Kwalificatie van de handelingen · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2026.0273 23 juni 2026

Zoeken

Kwalificatie van de handelingenBTW - Kwalificatie van de handelingen - Vergoeding voor het recht op toegang tot een inrichting voor vermaak in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 12° W.Btw - Reclamediensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 1° W.Btw - Restaurant- en cateringdiensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 11° W.Btw - Plaats van de dienst - Artikel 21, §§ 1 en 2, van het Btw-Wetboek - Artikel 21, § 3, 3°, van het Btw-Wetboek in een B2B-context en artikel 21bis, § 2, 5°, a), van het Btw-Wetboek in een B2C-context - Artikelen 21, § 3, 4° (B2B-context) en 21bis, § 2, 6°, a) (B2C-context) van het Btw-Wetboek, ter omzetting van artikel 55 van richtlijn 2006/112/EG - Tarief - Artikelen 37 en 38 W.BTW - Rubriek XXVIII van tabel A, van de bijlage bij het Koninklijk Besluit nr. 20 - Rubriek I van tabel B, van de bijlage bij het Koninklijk Besluit nr. 20

https://juriel.be/nl/rulings/2026-0273-kwalificatie-handelingen-vergoeding-recht-toegang-11db

Nummer
2026.0273
Datum
23 juni 2026

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

170 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2026.0273 d.d. 23.06.2026

BTW · Kwalificatie van de handelingen · Vergoeding voor het recht op toegang tot een inrichting voor vermaak in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 12° W.Btw · Reclamediensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 1° W.Btw · Restaurant- en cateringdiensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 11° W.Btw · Plaats van de dienst · Artikel 21, §§ 1 en 2, van het Btw-Wetboek · Artikel 21, § 3, 3°, van het Btw-Wetboek in een B2B-context en artikel 21bis, § 2, 5°, a), van het Btw-Wetboek in een B2C-context · Artikelen 21, § 3, 4° (B2B-context) en 21bis, § 2, 6°, a) (B2C-context) van het Btw-Wetboek, ter omzetting van artikel 55 van richtlijn 2006/112/EG · Tarief · Artikelen 37 en 38 W.BTW · Rubriek XXVIII van tabel A, van de bijlage bij het Koninklijk Besluit nr. 20 · Rubriek I van tabel B, van de bijlage bij het Koninklijk Besluit nr. 20

Samenvatting

De DVB is van oordeel dat:

1. het entreegeld dat door de bezoekers van het congres wordt betaald, de vergoeding is voor het recht op toegang tot een inrichting voor vermaak in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 12° W.Btw, en deze plaats vindt in België, daar waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt (artikel 21, § 3, 3°, van het Btw-Wetboek in een B2B-context en artikel 21bis, § 2, 5°, a), van het Btw-Wetboek in een B2C-context), en onderworpen is aan het verlaagd btw-tarief van 6 %, ongeacht de hoedanigheid of de herkomst van de afnemer, overeenkomstig rubriek XXVIII van tabel A bij het Koninklijk Besluit nr. 20;

2. de georganiseerde trainingen en werfbezoeken kwalificeren als diensten die bestaan uit het verlenen van toegang tot wetenschappelijke en educatieve evenementen in de zin van artikel 53 van Richtlijn 2006/112/EG, en deze plaats vindt in België, daar waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt (artikel 21, § 3, 3°, van het Btw-Wetboek in een B2B-context en artikel 21bis, § 2, 5°, a), van het Btw-Wetboek in een B2C-context), en onderworpen is aan het verlaagd btw-tarief van 6 %, ongeacht de hoedanigheid of de herkomst van de afnemer, overeenkomstig rubriek XXVIII van tabel A bij het Koninklijk Besluit nr. 20;

3. dat alle aangeboden sponsorpakketten hoofdzakelijk bestaan uit het verlenen van publicitaire zichtbaarheid aan de sponsor en derhalve kwalificeren als reclamediensten, dan wel als samengestelde diensten waarvan het hoofdbestanddeel bestaat uit reclamediensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 1° W.Btw, en deze plaats vinden daar waar de afnemer de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, de plaats waar de vaste inrichting zich bevindt, de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de afnemer overeenkomstig artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek. Wanneer de afnemer in België is gevestigd of over een Belgische vaste inrichting beschikt waarvoor de dienst wordt verricht, zijn de vergoedingen voor de sponsorpakketten onderworpen aan de Belgische btw tegen het normale tarief van 21 %. Wanneer de afnemer niet in België is gevestigd en hier evenmin beschikt over een vaste inrichting waarvoor de dienst wordt verricht, bevindt de plaats van de dienst zich buiten België. In dat geval is de verrichting niet aan de Belgische btw onderworpen en is zij belastbaar overeenkomstig de btw-regels van de lidstaat of het derde land waar de afnemer is gevestigd;

4. dat de aangeboden exhibitiepakketten moeten worden beschouwd als één enkele samengestelde dienst waarvan de hoofdprestatie bestaat uit de tijdelijke terbeschikkingstelling en, in voorkomend geval, de inrichting van een standplaats binnen een tentoonstelling die integraal deel uitmaakt van een wetenschappelijk congres, en derhalve kwalificeren als diensten die verband houden met een wetenschappelijke activiteit, en deze plaats vinden daar waar de afnemer de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, de plaats waar de vaste inrichting zich bevindt, de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de afnemer overeenkomstig artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek. Wanneer de afnemer in België is gevestigd of over een Belgische vaste inrichting beschikt waarvoor de dienst wordt verricht, zijn de vergoedingen voor de exhibitiepakketten onderworpen aan de Belgische btw tegen het normale tarief van 21 %. Wanneer de afnemer niet in België is gevestigd en hier evenmin beschikt over een vaste inrichting waarvoor de dienst wordt verricht, bevindt de plaats van de dienst zich buiten België. In dat geval is de verrichting niet aan de Belgische btw onderworpen en is zij belastbaar overeenkomstig de btw-regels van de lidstaat of het derde land waar de afnemer is gevestigd;

