---
title: "Voorafgaande beslissing 2025.0193 · Tarief"
description: "Tarief. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2025.0193 van 27 mei 2025."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2025-0193-tarief-werk-in-onroerende-staat-4bba"
lang: "nl"
---

# Tarief · Btw - Tarief - Werk in onroerende staat (renovatie- en omvormingswerken) met betrekking tot een privé-woning - Artikelen 37 en 38 W.BTW - Rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20

**Nummer**

2025.0193

**Datum**

27 mei 2025

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

250 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2025.0193 d.d. 27.05.2025

**Voorafgaande beslissing nr. 2025.0193 dd. 27.05.2025** · *Btw* · *Tarief* · *Werk in onroerende staat (renovatie- en omvormingswerken) met betrekking tot een privé-woning* · *Artikelen 37 en 38 W.BTW* · *Rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20*

## Samenvatting

1\. Op de beschreven werken zoals opgenomen in deze beslissing is het verlaagd btw-tarief van 6% van toepassing overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970, in uitvoering van [artikel 37 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37);

2\. Alle werken m.b.t. het kinderdagverblijf in gebouw A, de kapel in gebouw B en de initiatiefruimtes in gebouw D kunnen niet genieten van het verlaagd btw-tarief van 6% van toepassing overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970, in uitvoering van [artikel 37 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37);

3\. Voor de overkoepelende werken in onroerende staat (andere dan de werken in gebouwen met uitsluitend woonunits en gemeenschappelijke ruimten) kan toepassing worden gemaakt van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door rubriek XXXI tabel A van K.B. nr. 20 volgens vier verdeelsleutels (gebouw A, gebouw B, gebouw D en een algemene verdeelsleutel) gebaseerd en berekend op basis van de quotiteiten van de respectievelijke gebouwen/ruimtes;

4\. De maatschap of voor eventuele latere werken (herstellingen, onderhoud, …) de Vereniging van mede-eigenaars kan aangemerkt worden als de eindverbruiker in de zin van rubriek XXXI Tabel A van K.B. nr. 20.

## Tekst van de beslissing

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Deze aanvraag wordt ingediend in naam van de stichting van openbaar nut X, gevestigd te <> en is geregistreerd in de Kruispuntbank van Ondernemingen met het ondernemingsnummer <>.

2\. Cohousing X is een project dat opgericht wordt in <>, waarbij het oude kloostergebouw omgevormd zal worden tot woongelegenheden voor gezinnen in een inclusieve, intergenerationeel, duurzame, solidaire en tweetalige structuur.

3\. Y is een maatschap (vereniging zonder rechtspersoonlijkheid) gevestigd <> en is geregistreerd in de Kruispuntbank van Ondernemingen met het ondernemingsnummer <>.

4\. Deze maatschap is opgericht door de vennoten in hun hoedanigheid van (mede-) eigenaars van het onroerend goed die dit vooraf in een verplichte mede-eigendom hebben geplaatst. Gezien de stichting zelf zich niet bezighoudt met promotionele noch coördinerende taken, werd er besloten een maatschap op te richten gezien de noodzaak om hun gezamenlijk gevoerde promotieproces te structureren. De stichting X is ook een vennoot binnen de maatschap die als doel heeft:

• Het toezicht op de oprichting en installatie van het cohousing project;

• Het sluiten van alle contracten nuttig voor de zelfpromotie ontwikkeld op de site, inclusief ten voordele van de mede-eigenaars en de gedwongen mede-eigendom;

• Het beheer en de waardering van de activa of waarde(n) die in de maatschap zijn ingebracht. Dit beheer omvat alle handelingen van beheer en beschikking die nuttig zijn voor de verwezenlijking van het maatschappelijk doel. Dit gebeurt in volledig overleg met de gedwongen mede-eigenaars met betrekking tot de exclusieve bevoegdheden van deze laatste.

5\. De maatschap heeft een maatschappelijk vermogen, bestaande uit de totaliteit van de bijdragen van de maten en komt zo via de maatschap in mede-eigendom toe aan de maten. Elke aandeelhouder is eigenaar van deze onverdeelde eigendom in verhouding tot de deelbewijzen die hij/zij bezit in de maatschap, bepaald in verhouding tot de eventuele inbreng, verminderd met de terugkoop van de deelbewijzen, indien de statuten dit toestaan.

