Fiche van de FOD Financiën
700.061 · Voorafgaande beslissing nr. 700.061 dd. 24.04.2007 · Belasting van niet-inwoners · Meerwaarde bij inbreng in vennootschap · Vrijgestelde meerwaarde · Belasting over de toegevoegde waarde · Inbreng in vennootschap · Vrijstelling · Bedrijfsafdeling · Inbreng · Overdracht
Samenvatting
De inbreng door een buitenlandse vennootschap van haar filiaal dat een Belgische inrichting vormt in een bestaande Belgische vennootschap kan de vrijstelling zoals voorzien in artikel 231, § 3, WIB 92 genieten en valt onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.
I. Voorwerp van de aanvraag
De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:
Inzake de inkomstenbelastingen:
de meerwaarden die worden verwezenlijkt of vastgesteld ter gelegenheid van de voorgenomen inbreng door de Nederlandse vennootschap X BV van haar Belgische inrichting in een bestaande Belgische vennootschap NV A tegen verkrijging van aandelen die het maatschappelijk kapitaal van de NV A zullen vertegenwoordigen, zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 231, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92);
Inzake btw:
de voormelde inbreng valt onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.BTW).
II. Beslissing
Wat betreft de inkomstenbelastingen:
De meerwaarden die worden verwezenlijkt of vastgesteld ter gelegenheid van de voorgenomen inbreng door X BV van haar Belgische inrichting in de NV A zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 231, § 3, WIB 92 gelet op de volgende overwegingen:
1. Overeenkomstig artikel 231, § 3, WIB 92 zijn de meerwaarden die worden verwezenlijkt of vastgesteld ter gelegenheid van de inbreng van een Belgische inrichting in een binnenlandse vennootschap tegen verkrijging van aandelen die het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen, vrijgesteld.
2. De Belgische inrichting van X BV (een buitenlandse vennootschap met werkelijke leiding in Nederland) zal worden ingebracht in een binnenlandse vennootschap, met name de NV A, tegen verkrijging van aandelen die het maatschappelijk kapitaal van laatstgenoemde vennootschap vertegenwoordigen. De aanvrager heeft verklaard dat de activiteiten van de Belgische inrichting na de inbreng zullen worden verder gezet door de NV A. Alle activa en passiva van de Belgische inrichting zullen onder het stelsel van de boekhoudkundige continuïteit worden ingebracht.
3. De NV A en de Belgische inrichting van X BV hebben gelijkaardige en complementaire activiteiten. De inbreng is volgens de aanvrager dan ook aangewezen om tegemoet te komen aan de wens om een volledige juridische, commerciële, operationele en boekhoudkundige integratie tussen de betrokken vennootschappen te bekomen en kadert binnen een internationale herstructurering van de groep teneinde de groepsstructuur transparanter te maken en een hogere efficiëntie na te streven.
4. De aanvrager bevestigt dat de reorganisatie geen enkele negatieve invloed zal hebben op de tewerkstelling aangezien de huidige tewerkstelling in beide bedrijven behouden zal blijven in de NV A.
Wat betreft de btw:
De voorgenomen inbreng door X BV van haar Belgische inrichting in de NV A valt onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW gelet op de volgende overwegingen:
1. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als levering beschouwd de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. De NV A is een belastingplichtige die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel zou kunnen aftrekken.
2. Overeenkomstig artikel 18, § 1, W.BTW wordt als een dienst beschouwd elke handeling die geen levering van een goed is in de zin van het btw-wetboek.
3. Artikel 18, § 3, W.BTW bepaalt dat de in artikel 18, § 1, W.BTW bedoelde handelingen die, bij de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, onder de voorwaarden van artikel 11, W.BTW worden verricht, niet als diensten worden beschouwd.
4. Gelet op het Zita Modes arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 27 november 2003 (C-497/01) en het antwoord van de Minister van Financiën op de parlementaire vraag van 3 mei 2006 (vraag nr. 1266 van dhr. Whatelet - Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 122, blz. 23804-23805) moet het begrip "bedrijfsafdeling" worden beoordeeld ten name van de overnemer en niet ten name van de overdrager.
5. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.
6. De voorgenomen transactie betreft de overdracht van alle goederen (met inbegrip van cliënteel, vorderingen en schulden) die deel uitmaken van de Belgische inrichting van X BV. De Belgische inrichting maakt een geheel uit dat op eigen kracht en op een afzonderlijke locatie werkt en een eigen btw-nummer heeft. Het personeel dat thans werkzaam is voor de Belgische inrichting zal overgaan naar de NV A.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.