---
title: "Voorafgaande beslissing 600.276 · Inbreng van de algemeenheid van goederen"
description: "Inbreng van de algemeenheid van goederen, Inbreng van een bedrijfsafdeling, Vrijstelling. Belgische voorafgaande beslissing nr. 600.276 van 22 augustus 2006."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/600-276-inbreng-algemeenheid-goederen-bedrijfsafdeling-vrijstelling-3ffd"
lang: "nl"
---

# Inbreng van de algemeenheid van goederen · BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE - Inbreng van de algemeenheid van goederen - Inbreng van een bedrijfsafdeling - Vrijstelling - Fusie van vennootschappen - Belastingneutrale fusie - Meerwaarde - Meerwaarde op aandelen - Privé-vermogen - Normaal beheer van het privé-vermogen - REGISTRATIERECHTEN - Inbreng van een bedrijfstak - Vrijstelling - Splitsing van vennootschappen - Belastingneutrale splitsing

**Nummer**

600.276

**Datum**

22 augustus 2006

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

64 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

*BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE*

*Inbreng van de algemeenheid van goederen* · *Inbreng van een bedrijfsafdeling* · *Vrijstelling* · *Fusie van vennootschappen* · *Belastingneutrale fusie* · *Meerwaarde* · *Meerwaarde op aandelen* · *Privé-vermogen* · *Normaal beheer van het privé-vermogen*

*REGISTRATIERECHTEN* · *Inbreng van een bedrijfstak* · *Vrijstelling* · *Splitsing van vennootschappen* · *Belastingneutrale splitsing*

## Samenvatting

De voorgenomen verrichtingen (partiële splitsing, fusie door overneming, inbrengen van aandelen door de aandeelhouder natuurlijk persoon) strekken ertoe de juridische structuur van de groep transparanter te maken door het creëren van een duidelijke holdingstructuur en het groeperen van de werkvennootschappen per sector. De partiële splitsing beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften overeenkomstig artikel 211, § 1, lid. 2, 3°, WIB 92 en valt onder de toepassing van artikel 117, § 2, W.Reg. en de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw. De fusie door overneming beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften overeenkomstig artikel 211, § 1, lid. 2, 3°, WIB 92 en valt onder de toepassing van artikel 11 en 18, § 3, W.Btw. De meerwaarde gerealiseerd door de natuurlijke persoon met betrekking tot de inbreng van de aandelen van de verschillende groepsvennootschappen in een (sub)holding valt niet onder de toepassing van artikel 90, 1°, WIB 92.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

•de partiële splitsing beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften zoals bepaald in artikel 211, §1, 2 de lid, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WlB 92);

•de partiële splitsing kan plaatsvinden met toepassing van [artikel 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, §3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.BTW);

•de partiële splitsing de vrijstelling van artikel 117, §2, van het Wetboek der Registratie-, hypotheek- en griffierechten (W.Reg.) kan genieten;

•de fusie door overneming beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften zoals bepaald in artikel 211, §1, 2 de lid, 3°, van WlB 92;

•de fusie door overneming kan gebeuren onder toepassing van artikel 11 en 18, §3, W.BTW;

•de inbrengen van de aandelen van de verschillende werkvennootschappen door de aandeelhouder natuurlijk persoon in een (sub)holdingvennootschap onder het toepassingsgebied van artikel 90, 1°, WIB 92 vallen.

## II. Beslissing

***A. De partiële splitsing beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 211, §1, 2******de*** ***lid, 3°, WIB 92 gelet op volgende overwegingen:***

2\. De partieel te splitsen vennootschap heeft thans twee afzonderlijke activiteiten die een verschillend cliënteel hebben en een eigen investeringsbeleid en know-how vereisen.

3\. De geplande partiële splitsing strekt er toe deze verschillende activiteiten in afzonderlijke vennootschappen onder te brengen, hetgeen tot gevolg zal hebben dat deze activiteiten zich onafhankelijk van elkaar zullen kunnen ontwikkelen en verder zullen kunnen worden uitgebouwd.

