Vennootschapsbelasting, Belastingvrije inbreng van een bedrijfstak, Zakelijke overwegingen · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2026.0537 8 september 2026

Zoeken

Vennootschapsbelasting, Belastingvrije inbreng van een bedrijfstak, Zakelijke overwegingenVennootschapsbelasting - Belastingvrije inbreng van een bedrijfstak - Zakelijke overwegingen - BTW - Overdracht van een bedrijfstak

https://juriel.be/nl/rulings/2026-0537-vennootschapsbelasting-belastingvrije-inbreng-bedrijfstak-zakelijke-84e5

Nummer
2026.0537
Datum
8 september 2026

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

53 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2026.0537 d.d. 08.09.2026

Vennootschapsbelasting · Belastingvrije inbreng van een bedrijfstak · Zakelijke overwegingen

BTW · Overdracht van een bedrijfstak

Samenvatting

De inbreng van de operationele activiteit door vennootschap A NV in een daartoe opgerichte vennootschap B NV waarbij alle specifiek aan deze activiteit verbonden activa, passiva en personeel worden overgedragen, kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfstak in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2° en beantwoordt aan het bepaalde van artikel 183bis WIB 92, zodat deze kan worden verricht onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92.

De inbreng van de operationele activiteit van A NV in de nieuw opgerichte vennootschap B NV dient plaats te vinden met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:

1.1. de inbreng van de operationele activiteit van A NV in de nieuw opgerichte vennootschap B NV kwalificeert als de inbreng van een bedrijfstak in de zin van artikel 2, § 1, 6°/2, b en c en artikel 46, § 1, eerste lid, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 (WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 46, § 1, derde lid, 3° en artikel 183bis WIB 92;

1.2. de inbreng van de operationele activiteit van A NV in de nieuw opgerichte vennootschap B NV onder het toepassingsgebied valt van de artikelen 11 en 18, § 3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.BTW).

II. Beslissing

2. A NV maakt deel uit van een groep en is volledig in bezit van de holdingvennootschap C NV. A NV is een operationele vennootschap die tevens groepsondersteunende activiteiten uitoefent en participaties aanhoudt in D NV, E NV en F NV.

3. Met het oog op een duidelijke afbakening tussen enerzijds haar operationele activiteit en anderzijds haar ondersteunende en strategische activiteiten, zal A NV haar operationele activiteit via een inbreng van een bedrijfstak onderbrengen in vennootschap B NV die hiertoe recent werd opgericht.

4. De bestaande vennootschap A NV zal na de inbreng worden omgevormd tot een holdingvennootschap die ondersteunende diensten levert aan de groepsvennootschappen.

II.A. Betreffende de toepassing van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 op de inbrengverrichting

5. Om toepassing te kunnen maken van het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92 dient de inbreng een bedrijfstak of een algemeenheid van goederen te omvatten. Een wettelijke definitie van een inbreng van een bedrijfstak is opgenomen in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92.

6. Artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92 definieert de voormelde begrippen als volgt:

b) Inbreng van een bedrijfstak: de rechtshandeling waarbij een natuurlijke persoon of een vennootschap, zonder ontbinding, een bedrijfstak overdraagt aan een andere vennootschap tegen een vergoeding die uitsluitend bestaat in aandelen van de verkrijgende vennootschap;

c) Bedrijfstak: een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.

7. Uit de aanvraag blijkt dat de inbreng alle activa (met inbegrip van de intellectuele eigendomsrechten), passiva, rechten, verplichtingen en contracten die specifiek betrekking hebben op de in te brengen operationele activiteit van A NV omvat. Daarnaast zullen ook alle personeelsleden die aan deze activiteit verbonden zijn overgaan naar B NV, waaruit blijkt dat deze activiteiten door B NV zullen worden verder gezet. Daarentegen maken de deelnemingen die door A NV worden aangehouden, alsook alle activa en passiva verbonden met de overkoepelende functies die centraal op holdingniveau worden georganiseerd, geen deel uit van de inbreng aangezien zij niet rechtstreeks worden aangewend voor of verbonden zijn met de operationele activiteit van A NV.

8. De overgedragen bestanddelen en de overgedragen activiteit zullen B NV in staat stellen om autonoom en onafhankelijk de operationele activiteit van A NV verder te zetten.

9. Uit het voormelde blijkt dat het gaat om een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken. De aanvrager heeft bevestigd dat de inbreng uitsluitend zal worden vergoed in aandelen die het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen.

10. De inbreng van de operationele activiteit van A NV in de recent opgerichte vennootschap B NV betreft derhalve een verrichting die beantwoordt aan de definitie van een inbreng van een bedrijfstak als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92 juncto artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92.