5. de netwerkactiviteiten worden aangemerkt als restaurant- en cateringdiensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 11° W.Btw, en deze plaats vinden in België, daar waar de dienst materieel wordt verricht (artikelen 21, § 3, 4° (B2B-context) en 21bis, § 2, 6°, a, (B2C-context) van het Btw-Wetboek, ter omzetting van artikel 55 van de richtlijn 2006/112/EG), en onderworpen zijn aan het btw-tarief van 12 %, met uitsluiting van het verschaffen van dranken die onderworpen zijn aan het normale btw-tarief van 21%, ongeacht de hoedanigheid of de herkomst van de afnemer, overeenkomstig rubriek I, van tabel B, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.

I. Voorwerp van de aanvraag

6. Deze aanvraag wordt ingediend in naam van X, gekend bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het ondernemingsnummer xxx.xxx.xxx. X werd als tijdelijke vzw opgericht op xxx met als exclusief doel de organisatie en de governance van het internationale congres ‘xxx’ van xxx tot en met xxx in xxx.

II. Vraagstelling

7. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag er meer bepaald toe van de rulingdienst de bevestiging te verkrijgen over de toe te passen btw-regelgeving op de verschillende inkomsten naar aanleiding van het congres van xxx tot en met xxx in xxx. Het betreft de inkomsten naar aanleiding van het verlenen van toegang tot de beurs en trainingen, sponsoring, terbeschikkingstelling van een standplaats op de beurs, werfbezoeken en netwerkactiviteiten.

III. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

8. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

III.A. Kwalificatie van de handeling

Entreegeld beurs

9. De deelname aan het congres wordt vastgelegd in één “fee” (één bedrag), rekening houdende met verschillende categorieën. Deze fee omvat het geheel van activiteiten waarop de deelnemer recht heeft, met uitzondering van bijkomende sociale netwerk-activiteiten. De activiteiten gelinkt aan het congres zijn toegang tot de venues, met toegang tot de lezingen, kennisdelingsactiviteiten, working group activiteiten, vergaderingen en toegang tot de exhibitie. Een beperkte catering, bestaande uit 3 koffiebreaks en een lichte lunch per dag voor een totaal van 3 dagen, is voorzien tot minder dan 15% van de fee. Een significant deel van de conferentie bestaat aldus uit lezingen en kennisdeling (via IT-platformen en via proceedings).

10. Het entreegeld dat door de bezoekers van een handelsbeurs of van een dergelijke hier te lande georganiseerde manifestatie wordt betaald, is de vergoeding voor het recht op toegang tot een inrichting voor vermaak in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 12° W.Btw (1).


[(1) Aanschrijving nr. 15 dd. 12.05.1978, randnummer 12]


Het verstrekken van spijzen en dranken (2)


[(2) Circulaire 2017/c/70, punt 2.5.2.7. spijzen en/of dranken tijdens een seminarie, titel A.


11. De kwalificatie van het btw-statuut van de spijzen en/of dranken die verstrekt worden in het kader van een seminarie is in principe een feitenkwestie die geval per geval dient te worden onderzocht.

12. Wanneer uit de feiten blijkt dat de verstrekte spijzen en/of dranken in hoofde van de deelnemers geen doel op zich zijn maar louter een middel om de hoofdhandeling van de organisator aantrekkelijker te maken, worden de verstrekte spijzen en/of dranken slechts als bijkomend bij de hoofdhandeling beschouwd.

13. Wanneer volgende voorwaarden samen vervuld zijn, gaat de administratie er in elk geval van uit dat de verstrekte spijzen en/of dranken worden beschouwd als bijkomend bij de hoofdhandeling van de organisator van het seminarie:

1. De prijs van de deelname aan het seminarie is een enige vaste prijs, ongeacht of de deelnemer de aangeboden spijzen en/of dranken al dan niet verbruikt. De deelnemer kan niet opteren om, tegen een vermindering van de prijs, van de spijzen en/of dranken af te zien. De deelnemer kan niet opteren om voor een meerprijs wel te kunnen genieten van de spijzen en/of dranken.

2. In hoofde van de organisator van het seminarie is de totale kostprijs van de catering beperkt in vergelijking met de kostprijs van de eigenlijke organisatie van het seminarie (dit zijn de kosten die rechtstreeks nodig zijn en onontbeerlijk zijn voor het geven van het seminarie, zoals bijvoorbeeld de kosten met betrekking tot de sprekers, de huur van de zaal, multimedia-apparatuur, drukkosten, enz.) De verblijfskosten (hotelovernachting) en vervoerskosten worden bijvoorbeeld niet bedoeld. De administratie neemt in elk geval aan dat aan deze voorwaarde is voldaan wanneer de kostprijs van de catering hoogstens 15 % van de eigenlijke kostprijs van het seminarie bedraagt.

