---
title: "Voorafgaande beslissing 2025.0820 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale splitsing"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale splitsing, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2025.0820 van 9 december 2025."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2025-0820-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-splitsing-zakelijke-overwegingen-03a1"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking, registratierechten · VENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - REGISTRATIERECHTEN - Inbreng van een algemeenheid van goederen - BTW - Overdracht van een algemeenheid - Niet-leveringsbeginsel - Overdracht van onroerende goederen - Vrijstelling

**Nummer**

2025.0820

**Datum**

9 december 2025

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

94 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2025.0820 d.d. 09.12.2025

*VENNOOTSCHAPSBELASTING* · *Belastingneutrale splitsing* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking*

*REGISTRATIERECHTEN* · *Inbreng van een algemeenheid van goederen*

*BTW* · *Overdracht van een algemeenheid* · *Niet-leveringsbeginsel* · *Overdracht van onroerende goederen* · *Vrijstelling*

## Samenvatting

De splitsing van de vastgoedvennootschap X door oprichting van drie nieuwe vennootschappen met een onmiddellijke disproportionele toekenning van de aandelen van de nieuw op te richten vennootschappen aan de drie onderscheiden aandeelhouders, die ertoe strekt het vastgoedpatrimonium te verdelen over de drie familietakken teneinde hen toe te laten een eigen beleid te voeren, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183*bis* WIB 92 en kan belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211 § 1, WIB 92.

Het geheel van de rechtshandelingen is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen als bedoeld in artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en maakt geen fiscaal misbruik uit in de zin van artikel 344 § 1, eerste lid, WIB 92.

De splitsing van vennootschap X kan plaatsvinden met vrijstelling van evenredige registratierechten zoals voorzien in artikel 117, § 1, federaal W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167 federaal W.Reg.

De overdracht naar Newco 1 naar aanleiding van de splitsing van vennootschap X kan met betrekking tot de levering van de bij naam genoemde onroerende goederen belastingvrij plaatsvinden met toepassing van artikel 44, § 2, 13°, W.Btw.

De overdrachten naar Newco 2 en Newco 3 naar aanleiding van de splitsing van vennootschap X dienen plaats te vinden met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:

**1.1.** de splitsing van de NV X door oprichting van drie nieuwe vennootschappen niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis* van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en kan plaatsvinden onder het vrijstellingsregime van artikel 211, § 1, WIB 92;

**1.2.** de voormelde splitsing kan genieten van de vrijstelling van registratierechten zoals voorzien in artikel 117, § 1 van het federaal Wetboek der Registratie-, hypotheek- en griffierechten (hierna W.Reg.);

**1.3.** de voormelde splitsing kan plaatsvinden onder de toepassing van de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, § 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.Btw) , dan wel vrijgesteld is op grond van artikel 44, § 2, 13°, W.Btw in hoofde van Newco 1.

**1.4.** er geen sprake is van fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, § 1 WIB 92 betreffende de artikelen 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste gedachtestreepje, 192, 209 en 210, 211, § 1, WIB 92.

## II. Omschrijving van de verrichting

**2.** De NV X is een vastgoedvennootschap met commercieel vastgoed dat aan derden wordt verhuurd. De aandelen van deze vennootschap worden thans aangehouden door BV Y (de vennootschap van het echtpaar A en B) en hun kinderen C en D.

**3.** Om de continuïteit en een goede overdracht naar de volgende generatie te kunnen garanderen, zal worden overgegaan tot de splitsing van de NV X door oprichting van 3 nieuwe vennootschappen met onmiddellijke disproportionele toebedeling van de nieuwe aandelen van de verkrijgende vennootschappen aan haar aandeelhouders.

**4.** Als gevolg van de verrichting wordt het patrimonium van NV X met aandacht voor gelijkberechtiging verdeeld en overgedragen aan 3 nieuw op te richten vennootschappen, met name Newco 1 (waarvan de nieuwe aandelen uitsluitend zullen worden toebedeeld aan de BV B), Newco 2 (waarvan de nieuwe aandelen uitsluitend zullen worden toebedeeld aan de natuurlijke persoon C) en Newco 3 (waarvan de nieuwe aandelen uitsluitend zullen worden toebedeeld aan de natuurlijke persoon D). Er werd bevestigd dat de specifieke schulden die rusten op de over te dragen onroerende goederen, zullen worden toegewezen aan de vennootschap die het desbetreffend onroerend goed heeft verkregen. Aangezien het vermogen van de gesplitste vennootschap niet op een volledig gelijkwaardige wijze kan worden verdeeld over de 3 verkrijgende vennootschappen, zal er nog een beperkte geldopleg worden betaald tussen de aandeelhouders onderling om deze verschillen te compenseren.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake de toepassing van de artikelen 183bis en 211, § 1, WIB 92 op de splitsing*

**5.** De in randnummer 3 omschreven verrichting beantwoordt aan de definitie van een splitsing door oprichting van nieuwe vennootschappen als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, e), WIB 92.

