---
title: "Voorafgaande beslissing 2025.0210 · Vennootschapsbelasting"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsingen, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2025.0210 van 10 juni 2025."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2025-0210-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsingen-zakelijke-7af5"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsingen, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Vennootschapsbelasting - Belastingneutrale partiële splitsingen - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Meerwaarde op aandelen - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

**Nummer**

2025.0210

**Datum**

10 juni 2025

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

88 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2025.0210 d.d. 10.06.2025

*Vennootschapsbelasting* · *Belastingneutrale partiële splitsingen* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking* · *Meerwaarde op aandelen*

*BTW* · *Overdracht van een bedrijfsafdeling*

## Samenvatting

De partiële splitsingen waarbij de I-activiteiten van vennootschappen B en C worden overgenomen door vennootschap D, teneinde de gelijkaardige activiteiten van deze vennootschappen te integreren, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kunnen belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92.

De meerwaarde die vennootschap B heeft gerealiseerd bij de verkoop van de aandelen van vennootschap C is vrijgesteld van de vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 192, §1, eerste lid WIB 92.

De voormelde inbrengen dienen plaats te vinden met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1 de partiële splitsing van vennootschappen B en C beantwoorden aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, Wetboek van de Inkomstenbelastingen (hierna “WIB 92”) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking hebben in de zin van artikel 183bis WIB 92;

1.2 de principes inzake de toewijzing van de bestanddelen van het respectievelijke eigen vermogen van vennootschap B en vennootschap C correct zijn weergegeven in toepassing van artikel 213 WIB 92;

1.3 de boekhoudkundige retroactiviteit van de partiële splitsing van vennootschappen B en C op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard en tegenstelbaar zal zijn aan de belastingadministratie;

1.4 de meerwaarde op aandelen die vennootschap B zal realiseren ingevolge de verkoop van de aandelen die zij aanhoudt in vennootschap C is vrijgesteld in hoofde van vennootschap B op grond van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB;

1.5 de overdracht van activiteiten en activa n.a.v. de partiële splitsing van vennootschap B en vennootschap C dient te worden beschouwd als de overdracht van een bedrijfstak waarmee door vennootschap D een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend en die in aanmerking komt voor de toepassing van de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, § 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna: “W.Btw);

1.6 de overdracht van de activa n.a.v. de partiële splitsing van vennootschap B en vennootschap C in hoofde van voormelde vennootschappen geen aanleiding geeft tot een herziening van de oorspronkelijke afgetrokken btw op voormelde overgedragen activa zoals bepaald in artikel 48, § 2 W.Btw juncto [artikel 10, KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art10), in toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw. De oorspronkelijk afgetrokken btw op de xx % eigendom van de voertuigen van vennootschap B en vennootschap C die in hoofde van deze laatste behouden blijft en zal worden aangewend voor diens belaste btw-activiteit, en het voorwerp zal uitmaken van een aan btw onderworpen huurovereenkomst ten aanzien van vennootschap D, zal tevens geen aanleiding geven tot een herziening zoals bepaald in artikel 48, § 2 W.Btw, juncto [artikel 10, KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art10) vermits dit als bedrijfsmiddel zal worden aangewend door vennootschap B en vennootschap C.

## II. Beslissing

### *II.A. Inzake artikel 211, §1, en 213 WIB 92*

2\. De aanvragers bevestigen dat de doorgevoerde verrichtingen met splitsing gelijkgestelde verrichtingen betreffen in de zin van artikel 2, §1, 6°/1, g), 1) WIB 92.

3\. De partiële splitsingen kaderen binnen de doelstelling van de groep Q om de activiteiten van de overgenomen groep P te integreren. De l-activiteiten van vennootschappen B en C werden gecentraliseerd binnen vennootschap D, dat zelf ook l-activiteiten als hoofdactiviteit had/heeft. Ook in andere landen gebeuren gelijkaardige integratiebewegingen. De aanvragers hebben ook in detail onderbouwd waarom een fusie van vennootschap B en vennootschap C in vennootschap D in casu niet aangewezen is. Dit zou gigantische administratieve lasten met zich meebrengen.

