---
title: "Voorafgaande beslissing 2026.0490 · Inkomstenbelasting, Rechtspersonenbelasting"
description: "Inkomstenbelasting, Rechtspersonenbelasting, Onderworpenheid, Vrijgestelde diensten. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2026.0490 van 8 september 2026."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2026-0490-inkomstenbelasting-rechtspersonenbelasting-onderworpenheid-vrijgestelde-diensten-b2bb"
lang: "nl"
---

# Inkomstenbelasting, Rechtspersonenbelasting, Onderworpenheid, Vrijgestelde diensten · Inkomstenbelasting - Rechtspersonenbelasting - Onderworpenheid - BTW - Vrijgestelde diensten - Diensten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding

**Nummer**

2026.0490

**Datum**

8 september 2026

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

88 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2026.0490 d.d. 08.09.2026

*Inkomstenbelasting* · *Rechtspersonenbelasting* · *Onderworpenheid*

*BTW* · *Vrijgestelde diensten* · *Diensten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding*

## Samenvatting

De uitbreiding van de activiteiten van X vzw, die erkend is als sportfederatie, zal haar al dan niet terechte onderworpenheid aan de rechtspersonenbelasting conform artikel 220, 3° juncto 182 WIB 92 niet in het gedrang brengen.

Het technisch fysiek aanleren van skills aan haar leden met het oog op een correcte uitvoering en omkadering van wat technisch toegelaten is bij competities zal vrijgesteld worden van btw ingevolge artikel 44, § 2, 3°, W.BTW.

Het geven van fysieke sportkampjes aan jongeren tot 3 à 4 keer per jaar zal vrijgesteld worden van btw ingevolge artikel 44, § 2, 3°, W.BTW.

De lidgelden die X vzw ontvangt van de aangesloten clubs (leden) voor o.a. vertegenwoordiging van de aangesloten clubs zijn vrijgesteld van btw volgens artikel 44, § 2, 11°, W.BTW.

De organisatie van een competitie, op de manier zoals omschreven in de aanvraag, zal vrijgesteld worden van btw ingevolge artikel 44, § 2, 12°, W.BTW voor zover de ontvangsten die de exploitant verkrijgt uit het verlenen van het recht op toegang tot de inrichting, een betrekkelijk gering bedrag betreffen in vergelijking met de gezamenlijke vrijgestelde ontvangsten.

Het geven van (zeer) sporadische workshops aan derden zal de normale btw tarieven volgen.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:

1.1. X vzw, gelet op een uitbreiding van haar activiteiten, overeenkomstig artikel 182 juncto 220, 3°van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) aan de rechtspersonenbelasting zal onderworpen blijven;

1.2. X vzw geen btw dient aan te rekenen op haar activiteiten in toepassing van artikel 44, § 2, 3°, 11° en 12°, W.BTW.

## II. Beslissing

2\. De aanvrager heeft in de aanvraag de voorwaarden vervat in de artikelen 21 en 22 van de voormelde wet van 24 december 2002 nageleefd.

3\. X vzw is de Vlaamse tak van een Belgische sportfederatie Y vzw en is vanuit die hoedanigheid verantwoordelijk voor de inning van lidgelden van de Vlaamse clubs en voor het organiseren van een technische training voor de vertegenwoordigers van de Vlaamse clubs.

4\. X vzw is door Sport Vlaanderen erkend als sportfederatie. Zij dient sinds haar oprichting een aangifte in in de rechtspersonenbelasting.

5\. Ingevolge de toenemende populariteit van de betrokken sport en de uitbreiding van het aantal leden, zal X vzw haar eerder passieve rol wijzigen naar een actieve rol en bijkomende activiteiten ontwikkelen, met name het jaarlijks organiseren van een competitie, een uitgebreider aanbod aan workshops voorzien voor de Vlaamse clubleden, bijkomende opleidingen aanbieden aan de Vlaamse coaches en de sport nog meer bekendheid geven door het organiseren van kampjes 3 à 4 keer per jaar.

