---
title: "Voorafgaande beslissing 2025.0716 · Tarief"
description: "Tarief. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2025.0716 van 2 december 2025."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2025-0716-tarief-afbraak-gebouwen-ermee-gepaard-8d0b"
lang: "nl"
---

# Tarief · Btw - Tarief - Afbraak van gebouwen en ermee gepaard gaande heropbouw van woningen op Belgisch grondgebied en de levering ervan - Artikel 37, § 1 W.BTW - Rubriek XXXVII, § 3 van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20 (waarvan de tekst werd vervangen ingevolge artikel 53 van de Programmawet van 18.07.2025 (BS 29.07.2025, p. 53666) en zoals van toepassing met ingang vanaf 29.07.2025 (bij administratieve tolerantie met ingang vanaf 01.07.2025))

**Nummer**

2025.0716

**Datum**

2 december 2025

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

95 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2025.0716 dd. 02.12.2025

*Btw*

*Tarief*

*Afbraak van gebouwen en ermee gepaard gaande heropbouw van woningen op Belgisch grondgebied en de levering ervan*

*Artikel 37, § 1 W.BTW*

*Rubriek XXXVII, § 3 van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20 (waarvan de tekst werd vervangen ingevolge artikel 53 van de Programmawet van 18.07.2025 (BS 29.07.2025, p. 53666) en zoals van toepassing met ingang vanaf 29.07.2025 (bij administratieve tolerantie met ingang vanaf 01.07.2025))*

## Samenvatting

In de gegeven feitelijke omstandigheden is het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXVII, § 3, nieuw, van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20, waarvan de tekst werd vervangen ingevolge artikel 53 van de Programmawet van 18.07.2025 (BS 29.07.2025, p. 63555) en zoals (bij administratieve tolerantie) van toepassing met ingang vanaf 01.07.2025, in uitvoering van artikel 37, § 1 W.BTW, principieel van toepassing op de levering (verkoop) van het bedoelde residentieel vastgoedproject X.

Indien er afzonderlijk gelegen parkeerplaatsen worden verkocht (die zich niet op het betreffend kadastraal perceel bevinden), zijn deze onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

Het verlaagd tarief is niet van toepassing op het gedeelte van de prijs van de levering dat betrekking heeft op de specifieke elementen van een installatie voor centrale verwarming die werkt op fossiele brandstoffen, daaronder begrepen de branders en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel.

Deze voorafgaande beslissing is slechts geldig mits voor alle leveringen (verkopen), zijnde de X met betrekking tot X zoals hiervoor bedoeld, nog geen btw opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW op datum van deze beslissing;

Wanneer de bouwheer of verkoper de bestemming van de heropgerichte woning wijzigt na het indienen van de verklaring, die verstuurt dient te zijn vóór het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig [artikel 17, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-17), van het Wetboek, of, in geval van een verkoop op plan, vóór het tijdstip waarop het belastbare feit zich voordoet overeenkomstig [artikel 16, § 1, eerste lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-16), van het Wetboek conform rubriek XXXVII, § 3 van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20), dan moet hij een regularisatie verrichten van het reeds genoten belastingvoordeel. Hij verliest eveneens het recht op de toepassing van het verlaagd btw-tarief in het kader van deze regeling.

De toepassing van dit 6%-tarief verder afhankelijk is van de in § 3, tweede lid, § 5, § 7 en § 8 van voornoemde rubriek XXXVII, nieuw, opgelegde grond- en vormvoorwaarden, i.e. in hoofdzaak de bestemming die de verkrijger aan de woning geeft (enige en hoofzakelijk eigen woning), de domicilievereiste, het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger, het oppervlaktecriterium (in casu 175 m² maximale bewoonbare oppervlakte van de woning), de termijnvoorwaarde (in casu 5 jaar) en de naleving van de te vervullen formaliteiten.

## Tekst van de beslissing

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend in naam van de vennootschap X. X werd opgericht met als doel het vastgoedproject Y te realiseren.

2\. De activiteiten van X zijn gericht op het ontwikkelen van bouwprojecten. Zij kwalificeert, mede gelet op de omvang van het vastgoedproject Y, als beroepsoprichter in de zin van artikel 12, § 2 W.BTW.

3\. Het vastgoedproject Y situeert zich op twee percelen grond gelegen aan Z.

4\. De totale oppervlakte van de projectgrond, gelegen in een gebied met een residentieel karakter, bedraagt x ha.