**6.** De splitsing zal ertoe leiden dat de drie familietakken elk afzonderlijk een onafhankelijk beleid zullen kunnen voeren met hun eigen vennootschap en deze verder zullen kunnen uitbouwen volgens hun eigen visie zonder inmenging van de andere familietak. Op deze wijze zal onenigheid tussen de familietakken inzake het te voeren beleid kunnen worden vermeden en zal de continuïteit van de activiteiten beter kunnen worden gegarandeerd.

**7.** De aanvrager heeft bevestigd dat ten aanzien van de NV X geen lopende of aangekondigde claims of rechtsvorderingen hangende zijn, zodat de splitsing er niet toe strekt om zich aan bepaalde financiële verplichtingen te onttrekken.

**8.** De aanvrager heeft bevestigd dat de eigenvermogensbestanddelen over de 3 verkrijgende vennootschappen zullen worden verdeeld overeenkomstig de bepalingen van artikel 213 WIB 92 en de administratieve commentaar . Dit blijkt ook uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat. Wat de vrijgestelde reserves betreft wordt de aandacht gevestigd op het feit dat de NV X enkel beschikt over gespreid te belasten meerwaarden zoals bedoeld in artikel 47 WIB 92, waarvoor volgens de aanvrager reeds aan de nodige herbeleggingsverplichtingen werd voldaan. Na de splitsing dient de gespreide taxatie van deze meerwaarden te worden verdergezet bij de vennootschap die het betrokken herbeleggingsactivum verkrijgt. Bij gebrek aan andere vrijgestelde reserves zal de toepassing van artikel 213 WIB 92 met zich meebrengen dat een deel van de gespreid te belasten meerwaarde, die verder gespreid moet worden belast ten name van Newco 3, wordt teruggevonden in het vermogen van de andere verkrijgende vennootschappen Newco 1 en Newco 2. Bijgevolg zal de gespreid te belasten meerwaarde ten name van Newco 3 moeten worden belast door in eerste instantie het aan deze vennootschap toegewezen gedeelte van de gespreid te belasten meerwaarden om te zetten in een belaste reserve en vervolgens het overige deel als een verworpen uitgave te belasten volgens de werkwijze zoals voorgeschreven in nr. 211/56 van de administratieve commentaar op het WIB 92.

**9.** De NV X is de laatste jaren winstgevend en beschikt over een belastbare basis. Ze beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Aangezien de verkrijgende vennootschappen nieuw op te richten vennootschappen zijn, beschikken deze evenmin over dergelijke bestanddelen. Uit de door de aanvrager verstrekte prognoses blijkt dat de nieuw op te richten verkrijgende vennootschappen financieel leefbaar zullen zijn.

**10.** De aanvrager heeft bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van de verkrijgende vennootschappen na de splitsing te vervreemden of over te dragen.

**11.** Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de splitsing van de NV X plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**12.** De verkrijgende vennootschappen, met name de nieuw op te richten vennootschappen Newco 1, Newco 2 en Newco 3, zullen binnenlandse vennootschappen zijn.

**13**. Derhalve kan worden besloten dat de splitsing van de NV X belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

### *III.B. Inzake de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92 op het geheel van de verrichtingen*

**14.** Tot voor kort bezaten de natuurlijke personen A en B nog een aantal aandelen van de NV X in persoonlijke naam, naast de andere aandelen van de NV X die zij onrechtstreeks middels de door hen gecontroleerde vennootschap BV B aanhielden.

**15.** Om de splitsing van de NV X door oprichting van 3 nieuwe vennootschappen administratief-juridisch op eenvoudige wijze door te kunnen voeren met slechts 3 aandeelhouders (die dan elk de controle verkrijgen over één van de 3 verkrijgende vennootschappen), hebben de natuurlijke personen A en B hun aandelen van de NV X recentelijk voor x EUR verkocht aan de BV B, waarover zij de controle uitoefenen. Er werd dus geopteerd voor een verkoop van aandelen aan de eigen holding en niet voor een inbreng van aandelen met toepassing van artikel 184, vierde lid, WIB 92, hetgeen als een fiscaal misbruik kan worden aanzien.