6\. Na de afronding van het project, zal de maatschap ophouden te bestaan en zal de Vereniging van mede-eigenaars samengesteld uit dezelfde mede-eigenaars als de maatschap de functie overnemen van de maatschap voor eventuele toekomstige herstellingen, onderhoudswerken en dergelijke die aan de gebouwen zullen verricht worden.

7\. Z is de vereniging van mede-eigenaars gevestigd <> en is geregistreerd in de Kruispuntbank van Ondernemingen met het ondernemingsnummer <>.

8\. Op <> werd er een basisakte verleden waarbij het onroerend goed in een stelsel van mede-eigendom en gedwongen onverdeeldheid wordt geplaatst. Middels deze akte wordt er aan de bewoners – door het vestigen van een recht van opstal – een gebruiksrecht toegekend. De initiële duurtijd van het recht van opstal bedraagt 50 jaar en deze overeenkomst wordt na afloop stilzwijgend verlengd (of indien noodzakelijk vernieuwd) ten voordele van de bewoners volgens dezelfde voorwaarden als die nu van toepassing zijn.

9\. De privatieve kavels worden aan de bewoners toegewezen op grond van de vestiging van opstalrechten. Verder wordt er ook overeengekomen dat bij een eventuele meerwaarde bij een verkoop van het opstalrecht door een bewoner, een deel van deze meerwaarde terugvloeit naar de stichting.

10\. Wat de geplande verbouwingswerkzaamheden betreft, is het de bedoeling om – indien mogelijk – de facturen van de aannemer(s) te richten aan de maatschap, die op haar beurt de kosten zal herverdelen onder de verschillende rechthebbenden volgens een afgesproken vaste verdeelsleutel. De voornaamste redenen hiervoor zijn dat de facturatie administratief eenvoudiger zal zijn, maar het laat ook toe om het solidaire karakter van het project op die manier te vrijwaren. Het principe is immers dat – ook al worden via de basisakte privatieve kavels en de bijhorende opstalrechten en quotiteiten afzonderlijk berekend/weergegeven, iedere bewoner a rato van zijn of haar aandeel in het geheel zal instaan voor de betalingen van de facturen ongeacht of deze al dan niet rechtstreeks op hun privatieve kavel betrekking hebben. Het is de bedoeling dat iedereen gelijktijdig de geplande werkzaamheden mee financiert. Alle gedane kosten zullen uiteindelijk ook op die manier evenredig verdeeld worden tussen alle bewoners.

11\. De cohousing groep is momenteel op één gezin na compleet. Er zijn in het verleden vijf gezinnen uit het project gestapt maar deze zijn intussen op één gezin na vervangen. Daarnaast zijn twee gezinnen gewisseld van kavel.

12\. Het project bestaat uit de omvorming van een oud kloostergebouw naar:

• <> eengezinswoningen;

• <> appartementen en een medische hulpkamer bestemd voor verhuur met sociaal karakter:

• <> units voor zelfstandig wonen voor jongeren (rechtstreekse verhuur aan jongeren via partnerschap met CAW);

• <> units voor geïsoleerde ouderen (rechtstreekse verhuur aan ouderen, geen officiële erkenning als serviceflat, schenking ontvangen van K. Boudewijnstichting).

• Ontmoetingsplek voor bewoners en buurtbewoners (gebouw E – maakt geen deel uit van deze aanvraag);

• Initiatiefruimten:

­ Verhuur als (para)medische kabinetten (subsidie Vlaamse overheid);

­ Verhuur voor socio-culturele verenigingen (subsidie Vlaamse overheid);

­ Kinderdagverblijf dat na verbouwing (casco) zal worden verkocht aan de gemeente;

­ Kapel in de eerste plaats bestemd als gemeenschappelijke polyvalente ontmoetingsplek voor de bewoners (en hun bezoekers) maar zou mogelijks ook ter beschikking van derden kunnen worden gesteld (bijvoorbeeld aan een koor voor haar maandelijkse repetities).

