Fiche van de FOD Financiën
800.108 · Voorafgaande beslissing nr. 800.108 dd. 29.04.2008 · Belasting over de toegevoegde waarde · Belastingplicht van een openbare instelling · Hoedanigheid van belastingplichtige · Niet-belastingplichtige rechtspersoon · Openbare dienst · Openbare instelling · Overheid · Concurrentieverstoring
Samenvatting
Dienst X is een publiekrechtelijk lichaam dat is bedoeld in artikel 6 W.BTW. Het openbaar bestuur X verricht handelingen die niet opgenomen zijn in de limitatieve lijst van artikel 6, 3de lid W.BTW.. Uit de gegeven omstandigheden blijkt dat het btw-statuut van niet- belastingplichtige van dit openbaar bestuur X niet concurrentieverstorend is.
Bij klachten tegen het fiscale statuut van het openbaar bestuur X zal de eventuele belastingplicht opnieuw onderzocht moeten worden.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of een openbaar bestuur X overeenkomstig het gewijzigd artikel 6 W.BTW niet de hoedanigheid van btw-belastingplichtige heeft voor specifieke handelingen die zij verricht.
II. Beslissing
2. Het gewijzigd artikel 6, 1ste lid, W.BTW bepaalt dat de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten van de Belgische Staat, de provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen die handelingen verrichten andere dan die welke zijn vrijgesteld krachtens artikel 44, niet als belastingplichtige worden aangemerkt voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten, ook niet indien zij voor die werkzaamheden of handelingen rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen.
De hoedanigheid van belastingplichtige wordt hen evenwel toegekend voor deze werkzaamheden of handelingen voor zover een behandeling als niet-belastingplichtige tot concurrentieverstoring van enige betekenis zou leiden.
Zij worden in elk geval als belastingplichtige voor de belasting over de toegevoegde waarde beschouwd voor de volgende werkzaamheden of handelingen, voor zover deze niet van onbeduidende omvang zijn:
1° de telecommunicatiediensten;
2° de levering en de voorziening van water, gas, elektriciteit en stoom;
3° het goederen- en personenvervoer;
4° de levering van goederen en het verrichten van diensten in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens;
5° de levering van nieuwe goederen geproduceerd voor de verkoop;
6° de handelingen van de landbouwinterventiebureaus met betrekking tot landbouwproducten, die worden verricht op grond van verordeningen houdende een gemeenschappelijke marktordening voor deze producten;
7° de exploitatie van commerciële beurzen en tentoonstellingen;
8° de exploitatie en het verlenen van rechten op de exploitatie van een parkeergelegenheid, een opslagplaats en/of een kampeerterrein;
9° de werkzaamheden inzake reclame;
10° de diensten van reisbureaus bedoeld in artikel 1, § 7;
11° de leveringen van goederen en de diensten verricht door bedrijfskantines, bedrijfswinkels, coöperaties en soortgelijke inrichtingen;
12° de leveringen van goederen en de diensten verricht door radio- en televisieomroepdiensten;"
3. Het openbaar bestuur X heeft geen rechtspersoonlijkheid die verschilt van haar hiërarchisch overheidsbestuur. Openbaar bestuur X is dus een publiekrechtelijk lichaam dat bedoeld is in artikel 6, W.BTW.
4. Het openbaar bestuur X verricht handelingen die niet in het gewijzigd artikel 6, 3de lid, W.BTW, bedoeld zijn. Dit openbaar bestuur kan dus niet als belastingplichtige beschouwd worden op basis van die bepaling.
5. Er dient bijgevolg nog onderzocht te worden of dit openbaar bestuur X niet als belastingplichtige dient te worden beschouwd op basis van het tweede lid van artikel 6.W.BTW.
6. De administratieve rechtspraak (zie Aanschrijving nr. AOIF 24/2007, E.T.113.252) beduidt dat met "concurrentieverstoring van enige betekenis" de situatie beoogd wordt waarin de publiekrechtelijke lichamen in het kader van het specifiek voor hen geldende juridisch regime werkzaamheden verrichten die ook in concurrentie komen met deze die door privaatrechtelijke lichamen worden verricht.
7. De navolgende voorwaarden moeten dus samen worden vervuld opdat de hoedanigheid van belastingplichtige zou worden toegekend aan een openbare instelling:
7.1. het verrichten van identieke handelingen als andere economische operatoren, voornamelijk uit de privésector;
7.2. het als niet btw-belastingplichtige verrichten van deze handelingen leidt tot een belangrijke concurrentieverstoring ten nadele van de andere betrokken operator.
8. Concurrentieverstoring is een feitenkwestie, die dient te worden onderzocht op basis van een gemotiveerd verzoekschrift door de operator die zich benadeeld voelt door de niet-belastingplicht van een publiekrechtelijke instelling. In flagrante gevallen kan evenwel de concurrentieverstoring ambtshalve door de belastingadministratie of door de betrokken overheid zelf worden opgeworpen.
9. Dit openbaar bestuur X voert, zoals blijkt uit hun resultatenrekening, bijna uitsluitend opdrachten uit voor andere overheidsinstellingen. Zeer uitzonderlijk worden er handelingen verricht voor particulieren evenals een zeer gering aantal handelingen waarvoor geen andere gelijkaardige dienst of bedrijf is erkend.
10. Dit openbaar bestuur X heeft absoluut geen winstoogmerk. Zoals blijkt uit een overheidsbesluit is bij de vastlegging van de tarieven (dat altijd via overheidsbesluit gebeurt) geen sprake van winstmarge. Voor een aantal opdrachten wordt zelfs onder de reële kostprijs gewerkt.
11. Uit de overgemaakte resultatenrekeningen blijkt tevens dat de overheidsdienst X verlieslatend was.
12. Dit openbaar bestuur X maakt ook geen reclame of publiciteit om klanten te werven.
13. Uit wat voorafgaat, blijkt voldoende dat het btw-statuut van het openbaar bestuur X op zichzelf niet als concurrentieverstorend kan beschouwd worden gelet het prijsbeleid van dit openbaar bestuur X om sterk gereduceerde prijzen toe te passen.
14. Tot op heden zijn er tegen het openbaar bestuur X geen klachten ingediend wegens eventuele concurrentieverstoring door het niet btw-belastingplichtige statuut van het openbaar bestuur X.
15. Wanneer echter in de toekomst een klacht zou worden ingediend wegens concurrentieverstoring te wijten aan het btw-statuut van het openbaar bestuur X (art. 6, 2de lid, W.BTW), zal de eventuele btw-belastingplicht van dit openbaar bestuur X voor de toekomst opnieuw moeten onderzocht worden.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.