14. Onder die omstandigheden zijn de verstrekte spijzen en/of dranken in hoofde van de deelnemers geen doel op zich. Wanneer de hoofdhandeling bestaat uit de toekenning van het recht om deel te nemen aan een seminarie, volgt het verstrekken van spijzen en/of dranken in dat geval het btw-stelsel van die hoofdhandeling ongeacht of de factuur de enige prijs uitsplitst. De aard van de verstrekte spijzen doen er in die omstandigheden niet toe.

15. In casu kan besloten worden dat de verstrekte spijzen en/of dranken bijkomstig zijn, met minder dan 15% van de totale fees welke steeds als een vast forfaitair bedrag gefactureerd worden. In deze registratie fees zitten geen verblijfskosten (hotelovernachting), noch vervoerskosten. Dit blijft�� geheel ten laste van de deelnemers van het congres. Het verstrekken van spijzen en/of dranken volgt in casu het btw-stelsel van de hoofdhandeling die bestaat uit de toekenning van het recht op toegang tot een inrichting voor vermaak in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 12° W.Btw.

Trainingen en werfbezoeken

16. Naast het wetenschappelijke congresprogramma organiseert de aanvrager een aantal gespecialiseerde trainingen en werfbezoeken die uitsluitend toegankelijk zijn voor deelnemers aan het congres.

17. Deze activiteiten maken integraal deel uit van het wetenschappelijke en educatieve programma van het congres en hebben als doel de kennisuitwisseling, professionele vorming en verspreiding van expertise binnen de xxx sector te bevorderen.

18. De trainingen of lessenreeks vormen een integraal onderdeel van de educatieve doelen die de organisator biedt. Het betreft��een vaste fee voor deelname aan een 2-daags trainingspakket dat doorgaat in xxx. Deze trainingen bestaan uit een lessenpakket, documentatie (via een IT-platform en via proceedings) en werkgroepactiviteiten. De focus ligt op kennisdeling. De fee omvat het geheel van activiteiten waarop de deelnemer recht heeft: toegang tot de venue, de lezingen en kennisdelingsactiviteiten (werkgroepen). In dit deel is geen exhibitie voorzien. Deze fee is dezelfde voor alle categorieën van deelnemers (ongeacht de achtergrond) en omvat eveneens een beperkte catering voor deze 2 dagen, bestaande uit 2 koffiebreaks en een broodjeslunch per dag (minder dan 15% van de fee).

19. De werfbezoeken vinden plaats op twee dagen gedurende het event. Er wordt een fee gevraagd voor deze bezoeken op locatie, welke de onkosten voor transport, verzekering en voor gebeurlijke onkosten ter plaatse (voor veiligheidsmateriaal en gebeurlijk voor een beperkte catering). De inschrijving tot deze werfbezoeken is enkel en uitsluitend mogelijk voor deelnemers aan het congres, deze werfbezoeken vormen immers een integraal onderdeel van de educatieve en professionele ervaring die het congres biedt. De vergoeding voor de werfbezoeken verleent toegang tot diverse, voor het publiek niet vrij toegankelijke locaties en infrastructuurprojecten.

20. Artikel 53 van Richtlijn 2006/112/EG bepaalt dat diensten die bestaan in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, de diensten omvatten die er in essentie in bestaan dat tegen betaling toegang wordt verleend tot een dergelijk evenement.

21. De administratie verduidelijkt (3) daarbij uitdrukkelijk dat onder meer het verlenen van toegang tot conferenties, seminars en andere evenementen op het gebied van onderwijs en wetenschappen onder deze bepaling valt.


[(3) Btw-Commentaar. BOEKWERK I: Belastingplicht en belastbare handelingen. Hoofdstuk 3: Diensten (01.08.2025): Afdeling 8, Titel 3, A, c.]


22. De rulingdienst is van oordeel dat zowel de trainingen als de werfbezoeken beantwoorden aan deze omschrijving.

23. De deelnamevergoeding voor de trainingen verleent immers toegang tot een georganiseerd wetenschappelijk en educatief programma bestaande uit lezingen, werkgroepen, documentatie en kennisuitwisseling. De deelnemer betaalt in essentie voor het recht om aan deze activiteiten deel te nemen.

24. Eveneens verlenen de vergoedingen voor de werfbezoeken toegang tot georganiseerde professionele bezoeken die uitsluitend plaatsvinden in het kader van het congres en die integraal deel uitmaken van het wetenschappelijke en educatieve programma van het evenement.

25. De beperkte catering, het transport, de verzekeringen, het veiligheidsmateriaal en andere organisatorische voorzieningen vormen geen afzonderlijke doelstellingen voor de deelnemers, maar zijn louter bijkomstige elementen die de deelname aan de betrokken activiteiten mogelijk maken onder optimale omstandigheden.

26. Vanuit het standpunt van de gemiddelde deelnemer bestaat het wezenlijke doel van de vergoeding in beide gevallen uit het verkrijgen van toegang tot een wetenschappelijke en educatieve activiteit die deel uitmaakt van het congresprogramma.

27. De georganiseerde trainingen en werfbezoeken kwalificeren derhalve als diensten die bestaan uit het verlenen van toegang tot wetenschappelijke en educatieve evenementen in de zin van artikel 53 van Richtlijn 2006/112/EG.

28. De catering, documentatie, digitale toegang, het transport, de verzekeringen, het veiligheidsmateriaal en eventuele andere organisatorische voorzieningen zijn bijkomstig en volgen het btw-stelsel van de hoofdhandeling (4) die bestaat uit het verlenen van toegang tot wetenschappelijke en educatieve evenementen.