13\. De ganse structuur is opgezet als een woonproject. Van de totale oppervlakte van de verschillende gebouwen wordt ongeveer 85% exclusief bestemd tot privéwoning (de wooneenheden en de solidaire woningen (zijnde de units die eigendom blijven van de stichting) en de gemeenschappelijke ruimten bestemd voor bewoning). De overige 15% is bestemd voor gemeenschappelijke initiatieven (co-working, solidaire, socio-culturele, (para-)medische lokalen en een kinderdagverblijfplaats).

14\. Minstens 80 à 90% van het bestaande volume wordt behouden op basis van een schatting. De sloopwerken beperken zich tot:

• twee kleine bijgebouwen aan weerszijden van gebouw A;

• het bijgebouw van gebouw D;

• de liftschacht in de galerij die de ABC-gebouwen verbindt;

• de koterij langs de muur.

15\. De afbraak van de twee kleine bijgebouwen aan weerszijden van gebouw A, het bijgebouw van gebouw D en de liftschaft in de galerij die de gebouwen ABC verbindt, zijn noodzakelijk voor de geplande verbouwingswerken. De 3 bijgebouwen worden afgebroken om zo een toegangstrap te kunnen voorzien voor respectievelijk de gebouwen A en D.

16\. De afbraak van de koterijen zal door de mede-eigenaars zelf gedaan worden. Hiervoor zal er dus geen factuur uitgereikt worden.

17\. Verder wordt ook het zadeldak van gebouw D afgebroken en vervangen door een plat dak met als doel om een volwaardige verdieping te krijgen zonder de hoogte te verminderen. Deze wijziging creëert ook een architecturale samenhang tussen gebouw C en D.

## II. Vraagstelling

18\. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag er meer bepaald toe van de rulingdienst de bevestiging te verkrijgen dat:

• voor de werken in onroerende staat verricht aan de woonunits, de gemeenschappelijke ruimtes zoals de gemeenschappelijke keuken, eetruimte, logeerkamers en dergelijke, de solidaire woonunits en de medische hulpkamer bestemd voor bewoning gelegen in de gebouwen A, B, C, D en F, toepassing kan worden gemaakt van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door rubriek XXXI tabel A van K.B. nr. 20;

• voor de overkoepelende werken in onroerende staat (andere dan de werken in gebouwen met uitsluitend woonunits en gemeenschappelijke ruimten) toepassing kan worden gemaakt van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door rubriek XXXI tabel A van K.B. nr. 20 volgens vier verdeelsleutels (gebouw A, gebouw B, gebouw D en een algemene verdeelsleutel) gebaseerd en berekend op basis van de quotiteiten van de respectievelijke gebouwen/ruimten;

• de maatschap of voor eventuele latere werken (herstellingen, onderhoud, …) de Vereniging van mede-eigenaars kan aangemerkt worden als de eindverbruiker in de zin van rubriek XXXI Tabel A van K.B. nr. 20.

## III. Beslissing

Uit het door de rulingdienst verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

19\. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

### *III.A. Toepassingsgebied*

20\. Rubriek XXXI, tabel A, KB nr. 20 van 20 juli 1970 genomen ter uitvoering van [artikel 37 van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) voorziet in de toepassing van het btw tarief van 6% voor werk in onroerende staat, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld:

• De handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben.

De gehanteerde begrippen veronderstellen een ingrijpen dat niet zo ver gaat dat met de werken in wezen tot nieuwbouw wordt overgegaan. De wetgeving geeft echter geen omschrijving van wat onder ‘omvorming’ of ‘renovatie’ moet worden verstaan. Verder wordt ook niet gepreciseerd vanaf wanneer er geen sprake meer is van ‘omvorming’ of ‘renovatie’, maar wel van ‘nieuwbouw’.

De btw-administratie heeft in een aanschrijving van 22.08.1986 een omschrijving gegeven van wat volgens haar onder ‘omvorming’ moet worden verstaan.