5\. De percelen gelegen waren vóór de herontwikkeling bebouwd met diverse gebouwen.

6\. De bestaande infrastructuur werd volledig gesloopt met het oog op de realisatie van woningen.

7\. De startdatum van de afbraak- en heropbouwwerken ligt op vandaag nog niet vast. Wel is het de bedoeling om zeker nog dit jaar de afbraakwerken te beëindigen. X heeft een recht van opstal verworven van N en M op twee percelen grond gelegen aan Z.

8\. De verkaveling voorziet in de oprichting van X eengezinswoningen.

Verder worden x parkeerplaatsen aangelegd verspreid over de verkaveling.

## II. Vraagstelling

9\. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de DVB de bevestiging te verkrijgen dat bij de levering (verkoop) van de x eengezinswoningen, die deel uitmaken van het vastgoedproject toepassing kan worden gemaakt van het verlaagde btw-tarief van 6% inzake afbraak van gebouwen en ermee gepaard gaande heropbouw van woningen bestemd voor verkoop aan particulieren die er zonder uitstel hun domicilie vestigen (overeenkomstig rubriek XXXVII, § 3, nieuw, van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20, waarvan de tekst werd vervangen ingevolge artikel 53 van de Programmawet van 18.07.2025 (BS 29.07.2025, p. 63555) en zoals (bij administratieve tolerantie) van toepassing met ingang vanaf 01.07.2025.

## III. Beslissing

Uit het door de rulingdienst verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

10\. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

***III.1. Wettelijk kader afbraak van gebouwen en ermee gepaard gaande heropbouw van woningen op belgisch grondgebied en de levering ervan (rubriek XXXVII, § 3, nieuw, tabel A, bijlage, BTW-KB nr. 20)***

## *11. Artikel 37, § 1 W.BTW bepaalt het volgende:*

> “Bij in Ministerraad overlegd besluit bepaalt de Koning de tarieven en geeft Hij de indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, rekening houdend met de door de Europese Gemeenschappen ter zake uitgevaardigde reglementering.”

12\. In uitvoering van deze wetsbepaling bepaalt rubriek XXXVII, § 3, nieuw, van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20, waarvan de tekst werd vervangen ingevolge artikel 53 van de Programmawet van 18.07.2025 (BS 29.07.2025, p. 63555), dat het verlaagde btw-tarief van 6% van toepassing is op de levering van woningen en het bijhorend terrein, alsook op de vestiging, overdracht of wederoverdracht van de zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2° W.BTW op een woning en het bijhorend terrein, die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1° W.BTW van de belasting zijn vrijgesteld, door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de ermee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer de op die handelingen verschuldigde belasting opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW sinds 01.07.2025.

13\. De voornoemde wetsbepaling rubriek XXXVII, § 3 van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 voorziet dat het voordeel van het bedoelde verlaagde btw-tarief van 6% is onderworpen aan het gezamenlijk vervullen van de volgende voorwaarden:

1° de handeling bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op een woning die, na de levering:

a) hetzij op het tijdstip van de eerste ingebruikneming of eerste inbezitneming als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning in de zin van artikel 5/5, § 4, tweede tot en met het achtste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten wordt gebruikt door de verkrijger-natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben en een totale bewoonbare oppervlakte heeft van niet meer dan 175 m²;

b) hetzij door de verkrijger wordt verhuurd overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid, 1°;

c) hetzij door de verkrijger wordt verhuurd overeenkomstig paragraaf 4, tweede lid, 1°, a) en een totale bewoonbare oppervlakte heeft van niet meer dan 175 m²;

2° de leverancier:

a) verstuurt vóór het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek, of, in geval van een verkoop op plan, vóór het tijdstip waarop het belastbare feit zich voordoet overeenkomstig artikel 16, § 1, eerste lid, van het Wetboek, een verklaring aan het elektronisch adres aangeduid door de minister van Financiën of zijn gemachtigde. Deze verklaring, medeondertekend door de verkrijger van het gebouw, vermeldt, naast het nationaal nummer en het telefoonnummer van wie die verklaring indient, de identificatiegegevens van alle verkopers en kopers van het heropgerichte gebouw, de respectievelijke aandelen van de kopers in dat gebouw, evenals het adres en de kadastrale gegevens van dat gebouw, dat dat gebouw het voorwerp uitmaakt van een handeling bedoeld in het eerste lid, bedoeld is om hetzij, als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning in de zin van artikel 5/5, § 4, tweede tot en met het achtste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten te worden gebruikt door de verkrijger-natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben waarbij die woning een totale bewoonbare oppervlakte zal hebben van niet meer dan 175 m², hetzij door de verkrijger aan een sociaal verhuurkantoor, dan wel aan een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting of andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon met sociaal oogmerk te worden verhuurd of te worden verhuurd in het kader van een aan hen toegekend beheermandaat, hetzij te worden verhuurd als woning aan een natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben waarbij die woning een totale bewoonbare oppervlakte zal hebben van niet meer dan 175 m², en is vergezeld van een afschrift van:

\- de omgevingsvergunning;

\- het (de) aannemingscontract(en) met betrekking tot de afbraak van het gebouw en de heropbouw van de woning;

\- het compromis of de authentieke akte met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde handeling;

b) overhandigt een afschrift van de in de bepaling onder a) bedoelde verklaring aan zijn medecontractant(en);

3° de door de leverancier van de goederen uitgereikte facturen en de dubbels die hij bewaart alsook de overeenkomsten of de authentieke akten met betrekking tot de handelingen bedoeld in het eerste lid, vermelden, op basis van het afschrift van de verklaring bedoeld in de bepaling onder 2°, b), het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijke niet-naleving van onderhavige bepaling, ontlast de medeondertekening van de verkrijger van de verklaring bedoeld in de bepaling onder 2°, a), de leverancier van de goederen van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

Voor de toepassing van het tweede lid, 1°, a), wordt om te bepalen of de woning de enige woning is die de verkrijger-natuurlijke persoon zelf betrekt, geen rekening gehouden met:

\- andere woningen waarvan hij, ingevolge erfenis, mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is;

\- een andere woning die hij betrekt als eigen woning waar hij zijn domicilie heeft gevestigd en die uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar van ingebruikneming of inbezitneming van de woning bedoeld in het tweede lid, 1°, a), is verkocht.

14\. Het bedoeld verlaagd tarief is niet van toepassing op het gedeelte van de prijs van de levering dat betrekking heeft op:

• zwembaden, sauna’s, minigolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties ((zwem)vijvers, fonteinen, basketbalvelden en dergelijke meer);

• de specifieke elementen van een installatie voor centrale verwarming die werkt op fossiele brandstoffen, daaronder begrepen de branders en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel.

15\. Bijkomend kan een beroep worden gedaan op de [circulaire 2025/C/48](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2025-c-48-nieuwe-regeling-btw-tarief-afbraak-90a2) betreffende de nieuwe regeling inzake het btw-tarief van 6 % voor de afbraak en heropbouw van woningen.

Verder zijn er de historisch relevante circulaires met betrekking tot de eerdere regelingen inzake het btw-tarief van 6 % voor de afbraak en heropbouw van woningen.

### *III.2. Toepassing in casu*

## III.2.a. Toepassing in casu i.v.m. criterium van eenheid

16\. Voor de toepassing van het bedoelde verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig voornoemde rubriek XXXVII, § 3, is vereist dat dezelfde entiteit is opgetreden als bouwheer van enerzijds de afbraakwerken van het (de) bestaande gebouw(en) en anderzijds van de werken met betrekking tot de heropbouw van de nieuwe woningen. De toepassing van het bedoelde 6%-tarief vereist dat de bouwheer is opgetreden als bouwheer van zowel de afbraakwerken als de heropbouwwerken (eenheid van bouwheerschap). De afbraak- en heropbouwwerken dienen aldus door dezelfde persoon te gebeuren binnen een eenheid van project.

17\. De aanvrager verklaart dat de afbraakwerken op het terrein zijn uitgevoerd in opdracht van vennootschap X door V. De afbraakwerken zijn uitgevoerd tussen mei en begin juli 2024.

18\. Vennootschap X heeft een opstalrecht (afstand van natrekking) op de betreffende gronden verkregen bij akte van 11 juli 2024.

19\. Aangezien voornoemde akte werd verleden na het uitvoeren van de afbraakwerken, is de entiteit van de afbraakwerken niet dezelfde als de entiteit van de bouwwerken.

20\. Evenwel voorzag de FOD Financiën in een eerdere tijdelijke regeling m.b.t. het verlaagd tarief afbraak en heropbouw met levering voor eigen bewoning door de koper, met name in punt 3.1 van de FAQ 'Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan', versie 2 juni 2021, in een positieve beoordeling van afbraak en heropbouw door dezelfde persoon door toepassing van een zakelijk recht gevestigd door de grondeigenaar ten gunste van de bouwheer van de bouwwerken.

Dit zakelijk recht kan stilzwijgend worden gevestigd, en hoeft niet onder bezwarende titel te zijn.

21\. De aanvrager beroept zich op de stilzwijgende vestiging van een zakelijk recht, i.c. een recht van opstal.

22\. De hiernavolgende elementen worden aangereikt om het bestaan van een stilzwijgend zakelijk recht te rechtvaardigen:

\- De afbraak is gebeurd in opdracht van vennootschap X op basis van een overeenkomst van 18 maart 2024 en werd aan haar gefactureerd op 11 juli 2024.

\- Het betreft zogenaamde verbonden partijen.

\- De verkregen omgevingsvergunningen werden allemaal aangevraagd door vennootschap X. De eerste vergunning (waarin sprake is van de afbraak) dateert van 26 maart 2024.

\- Deze omgevingsvergunningen zijn gebaseerd op het sloopopvolgingsplan van 8 september 2023, dat eveneens is opgemaakt namens vennootschap X.

De identiteitsvereiste (eenheid van bouwheerschap) is in casu vervuld.

## III.2.b.Toepassing in casu i.v.m. criterium van de volledige sloop

23\. Volgens punt 3.2. van de circulaire nr. 2025/C/48 van 28.07.2025 die verwijst naar punt 3.2. van de circulaire nr. 2024/C/73 van 27.11.2024 moet de opdrachtgever het gebouw in principe volledig (laten) slopen in die zin dat het betrekking moet hebben op een volledig gebouw.

24\. De aanvrager verklaart dat op het perceel X vanaf 1981 een eerste vergunde constructie werd opgericht in de vorm van een X, dat nadien werd uitgebreid met een X (vergund op 19 juli 1982), bijkomende X(vergund op 30 mei 1991), en een uitbreiding van de X (vergund op 10 mei 1993). Op het naastgelegen perceel X bevonden zich bijkomende X.

Het geheel vormde een gesloten en versnipperd bouwvolume, verspreid over drie zones op het terrein, met als hoofdcomponenten: X.

25\. De aanvrager verklaart dat de bestaande infrastructuur volledig werd gesloopt met het oog op de realisatie van woningen.

26\. Bijgevolg is aan het criterium van volledige sloop voldaan.

**III.2.c. Toepassing in casu i.v.m. i.v.m. afbraak en heropbouw op hetzelfde kadastrale perceel.**

27\. Voor de toepassing van het bedoelde verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig voornoemde rubriek XXXVII, § 3, wordt in voornoemde paragraaf uitdrukkelijk gesteld dat de afbraak en heropbouw op hetzelfde kadastraal perceel dient te gebeuren.

28\. De [circulaire 2024/C/73](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2024-c-73-verlaagd-btw-tarief-afbraak-heropbouw-5359) dd. 01.06.2024 stelt in punt 3.2.1, waarnaar de circulaire nr. 2025/C/48 van 28.07.2025 in punt 3.2. naar verwijst, dat de afbraak van een gebouw en daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning niet vereist dat beiden op exact dezelfde plaats gelegen zijn: het is voldoende dat beide zich op hetzelfde kadastraal perceel bevinden.

29\. Zoals door de aanvrager meegedeeld, en beschreven in randnummer x stonden de af te breken constructies op perceel x en op het naastgelegen perceel x.

30\. De aanvrager deelt mee dat uitsluitend op beide voornoemde percelen wordt heropgebouwd. Alle nieuwe percelen bevinden zich op de zogenaamde oude percelen x en y.

31\. Bijgevolg beantwoordt het project aan het criterium van afbraak en heropbouw op hetzelfde perceel.

**III.2.d. Toepassing in casu i.v.m. sloop van een gebouw met een significante omvang.**

32\. De [circulaire 2024/C/73](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2024-c-73-verlaagd-btw-tarief-afbraak-heropbouw-5359) dd. 01.06.2024 stelt in punt 3.2, waarnaar de circulaire nr. 2025/C/48 van 28.07.2025 in punt 3.2. naar verwijst, dat de aanwending van de te slopen gebouwen vóór de sloop alsook de ouderdom ervan zijn van geen belang.

33\. Onder de bedoelde regeling moet het afgebroken gebouw een gebouw zijn in de zin van artikel 1, § 9, 1° W.BTW dat is opgetrokken in duurzame materialen en dat een significante omvang heeft, ook in verhouding tot de op te richten woongebouwen (wooneenheden). De btw-administratie verduidelijkt dat het moet gaan om een gebouwd onroerend goed uit zijn aard waaraan een kadastraal inkomen kan worden toegekend. Zij stelt dat een oude woning, loods, fabriek of winkelruimte normaliter op zich beschouwd worden aangemerkt als significant. Deze beoordeling moet geval per geval gebeuren en is een feitenkwestie.

34\. Voor wat betreft het begrip significante omvang m.b.t. of de omvang van het gebouw betekenisvol is ten opzichte van de nieuwe constructies, stelt de circulaire het volgende: met betrekking tot het feit of de omvang van een gebouw betekenisvol is ten opzichte van de nieuwe constructies omschrijft de wetgeving niet de draagwijdte van het begrip 'significant' terwijl de administratie niet de bevoegdheid heeft normatieve criteria terzake op te leggen. Het blijft bijgevolg een feitenkwestie.

35\. De aanvrager deelt eigen berekeningen mee voor beide percelen.

Op het voormalig perceel x zijn de oude opstallen 2,9 maal groter qua volume, qua oppervlakte 1,93 maal.

Op het voormalig perceel x zullen de nieuwe woningen qua volume 3,9 maal groter zijn dan de afgebroken opstallen. Qua oppervlakte bedraagt de factor maal 5,7.

36\. Uit de aan de DVB voorgelegde stukken blijkt dat is voldaan aan de voorwaarde van sloop van een gebouw met significante omvang.

## IV. Conclusie

37\. In de gegeven feitelijke omstandigheden het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20, waarvan de tekst werd vervangen ingevolge artikel 53 van de Programmawet van 18.07.2025 (BS 29.07.2025, p. 63555) en zoals (bij administratieve tolerantie) van toepassing met ingang vanaf 01.07.2025, in uitvoering van artikel 37, § 1 W.BTW, principieel van toepassing is op de levering (verkoop) van de bedoelde vastgoedproject x;

38\. Indien er afzonderlijk gelegen parkeerplaatsen worden verkocht (die zich niet op het betreffend kadastraal perceel bevinden), zijn deze onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21% (zie met betrekking tot 18 aangelegde parkeerplaatsen verspreid over de verkaveling);

39\. Het verlaagd tarief niet van toepassing is op het gedeelte van de prijs van de levering dat betrekking heeft op de specifieke elementen van een installatie voor centrale verwarming die werkt op fossiele brandstoffen, daaronder begrepen de branders en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel;

40\. deze voorafgaande beslissing slechts geldig is mits voor alle leveringen (verkopen), zijnde de x \[alle\] eengezinswoningen met betrekking tot het vastgoedproject zoals hiervoor bedoeld, nog geen btw opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW op datum van deze beslissing;

41\. Wanneer de bouwheer of verkoper de bestemming van de heropgerichte woning wijzigt na het indienen van de verklaring, die verstuurt dient te zijn vóór het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek, of, in geval van een verkoop op plan, vóór het tijdstip waarop het belastbare feit zich voordoet overeenkomstig artikel 16, § 1, eerste lid, van het Wetboek conform rubriek XXXVII, § 3 van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20), dan moet hij een regularisatie verrichten van het reeds genoten belastingvoordeel. Hij verliest eveneens het recht op de toepassing van het verlaagd btw-tarief in het kader van deze regeling;

42\. De toepassing van dit 6%-tarief verder afhankelijk is van de in § 3, tweede lid, § 5, § 7 en § 8 van voornoemde rubriek XXXVII, opgelegde grond- en vormvoorwaarden, i.e. in hoofdzaak de bestemming die de verkrijger aan de woning geeft (enige en hoofzakelijk eigen woning), de domicilievereiste, het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger, het oppervlaktecriterium (in casu 175 m² maximale bewoonbare oppervlakte van de woning) , de termijnvoorwaarde (in casu 5 jaar) en de naleving van de te vervullen formaliteiten.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 16](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-16) 1 voorkomen

[WBTW art. 17](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-17) 1 voorkomen