### *II.A. Wat betreft de toepassing van artikel 220, 3° juncto 182 WIB 92*

6\. Artikel 220, 3° WIB 92 bepaalt: “Aan de rechtspersonenbelasting zijn onderworpen:

…

3° de rechtspersonen die in België (...) hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of beheer hebben en geen onderneming exploiteren of zich niet met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden, of ingevolge artikel 181 en 182, niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen.

…”

7\. Artikel 182 WIB 92 bepaalt: “Voor verenigingen zonder winstoogmerk en andere rechtspersonen die geen winstoogmerk nastreven worden niet als verrichtingen van winstgevende aard aangemerkt:

1° alleenstaande of uitzonderlijke verrichtingen;

2° verrichtingen die bestaan in het beleggen van fondsen ingezameld in het kader van de statutaire opdracht;

3° verrichtingen die bestaan in een bedrijvigheid die slechts bijkomstig op nijverheids-, handels- of landbouwverrichtingen betrekking heeft of niet volgens nijverheids- of handelsmethoden wordt uitgevoerd.”

8\. Uit de aanvraag blijkt dat:

\- het belangeloos doel van X vzw bestaat uit het bevorderen van de organisatie en de ontwikkeling van de betrokken sport in al haar facetten in Vlaanderen. De vzw die thans fungeert als koepelorganisatie voor de aangesloten leden en sporadisch een technische training organiseert voor de vertegenwoordigers van de Vlaamse clubs, zal haar doel verder ontwikkelen door onder meer een jaarlijkse competitie te organiseren, een uitgebreider aanbod aan workshops te voorzien voor de clubleden, bijkomende technische trainingen aan te bieden aan de Vlaamse coaches en kampjes te organiseren om nieuwe leden aan te trekken;

\- de voormelde bijkomende activiteiten beperkt zullen zijn in aantal;

\- de inkomsten van X vzw momenteel uitsluitend bestaan uit lidgelden van de aangesloten clubs. Uit de verstrekte cijfergegevens blijkt verder dat de inkomsten die via de activiteiten zullen worden gegenereerd (inschrijvingsgelden en deelnamebijdragen, alsook de toegangstickets en kleinschalige drank- en snackverkoop ter gelegenheid van de jaarlijkse competitie) louter kostendekkend zullen zijn zodat de federatie financieel gezond en duurzaam kan werken;

\- de door X vzw gebruikte communicatiekanalen (inzonderheid eigen website, officieel e-mailadres, Instagram) noodzakelijk zijn om de clubs, leden en andere stakeholders correct te informeren en tevens een belangrijk onderdeel vormen van de erkenningsvoorwaarden opgelegd door Sport Vlaanderen;

\- X vzw slechts beperkt personeel in dienst heeft en voor de omschreven bijkomende activiteiten hoofdzakelijk beroep zal worden gedaan op vrijwilligers of (in beperkte mate) op externen;

\- overeenkomstig de statuten van de vzw, deze noch rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mag uitkeren aan haar oprichters, leden, bestuurders of enig andere persoon behalve voor het in de statuten bepaald belangeloos doel,

zodat kan worden aangenomen dat X vzw, na de uitbreiding van haar activiteiten zoals in deze beslissing omschreven, blijvend onderworpen is aan de rechtspersonenbelasting.

### *II.B. Wat betreft de toepassing van artikel 44, § 2, 3°, 11° en 12°, W.BTW*

#### II.B.1. Wettelijk kader

Artikel 44, § 2, 3°, W.BTW inzake diensten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding

9\. Artikel 44, § 2, 3°, W.BTW stelt vrij de diensten verstrekt door exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding aan personen die er aan lichamelijke ontwikkeling of aan sport doen, wanneer die exploitanten en inrichtingen instellingen zijn die geen winstoogmerk hebben en zij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruiken tot dekking van de kosten ervan.

10\. Dit artikel is de omzetting van artikel 132, lid 1, punt m), van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28.11.2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.