[(4) Circulaire AFZ nr. 5/2011 van 27.06.2011, randnummer 56.]


Sponsoring

29. Het door een vzw vermelden van een logo of naam van een sponsor op haar briefpapier, in een programmaboekje, in een tijdschrift, op T-shirts van de leden van de VZW, op lidkaarten, enz. met de bedoeling de betreffende onderneming naambekendheid te geven, is een vorm van publiciteit. Deze reclamedienst is ongeacht de vorm bedoeld door artikel 18, § 1, tweede lid, 1°W.Btw (5).


[(5) Parlementaire vraag nr. 1095 van de heer Leterme d.d. 26.08.2002 - Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 148, blz. 18777-18779]


30. De sponsorpakketten die door de aanvrager worden aangeboden bevatten systematisch elementen die erop gericht zijn de zichtbaarheid en herkenbaarheid van de sponsor te vergroten ten aanzien van congresdeelnemers, sprekers, exposanten en andere stakeholders.

31. Meer bepaald omvatten de sponsorpakketten onder meer:

• de vermelding van de naam en het logo van de sponsor op de congreswebsite;

• de opname van een bedrijfsprofiel met hyperlink naar de website van de sponsor;

• de vermelding van de sponsor in het congresprogramma, het pocketprogramma en de congresapp;

• advertenties in gedrukte en digitale congrespublicaties;

• de verspreiding van flyers, brochures en andere promotionele materialen van de sponsor;

• publiciteit via sociale media, pushberichten en gerichte e-mailcommunicatie;

• de aanbrenging van de naam of het logo van de sponsor op congresmateriaal zoals congreszakken, notitieblokken, pennen, waterflessen, badges en andere dragers;

• zichtbaarheid op congresinfrastructuur zoals registratiekiosken, wifi-netwerken, laadstations, waterdispensers, e-posterzones, vloerbestickering en andere fysieke installaties;

• de associatie van de sponsor met specifieke congresactiviteiten zoals recepties, lunches, koffiepauzes, de gala-avond en andere sociale of wetenschappelijke activiteiten;

• de vermelding van de sponsor tijdens openings- en slotceremonies en op sponsorbanners.

32. Al deze elementen hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat zij de sponsor rechtstreeks promotionele en commerciële zichtbaarheid verschaffen. De sponsor betaalt een vergoeding om zijn naam, logo, activiteiten, producten of diensten onder de aandacht te brengen van een professioneel en internationaal publiek.

33. Ook de specifieke sponsormogelijkheden, zoals de sponsoring van congreszakken, notitieblokken, pennen, herbruikbare waterflessen, de congresapp, pushberichten, sociale mediaberichten, wifi-netwerken, vloerbestickering, e-posterzones, registratiekiosken, waterdispensers, selfiecorners, recepties, lunches, koffiepauzes en de gala-avond, hebben als voornaamste doel de sponsor op zichtbare wijze te associëren met het congres en diens naamsbekendheid te vergroten.

34. De aanvrager merkt op dat de omvang van de promotionele zichtbaarheid rechtstreeks verband houdt met het gekozen sponsorpakket en de daarvoor verschuldigde vergoeding. Hoe uitgebreider het pakket en hoe hoger de sponsorbijdrage, des te groter de zichtbaarheid die aan de sponsor wordt toegekend. Dit bevestigt het rechtstreeks verband tussen de betaalde vergoeding en de verleende diensten.

35. Voor zover bepaalde sponsorpakketten tevens aanvullende voordelen bevatten, zoals gratis congressregistraties, exhibitor badges, toegang tot netwerkactiviteiten of expositieruimte, zijn deze voordelen ondergeschikt aan het fundamentele doel van de overeenkomst.

36. De rulingdienst is van oordeel dat alle aangeboden sponsorpakketten hoofdzakelijk bestaan uit het verlenen van publicitaire zichtbaarheid aan de sponsor en derhalve kwalificeren als reclamediensten, dan wel als samengestelde diensten waarvan het hoofdbestanddeel bestaat uit reclamediensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 1° W.Btw.

Ter beschikkingstelling standplaats

37. Naast het wetenschappelijke congresprogramma wordt binnen de congresinfrastructuur een tentoonstelling georganiseerd waarop ondernemingen, onderzoeksinstellingen en andere professionele marktdeelnemers hun producten, diensten en innovaties kunnen voorstellen aan de congresdeelnemers.

38. De tentoonstelling vormt geen afzonderlijk evenement, maar maakt integraal deel uit van het wetenschappelijk congres en wordt uitsluitend georganiseerd in functie van dat congres. De tentoonstelling wordt ingericht gedurende de looptijd van het congres, binnen de door de organisator voorziene congresfaciliteiten en richt zich specifiek tot de deelnemers van het congres.

39. De hoofdprestatie van deze pakketten bestaat uit de terbeschikkingstelling van een standplaats binnen de officiële tentoonstelling van het congres. Voor bepaalde pakketten omvat de dienstverlening eveneens de inrichting van de standplaats door middel van een vooraf bepaald modulair systeem waarvan de kenmerken door de organisator worden vastgelegd.

40. De exhibitiepakketten omvatten daarnaast bepaalde aanvullende voordelen, zoals:

• opname in de exhibitor directory;

• vermelding in de congresapp;

• vermelding op het online congresplatform;

• exhibitor badges die toegang geven tot de tentoonstelling.

41. Deze bijkomende elementen hebben geen autonoom economisch doel, maar ondersteunen uitsluitend de deelname aan de tentoonstelling en de exploitatie van de standplaats.

