit van de vennootschap X zich beperken tot een coördinerende rol, het beheer van het gemeenschappelijk gebruikte onroerende goed (kantoor en magazijn), het bijhorende facility management (met holdingactiviteiten) en enkele centrale diensten (boekhouding, thesaurie, poetsen, etc …).

3. Het gebouw waarin momenteel zowel de afdeling "A" als de afdeling "B" ondergebracht zijn, zal niet mee worden overgedragen. Bepaalde gedeelten van het gebouw zullen ook nog worden gebruikt voor de activiteiten die bij de vennootschap X zullen achterblijven. Na de inbreng zullen zowel de vennootschap Y en Z delen van dit gebouw op niet exclusieve wijze gebruiken.

4. De aanvrager heeft bevestigd dat een marktconforme prijs zal worden aangerekend aan Y en Z voor het gebruik van zowel de onroerende goederen als de centrale diensten (boekhouding, magazijn, receptie, PC netwerk, etc). Er zal een samenwerkingsovereenkomst worden afgesloten voor de terbeschikkingstelling van ruimten en centrale diensten op basis van een éénvormige prijs per m² magazijn in gebruik.

5. Door de inbrengen kan afzonderlijk beter ingespeeld worden op (markt)opportuniteiten en kunnen beide afdelingen, omwille van hun eenduidigere risicoprofiel, beter in staat zijn om op hun maat gesneden financieringen te bekomen bij de banken.

6. Door de verzelfstandiging zal voor de afdeling "A" bijkomend marktaandeel opleveren, hetgeen enkel de duurzaamheid kan bevorderen. Zij zal de beschikking krijgen over haar eigen managementteam en zodoende bijkomend kunnen groeien en stabiele tewerkstelling creëren. De werking van de afdeling "B" wordt door de verzelfstandiging nauwelijks gewijzigd. Zij zal door de inbreng wel adequatere financieringen kunnen bekomen bij de banken om de kosten verbonden aan de aannemingsprojecten te kunnen prefinancieren.

7. De aanvrager heeft bevestigd dat de tewerkstelling naar aanleiding van de voorgenomen inbreng niet zal afnemen, gelet op het verwachte positieve rendement van de inbrengen zal deze zelfs normalerwijze bestendig toenemen.

8. De vennootschap X heeft verklaard dat de bekomen aandelen in de vennootschappen Y en Z gedurende minstens 3 jaar zullen worden behouden.

Wat btw betreft :

9. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

10. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

11. In haar arrest van 27 november 2003 - zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l'enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

12. De artikelen 11 en 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.

13. Naar aanleiding van de hierboven beschreven verrichtingen worden de activiteiten "A" en "B" van de vennootschap X verzelfstandigd in enerzijds de vennootschap Y en anderzijds de vennootschap Z.

14. Deze verrichtingen zullen betrekking hebben op enerzijds alle activa en passiva van de bedrijfsafdeling X inclusief de vaste activa, de handelsnaam, het personeel, de bestaande klanten en anderzijds alle activa en passiva van de bedrijfsafdeling Y, inclusief de vaste activa, de handelsnaam , het personeel en de bestaande klanten.

15. Het bedrijfsgebouw (kantoor en magazijn) zal behouden blijven binnen de vennootschap X maar na deze verzelfstandiging zullen zowel Y als Z delen van het gebouw op niet exclusieve wijze gebruiken.

16. Door deze verrichting zullen de vennootschappen Y en Z in staat zijn om elk , op organisatorisch en technisch vlak, een autonome economische activiteit uit te oefenen. Dit betreft een duurzame georganiseerde economische eenheid met een eigen afzetmarkt, een eigen investeringsbeleid en een specifieke know-how.

17. De bedrijfsafdelingen "A" en "B" beantwoorden derhalve aan het begrip bedrijfsafdeling van artikel 11 W.BTW.

18. Volledigheidshalve moet bovendien nog worden toegevoegd dat de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW alleen van toepassing zijn wanneer de overnemer een btw-belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de verrichting verschuldigd zou zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken.

19. De vennootschappen Y en Z zullen beiden btw-belastingplichtigen met recht op aftrek zijn.

24. De in het vooruitgestelde verzelfstandigingen van de bedrijfsafdelingen "A" en "B" dienen derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW te gebeuren.

Aangehaalde teksten

7