Meer concreet gaat het om “de verbouwing zowel aan de buitenkant (en inzonderheid de rehabilitatie) als aan de binnenkant van het gebouw of de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken en de uitbreiding van bestaande vertrekken” ([Aanschrijving nr. 6 van 22.08.1986](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/6-1986-aanschrijving-7f20), punten 29 t.e.m. 31).

Evenzo wordt het bestaan van een verbouwing door de btw-administratie niet bekritiseerd wanneer de omvormingswerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren (inzonderheid de buitenmuren) en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw ([Aanschrijving nr. 6 van 22.08.1986](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/6-1986-aanschrijving-7f20), punt 30, www.fisconetplus.be; [Parl. Vr. nr. 1350 VISEUR van 29.06.2006](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1350-verlaagd-tarief-verbouwings-renovatie-rehabilitatiewerkzaamheden-26b9), Vr. en Antw. Kamer, 2005-2006, nr. 133, 26247-26250; [Parl. Vr. nr. 531 VAN DER MAELEN van 24.03.2010](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/531-combinatie-renoveren-gebouw-nieuw-richten-fddb), Vr. en Antw. Kamer, 2009-2010). Er kan worden beschouwd dat aan die voorwaarde is voldaan als meer dan de helft van de oude dragende muren na de uitvoering van de werken werd behouden. Een ingrijpende wijziging van de oude structuren is dus uitgesloten. Het gaat echter om een feitenkwestie die geval per geval moet worden beoordeeld.

• de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privéwoning wordt gebruikt;

• de handelingen worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in de loop van een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de eerste factuur met betrekking tot die handelingen;

• de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker;

• de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, maken melding van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagde tarief rechtvaardigen en bevatten de volgende vermelding:

> "Btw-tarief: Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de factuur, wordt de klant geacht te erkennen dat (1) de werken worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de datum van de eerste factuur met betrekking tot die werken, (2) de woning, na uitvoering van die werken, uitsluitend of hoofdzakelijk als privéwoning wordt gebruikt en (3) de werken worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker. Wanneer minstens één van die voorwaarden niet is voldaan, zal het normale btw-tarief van 21 pct. van toepassing zijn en is de afnemer ten aanzien van die voorwaarden aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten."

Behoudens samenspanning tussen de partijen, is de dienstverrichter ontslagen van de aansprakelijkheid ten aanzien van de in het 5°, bedoelde voorwaarden betreffende de vaststelling van het tarief, wanneer de afnemer de factuur niet schriftelijk betwist overeenkomstig 5°.

21\. Het verlaagd tarief is in geen geval van toepassing op:

• werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

• werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.

22\. De toepassing van het verlaagde btw-tarief beoogd door rubriek XXXI is, in principe, beperkt tot de handelingen die betrekking hebben op gebouwen, die in ieder geval na de uitvoering van die handelingen gebouwen zijn aangewend om te worden bewoond, en dit in tegenstelling tot de gebouwen die daarvoor niet worden gebruikt, inzonderheid de gebouwen gebruikt voor beroeps­ of administratieve doeleinden, aangewend voor de nijverheid, de handel, de landbouw, de uitoefening van vrije beroepen of elke andere beroeps­ of administratieve werkzaamheid.

23\. Voor het bepalen van het toe te passen btw-tarief in geval van onroerende handelingen die worden verricht, hetzij aan de gemeenschappelijke delen van het gebouw, hetzij aan de privatieve delen met betrekking tot de appartementen, moet de toestand appartement per appartement worden beoordeeld, overeenkomstig de aan elk appartement gegeven bestemming.

24\. Indien, meer bepaald, werken worden uitgevoerd aan de gemeenschappelijke delen van het gebouw (bijvoorbeeld, vervanging of onderhoud van een lift), en indien elke mede-eigenaar in de kosten bijdraagt in functie van zijn onverdeeld deel in de gemeenschappelijke delen, hangt het btw-tarief verschuldigd op ieders deel in de kosten af van de bestemming die hij aan zijn appartement heeft gegeven.