4\. De aanvragers geven aan dat de partiële splitsingen geen negatieve impact zullen hebben op de tewerkstelling. Vennootschap C stelt geen personeel tewerk, maar doet beroep op het personeel van vennootschap B. Het personeel van vennootschap B zal mee overgaan naar vennootschap D. De bij vennootschappen B en C resterende activiteiten zullen worden waargenomen door het personeel van vennootschap D dat hiervoor ter beschikking wordt gesteld van vennootschappen B en C. Hieruit blijkt dat de aanwezige activiteiten bij vennootschappen B en C bij voortduur zullen worden verdergezet.

5\. De fiscale aspecten van de partiële splitsingen kunnen als volgt worden samengevat:

5.1 vennootschappen B en C waren de laatste jaren winstgevend en beschikten over een belastbare basis. Vennootschap D is de laatste jaren afwisselend winstgevend en/of verlieslatend;

5.2 vennootschappen B, C en D beschikken niet over fiscaal overgedragen bestanddelen;

5.3 de aanvragers bevestigen dat de activa van vennootschappen B en C die overgaan naar vennootschap D in het kader van de partiële splitsingen niet zullen worden aangewend als herbeleggings- of investeringsactivum in het kader van enige uitstaande herbeleggings- of investeringsverplichting. De verrichtingen strekken er dus niet toe om activa van vennootschap B en/of vennootschap C aan te duiden als herbelegging met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling of van een stelsel van gespreide taxatie;

5.4 de aanvragers geven aan dat er geen intentie is om de aandelen van vennootschappen B, C en/of D te vervreemden na doorvoering van de partiële splitsingen.

6\. Er wordt in het bijzonder op gewezen dat de belastingneutraliteit niet kan worden geweigerd indien een verrichting gericht is op de ontwijking van andere belastingen dan diegene waarop de Fusierichtlijn doelt *(1)*.

---

*\[(1) HvJ 20 mei 2010, C-352-08 inzake Zwijnenburg\]*

---

7\. De aanvragers hebben bevestigd dat de bepalingen van artikel 213 WIB 92 zullen worden nageleefd. Dit blijkt ook uit de overgemaakte splitsingsstaat.

8\. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschappen B en C plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

9\. De verkrijgende vennootschap, met name vennootschap D, is een binnenlandse vennootschap.

10\. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsingen van vennootschappen B en C belastingneutraal kunnen plaatsvinden in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92.

### *II.B. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting*

11\. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

11.1 met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

11.2 en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

12\. De partiële splitsingen hebben plaatsgevonden met een boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden. De boekhoudkundige retroactiviteit loopt ook niet over de gebruikelijke afsluitdatum van de betrokken vennootschappen heen.

13\. In het kader van de in randnummer 11.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de overgedragen fiscale verliezen of overgedragen DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). In casu beschikken de partieel te splitsen vennootschappen B en C evenwel niet over fiscaal overgedragen verliezen en/of DBI-overschotten. Ook de verkrijgende vennootschap D beschikt niet over fiscaal overgedragen verliezen en/of DBI-overschotten.

14\. Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

### *II.C. Inzake artikel 192, §1, eerste lid, WIB 92*

15\. Vennootschap B heeft zijn aandelen in vennootschap C verkocht aan vennootschap Q *(2)* tijdens de retroactiviteitsperiode.

---

*\[(2) De beoordeling van de toepassingsvoorwaarden van artikel 192, §1, WIB 92 dient te gebeuren op de juridische datum van de overdracht en dus in hoofde van vennootschap B.\]*

---

#### II.C.1. Participatievoorwaarde

16\. Vennootschap B had op het ogenblik van de overdracht een deelneming van minstens 10% in vennootschap C.

#### II.C.2. Permanentievoorwaarde

17\. De aanvragers bevestigen dat vennootschap B de aandelen vennootschap C sedert meer dan één jaar aanhield.