**16.** De natuurlijke personen A en B hebben zich er echter toe verbonden om de verkoopprijs van deze aandelen vóór het verlijden van de splitsingsakte van de NV X (en in hetzelfde jaar als de in randnummer 15 vermelde verrichting) middels een kapitaalverhoging terug in te brengen in het vermogen van de BV B met toepassing van artikel 184, vierde lid, WIB 92 alsof het een inbreng van aandelen van de NV X zou betreffen. Aangezien de exacte aanschaffingswaarde van deze aandelen ten name van de natuurlijke personen A en B nog moeilijk te achterhalen is en het corresponderend bedrag aan fiscaal gestort kapitaal dat door deze aandelen wordt vertegenwoordigd verwaarloosbaar klein is, heeft de aanvrager gesteld dat de volledige kapitaalverhoging als een belaste reserve zal worden opgenomen in de fiscale aangifte van de BV B. Dienaangaande merkt de DVB echter op dat artikel 184, vierde lid, WIB 92 bepaalt dat bij gebrek aan aanschaffingswaarde het door de inbreng gestorte kapitaal ten name van de BV B in principe gelijk is aan het gestorte kapitaal van de NV X dat door de ingebrachte aandelen wordt vertegenwoordigd. Het overige deel van de kapitaalverhoging wordt als een belaste reserve in kapitaal aangemerkt.

**17.** Er kan ook worden opgemerkt dat de combinatie van een splitsing gevolgd door een overdracht van de aandelen van de overdragende of verkrijgende vennootschap met het oog op de overdracht van een deel van haar activa desgevallend zou kunnen worden aanzien als een fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92, indien de verkrijger van de aandelen een derde partij is ten aanzien van de overdragende partij, waarbij meerwaarden op activa worden omgezet in meerwaarden op aandelen. Dienaangaande wordt evenwel opgemerkt dat de aanvrager heeft aangegeven dat er geen intentie is tot vervreemding (en dus ook niet tot verkoop) van de aandelen van de verkrijgende vennootschappen na de splitsing. Bovendien wordt erop gewezen dat de geldopleg te betalen tussen de aandeelhouders onderling ingevolge de disproportionele toekenning van aandelen van de verkrijgende vennootschappen slechts zeer geringe bedragen betreft.

**18.** Gelet op hetgeen voorafgaat en inzonderheid het in randnummer 16 aangegane engagement kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen evenmin een fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92 betreffende de toepassing van de artikelen 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste gedachtestreepje, 192, 209 en 210, 211, § 1, WIB 92.

### *III.C. Inzake de toepassing van artikel 117, § 1, federaal W.Reg. op de splitsing*

**19.** Inzake de splitsing is artikel 117, § 1, federaal W.Reg. van toepassing: het bij artikel 115 en 115*bis* federaal W.Reg. bepaalde recht is niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

**20.** Deze bepaling is evenwel slechts van toepassing op voorwaarde:

1° dat de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Unie;

2° a) dat de rechtshandeling door artikel 12:7 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen wordt gelijkgesteld met fusie door overneming, of

b) dat eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt hetzij door toekenning van aandelen, hetzij door toekenning van aandelen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde of, bij gebrek aan een nominale waarde, van de fractiewaarde van de toegekende aandelen niet overschrijdt. Indien het Belgisch of buitenlands recht dat de verkrijgende vennootschap beheerst niet in een begrip gelijkaardig aan dat van het kapitaal van een naamloze vennootschap voorziet, wordt met de fractiewaarde gelijkgesteld, de inbrengwaarde, zoals die blijkt uit de jaarrekening, van alle door de aandeelhouders of vennoten toegezegde inbrengen in geld of in natura, met uitzondering van de inbrengen in nijverheid, in voorkomend geval verhoogd met de reserves die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de aandeelhouders of vennoten kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging, dit alles gedeeld door het aantal aandelen.

**21.** Bij de splitsing van de NV X naar drie nieuw op te richten vennootschappen, met name Newco 1, Newco 2 en Newco 3, zal de inbreng worden gedaan door een Belgische vennootschap. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

**22.** De splitsing van de NV X naar drie nieuw op te richten vennootschappen gebeurt door inbreng van het gehele vermogen, zowel actief en passief, van de te splitsen vennootschap, waardoor er wordt voldaan aan de notie van een universaliteit van goederen zoals bepaald in artikel 117, § 1, federaal W.Reg.

