---
title: "Voorafgaande beslissing 600.281 · Meerwaarde"
description: "Meerwaarde. Belgische voorafgaande beslissing nr. 600.281 van 30 januari 2007."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/600-281-meerwaarde-1188"
lang: "nl"
---

# Meerwaarde

**Nummer**

600.281

**Datum**

30 januari 2007

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

28 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

**600.281** · **Voorafgaande beslissing nr. 600.281 dd. 30.01.2007** · *Meerwaarde* · *Gespreide belasting* · *Herbeleggingsvoorwaarde* · *Onroerend goed* · *Onroerend goed in onverdeeldheid* · *Vruchtgebruik*

## Samenvatting

Het uit onverdeeldheid treden waarbij men zich een tijdelijk vruchtgebruik voorbehoudt, heeft tot gevolg dat de overdrager niet langer eigenaar is van de betreffende onroerende goederen. Het uit onverdeeldheid treden middels de overdracht van de 'blote eigendom' van wederbeleggingsactiva in de zin van artikel 47, § 1, WIB 92 aan de mede-eigenaars leidt tot een onmiddellijke belastbaarheid van het nog niet belaste saldo van de gespreid belastbare meerwaarde. Het burgerrechtelijk declaratief karakter van het uit onverdeeldheid treden heeft geen uitwerking voor de toepassing van artikel 47, WIB 92.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De NV A bezit momenteel 96% in volle eigendom van een winkelpand en van een appartement. De overige 4% zijn in het bezit van mevrouw X (1%), haar echtgenoot, de heer Y (1%) en hun beide kinderen XX en XY (elk 1%).

2\. In 2004 heeft de NV A een gebouw verkocht dat reeds sedert meer dan vijf jaar de aard van vast activum had. Het gebouw werd verkocht voor 1.000.000 EUR waardoor de NV A een netto-meerwaarde realiseerde van 500.000 EUR.

3\. Terzake van voormelde meerwaarde heeft de NV A geopteerd voor het stelsel van de gespreide taxatie overeenkomstig artikel 47, WIB 92. In het kader van de verplichting om tot wederbelegging over te gaan, heeft de NV A overeenkomstig artikel 47, § 4, WIB 92 onder meer het hoger genoemde winkelpand en appartement als herbe¬legging aangeduid.

4\. De NV A overweegt om de eigendom van het als herbeleggingsactief aangeduide winkelpand en appartement in het kader van een uit onverdeeldheid treden over te dragen aan de mede-eigenaars/natuurlijke personen in nog nader aan te duiden quotiteiten, maar waarbij ze zichzelf een vruchtgebruik zal voorbehouden.

5\. De vergoeding voor deze overdracht zal marktconform worden vastgesteld. In dit verband zal een onafhankelijke vastgoeddeskundige worden verzocht een waarderingsverslag op te maken.

6\. Na deze verrichting zal de NV A enkel nog 96% van het vruchtgebruik op het desbetreffende winkelpand en appartement bezitten (voor een nog nader te bepalen termijn).

## II. Beslissing

7\. Overeenkomstig artikel 360, WIB 92 wordt de voor een aanslagjaar verschuldigde belasting gevestigd op de inkomsten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft verkregen. Dit heeft tot gevolg dat de burgerrechtelijk juridische fictie dat bij de beëindiging van een toestand van onverdeelde mede-eigendom de partijen geacht worden niets van elkaar te verkrijgen en bijgevolg geacht worden van in het begin de verkregen aandelen in de zaak te bezitten, voor de toepassing van artikel 47, WIB 92 niet doorwerkt.

8\. Overeenkomstig artikel 47, § 1, eerste lid, WIB 92 is het overeenstemmende nog niet belaste gedeelte van de gespreid belastbare meerwaarde belastbaar op het ogenblik dat het wederbeleggingsactief ophoudt te worden gebruikt voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid.

9\. Met de zogenaamde 'strikte interpretatie' van de aanvrager door een letterlijke lezing van artikel 47, § 1, eerste lid, WIB 92 kan niet akkoord gegaan worden. Een belastingplichtige die onderworpen is aan de personenbelasting kan beslissen een actiefbestanddeel niet langer voor de beroepswerkzaamheid aan te wenden, zonder dit actiefbestanddeel te vervreemden. Artikel 47, § 1, eerste lid, WIB 92 is derwijze geformuleerd dat niet uitsluitend de vervreemding van de wederbeleggingsactiva de belastbaarheid van het resterende overeenstemmende gedeelte van de gespreid belastbare meerwaarde tot gevolg heeft doch ook dat het nog niet belaste gedeelte van de overeenstemmende gespreid belastbare meerwaarden belastbaar wordt wanneer de belastingplichtige beslist het wederbeleggingsactief niet verder voor de beroepswerkzaamheid te gebruiken, zonder evenwel dit actiefbestanddeel te vervreemden.