#### II.C.3. Taxatievoorwaarde

18\. Vennootschap C is een Belgische vennootschap onderworpen aan de vennootschapsbelasting en geniet geen afwijkend belastingregime. Zodoende spelen de uitsluitingsgronden van artikel 203, §1, eerste lid, 1° en 3° en WIB 92 niet.

19\. De aanvragers bevestigen dat vennootschap C geen financieringsvennootschap en/of thesaurievennootschap is zoals bedoeld in artikel 203, §1, eerste lid, 2° en 2°bis WIB 92. Zodoende speelt de uitsluitingsgrond van artikel 203, §1, eerste lid, 2° en 2°bis WIB 92 niet.

20\. Aangezien vennootschap C geen bijkantoren heeft en ook geen oogmerk heeft om bijkantoren of vaste inrichtingen te openen, is ook de uitsluitingsgrond van artikel 203, §1, eerste lid, 4° WIB 92 niet van toepassing.

21\. Aangezien vennootschap C geen deelnemingen heeft, speelt de uitsluitingsgrond van artikel 203, §1, eerste lid, 5° WIB 92 niet.

22\. Aangezien dividenduitkeringen in België niet aftrekbaar zijn voor vennootschapsbelastingdoeleinden, speelt de uitsluitingsgrond van artikel 203, §1, eerste lid, 6° WIB 92 niet.

23\. Gelet op hetgeen hiervoor uiteengezet werd, zijn de verrichtingen minstens opgezet op grond van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen. Zodoende speelt de uitsluitingsgrond van artikel 203, §1, eerste lid, 7° WIB 92 niet.

24\. Derhalve kan worden besloten dat de meerwaarde die vennootschap B heeft gerealiseerd, naar aanleiding van de verkoop van de participatie in vennootschap C in aanmerking komt voor de vrijstelling van artikel 192, §1, eerste lid, WIB 92.

### *II.D. Inzake BTW*

25\. Overeenkomstig artikel 11 W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

26\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

27\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

28\. De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een economische activiteit kan worden verder gezet.

29\. Naast het voortzetten van de activiteit is tevens vereist dat de inbrenggenietende entiteit op autonome wijze de activiteit verderzet.

30\. De in de aanvraag opgenomen transactie betreft de partiële splitsing door vennootschappen B en C van hun I-activiteiten aan vennootschap D, waarbij evenwel xx % van de eigendom van de voertuigen van vennootschappen B en C wordt behouden in de overdragende vennootschappen.

31\. De partiële splitsing voltrok zich recent.

32\. De activa en passiva die worden ingebracht in vennootschap D werden in extenso beschreven.

De eigendom van de voertuigen van vennootschappen B en C, voor het uitoefenen van de l-activiteit, worden voor xx % overgedragen aan vennootschap D. xx % van de eigendom van de voertuigen van vennootschappen B en C wordt behouden in de overdragende vennootschappen.

Het onroerend goed van vennootschap B, alsook enige werken en toevoegingen aan dit onroerend goed en de hiermee verbonden activa, worden behouden in hoofde van de overdragende vennootschap B.

Het personeel van vennootschap B zal mee overgaan naar vennootschap D. Vennootschap C stelt geen personeel tewerk, maar doet beroep op het personeel van vennootschap B.

33\. De operationele activiteit m.b.t. de voertuigen van vennootschappen B en C zal integraal worden waargenomen door vennootschap.

Dienaangaande zal vennootschap B / vennootschap C een aan btw-onderworpen huurovereenkomst afsluiten met vennootschap D voor voormelde xx % eigendom.

Bijgevolg zullen vennootschappen B en C geen exploitatie- of genotsrecht meer uitoefenen m.b.t. deze activiteiten of activa.

34\. De xx % eigendom die wordt behouden bij vennootschappen B en C is een juridische eigendomsstructuur die wordt opgezet omwille van administratieve, organisatorische en financiële doeleinden.