II.B. Betreffende de toepassing van de artikelen 46, § 1, derde lid, en 183bis WIB 92 op de inbrengverrichting

11. De inbrengverrichting kadert binnen de strategische keuze om de operationele activiteit van A NV af te zonderen van haar ondersteunende activiteiten en beheersfunctie.

12. Met deze herstructurering beoogt de groep een meer transparante, efficiënte en toekomstgerichte organisatievorm tot stand te brengen, waarbij de verschillende functies binnen de groep op een duidelijke en gestructureerde manier worden verdeeld. Dit zal leiden tot een betere financiële transparantie en een correcte interne kostenallocatie. Het onderscheid tussen de verschillende activiteiten maakt de aansturing efficiënter, verhoogt de bestuurbaarheid van de groep en voorkomt overlapping van verantwoordelijkheden. Bovendien creëert de oprichting van een aparte werkmaatschappij voor de operationele activiteit een duidelijke juridische afbakening van risico’s, wat bijdraagt tot een aansprakelijkheidsbeperking per activiteit en per entiteit en creëert men een grotere flexibiliteit met het oog op eventuele toekomstige groei gestuurd vanuit de centrale holding, investeringen of partnerships. Tenslotte sluit deze herstructurering aan bij wat in de sector als best practice wordt beschouwd.

13. De aanvragers hebben bevestigd dat de inbrengverrichting geen negatieve impact zal hebben op de tewerkstelling.

14. Uit de fiscale analyse van voorliggende casus is gebleken dat de verrichting niet is ingegeven door fiscale overwegingen:

14.1. de inbrengende vennootschap A NV is een winstgevende vennootschap die niet over overgedragen fiscale verliezen beschikt;

14.2. de inbrenggenietende vennootschap, B NV, is recent opgericht en er wordt verwacht dat deze evenmin over overgedragen fiscale verliezen zal beschikken. De aanvragers hebben bevestigd dat voor zover er toch overgedragen fiscale verliezen zouden zijn, deze in toepassing van artikel 206, § 2, eerste lid, WIB 92 een beperking zullen ondergaan;

14.3. A NV heeft volgens de aanvrager geen gespreid te belasten meerwaarden en kapitaalsubsidies die betrekking hebben op activa behorend tot de ingebrachte operationele activiteit;

14.4. A NV heeft volgens de aanvrager ook geen uitgedrukte maar niet verwezenlijkte meerwaarden, onderschattingen van activa of overschattingen van passiva en afschrijvingsexcedenten die betrekking hebben op de ingebrachte activa of passiva;

14.5. de aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van A NV of B NV over te dragen aan een derde partij.

15. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de inbreng van de operationele activiteit door A NV in de recent opgerichte vennootschap, B NV, kan plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

16. De inbrenggenietende vennootschap is een binnenlandse vennootschap.

17. Derhalve kan worden besloten dat de geplande inbreng door A NV in de recent opgerichte vennootschap B NV kan plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92.

18. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummer 14.5 van deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, §1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing zoals een eventuele toekomstige overdracht van de aandelen A NV of B NV. Bij een latere overdracht van deze aandelen is de beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

II.C. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW

19. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

20. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

21. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

22. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

23. Naast het voortzetten van de activiteit is tevens vereist dat de inbrenggenietende entiteit bovendien op autonome wijze de activiteit verderzet. Verwijzend naar de in de aanvraag beschreven overdracht, door middel van de inbreng van de operationele activiteit van A NV in de nieuw opgerichte vennootschap B NV dient vastgesteld te worden dat deze de activiteiten, zoals voorheen verricht door de overdragende vennootschap, zal kunnen voortzetten.

24. Er kan worden geconcludeerd dat de overdracht van alle activa en passiva de overnemer B NV zullen toelaten om een zelfstandige economische activiteit uit te oefenen.

25. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW stellen als expliciete voorwaarde dat de overnemer een ‘belastingplichtige’ moet zijn ‘die de belasting indien ze ingevolge de overdracht verschuldigd zou zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken’.

26. De aanvrager deelt mee dat zowel de overdrager, A NV, als de verkrijger, B NV, de hoedanigheid van gewone btw-belastingplichtige met recht op aftrek bezitten.

27. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dan ook dat de inbreng van de operationele activiteit van A NV in de nieuw opgerichte vennootschap B NV op grond van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW noch als een levering van goederen, noch als een levering van diensten wordt beschouwd, aangezien:

- de nieuw opgerichte vennootschap B recht op aftrek zal genieten;

- de nieuw opgerichte vennootschap B NV de operationele activiteiten van A NV zal voortzetten;

- en het een overdracht van een bedrijfstak betreft.

Aangehaalde teksten

7