### *III.B. Toepassing in casu*

#### III.B.1. Omvorming van gebouw A

25\. Samengevat kan gesteld worden dat volgende werkzaamheden zullen plaatsvinden binnen gebouw A:

• Twee kleine bijgebouwen worden aan weerszijden van gebouw A gesloopt en de liftschaft in de galerij die de gebouwen ABC verbindt. Deze afbraakwerken zijn noodzakelijk voor de geplande verbouwingswerken. De bijgebouwen worden afgebroken om zo een toegangstrap te kunnen voorzien.

• Hoewel afbraakwerken in principe niet in aanmerking komen voor het verlaagd btw-tarief, kan dit tarief er toch op worden toegepast indien ze noodzakelijk zijn voor de werken waarvoor wel een verlaagd btw-tarief geldt *(1)*.

---

*\[(1) Mondelinge vraag nr. 10991 van de heer Chabot d.d. 28.03.2006\]*

---

• Kelder wordt omgevormd tot gemeenschappelijke kelders, wasruimte, technische ruimten,… van alle woonunits.

• Het gelijkvloers wordt omgevormd tot een kinderdagverblijf dat na verbouwing (casco) zal worden verkocht aan de gemeente. Deze ruimte zal na de werken dus niet als privéwoning gebruikt worden.

• De ruimtes op de verdiepingen worden omgevormd tot woonunits/solidaire huurwoningen welke de volgende werken omvatten:

­ Vernieuwing van de technieken, toevoeging isolatie en gevelbekleding en dergelijke om aan de huidige normen te voldoen;

­ Toevoeging raamopeningen (waarbij indien nodig lintelen worden aangebracht);

­ Afbraak van kleine stukjes dragende muren voor de creatie van openingen voor doorgang tot kamers en balkons (waarbij indien nodig lintelen worden aangebracht);

­ Afbraak van een trap doorheen het gebouw waar vervolgens per verdieping nieuwe vloerplaten van ongeveer 6,5m2 worden aangelegd teneinde een nieuwe ruimte te creëren binnen het bestaande volume;

­ Creatie gedeeltelijke tussenverdiepingen onder het dak, binnen het bestaande volume, waarin het tweede niveau van de duplexwoningen wordt ondergebracht. Betreft telkens geen volledig verdiep maar met bepaalde delen die open blijven vanaf het eerste niveau.

­ Op de verbouwing van een industrieel gebouw tot een loft is in principe het verlaagde btw-tarief van 6 procent van toepassing, althans als de verbouwingswerken beperkt blijven tot het bestaande volume van het gebouw. Het verlaagde btw-tarief geldt niet voor de bouw van een of meer bijkomende lofts boven op of naast het bestaande gebouw, wanneer die nieuwe lofts in het stelsel van de gedwongen mede-eigendom kunnen vallen en met toepassing van de belasting kunnen worden verkocht *(2)*.

---

*\[(2) Mondelinge vraag nr. 10991 van de heer Chabot d.d. 28.03.2006\]*

---

26\. In de gegeven feitelijke omstandigheden kunnen de hiervoor beschreven werken in onroerende staat verricht aan de woonunits, de gemeenschappelijke ruimtes in de kelder, de solidaire woonunits, en de medische hulpkamer bestemd voor bewoning gelegen in het gebouw A, worden aangemerkt als omvormings- en verbouwingswerken (renovatiewerken) in de zin van rubriek XXXI tabel A van K.B. nr. 20. In casu blijkt namelijk uit de feitelijke vaststellingen dat het gaat om een niet ingrijpende wijziging van de oude structuren.

#### III.B.2. Omvorming van gebouw B

27\. Samengevat kan gesteld worden dat volgende werkzaamheden zullen plaatsvinden binnen gebouw B:

• Kelder wordt omgevormd tot gemeenschappelijke kelders, wasruimte, technische ruimten,… van alle woonunits;

• Op de eerste en tweede verdieping bevindt zich de kapel (duplex) die eigendom zal blijven van de stichting en na de werken niet als privéwoning gebruikt zal worden. Aan deze ruimten zal er zo goed als geen werken worden uitgevoerd;

• De ruimtes op het gelijkvloers en de verdiepingen worden omgevormd tot woonunits welke de volgende werken omvatten:

­ Vernieuwing van de technieken, toevoeging isolatie en gevelbekleding en dergelijke om aan de huidige normen te voldoen;

­ Toevoeging balkons;

De balkons aangelegd op het perceel van een gebouw worden slechts beschouwd als deel uitmakend van de woning wanneer ze grenzen aan een gebouw dat bestemd is om te worden bewoond.