4\. De partiële splitsing kadert in een globale herstructurering van de groep waardoor iedere vennootschap binnen de groep haar eigen activiteit zal uitoefenen.

5\. De partiële splitsing zal niet leiden tot een verlies aan tewerkstelling. Het personeel dat kan toegewezen worden aan de af te splitsen activiteit , zal mee overgaan.

6\. Deze partiële splitsing beoogt geen overdracht van de ingevolge de verrichting nieuw uitgegeven aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap, noch van de aandelen van de bestaande vennootschap. Dit zal inzonderheid worden geacht het geval te zijn indien:

6.1 deze aandelen niet worden overgedragen gedurende een periode van 12 maanden vanaf de datum van de Buitengewone Algemene Vergadering die de geplande verrichting zal goedkeuren;

6.2 50% van geen van deze aandelen wordt overgedragen gedurende een periode van 24 maanden vanaf het einde van de voormelde periode van 12 maanden;

6.3 bij overdracht van deze aandelen ingevolge latere herstructureringen (t.t.z. fusies, splitsingen, inbrengen van deze aandelen in een holdingvennootschap, in een groepsvennootschap of in een joint venturevennootschap tegen uitgifte van aandelen, of het omruilen van deze aandelen in dezelfde omstandigheden) de naar aanleiding van deze verrichtingen in ruil verkregen aandelen gedurende de nog resterende termijn van 12 of 24 maanden in de zin van het voormelde niet worden vervreemd.

## *B. De partiële splitsing kan de vrijstelling genieten zoals voorzien in artikel 117, § 2, W.Reg. gelet op de volgende overwegingen:*

7\. Art. 117, § 2 W. Reg. bepaalt dat het bij artikel 115 bepaalde recht eveneens niet verschuldigd is, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

8\. De partieel te splitsen vennootschap is een Belgische vennootschap.

9\. De afsplitsing zal worden gedaan naar een nieuw op richten vennootschap (NEWCO).

10\. De af te splitsen activiteit omvat het geheel van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een afdeling van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormt (K.B. 18 juli 1972, art. 1) en is een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.

11\. De af te splitsen activiteit omvat het geheel van de goederen van de bedrijfstak. Ook het personeel dat voor deze bedrijfstak werkzaam is wordt overgeheveld naar de inbrenggenietende vennootschap.

12\. Het passief dat naar de verkrijgende vennootschap wordt overgeheveld heeft uitsluitend betrekking op de ingebrachte bedrijfstak en niet op andere schulden van de vennootschap.

13\. De inbreng zal, eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de partieel gesplitste vennootschap verschuldigde sommen, uitsluitend vergoed worden door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen.

## *C. De partiële splitsing moet worden verricht onder de toepassing van artikel 11 en 18, § 3, W.BTW gelet op de volgende overwegingen:*

14\. Naar aanleiding van de partiële splitsing worden alle activa en passiva met betrekking tot de respectievelijke activiteit van de partieel te splitsen vennootschap overgedragen aan NEWCO.

15\. De overdracht heeft betrekking op alle elementen (investeringen, personeel, vorderingen, klantenportefeuille, management…) die voor NEWCO nodig zijn om de activiteit X op autonome wijze verder te zetten. Het betreft hier een duurzaam georganiseerde economische eenheid met een eigen cliënteel, een eigen investeringsbeleid en een specifieke know-how.

16\. Deze splitsing moet worden verricht met toepassing van artikel 11 en 18, §3, W.BTW aangezien het de overdracht betreft van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en onlichamelijke zaken, welke tezamen een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

***D. De fusie door overneming beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 211, §1, 2******de*** ***lid, 3°, WIB 92 gelet op de volgende overwegingen:***

17\. De overnemende vennootschap bezit voorafgaandelijk aan de fusie 50 % van de aandelen van de overgenomen vennootschap.