42. De administratie volgt het standpunt van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarin het Hof voor recht zegt dat een dienst die bestaat in de uitwerking, de tijdelijke terbeschikkingstelling en, in voorkomend geval, het vervoer en de montage van een beurs- of expositiestand, voor klanten die hun producten of diensten voorstellen op beurzen en exposities kan aangemerkt worden als een dienst die verband houdt met een culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke of soortgelijke activiteit wanneer de stand wordt uitgewerkt of ter beschikking gesteld voor een bepaalde beurs of expositie in verband met een van die thema’s of wanneer de stand beantwoordt aan een model waarvan de organisator van een bepaalde beurs of expositie de vorm, afmetingen, materiële opbouw of het visuele aspect vastgelegd heeft (6).


[(6) Btw-Commentaar. BOEKWERK I: Belastingplicht en belastbare handelingen. Hoofdstuk 3: Diensten (01.08.2025): Afdeling 3, Titel 1, H.]


43. Aan deze voorwaarden is in casu voldaan.

44. Vooreerst worden de standplaatsen uitsluitend ter beschikking gesteld in het kader van een specifieke tentoonstelling die deel uitmaakt van een internationaal wetenschappelijk congres. De tentoonstelling heeft geen zelfstandig bestaan buiten het congres en wordt specifiek georganiseerd ten behoeve van de congresdeelnemers.

45. Daarnaast worden de standplaatsen aangeboden binnen een vooraf georganiseerde beursomgeving waarvan locatie, duur, inrichting en praktische organisatie volledig door de organisator worden bepaald.

46. Voor de pakketten die een xxx omvatten, wordt bovendien een gestandaardiseerde structuur aangeboden waarvan vorm, afmetingen en materiële opbouw vooraf door de organisator zijn vastgelegd. Deze situatie stemt overeen met de hypothese die uitdrukkelijk wordt vermeld in de administratieve commentaar en de rechtspraak van het Hof van Justitie.

47. De economische realiteit van de transactie bestaat voor de exposant niet uit de loutere huur van een oppervlakte, maar uit de mogelijkheid om gedurende een welbepaalde wetenschappelijke manifestatie aanwezig te zijn binnen de officiële tentoonstelling van het congres en er zijn producten, diensten of expertise voor te stellen aan een gespecialiseerd internationaal publiek.

48. Dit geldt des te meer nu de exposanten hoofdzakelijk buitenlandse ondernemingen zijn die specifiek deelnemen aan het congres om in contact te komen met de deelnemers aan deze wetenschappelijke manifestatie.

49. De opname in de exhibitor directory, de vermelding in de congresapp en op het online platform, evenals de exhibitor badges, zijn vanuit economisch oogpunt ondergeschikt aan deze hoofdprestatie en vormen slechts middelen om de deelname aan de tentoonstelling onder optimale omstandigheden mogelijk te maken.

50. De rulingdienst is dan ook van oordeel dat de aangeboden exhibitiepakketten moeten worden beschouwd als één enkele samengestelde dienst waarvan de hoofdprestatie bestaat uit de tijdelijke terbeschikkingstelling en, in voorkomend geval, de inrichting van een standplaats binnen een tentoonstelling die integraal deel uitmaakt van een wetenschappelijk congres, en derhalve kwalificeren als diensten die verband houden met een wetenschappelijke activiteit.

Netwerkactiviteiten

51. Uit de voorgelegde gegevens blijkt dat tijdens het congres verschillende activiteiten worden georganiseerd die expliciet gericht zijn op het bevorderen van netwerking tussen de deelnemers. Deze activiteiten vinden plaats op afzonderlijke locaties en omvatten entertainment, alsook het verstrekken van spijzen en dranken. De deelname aan deze activiteiten vereist een afzonderlijke inschrijving en een afzonderlijke vergoeding, onderscheiden van de inschrijving voor het congres zelf. Deze activiteiten zijn uitsluitend toegankelijk voor personen die reeds als deelnemer aan het congres zijn ingeschreven.

52. Gelet op het feit dat voor deze netwerkactiviteiten een afzonderlijke vergoeding wordt aangerekend en dat zij een eigen economisch en functioneel doel hebben, onderscheiden van het loutere recht om aan het congres deel te nemen, kunnen zij niet worden beschouwd als een bijkomstige prestatie bij de congresdeelname. De verstrekking van spijzen en dranken vormt binnen deze activiteiten een wezenlijk onderdeel van de aangeboden dienst.

53. Overeenkomstig de administratieve richtlijnen (7) is er sprake van een afzonderlijke dienst wanneer de deelnemer voor het nuttigen van spijzen en/of dranken een afzonderlijke vergoeding betaalt. In casu worden de netwerkactiviteiten georganiseerd tegen een afzonderlijke deelnameprijs die betrekking heeft op het geheel van de locatie, het entertainment en de verstrekte spijzen en dranken.


[(7) Circulaire 2017/C/70, punt 2.5.2.7. Spijzen en/of dranken tijdens een seminarie, titel B.]


54. Bijgevolg dienen deze netwerkactiviteiten te worden aangemerkt als restaurant- en cateringdiensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 11° W.Btw. De vergoeding die betrekking heeft op deze activiteiten valt derhalve onder het toepassingsgebied van voormelde bepaling en dient voor de btw-behandeling als een afzonderlijke hoofdhandeling te worden beschouwd.