11\. De toekenning, tegen betaling, van het recht om toegang te hebben tot of gebruik te mogen maken van een sportinrichting is een dienst die in het Wetboek is omschreven (artikel 18, § 1, tweede lid, 12°, W.BTW). Die dienst is derhalve aan belasting onderworpen.

12\. De dienst wordt evenwel van de belasting vrijgesteld als de drie volgende voorwaarden samen vervuld zijn:

12.1. de dienst moet betrekking hebben op het beoefenen van de sport zelf en verstrekt worden aan personen die actief aan sport komen doen;

12.2. de exploitant moet een instelling zijn die geen winstoogmerk nastreeft;

12.3. de ontvangsten van de exploitatie moeten uitsluitend worden gebruikt om de kosten ervan te dekken.

13\. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in een zaak zich uitgesproken over wat onder het begrip sport moet worden verstaan ((Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest The English Bridge Union, zaak [C-90/16](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-90-16-arrest), van 26.10.2017). ). Zo oordeelde het Hof dat het begrip “sport” in de zin van artikel 132, lid 1, punt m), van de richtlijn 2006/112/EG, betrekking heeft op een activiteit die wordt gekenmerkt door een niet te verwaarlozen lichamelijke component.

Dat een activiteit de lichamelijke en geestelijke gezondheid bevordert, volstaat op zich niet om te besluiten dat die activiteit moet worden beschouwd als “sport” in de zin van artikel 132, lid 1, punt m), van de richtlijn 2006/112/EG. Dat voorgenoemde activiteit in wedstrijdverband wordt uitgeoefend, verandert niets hieraan.

14\. Gelet op de rechtspraak van het Hof van Justitie past de administratie met ingang van 01.01.2019 haar standpunt in die zin aan dat alleen activiteiten die worden gekenmerkt door een niet te verwaarlozen lichamelijke component onder het begrip sport vallen. ([circulaire 2018/C/84 van 29.06.2018](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2018-c-84-btw-vrijstelling-sport-exemption-activites-861c) over de btw-vrijstelling inzake sport (nr. E.T. 133.172)).

15\. De vrijstelling is beperkt tot de diensten die betrekking hebben op het beoefenen van de sport zelf, en die door de exploitanten worden verleend aan personen die aan lichamelijke opvoeding of sport doen, met inbegrip van het ter beschikking stellen van sporttoestellen of -artikelen voor dat doel (beslissing nr. E.T. 24.946 van 09.03.1978).

16\. Onder “exploitant van een sportinrichting” wordt verstaan inzonderheid iedere sportvereniging die haar leden in de mogelijkheid stelt een bepaalde sport te beoefenen door de terbeschikkingstelling van uitrustingen, het geven van leiding ..., ongeacht of die vereniging daartoe al dan niet over een vaste infrastructuur beschikt (beslissing nr. E.T. 29.112 van 28.03.1980). De vrijstelling gaat evenwel niet zo ver dat zij ook betrekking kan hebben op het ter beschikking stellen van ligplaatsen en van de infrastructuur voor motorjachten met inbegrip van berging (parlementaire [vraag nr. 264 van de heer Volksvertegenwoordiger Koen Bultinck van 13.03.2000](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/264-vzw-watersport-bultinck-9992)).

17\. Voor de beoordeling of artikel 44, § 2, 3°, W.BTW van toepassing is, is het niet noodzakelijk dat de sportlessen of sportbegeleiding plaatsvinden in fysieke aanwezigheid van de personen die aan sport komen doen.

18\. Voor zover ook voldaan is aan de twee andere hierboven vermelde voorwaarden, is artikel 44, § 2, 3°, W.BTW dan ook van toepassing op de door de betrokken vereniging aan haar leden verleende diensten (parlementaire [vraag nr. 487 van de heer Volksvertegenwoordiger Steven Matheï van 07.06.2021](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/487-btw-online-sportlessen-begeleiding-steven-6323)).

