---
title: "Voorafgaande beslissing 700.006 · Maatstaf van heffing, Subsidie"
description: "Belgische voorafgaande beslissing nr. 700.006 van 27 februari 2007."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/700-006-d7a2"
lang: "nl"
---

# Maatstaf van heffing, Subsidie, Prijssubsidie, Vergoeding, Concessie, Schadevergoeding

**Nummer**

700.006

**Datum**

27 februari 2007

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

35 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

**700.006** · **Voorafgaande beslissing nr. 700.006 dd. 27.02.2007** · *Belasting over de toegevoegde waarde* · *Maatstaf van heffing* · *Subsidie* · *Prijssubsidie* · *Vergoeding* · *Concessie* · *Schadevergoeding* · *Parking* · *Betalend parkeren*

## Samenvatting

Een stad geeft haar parkeerbeheer in concessie aan een private partner. In dit kader worden bepaalde afspraken gemaakt inzake de vergoedingen. De stad en de concessionaris kwalificeren een bepaalde tussenkomst als een "schadevergoeding" . Uit de omstandigheden waaronder de betrokken handeling wordt verricht bleek dat deze vergoeding rechtstreeks verband hield met de prijs en bijgevolg moet de vergoeding als een prijssubsidie worden behandeld. Ze werd toegestaan als compensatie van de door de overheid opgelegde prijs.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of de vergoedingen inzake de exploitatie van het betalend parkeren, onderworpen zijn aan de btw bij toepassing van [artikel 26 van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26).

## II. Omschrijving van de verrichting

2\. Een stad geeft haar parkeerbeheer in concessie aan een private partner. In dit kader worden bepaalde afspraken gemaakt inzake de vergoedingen.

3\. Deze specifieke afspraken omtrent de parkeertarieven betreffen:

3.1. enerzijds een beperking van de tarieven per uur voor bepaalde parkings. De overeenkomst merkt deze bedragen aan als een schadevergoeding.

3.2. een vergoeding voor de bijkomende investeringen die door de private partner worden gedaan.

3.3. een forfaitaire vergoeding toegekend voor plaatsverliezen op de openbare weg voor de gevallen dat de stad in het kader van haar mobiliteitsbeleid heeft beslist om het aantal parkeerplaatsen te verminderen.

## III. Beslissing

4\. Overeenkomstig [artikel 26, eerste lid, van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26) wordt voor de leveringen van goederen en de diensten de belasting berekend over alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van die handelingen verband houden. Deze bepaling is de omzetting van [artikel 11, A](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-11), [1, sub a](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-1), van de zesde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977.

5\. De subsidie kan worden omschreven als een door de Staat of door een rechtstreeks of onrechtstreeks door de Staat gesteunde openbare of private rechtspersoon verleende geldelijke hulp aan een fysieke persoon of een rechtspersoon, onder het beding dat de aanwending van de ontvangen gelden moeten worden verantwoord en dat een toezicht op het gebruik ervan moet uitgeoefend kunnen worden. De subsidie is dus een door de Staat of door een door de Staat gesteunde rechtspersoon verleende geldelijke tussenkomst aan een persoon, voor het financieren van werkzaamheden waarvan geoordeeld wordt dat ze nuttig zijn voor het algemeen welzijn (nr. 2/430 btw-commentaar).

6\. Opdat de "subsidie" tot de maatstaf van heffing zou behoren, is het ook vereist dat ze "rechtstreeks verband houdt met de prijs" (nr. 26/180 btw-commentaar). Aan die voorwaarde wordt voldaan en de toegekende subsidie moet derhalve in de maatstaf van heffing van de btw worden begrepen wanneer die subsidie aan de drie volgende vereisten voldoet:

•de subsidie moet een tegenprestatie of een element van de tegenprestatie van de levering of de dienst vormen; dit is onder meer het geval wanneer de subsidie wordt verleend aan ondernemingen waarvan de van hun produkten bekomen verkoopprijs, om sociale of economische redenen, beneden de rentabiliteitsdrempel ligt, of wanneer de subsidie aan de leverancier of dienstverrichter wordt verleend als directe compensatie van een aan laatstgenoemden opgelegde verkoopprijs;

•de subsidie moet betaald worden aan de producent, aan de leverancier of aan de dienstverrichter;

•de subsidie moet worden betaald door een derde (nr. 26/180 btw-commentaar).