III.B. Plaats van de handeling

55. De plaatsbepalingsregels voor diensten zijn onderverdeeld in twee categorieën, met name de regels voor:

• diensten die worden verricht Business to Business (B2B), met andere woorden diensten die door een als zodanig handelende belastingplichtige worden verstrekt aan een als zodanig handelende belastingplichtigen (of daarmee gelijkgestelde personen) (artikel 21 van het Btw-Wetboek)

• diensten die worden verricht Business to Consumer (B2C), met ander woorden diensten die door een als zodanig handelende belastingplichtige worden verstrekt aan een niet-belastingplichtige (artikel 21bis van het Btw-Wetboek).

56. Artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek bepaalt wanneer de afnemer als ‘belastingplichtige’ moet worden beschouwd voor de toepassing van de plaatsbepalingsregels van artikelen 21 en 21bis van het Btw-Wetboek.

57. Als de dienst wordt verricht aan een belastingplichtige zoals bedoeld in artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek, zal de plaats van de dienst worden bepaald door de B2B-regels van artikel 21 van het Btw-Wetboek.

58. Als de dienst wordt verricht aan een persoon die geen belastingplichtige is zoals bedoeld in artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek, zal de plaats van de dienst worden bepaald door de B2C-regels van artikel 21bis van het Btw-Wetboek.

59. Het begrip ‘belastingplichtige’ zoals gedefinieerd in artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek ter omzetting van artikel 43 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd, mag alleen in de specifieke context inzake de plaatsbepaling van diensten worden gebruikt.

60. Voor de toepassing van de plaatsbepalingsregels bepaalt artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek ten aanzien van de afnemer dat onder het begrip ‘belastingplichtige’ moet worden verstaan:

• de belastingplichtige zoals bedoeld in artikel 4 van het Btw-Wetboek, zoals bijvoorbeeld:

­ een belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van periodieke btw-aangiften (artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek)

­ kleine ondernemingen die onder de vrijstellingsregeling van artikel 56bis van het Btw-Wetboek vallen

­ belastingplichtigen die onder de forfaitaire landbouwregeling van artikel 57 van het Btw-Wetboek vallen

­ belastingplichtigen die uitsluitend handelingen verrichten die vrijgesteld zijn door artikel 44 van het Btw-Wetboek en geen recht op aftrek verlenen

­ gemengde belastingplichtigen (die zowel handelingen met recht op aftrek verrichten als een vrijgestelde handelingen zonder recht op aftrek)

­ belastingplichtigen die ontheven zijn van het indienen van periodieke btw-aangiften

• de belastingplichtige die ook werkzaamheden of handelingen verricht die niet als handelingen bedoeld in artikel 2 van het Btw-Wetboek worden aangemerkt (gedeeltelijke belastingplichtigen).

Het betreffen belastingplichtigen die naast hun belastbare activiteit waarvoor ze belastingplichtige zijn overeenkomstig artikel 4 van het Btw-Wetboek ook handelingen verrichten die buiten de werkingssfeer van de btw vallen, zoals bijvoorbeeld een holdingvennootschap, die naast het loutere beheer van aandelen (buiten de werkingssfeer), ook diensten onder bezwarende titel voor haar dochterondernemingen (belastbare handelingen).

• de niet-belastingplichtige rechtspersoon die voor btw-doeleinden is geïdentificeerd of zou moeten zijn, omdat zijn intracommunautaire verwervingen van goederen aan de btw onderworpen zijn of omdat hij gebruik heeft gemaakt van het keuzerecht om deze handelingen aan de btw te onderwerpen (zie ook artikel 17, lid 2, van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011, voornoemd).

Entreegeld beurs, trainingen en werfbezoeken

61. Wanneer de dienst bestaat in ‘het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangsverlening samenhangende diensten’, vindt deze plaats daar waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt (artikel 21, § 3, 3°, van het Btw-Wetboek in een B2B-context en artikel 21bis, § 2, 5°, a), van het Btw-Wetboek in een B2C-context).

62. Het feit dat het toegangsgeld tot een evenement van tevoren werd betaald of dat het ticket al dan niet langs elektronische weg werd aangekocht, speelt ter zake geen enkele rol (8).


[(8) Circulaire AFZ nr. 19/2009 van 22.12.2009, randnummer 38]


63. Aangezien het congres, de trainingen en de werfbezoeken plaatsvinden in xxx, is de plaats van de dienst gelegen in België.

64. Deze plaatsbepalingsregel is van toepassing op het entreegeld voor het congres, alsook op de vergoedingen die worden aangerekend voor de deelname aan de trainingen en de werfbezoeken.

Sponsoring en terbeschikkingstelling standplaats

65. De sponsor- en exhibitiepakketten worden enkel aangeboden in een B2B-context, zoals gedefinieerd in artikel 21, § 1 W.Btw (zie supra). Het gaat respectievelijk om reclamediensten en diensten die verband houden met een wetenschappelijke activiteit. De B2B-hoofdregel is in casu van toepassing.

66. Ingevolge de B2B-hoofdregel is de plaats van de diensten, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige in de zin van artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek, de plaats waar deze belastingplichtige de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd.

67. Worden deze diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige die gevestigd is op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt.

68. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats (artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek ter omzetting van artikel 44 van de richtlijn 2006/112/EG).

69. Desbetreffende diensten zijn hoe dan ook enkel belastbaar in het land waar de afnemer is gevestigd. De dienstverrichter moet deze plaats bepalen op grond van de gegevens die hem door de afnemer zijn verstrekt via de controles die gelden in het gebruikelijke handelsverkeer (9).