19\. Wat de andere diensten betreft die door de exploitanten van die inrichtingen worden verleend (bijvoorbeeld het organiseren van sportmanifestaties waarvoor ze entreegelden vragen, de toekenning van het recht op toegang tot de inrichting tegen betaling van een vergoeding aan anderen dan degenen die aan sport komen doen, of het verschaffen van spijzen en dranken om ter plaatse te worden verbruikt) kan in de regel geen aanspraak worden gemaakt op de vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 2, 3°, W.BTW.

Er wordt echter aanvaard dat de ontvangsten die de exploitant verkrijgt uit het verlenen van het recht op toegang tot de inrichting niet belastbaar zijn met btw, voor zover het om een betrekkelijk gering bedrag gaat in vergelijking met de gezamenlijke vrijgestelde ontvangsten.

Artikel 44, § 2, 11°, W.BTW inzake bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben

20\. Artikel 44, § 2, 11°, W.BTW stelt vrij “de diensten en de nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen ten behoeve en in het gemeenschappelijk belang van hun leden, verricht tegen betaling van een krachtens de statuten bepaalde bijdrage, door instellingen die geen winst beogen en doeleinden van politieke, syndicale, religieuze, levensbeschouwelijke, vaderlandslievende, filantropische of staatsburgerlijke aard nastreven, op voorwaarde dat deze vrijstelling niet tot concurrentieverstoring kan leiden.”

21\. Deze vrijstelling is van toepassing onder volgende voorwaarden:

21.1. de bedoelde instellingen mogen geen winst beogen;

21.2. betreft diensten en nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen die ten behoeve en in het gemeenschappelijk belang van de leden worden verricht;

21.3. instellingen die doeleinden van politieke, syndicale, religieuze, levensbeschouwelijke, vaderlandslievende, filantropische of staatsburgerlijke aard nastreven.

Artikel 44, § 2, 12°, W.BTW in samenhang met artikel 44, § 2, 3°, W.BTW (diensten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding)

22\. Artikel 44, § 2, 12°, W.BTW stelt vrij “de diensten en de leveringen van goederen door lichamen waarvan de handelingen overeenkomstig de punten 1°, a), 2° tot 4°, a), 6°, 7°, 9° en 11° zijn vrijgesteld, in samenhang met activiteiten die zijn bestemd ter verkrijging van financiële steun en die uitsluitend ten bate van henzelf zijn georganiseerd, mits deze vrijstelling niet tot verstoring van de mededinging kan leiden.”

23\. Artikel 44, § 2, 12°, W.BTW, is de omzetting in het Belgisch recht van artikel 132, lid 1, punt o), van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28.11.2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde. Dit artikel stelt van de btw vrij de diensten en de leveringen van goederen die door bepaalde instellingen worden verricht, waarvan de handelingen zelf vrijgesteld zijn op grond van die richtlijn, wanneer ze worden verricht in samenhang met activiteiten die bestemd zijn om financiële steun te verkrijgen en die uitsluitend ten bate van henzelf georganiseerd zijn, mits die vrijstelling niet tot verstoring van de mededinging kan leiden.

24\. Die bepaling heeft uitsluitend betrekking op de instellingen waarvan de handelingen zijn opgenomen in de exhaustieve lijst voorzien in [artikel 133 van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-133), voornoemd, namelijk de handelingen die vrijgesteld zijn overeenkomstig de punten b), g), h), i), l), m) en n) van lid 1 van [artikel 132 van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-132).

25\. Het artikel 44, § 2, 12°, oud, W.BTW, had evenwel een ruimere draagwijdte dan die van artikel 132, lid 1, punt o), van de richtlijn 2006/112/EG en heeft betrekking op situaties die niet specifiek in punt o) zijn voorzien.

26\. Om een meer getrouwe omzetting te waarborgen van de richtlijn 2006/112/EG, vervangt artikel 5 van de wet van 30.07.2018 artikel 44, § 2, 12°, W.BTW en preciseert het dat de opsomming in dat artikel zich beperkt, wat artikel 44, § 2, 1° en 4°, W.BTW betreft, tot de situaties die bedoeld zijn onder punt a) van beide laatstgenoemde bepalingen.

