Vennootschapsbelasting · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

600.110 22 augustus 2006

Zoeken

Vennootschapsbelasting

https://juriel.be/nl/rulings/600-110-vennootschapsbelasting-e6e3

Nummer
600.110
Datum
22 augustus 2006

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

36 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

600.110 · Voorafgaande beslissing nr. 600.110 dd. 22.08.2006 · Vennootschapsbelasting · Stopzettingsmeerwaarde · Vrijgestelde meerwaarde · Inbreng van een bedrijfsafdeling · Belasting over de toegevoegde waarde · Vrijstelling

Samenvatting

Een vennootschap met drie onderscheiden activiteiten (verhuur van onroerende goederen aan groepsvennootschappen, leveren van groepsondersteunende diensten en commerciële activiteiten) brengt haar commerciële activiteiten in in een nieuw op te richten vennootschap. Het onroerend goed waarin deze activiteiten worden uitgeoefend, maakt geen deel uit van de inbreng wegens het feit dat het materieel niet kan worden afgescheiden van de gedeelten die voor andere activiteiten worden aangewend. De voorgenomen inbrengverrichting kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling in de zin van artikel 46, §1, eerste lid, 2°, WIB 92, beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 46, § 1, derde lid, 2°, WIB 92 en valt onder de vrijstelling zoals voorzien in de artikelen 11 en 18, § 3, W. BTW.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat de door de NV A voorgenomen inbrengverrichting:

1.1. kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling in de zin van artikel 46, §1, eerste lid, 2° WIB 92;

1.2. beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 46, § 1, derde lid, 2°, WIB 92;

1.3. onder de vrijstelling valt zoals voorzien in de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.

II. Beslissing

Inzake de vennootschapsbelasting:

2. De inbreng kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling in de zin van artikel 46, §1, eerste lid, 2°, WIB 92 en beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 46, § 1, derde lid, 2°, WIB 92 om de volgende redenen:

2.1. De NV A heeft thans drie onderscheiden activiteiten, meer bepaald de verhuur van onroerende goederen aan groepsvennootschappen, het leveren van groepsondersteunende diensten en commerciële activiteiten (aan- en verkoop) Deze activiteiten worden uitgeoefend met eigen personeel en de operationele leiding wordt door verschillende personen waargenomen.

2.2. De geplande inbrengverrichting heeft tot doel de aan- en verkoopactiviteiten van de NV A volledig af te zonderen van de onroerend goed activiteiten en de ondersteunende activiteiten door ze onder te brengen in een nieuw op te richten Belgische vennootschap (NV NEWCO).

2.3. De personeelsleden die momenteel niet werkzaam zijn voor de in te brengen afdeling zullen tewerkgesteld blijven in de NV A.

2.4. De personeelsleden die werkzaam zijn voor de aan- en verkoopactiviteiten, alsmede alle activa (met uitzondering van de onroerende goederen) en alle passiva van de in te brengen afdeling zullen worden ondergebracht in de NV NEWCO. De onroerende goederen waarin de activiteiten van de in te brengen afdeling worden uitgeoefend, worden niet mee ingebracht, gelet op het feit dat enerzijds, ook andere groepsvennootschappen in deze onroerende goederen hun activiteiten uitoefenen en anderzijds, de NV A als de vastgoedvennootschap van de groep fungeert. De aanvrager heeft op basis van plannen en foto's op afdoende wijze aangetoond dat het gedeelte waarin de in te brengen commerciële activiteiten worden uitgeoefend weliswaar een apart te onderscheiden deel binnen het onroerend goed vormt, maar materieel gezien niet kan worden afgescheiden. De deelneming in de BVBA B blijft behouden bij de NV A , aangezien zij niet behoort tot de bedrijfsafdeling die in de NV NEWCO zal worden ingebracht.

2.5. Ingevolge de voorgenomen inbreng wordt op organisatorisch vlak een meer transparante structuur bereikt die de betrokken activiteiten zal toelaten zich verder zelfstandig en onafhankelijk van elkaar te ontwikkelen. De nieuwe structuur laat eveneens toe een beter inzicht te verwerven in de rentabiliteit van de onderscheiden activiteiten van de NV A.

2.6. De inbreng beoogt geen overdracht van de naar aanleiding van de inbreng uitgegeven nieuwe aandelen. Dit zal inzonderheid worden geacht het geval te zijn indien:

1. deze aandelen niet worden overgedragen gedurende een periode van 12 maanden vanaf de datum van de Buitengewone Algemene Vergadering die de geplande verrichting zal goedkeuren;

2. 50% van geen van deze aandelen wordt overgedragen gedurende een periode van 24 maanden vanaf het einde van de voormelde periode van 12 maanden;

3. bij overdracht van deze aandelen ingevolge latere herstructureringen t.t.z.

a. fusies,

b. splitsingen,

c. inbrengen van deze aandelen in een holdingvennootschap, in een groepsvennootschap of in een joint venturevennootschap tegen uitgifte van aandelen, of het omruilen van deze aandelen in dezelfde omstandigheden,

de naar aanleiding van deze verrichtingen in ruil verkregen aandelen gedurende de nog resterende termijn van 12 of 24 maanden in de zin van het voormelde niet worden vervreemd.

Inzake de BTW

3. Naar aanleiding van de inbreng worden alle activa en passiva met betrekking tot de aan- en verkoopactiviteit (cliënteel, personeel, voorraad, vorderingen…) overgedragen aan de NV NEWCO, met uitzondering van het onroerend goed.

4. De activiteit van de over te dragen bedrijfsafdeling wordt uitgeoefend in een onroerend goed waarin tegelijkertijd de activiteiten van andere groepsvennootschappen worden uitgeoefend. Dit onroerend goed vormt één geheel en wordt multifunctioneel gebruikt zowel voor de aan- en verkoopactiviteit als voor de vastgoedactiviteit van de NV A.

5. Opdat artikel 11 en 18, §3, W.BTW van toepassing zouden zijn op de overdracht van de bedrijfsafdeling, moet die overdracht alle elementen bevatten die door de overdrager voor die bedrijfsafdeling werden gebruikt. Dit is onder meer het geval voor het onroerend goed dat gebruikt wordt voor de exploitatie van de overgedragen werkzaamheid, tenzij de overdrager het zal blijven gebruiken voor de reeds erin uitgeoefende exploitatie van een bedrijfsafdeling die hij behoudt. In casu wordt het gebouw eveneens aangewend voor de bedrijfsafdeling die niet mee wordt overgedragen door de NV A.

6. De voorgenomen inbreng van de aan- en verkoopactiviteit in de NV NEWCO moet worden verricht met toepassing van artikel 11 en 18, §3, W.BTW omdat het de overdracht betreft van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en onlichamelijke zaken, welke tezamen een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.