10\. Een vervreemding van het wederbeleggingsactief heeft voor de toepassing van artikel 47, § 1, eerste lid, WIB 92 tot gevolg dat het niet meer voor de beroepswerkzaamheid wordt gebruikt. Gezien de specifieke bepalingen van [artikel 6, § 2, eerste lid, van het KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-3e1c) van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde waarin wordt gesteld dat "onroerende goederen die het voorwerp uitmaken van de in [artikel 9, tweede lid, 2° van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-9) bedoelde zakelijke rechten, in hoofde van de bezitters van de zakelijke rechten worden aangemerkt als bedrijfsmiddelen", kan inzake de toepassing van artikel 47, WIB 92, niet ingestemd worden met de door de aanvrager gevraagde interpretatie in parallel met het Cassatie-arrest van 11 oktober 2002 van het begrip 'blijvend gebruik voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid'.

11\. Door het vervreemden van het wederbeleggingsactief zal het nog niet belaste gedeelte van de gespreid belastbare meerwaarde integraal belastbaar worden op het moment van de vervreemding.

12\. De verkoop van de eigendom met voorbehoud van een tijdelijk vruchtgebruik heeft tot gevolg dat de NV A niet langer eigenaar (voor 96% in volle eigendom) is van de betreffende onroerende goederen. Tengevolge van de verrichting zal een zakelijk recht (vruchtgebruik voor 96%) ontstaan waarvan de modaliteiten nog niet volledig gekend zijn.

13\. Er is een fundamenteel verschil tussen het eigendomsrecht op een onroerend goed en een vruchtgebruik op dit onroerend goed. Dit vruchtgebruik is een actiefbestanddeel dat als dusdanig nog niet aanwezig was vóór de voorgenomen verrichting.

14\. Ter ondersteuning van bovenstaande interpretatie kan tevens verwezen worden naar de administratieve handelswijze vermeld in 61/256, eerste alinea Com.IB 92, van toepassing bij de vestiging van een vruchtgebruik wanneer een belastingplichtige die een onroerend goed beroepsmatig aanwendt, een vruchtgebruik vestigt ten gunste van een derde waarbij die verkrijger de vergoeding(en) in verband met dit vruchtgebruik vooruitbetaalt. De ontvangen vergoedingen voor het verlenen van een zakelijk recht zijn in het jaar van de vestiging belastbaar als winst, onder aftrek van de waardeverminderingen en/of afschrijvingen die over de overeenstemmende periode zouden kunnen aanvaard worden. Door de vestiging van dergelijke rechten ontstaat iets nieuws dat voorheen nog niet bestond (constitutief karakter) zodat geen sprake kan zijn van een meerwaarde in de klassieke definitie van 'meerwaarde' (cfr het verschil tussen de overdracht van een bestaand zakelijk recht versus de vestiging van een zakelijk recht). De persoon die dit recht aanschaft, zal de vooruitbetalingen voor dit recht boeken als een vast actiefbestanddeel. Wanneer het recht niet vooruitbetaald wordt zal deze geen vast actiefbestanddeel boeken en zullen de betalingen jaarlijks als een kost geboekt worden. In dergelijk geval zal de 'eigenaar' jaarlijks de opbrengsten in resultaat nemen.

15\. Tijdens de heeft de lasthebber van de aanvrager verklaard dat voor de voorgenomen verrichting geen overtuigende rechtmatige financiële of economische redenen kunnen aangebracht worden die een eventuele toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92 uitsluiten. De mogelijke toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92 heeft niet uitsluitend betrekking op de vruchtgebruik-kwalificatie doch ook op het voldaan zijn van de initiële wederbeleggingsverplichting vermeld in artikel 47, WIB 92 door de aanvankelijke aankoop van de onroerende goederen in onverdeeldheid kort daarop gevolgd door een uitonverdeeldheidtreding. De aanvrager heeft echter uitdrukkelijk gevraagd dat de DVB een uitspraak zou doen zonder zich uit te spreken over de mogelijke toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92.

16\. De DVB wenst er uitdrukkelijk op te wijzen dat met onderhavige beslissing geen uitspraak gedaan wordt omtrent de al dan niet toepasbaarheid van artikel 344, § 1, WIB 92 ingevolge de voorgenomen verrichting.

## Aangehaalde teksten

2

[KB nr. 3 art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-3e1c) 1 voorkomen

[WBTW art. 9](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-9) 1 voorkomen