18\. De bij de fusie tot overneming betrokken vennootschappen oefenen gelijkaardige activiteiten uit die ingevolge de fusie door overneming in één vennootschap zullen worden ondergebracht.

19\. De fusie kadert in een globale herstructurering van de groep. Het doel van de groep bestaat er in om in elke specifieke sector met slechts één vennootschap actief te zijn. De gefuseerde vennootschap zal de enige vennootschap zijn van de groep die actief is in die specifieke sector.

20\. De fusie zal geen negatieve impact hebben voor de tewerkstelling.

## *E. De fusie door overneming moet worden verricht onder de toepassing van artikel 11 en 18, § 3, W.BTW gelet op de volgende overwegingen:*

21\. De bij de fusieverrichting betrokken vennootschappen oefenen gelijkaardige activiteiten uit. Naar aanleiding van de fusie door overneming wordt een algemeenheid van goederen overgedragen. De overnemer is een BTW-belastingplichtige die de belasting, indien ze ingevolge de inbreng van de algemeenheid verschuldigd zou zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. Deze fusie dient eveneens met toepassing van artikel 11 en 18, §3, W.BTW plaats te vinden.

***F. Artikel 90, 1°, WIB 92 vindt geen toepassing op de inbrengen van de aandelen van de verschillende werkvennootschappen door de aandeelhouder natuurlijke persoon in een (sub)holding gelet op de volgende overwegingen:***

22\. De meerwaarde die bij de inbrengen van de aandelen wordt gerealiseerd in hoofde van de aandeelhouder natuurlijk persoon is niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.

23\. De aandelen zijn portefeuillewaarden als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92 en behoren tot het privé-vermogen van de aandeelhouder natuurlijke persoon.

24\. De inbrengen van de aandelen kadert in een globale herstructurering van de groep die ertoe strekt de juridische structuur transparanter te maken door het creëren van een duidelijke holdingstructuur en het groeperen van de werkvennootschappen per sector.

25\. De aanvragers nemen het engagement op zich dat gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng van de aandelen van de verschillende groepsvennootschappen in de subholding en de holding:

•geen kapitaalvermindering door de (sub)holding zal worden doorgevoerd;

•geen kapitaalvermindering door de ingebrachte vennootschappen zal worden doorgevoerd, tenzij die middelen worden gebruikt voor nieuwe investeringen of financiering van andere groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen. Deze geldmiddelen zullen niet doorstromen naar de aandeelhouders natuurlijke personen van de groep;

•de dividenduitkeringen door de ingebrachte vennootschappen niet zullen wijzigen ten overstaan van vroeger (dit wil zeggen vóór de inbreng ). Er zullen toch hogere dividenden kunnen worden uitgekeerd indien wordt aangetoond dat de dividenduitkeringen worden gebruikt voor nieuwe investeringen of financiering van andere groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen. De hogere dividenduitkeringen zullen echter niet doorvloeien naar de aandeelhouders natuurlijke personen van de groep;

•de door de ingebrachte vennootschappen betaalde managementfees, bedrijfsleidersbezoldigingen, enzovoort, zullen overeenstemmen met de vroegere bedrijfsleidersbezoldigingen. De geldstroom vanuit de ingebrachte vennootschappen naar de holding zal slechts hoger zijn dan de vroegere bedrijfsleidersbezoldigingen, indien blijkt dat hier daadwerkelijk prestaties tegenover staan (bijvoorbeeld boekhouding, personeel, …) die vroeger op het niveau van de ingebrachte vennootschappen werden verricht en nu door de (sub)holding worden uitgevoerd (eventueel met overdracht van het betrokken personeel) én marktconform worden doorgerekend.

26\. Voor de waardering van de aandelen van de ingebrachte vennootschappen zal door een bedrijfsrevisor een waarderingsverslag worden opgemaakt dat de waarde van de aandelen op het ogenblik van de inbreng weergeeft. Dit verslag zal aan de DVB worden overgemaakt.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen
