---
title: "Voorafgaande beslissing 2025.0438 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2025.0438 van 15 juli 2025."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2025-0438-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-3210"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Vennootschapsbelasting - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - BTW - Overdracht van btw belaste diensten

**Nummer**

2025.0438

**Datum**

15 juli 2025

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

63 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2025.0438 d.d. 15.07.2025

*Vennootschapsbelasting* · *Belastingneutrale partiële splitsing* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking*

*BTW* · *Overdracht van btw belaste diensten*

## Samenvatting

De partiële splitsing van vennootschap X, waarbij de intellectuele eigendom m.b.t. merk A wordt afgezonderd naar een nieuw op te richten vennootschap teneinde de prestaties van de operationele en intellectuele eigendomsstromen met betrekking tot dit merk te optimaliseren, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92.

De partiële splitsing voldoet niet aan de voorwaarden opgelegd volgens artikel 11 en 18, §3 W.btw. Bijgevolg zal deze overdracht van een btw belaste dienst gebeuren volgens artikel 18, §1, 7° W.btw. De overnemer IPCo zal btw belaste activiteiten verrichten en kan de btw op deze transactie recupereren mits hij voldoet aan de gewone aftrekregels van de btw.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1 de partiële splitsing van vennootschap X waarbij de intellectuele eigendom wordt overgedragen aan de (op te richten) Belgische vennootschap NewCo BV (hierna "IPCo"), voldoet aan de voorwaarden van artikel 211, §1 juncto 183bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna “WIB 92”), in het bijzonder dat de verrichting geen fiscale fraude of belastingontwijking als hoofddoel of één der hoofddoelen heeft;

1.2 de boekhoudkundige retroactiviteit tegenstelbaar is aan de fiscale administratie;

1.3 de partiële splitsing niet kwalificeert als een overdracht van een bedrijfsactiviteit in de zin van de artikelen 11 en 18, §3 van het Belgische btw-wetboek (hierna W.btw) en derhalve dient te worden beschouwd als een dienstverrichting die binnen het toepassingsgebied van de btw valt. Gelet op het btw-belastbare karakter van de door IPCo uitgeoefende activiteiten, heeft IPCo een volledig recht op aftrek van btw en is zij gerechtigd om de btw die is betaald op de overdracht van de intellectuele eigendom terug te vorderen, uiteraard met respect van de gewone aftrekregels.

## II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

### *II.A. Beschrijving van de betrokken entiteiten, de huidige groepsstructuur en de totstandkoming ervan*

2\. Groep Q is actief in sector K.

3\. Groep Q heeft recent een sectorgenoot, groep P, overgenomen.

4\. De belangrijkste operationele entiteit van de groep P is vennootschap X, die het merk A onder zich houdt.

5\. Vennootschap X beschikt niet over onroerende goederen.

### *II.B. Beschrijving van de verrichtingen door de aanvragers*

6\. Om de huidige strategie van groep Q te bevorderen, zal een partiële splitsing van vennootschap X worden doorgevoerd, als onderdeel van een grotere reorganisatie. De aanvragers beogen zo de intellectuele eigendom van de groepen wereldwijd te kunnen integreren en benutten.

7\. Concreet wensen de aanvragers om de operationele activiteiten van vennootschap X te scheiden van de strategische ontwikkelingsactiviteiten gerelateerd aan de intellectuele eigendom om twee zelfstandige entiteiten te creëren.

8\. Door de afsplitsing van zijn intellectuele eigendom zal vennootschap X de focus kunnen verscherpen op de kernactiviteiten.

9\. Voorafgaand aan de juridische doorvoering van de partiële splitsing zullen de eigen aandelen van vennootschap X worden overgedragen aan vennootschap Z.

10\. Alle andere en operationele activa blijven eigendom van vennootschap X, die de operationele activiteiten (verder ook OpCo genoemd) zal voortzetten.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake artikel 211, §1, WIB 92*

11\. De in randnummer 8 beschreven verrichting beantwoordt aan de definitie van een met splitsing gelijkgestelde verrichting in de zin van artikel 2, §1, 6°/1, g), 1) WIB 92.

12\. De afsplitsing van de intellectuele eigendom maakt deel uit van een grotere reorganisatie, gericht op het optimaliseren van de prestaties en informatiestromen van de operationele activa en intellectuele eigendom binnen groep Q waardoor de internationale bedrijfsvoering wordt gefaciliteerd.

13\. De aanvragers geven aan dat de partiële splitsing geen impact zal hebben op de tewerkstelling van vennootschap X. De tewerkstelling zal naar verwachting licht toenemen op niveau van OpCo volgens de aanvragers. Hieruit blijkt dat alle bestaande activiteiten bij vennootschap X bij voortduur zullen worden verdergezet bij de partieel gesplitste vennootschap en bij de verkrijgende vennootschap IPCo.

14\. De fiscale aspecten van de partiële splitsing kunnen als volgt worden samengevat:

14.1 vennootschap X was in het verleden verlieslatend. In het laatst afgesloten boekjaar werd winst geboekt.

14.2 vennootschap X beschikt over fiscaal overgedragen verliezen. De aanvragers bevestigen de toepassing van artikel 206, §2, WIB 92. Op basis van de ontwerpberekening zou ongeveer xx % van de fiscaal overgedragen verliezen worden overgeheveld naar IPCo. De overgehevelde fiscaal overgedragen verliezen zullen in toepassing van artikel 206, §2, WIB 92 beperkt worden a rato van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen van de partieel gesplitste vennootschap in het totaal van de fiscale nettowaarden van de overgenomen bestanddelen van de partieel gesplitste vennootschap en van de verkrijgende vennootschap IPCo;

14.3 aangezien de verkrijgende vennootschap een nieuw opgerichte vennootschap is, beschikt zij niet over fiscaal overgedragen bestanddelen;

14.4 aangezien de verkrijgende vennootschap een nieuw opgerichte vennootschap is, beschikt zij evenmin over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande herbeleggings- of investeringsverplichtingen gelden. De verrichtingen strekken er dus niet toe om activa van de partieel gesplitste vennootschap aan te duiden als herbelegging bij IPCo met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling of van een stelsel van gespreide taxatie;

14.5 de aanvragers bevestigen dat er geen intentie is tot overdracht van de aandelen van vennootschappen X en/of IPCo na doorvoering van de partiële splitsing.

15\. Uit de overgemaakte prognoses blijkt dat OpCo en IPCo winstgevend en dus leefbaar zullen zijn in de toekomst.

16\. De aanvragers hebben bevestigd dat de bepalingen van artikel 213 WIB 92 zullen worden nageleefd. Dit blijkt ook uit de overgemaakte ontwerp splitsingsstaat.

17\. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

18\. De verkrijgende vennootschap IPCo zal een binnenlandse vennootschap zijn.

19\. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing van vennootschap X belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92.

### *III.B. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting*

20\. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

20.1 met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

20.2 en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

21\. De aanvragers geven aan dat de partiële splitsing zal worden doorgevoerd met een boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden. De retroactiviteitsperiode loopt ook niet over de gebruikelijke afsluitdatum van het boekjaar van vennootschap X heen (31 december).

22\. In het kader van de in randnummer 20.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de overgedragen fiscale verliezen of overgedragen DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). De aanvragers geven evenwel aan dat tijdens de boekhoudkundige retroactiviteitsperiode geen uitzonderlijke verrichtingen zullen plaatsvinden.

23\. Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

### *III.C. Inzake de btw*

24\. De partiële splitsing van vennootschap X naar de verkrijgende Belgische vennootschap IPCo zal bestaan uit de overdracht van de intellectuele eigendom.

25\. Overeenkomstig artikel 11 W.btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W.btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

26\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

27\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

28\. De artikelen 11 en 18, §3, W.btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

29\. De beoordeling of het voorwerp van de overdracht kwalificeert als een overdracht van een algemeenheid of in een bedrijfsafdeling dient te worden gemaakt in hoofde van de overnemer, IPCo.

30\. Rekening houdend met de overgedragen bestanddelen is er geen sprake van een algemeenheid van goederen of een bedrijfsafdeling voor BTW doeleinden in de zin van de artikelen 11 en 18, §3 W.btw.

31\. Gelet op het bovenstaande zal de overdracht van de immateriële activa kwalificeren als een BTW-belaste dienstprestatie en deze overdracht zal gebeuren overeenkomstig artikel 18, §1, 7° W.btw.

32\. Artikel 18, §1, 7° W.btw. omschrijft “de overdracht van een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een auteursrecht, een industrietekening, een industriemodel of andere soortgelijke rechten, of het verlenen van licenties inzake deze rechten”.

33\. Na de overdracht van de intellectuele eigendom zal IPCo de intellectuele eigendom beheren en royalty-inkomsten ontvangen.

34\. IPCo zal naar aanleiding van de voorgenoemde handeling een belastbare economische activiteit uitoefenen die onderworpen is aan btw en zal worden beschouwd als een belastingplichtige met een volledig recht op aftrek van de voorbelasting uiteraard met respect van de gewone aftrekregels.

35\. Bijgevolg zal IPCo, gelet op haar btw-belastbare activiteiten, gerechtigd zijn om het recht op aftrek van de btw die is betaald op de overdracht van de IP-activa uit te oefenen.

## Aangehaalde teksten

5

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