Naar aanleiding van het behoud van die xx % eigendom door de overdragende vennootschappen blijven in hoofde van de dienst DIV de overdragende vennootschappen B en C eigenaar van deze voertuigen.

Bijgevolg dienen na de partiële splitsing de overdragende vennootschappen B en C nog een aantal werkzaamheden verder te zetten, onder meer de correspondentie met de DIV en de betaling van de jaarlijkse verkeersbelasting.

De aanvrager verklaart dat die werkzaamheden zullen worden uitgevoerd door het personeel van vennootschap D, dat hiervoor ter beschikking wordt gesteld aan vennootschappen B en C via een aan btw-onderworpen dienstenovereenkomst. De kosten die door vennootschap B worden betaald m.b.t. de voertuigen van vennootschappen B en C (bijvoorbeeld verkeersbelasting) worden integraal doorgefactureerd "at cost" aan vennootschap D, vermits vennootschap D de operationele en economische activiteit m.b.t. de voertuigen van vennootschap B uitoefent.

35\. Aangezien de l-activiteiten zullen worden verdergezet binnen vennootschap D en nieuwe voertuigen (die na de partiële splitsingen worden aangekocht) bijgevolg worden ingeschreven door vennootschap D, is de gesplitste eigendomsstructuur tijdelijk, met een maximumperiode van 5 jaar in mede-eigendom.

36\. Omwille van het gebrek van geldige bodemcertificaten wordt het onroerend goed van vennootschap B, alsook enige werken en toevoegingen aan dit onroerend goed en de hiermee verbonden activa, behouden in hoofde van vennootschap B.

Voormeld onroerend goed zal via een van btw-vrijgestelde en marktconforme huurovereenkomst aan vennootschap D ter beschikking worden gesteld.

De aanvrager spreekt de intentie uit om het voormeld onroerend goed over te dragen aan vennootschap D van zodra de vereiste bodemcertificaten voorhanden zijn.

37\. Verwijzend naar de in de aanvraag beschreven overdracht dient vastgesteld te worden dat de l-activiteiten, zoals voorheen verricht door de inbrengende vennootschappen, zullen kunnen worden voortgezet.

38\. Rekening houdend met de aangebrachte elementen in de aanvraag kan worden vastgesteld dat activiteiten op autonome wijze verder zullen worden gezet.

39\. Tot slot wordt vastgesteld dat de overdragende vennootschappen alsook vennootschap D handelen als btw-plichtige met recht op aftrek.

40\. Derhalve dient geconcludeerd te worden dat de in de aanvraag opgenomen inbrengen ressorteren onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.Btw.

41\. Aangezien de partiële splitsing van vennootschappen B en C met toepassing van de artikelen 11 en 18 § 3, W.Btw dient te gebeuren, en de overgedragen activa door vennootschap D zullen worden aangewend voor de oefening van diens aan btw onderworpen beroepsactiviteit, dient in hoofde van vennootschappen B en C geen btw-herziening te worden doorgevoerd in de zin van artikel 48, §2 W.Btw juncto [artikel 10, KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art10) voor de activa die deze laatste overdraagt aan vennootschap D, i.c. xx % van de eigendom van de voertuigen, n.a.v. de partiële splitsing.

42\. De xx % eigendom van de voertuigen van de overdragende vennootschappen, die door deze laatste worden behouden, geeft in concreto eveneens geen aanleiding tot een herziening in de zin artikel 48, §2 W.Btw juncto [artikel 10, KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art10) in hoofde van vennootschap B, vermits voormelde xx % eigendom nog steeds een bedrijfsmiddel betreft dat zal worden aangewend voor de aan btw onderworpen beroepsactiviteit van vennootschappen B en C.

De aanvrager verklaart dat de xx % eigendom van de voertuigen van vennootschap C en van B middels een aan btw-onderworpen huurovereenkomst ter beschikking zal worden gesteld aan vennootschap D.

## Aangehaalde teksten

8

[KB nr. 3 art. 10](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 4 voorkomens

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