**23.** De inbreng ingevolge de splitsing zal door de verkrijgende vennootschappen uitsluitend worden vergoed in aandelen zonder geldopleg *(1)*.

---

*\[(1) De geldopleg waarvan sprake in randnummer 4 betreft een geldopleg te betalen tussen de aandeelhouders onderling.\]*

---

**24.** Vermits er tevens passiva worden overgedragen, moet in principe rekening worden gehouden met de toepassing van artikel 120, eerste lid, federaal W.Reg., de zogenaamde gemengde inbreng op basis waarvan a rato van het passief evenredige rechten verschuldigd zijn. In hetzelfde artikel 120 federaal W.Reg. en meer bepaald in het derde lid wordt er echter een uitzondering voorzien voor het geval de universaliteit van de goederen wordt ingebracht. Vermits dit laatste in casu het geval is, kan artikel 117, § 1, federaal W.Reg. toch onverkort worden toegepast en is de splitsing van NV X vrijgesteld van evenredige registratierechten.

**25.** Gelet op het voorgaande kan worden gesteld dat de splitsing van NV X kan plaatsvinden met vrijstelling van evenredige registratierechten zoals voorzien in artikel 117, § 1, federaal W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167 federaal W.Reg.

**26.** De ingebrachte onroerende goederen liggen in het Vlaams en Waals Gewest.

**27.** Voor de toepassing van de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

### *III.D. Inzake de toepassing van de Btw op de splitsing*

**28.** Daar het vermogen van de NV X ingevolge de splitsing over drie nieuw op te richten vennootschappen (met name Newco 1, Newco 2 en Newco 3) zal worden verdeeld, dient vanuit Btw-technisch oogpunt onderzocht te worden of deze overdrachten als leveringen onderworpen aan Btw dienen te worden gekwalificeerd, of deze overdrachten als leveringen vrijgesteld van Btw dienen te worden gekwalificeerd en of deze overdrachten Btw-matig niet als een levering mogen worden beschouwd.

## III.D.1 De overdracht naar Newco 2 en Newco 3

**29.** Overeenkomstig artikel 11 W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

**30.** Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch Btw Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

**31.** In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

**32.** De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

**33.** Naast het voortzetten van de activiteit is tevens vereist dat de inbrenggenietende entiteit bovendien op autonome wijze de activiteit verderzet. Verwijzend naar de in de aanvraag beschreven overdracht, door middel van splitsing van de NV X naar de vennootschappen Newco 2 en Newco 3, dient vastgesteld te worden dat deze beide laatste de activiteiten, zoals voorheen verricht door de overdragende vennootschap, zal kunnen voortzetten.

**34.** Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft de splitsing betrekking op een algemeenheid.

**35.** Er kan worden geconcludeerd dat de overdracht van alle activa en passiva, de beide overnemers (Newco 2 en Newco 3) zullen toelaten om een zelfstandige economische activiteit uit te oefenen.

**36.** De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw stellen als expliciete voorwaarde dat de overnemer een ‘belastingplichtige’ moet zijn ‘die de belasting indien ze ingevolge de overdracht verschuldigd zou zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken’.

**37.** De aanvrager deelt mee dat de NV X het statuut heeft van een gemengde Btw-belastingplichtige.

**38.** De aanvrager deelt mee dat Newco 2 en Newco 3 zullen kwalificeren als een gemengde Btw-belastingplichtige.

**39.** Uit hetgeen voorafgaat blijkt dan ook dat de overdracht naar de twee nieuw op te richten vennootschappen Newco 2 en Newco 3 in het kader van de splitsing van de NV X op grond van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw noch als een levering van goederen, noch als een levering van diensten wordt beschouwd, aangezien:

\- Newco 2 en Newco 3 recht op aftrek zullen genieten;

\- Newco 2 en Newco 3 de activiteiten van de NV X zullen voortzetten;

\- en het telkens een overdracht van een algemeenheid betreft.

## III.D.2 De overdracht naar Newco 1

**40.** De aanvrager verklaart dat de nieuw op te richten vennootschap Newco 1 enkel goederen (onroerende goederen, incl. verwarmingsinstallaties in een gebouw) zal ontvangen die uitsluitend gebruikt werden voor het stellen van handelingen die vrijgesteld zijn van Btw bij toepassing van artikel 44, § 3, 2° W.Btw, met name de verhuur van uit hun aard onroerende goederen.