27\. De vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, W.BTW wordt uitvoerig toegelicht in circulaire AAFisc 2017/C/23 van 19.04.2017 betreffende de vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, W.BTW (nr. E.T. 131.306).

28\. De vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, W.BTW is slechts van toepassing indien de drie navolgende voorwaarden cumulatief zijn voldaan:

28.1. de werkzaamheid ter verkrijging van steun wordt georganiseerd door de instelling zelf waarvan de handelingen in het kader van haar gebruikelijke activiteiten als belastingplichtige van de belasting zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 2, 1°, a), 2° tot 4°, a), 6°, 7°, 9° en 11°, W.BTW.

28.2. de werkzaamheid vormt geen economische activiteit van de belastingplichtige: ze is slechts occasioneel van aard, is er op gericht om financiële steun te verkrijgen voor de gebruikelijke vrijgestelde activiteit en wordt exclusief ten bate van de instelling zelf georganiseerd.

28.3. de werkzaamheid mag geen concurrentieverstoring veroorzaken met andere economische operatoren die gelijkaardige handelingen verrichten. Zij beoogt slechts de uitzonderlijke opbrengsten die voortkomen uit activiteiten die geen reële afzonderlijke economische activiteit mogen vormen en die er op gericht zijn de realisatie van de nagestreefde doelen te vergemakkelijken.

#### II.B.2. Concrete toepassing van artikel 44, § 2, 3°, 11° en 12°, W.BTW

29\. Y vzw fungeert als overkoepelende organisatie ter ondersteuning van de diverse clubs die in België actief zijn en beschikt over een erkenning van het BOIC.

30\. Y vzw beschikt over een btw-identificatienummer.

31\. X vzw zal de sporadische activiteit “workshops aan een externe partij” van Y vzw overnemen.

32\. X vzw zal zich verantwoordelijk stellen voor het technisch fysiek aanleren van skills aan haar leden met het oog op een correcte uitvoering en omkadering van wat technisch toegelaten is bij competities.

33\. Op basis hiervan zal X vzw vrijgesteld worden van btw ingevolge artikel 44, § 2, 3°, W.BTW voor het technisch fysiek aanleren van skills aan haar leden met het oog op een correcte uitvoering en omkadering van wat technisch toegelaten is bij competities.

34\. Daarnaast zal X vzw de diverse Vlaamse clubs ondersteunen bij het aantrekken van nieuwe leden door een aantal activiteiten te organiseren die de sport meer bekendheid zal geven. Het gaat hier vooral om fysieke activiteiten.

35\. Op basis hiervan zal X vzw vrijgesteld worden van btw ingevolge artikel 44, § 2, 3°, W.BTW voor het geven van fysieke sportkampjes aan jongeren tot 3 à 4 keer per jaar.

36\. X vzw wenst ook haar werking financieel verder te ondersteunen door (naast een lidgeld met verzekering) volgende vrijgestelde activiteit te voorzien: de organisatie van een competitie - 1 keer per jaar - met ticketverkoop en drankstand voor toeschouwers, en tegen een inschrijvingsgeld voor de deelnemende clubs.

37\. Op basis hiervan zal X vzw vrijgesteld worden van btw voor de in vorig randnummer vermelde activiteit ingevolge artikel 44, § 2, 12, W.BTW voor zover de ontvangsten die de exploitant verkrijgt uit het verlenen van het recht op toegang tot de inrichting, een betrekkelijk gering bedrag betreffen in vergelijking met de gezamenlijke vrijgestelde ontvangsten.

38\. Lidgelden die X vzw ontvangt van de aangesloten clubs (leden) voor o.a. vertegenwoordiging van de aangesloten clubs zijn vrijgesteld volgens artikel 44, § 2, 11°, W.BTW.

39\. X vzw zal ook (zeer) sporadisch workshops geven aan derden en zal voor deze activiteit de normale btw tarieven volgen.

## Aangehaalde teksten

3

[btw-richtlijn 2006/112 art. 132](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-132) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 133](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-133) 1 voorkomen

[C-90/16, arrest van 26 oktober 2017](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-90-16-arrest) 1 voorkomen