7\. In dergelijk geval wordt de subsidie in principe berekend in functie van de prijs van de goederen of diensten die door de belastingplichtige worden geleverd en van het belang van de door hem verrichte handelingen, waarbij het totaal toegekende bedrag derhalve varieert volgens het zakencijfer (nr. 26/181 btw-commentaar).

8\. De grondgedachte van het begrip subsidie die rechtstreeks verband houdt met de prijs is dat deze uiteindelijk ten goede komt van de klanten van de belastingplichtige en dat zij derhalve een element vormt van de prijs die als zodanig, en alhoewel betaald door een derde, in casu de subsidiërende overheid, aan de belasting is onderworpen (nr. 26/181 btw-commentaar).

9\. De stad stelt in het concessiecontract een beperking van de tarieven per uur voor bepaalde parkings. De overeenkomst merkt deze bedragen aan als een schadevergoeding. Het vergoeden van een schade is geen dienst onder bezwarende titel en men dient hierover geen btw aan te rekenen.

10\. Dat de stad en de private partner de tussenkomst als een schadevergoeding kwalificeren is echter niet relevant. Het Hof van Justitie heeft veelvuldig bevestigd dat naar de feitelijke omstandigheden dient gekeken te worden ipv de juridische benaming. Volgens de rechtspraak van het Hof moeten, om de aard van een belastbare handeling vast te stellen, alle omstandigheden waaronder de betrokken handeling wordt verricht in aanmerking worden genomen om daaruit de kenmerkende elementen naar voren te halen (Arrest van 2 mei 1996, Faaborg-Gelting Linien, [C-231/94](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-94-arrest), Jurisp. blz. I-2395, punt 12 en Arrest van18 januari 2001, Stockhlom Lindöpark AB, [C-150/99](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-150-99-arrest), Internet, punt 26). In dit verband zij eveneens in herinnering gebracht, dat om de verrichtingen rond de toepassing van de btw te vergemakkelijken, moet worden afgegaan op de objectieve aard van de betrokken handeling (Arrest van 6 april 1995, BLP Group PLC, [C-4/94](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-4-94-arrest), Jurispr. blz. I-983, punt 24. "Voor onttrekking van goederen aan het douanetoezicht hoeft niet het oogmerk daartoe te bestaan, maar dient enkel aan objectieve voorwaarden te zijn voldaan." en Arrest van 11 juli 2002, Liberexim BV, [C-371/99](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-371-99-arrest), Jurispr. blz. I-06227, dictum), ongeacht hoe deze handeling kunstmatig zou kunnen worden voorgesteld (Arrest van 2 mei 1996, Rudolf Maierhofer, [C-315/00](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-315-00-arrest), Jurispr. blz. I-00563, punt 39).

11\. Ondanks de door de partijen gegeven kwalificatie van schadevergoeding, dient voorliggende handeling voor btw-doeleinden beschouwd te worden als "met de prijs rechtstreeks verband houdende subsidies" in de zin van [artikel 26 van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26) ([artikel 11, A, lid 1, sub a, van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-11)). Het handelt om subsidies die volledig of gedeeltelijk een tegenprestatie vormen voor een dienstverrichting en die door een derde aan een dienstverrichter worden betaald.

12\. Iedere gebruiker van de parking zal immers kunnen genieten van de tussenkomst van de stad om het door haar opgelegde maximumtarief te respecteren.

13\. De overige vergoedingen, namelijk voor de bijkomende investeringen en de plaatsverliezen op de openbare weg, behoren daarentegen niet tot de maatstaf van heffing omdat ze geen rechtstreeks verband houden met de prijs, ofschoon ze een weerslag kunnen hebben op de uiteindelijke kostprijs van de dienst.

## Aangehaalde teksten

8

[WBTW art. 26](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26) 3 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 11](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-11) 2 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 1](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-1) 1 voorkomen

[C-150/99, arrest van 18 januari 2001](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-150-99-arrest) 1 voorkomen

[C-231/94, arrest van 2 mei 1996](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-231-94-arrest) 1 voorkomen

[C-315/00, arrest van 16 januari 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-315-00-arrest) 1 voorkomen

[C-371/99, arrest van 11 juli 2002](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-371-99-arrest) 1 voorkomen

[C-4/94, arrest van 6 april 1995](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-4-94-arrest) 1 voorkomen