**41.** Verder verklaart de aanvrager dat, voor wat betreft een aantal (beperkte) roerende goederen, deze goederen vóór de splitsing, die het voorwerp uitmaakt van deze beslissing, werden geleverd. Bijgevolg maken zij geen deel uit van de voorliggende beslissing.

**42.** Tot slot maakt de aanvrager melding van andere activa (borgtocht, handelsvorderingen, liquide middelen) die worden overgedragen naar de nieuw op te richten vennootschap Newco 1. Evenwel stipuleert de aanvrager dat deze onder de vrijstelling van artikel 44, § 3, 7° - 9° W.Btw vallen.

**43.** Er dient te worden vastgesteld dat de zogenaamde andere activa geen deel uitmaken van voorliggende beslissing, ook omdat zij niet inbegrepen zijn in de juridische vraagstelling zoals door de vraagsteller voorgelegd (zie randnummer 1.3.).

**44.** Verder dient te worden vastgesteld dat de nieuw op te richten vennootschap Newco 1 zal kwalificeren als een belastingplichtige die uitsluitend vrijgestelde handelingen stelt (zonder recht op aftrek).

**45.** Bijgevolg kan er voor de overdracht naar de nieuw op te richten vennootschap Newco 1 geen (ambtshalve) toepassing worden gemaakt van het niet-leveringsbeginsel zoals vervat in de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

**46.** De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw stellen immers als expliciete voorwaarde dat de overnemer een ‘belastingplichtige’ moet zijn ‘die de belasting indien ze ingevolge de overdracht verschuldigd zou zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken’.

**47.** Een levering vrijgesteld van Btw van voornoemde onroerende goederen zou kunnen plaatsvinden op basis van artikel 44 § 3, 1° W.Btw. Dit artikel heeft immers betrekking op (uitsluitend) onroerende goederen.

**48.** Evenwel voert de aanvrager aan een levering vrijgesteld van Btw op basis artikel 44, § 2, 13°, W.Btw.

**49.** Deze zogenaamde technische vrijstelling heeft als doel om te vermijden dat bij de verkoop van goederen, zowel roerende als onroerende goederen, die zijn gebruikt voor een vrijgestelde activiteit en waarbij de vrijgestelde belastingplichtige in kwestie geen recht op aftrek heeft kunnen uitoefenen, zouden worden belast naar aanleiding van een levering (verkoop).

**50.** Artikel 44, § 2, 13°, W.Btw. stelt vrij de levering van goederen die uitsluitend ten behoeve van een op grond van artikel 44 W.Btw vrijgestelde activiteit werden aangewend als voor al deze goederen geen recht op aftrek is genoten.

**51.** Diensten, met uitzondering van het cliënteel, kunnen niet belastingvrij geleverd worden op basis van artikel 44, § 2, 13°, W.Btw.

**52.** Gemengde belastingplichtigen die hun aftrek uitoefenen conform artikel 46 W.Btw, kunnen de technische vrijstelling vervat in artikel 44, § 2, 13°, W.Btw slechts toepassen indien zij hun recht op aftrek uitoefenen met toepassing van de regel van het werkelijk gebruik én het te leveren goed exclusief was toegewezen (gealloceerd) aan de activiteit waarvoor geen recht op aftrek werd genoten (vrijgestelde sector).

**53.** Bijgevolg kunnen goederen (en diensten) die gedeeltelijk recht op aftrek genoten (gemengde kosten) niet het voorwerp uitmaken van een belastingvrije levering op basis van artikel 44, § 2, 13°, W.Btw.

**54.** Met betrekking tot deze voornoemde onroerende goederen heeft de overdragende vennootschap NV X, volgens de aanvrager, niet enig recht op aftrek van Btw genoten (conform de toepassing van het werkelijk gebruik).

**55.** Bijgevolg kan worden vastgesteld dat de overdracht van deze voornoemde onroerende goederen plaats kan vinden met vrijstelling van Btw op basis van artikel 44, § 2, 13°, W.Btw.

**56.** De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummers 10 en 17 van deze beslissing, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183*bis* of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals inzonderheid de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van de bij de splitsing opgerichte vennootschappen. Bij een latere overdracht van deze aandelen is de onderhavige voorafgaande beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