[(9) Circulaire AFZ nr. 5/2011 van 27.06.2011, randnummer 40]


70. De plaats van de aangeboden sponsor- en exhibitiepakketten is, al naar gelang de afnemer, de plaats waar deze belastingplichtige de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, de plaats waar de vaste inrichting zich bevindt, de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de afnemer.

Netwerkactiviteiten

71. De netwerkactiviteiten kwalificeren als restaurant- en cateringdiensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 11° W.Btw.

72. Restaurant- en cateringdiensten vinden plaats daar waar de dienst materieel wordt verricht, met uitzondering van die welke materieel worden verricht aan boord van een schip, vliegtuig of trein tijdens het in de Gemeenschap verrichte gedeelte van een passagiersvervoer (artikelen 21, § 3, 4° (B2B-context) en 21bis, § 2, 6°, a, (B2C-context) van het Btw-Wetboek, ter omzetting van artikel 55 van de richtlijn 2006/112/EG).

73. Aangezien de netwerkactiviteiten plaatsvinden in xxx, is de plaats van de dienst gelegen in België.

III.C. Toe te passen tarief

Entreegeld beurs, trainingen en werfbezoeken

74. Aangezien het congres, de trainingen en de werfbezoeken plaatsvinden in xxx, is de plaats van de dienst gelegen in België (zie supra) en bijgevolg belastbaar in België.

75. Krachtens rubriek XXVIII, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, is het btw-tarief van 6% van toepassing op:

‘De toekenning van het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak, alsmede de toekenning van het recht gebruik ervan te maken, met uitzondering van:

a) de toekenning van het recht gebruik te maken van automatische ontspanningstoestellen;

b) de terbeschikkingstelling van roerende goederen.’

76. Opdat rubriek XXVIII, van tabel A, van toepassing kan zijn, moet er vooreerst sprake zijn van een ‘inrichting’. Dit is een ruimte of een plaats waartoe gebruikers toegang hebben. Deze ruimte of plaats hoeft niet permanent te zijn maar kan ook tijdelijk zijn (bijvoorbeeld: kermisattractie). Deze inrichting moet bovendien bestemd zijn voor cultuur, sport of vermaak.

77. In casu verlenen het entreegeld voor het congres, de vergoeding voor de trainingen en de werfbezoeken telkens toegang tot een inrichting bestemd voor cultuur, sport of vermaak in de zin van rubriek XXVIII van tabel A bij het Koninklijk Besluit nr. 20.

78. Het entreegeld verleent in hoofdzaak toegang tot de congreslocaties. De vergoeding voor de trainingen verleent toegang tot een tweedaags trainingsprogramma dat plaatsvindt in het xxx. De vergoeding voor de werfbezoeken verleent toegang tot diverse, voor het publiek niet vrij toegankelijke locaties en infrastructuurprojecten.

79. Deze locaties vormen ruimtes of plaatsen waartoe de deelnemers toegang verkrijgen in het kader van het evenement. Het betreft bijgevolg inrichtingen in de zin van rubriek XXVIII van tabel A. De toegang tot deze inrichtingen maakt het wezenlijke voorwerp uit van de verleende prestaties.

80. Bijgevolg zijn de voorwaarden voor de toepassing van rubriek XXVIII van tabel A vervuld voor het entreegeld van het congres, de deelname aan de trainingen en de deelname aan de werfbezoeken.

81. Aangezien het entreegeld voor het congres, de vergoedingen voor de trainingen en de vergoedingen voor de werfbezoeken betrekking hebben op het verlenen van toegang tot inrichtingen in de zin van rubriek XXVIII van tabel A bij het Koninklijk Besluit nr. 20, zijn deze prestaties onderworpen aan het verlaagde btw-tarief van 6 %.

82. Bijgevolg dient op deze vergoedingen het btw-tarief van 6 % te worden toegepast, ongeacht de hoedanigheid of de herkomst van de afnemer.

Sponsoring en terbeschikkingstelling standplaats

83. De sponsor- en exhibitiepakketten worden uitsluitend aangeboden in een B2B-context, zoals gedefinieerd in artikel 21, § 1 W.Btw (zie supra). Overeenkomstig de B2B-hoofdregel wordt de plaats van deze diensten geacht gelegen te zijn daar waar de afnemer de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft waarvoor de dienst wordt verricht.

84. Wanneer de afnemer in België is gevestigd of over een Belgische vaste inrichting beschikt waarvoor de dienst wordt verricht, zijn de vergoedingen voor de sponsor- en exhibitiepakketten onderworpen aan de Belgische btw tegen het normale tarief van 21 %. Wanneer de afnemer niet in België is gevestigd en hier evenmin beschikt over een vaste inrichting waarvoor de dienst wordt verricht, bevindt de plaats van de dienst zich buiten België. In dat geval is de verrichting niet aan de Belgische btw onderworpen en is zij belastbaar overeenkomstig de btw-regels van de lidstaat of het derde land waar de afnemer is gevestigd.

85. Er wordt benadrukt dat de omstandigheid dat de afnemer een vzw is, op zich geen afbreuk doet aan de kwalificatie van de verrichting als een dienst verricht in een B2B-context. Overeenkomstig artikel 21, § 1 van het Btw-Wetboek wordt een vzw immers als belastingplichtige afnemer beschouwd voor de toepassing van de plaatsbepalingsregels inzake diensten.

Netwerkactiviteiten

86. De netwerkactiviteiten kwalificeren als restaurant- en cateringdiensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 11° W.Btw en vinden plaats daar waar de dienst materieel wordt verricht (zie supra). Aangezien de netwerkactiviteiten plaatsvinden in xxx, is de plaats van de dienst gelegen in België.

87. Krachtens rubriek I, van tabel B, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, is het btw-tarief van 12% van toepassing op restaurant- en cateringdiensten, met uitsluiting van het verschaffen van dranken.

88. Er wordt opgemerkt dat dranken die het voorwerp zijn van een restaurant- of cateringdienst als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 11°, van het Btw-Wetboek expliciet uitgesloten zijn van de toepassing van het btw-tarief van 12%. Het verschaffen van dranken voor het verbruik ter plaatse zijn zonder onderscheid onderworpen aan het normale btw-tarief van 21%.

89. Bijgevolg dient op deze vergoedingen het btw-tarief van 12 % te worden toegepast, met uitsluiting van het verschaffen van dranken die onderworpen zijn aan het normale btw-tarief van 21%, ongeacht de hoedanigheid of de herkomst van de afnemer.

De DVB is van oordeel dat:

90. het entreegeld dat door de bezoekers van het congres wordt betaald, de vergoeding is voor het recht op toegang tot een inrichting voor vermaak in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 12° W.Btw, en deze plaats vindt in België, daar waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt (artikel 21, § 3, 3°, van het Btw-Wetboek in een B2B-context en artikel 21bis, § 2, 5°, a), van het Btw-Wetboek in een B2C-context), en onderworpen is aan het verlaagd btw-tarief van 6 %, ongeacht de hoedanigheid of de herkomst van de afnemer, overeenkomstig rubriek XXVIII van tabel A bij het Koninklijk Besluit nr. 20;

91. de georganiseerde trainingen en werfbezoeken kwalificeren als diensten die bestaan uit het verlenen van toegang tot wetenschappelijke en educatieve evenementen in de zin van artikel 53 van Richtlijn 2006/112/EG, en deze plaats vindt in België, daar waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt (artikel 21, § 3, 3°, van het Btw-Wetboek in een B2B-context en artikel 21bis, § 2, 5°, a), van het Btw-Wetboek in een B2C-context), en onderworpen is aan het verlaagd btw-tarief van 6 %, ongeacht de hoedanigheid of de herkomst van de afnemer, overeenkomstig rubriek XXVIII van tabel A bij het Koninklijk Besluit nr. 20;

92. dat alle aangeboden sponsorpakketten hoofdzakelijk bestaan uit het verlenen van publicitaire zichtbaarheid aan de sponsor en derhalve kwalificeren als reclamediensten, dan wel als samengestelde diensten waarvan het hoofdbestanddeel bestaat uit reclamediensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 1° W.Btw, en deze plaats vinden daar waar de afnemer de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, de plaats waar de vaste inrichting zich bevindt, de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de afnemer overeenkomstig artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek. Wanneer de afnemer in België is gevestigd of over een Belgische vaste inrichting beschikt waarvoor de dienst wordt verricht, zijn de vergoedingen voor de sponsorpakketten onderworpen aan de Belgische btw tegen het normale tarief van 21 %. Wanneer de afnemer niet in België is gevestigd en hier evenmin beschikt over een vaste inrichting waarvoor de dienst wordt verricht, bevindt de plaats van de dienst zich buiten België. In dat geval is de verrichting niet aan de Belgische btw onderworpen en is zij belastbaar overeenkomstig de btw-regels van de lidstaat of het derde land waar de afnemer is gevestigd;

93. dat de aangeboden exhibitiepakketten moeten worden beschouwd als één enkele samengestelde dienst waarvan de hoofdprestatie bestaat uit de tijdelijke terbeschikkingstelling en, in voorkomend geval, de inrichting van een standplaats binnen een tentoonstelling die integraal deel uitmaakt van een wetenschappelijk congres, en derhalve kwalificeren als diensten die verband houden met een wetenschappelijke activiteit, en deze plaats vinden daar waar de afnemer de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, de plaats waar de vaste inrichting zich bevindt, de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de afnemer overeenkomstig artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek. Wanneer de afnemer in België is gevestigd of over een Belgische vaste inrichting beschikt waarvoor de dienst wordt verricht, zijn de vergoedingen voor de exhibitiepakketten onderworpen aan de Belgische btw tegen het normale tarief van 21 %. Wanneer de afnemer niet in België is gevestigd en hier evenmin beschikt over een vaste inrichting waarvoor de dienst wordt verricht, bevindt de plaats van de dienst zich buiten België. In dat geval is de verrichting niet aan de Belgische btw onderworpen en is zij belastbaar overeenkomstig de btw-regels van de lidstaat of het derde land waar de afnemer is gevestigd;

94. de netwerkactiviteiten worden aangemerkt als restaurant- en cateringdiensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 11° W.Btw, en deze plaats vinden in België, daar waar de dienst materieel wordt verricht (artikelen 21, § 3, 4° (B2B-context) en 21bis, § 2, 6°, a, (B2C-context) van het Btw-Wetboek, ter omzetting van artikel 55 van de richtlijn 2006/112/EG), en onderworpen zijn aan het btw-tarief van 12 %, met uitsluiting van het verschaffen van dranken die onderworpen zijn aan het normale btw-tarief van 21%, ongeacht de hoedanigheid of de herkomst van de afnemer, overeenkomstig rubriek I, van tabel B, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.

Aangehaalde teksten

14