Het onmiddellijke nut voor de privéwoonfunctie is dus ook bepalend voor het administratief standpunt dat de aanleg van aangrenzende buitenterrassen/balkons wordt beschouwd als de uitvoering van verbeteringswerken aan de woning waar zij nauw bij aansluiten, eerder dan als bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg of de oprichting van afsluitingen die uitgesloten zijn van de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI of rubriek XXXVII ([Aanschrijving nr. 6/1986 van 22.08.1986](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/6-1986-aanschrijving-7f20), punt 52 in fine, www.fisconetplus.be; [Parl. Vr. nr. 17 SAUWENS 24.10.1986](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/17-verlaagd-btw-tarief-sector-prive-7476), Vr. en Antw. Kamer, 1986-1987, nr. 2, blz. 94-95).

­ Openmaken schilddak achter torentje om een dakterras te kunnen aanleggen;

­ Toevoeging raamopeningen (waarbij indien nodig lintelen worden aangebracht);

­ Afbraak van kleine stukjes dragende muren voor de creatie van openingen voor doorgang tot kamers, nieuwe balkons en tuin (waarbij indien nodig lintelen worden aangebracht);

­ Afbraak van een trap doorheen het gebouw waar vervolgens per verdieping nieuwe vloerplaten worden aangelegd teneinde een nieuwe ruimte te creëren binnen het bestaande volume;

­ Creatie gedeeltelijke tussenverdiepingen onder het dak, binnen het bestaande volume, waarin het tweede niveau van de duplexwoningen wordt ondergebracht. Betreft telkens geen volledig verdiep maar met bepaalde delen die open blijven vanaf het eerste niveau.

Op de verbouwing van een industrieel gebouw tot een loft is in principe het verlaagde btw-tarief van 6 procent van toepassing, althans als de verbouwingswerken beperkt blijven tot het bestaande volume van het gebouw. Het verlaagde btw-tarief geldt niet voor de bouw van een of meer bijkomende lofts boven op of naast het bestaande gebouw, wanneer die nieuwe lofts in het stelsel van de gedwongen mede-eigendom kunnen vallen en met toepassing van de belasting kunnen worden verkocht *(3)*.

---

*\[(3) Mondelinge vraag nr. 10991 van de heer Chabot d.d. 28.03.2006\]*

---

28\. In de gegeven feitelijke omstandigheden kunnen de hiervoor beschreven werken in onroerende staat verricht aan de woonunits, de gemeenschappelijke ruimtes in de kelder en op de derde verdieping in het gebouw B, worden aangemerkt als omvormings- en verbouwingswerken (renovatiewerken) in de zin van rubriek XXXI tabel A van K.B. nr. 20. In casu blijkt namelijk uit de feitelijke vaststellingen dat het gaat om een niet ingrijpende wijziging van de oude structuren.

#### III.B.3. Omvorming van gebouw C

29\. Samengevat kan gesteld worden dat volgende werkzaamheden zullen plaatsvinden binnen gebouw C:

• Kelder wordt omgevormd tot een gemeenschappelijke ruimte die nog nader gedefinieerd moet worden maar allicht zal dienstdoen als muziekruimte, ontmoetingsruimte voor tieners….;

• De ruimtes op het gelijkvloers en de verdiepingen worden omgevormd tot woonunits welke de volgende werken omvatten:

­ Vernieuwing van de technieken, toevoeging isolatie en gevelbekleding en dergelijke om aan de huidige normen te voldoen;

­ Toevoeging balkons aan elke woonunit;

De balkons aangelegd op het perceel van een gebouw worden slechts beschouwd als deel uitmakend van de woning wanneer ze grenzen aan een gebouw dat bestemd is om te worden bewoond.

Het onmiddellijke nut voor de privéwoonfunctie is dus ook bepalend voor het administratief standpunt dat de aanleg van aangrenzende buitenterrassen/balkons wordt beschouwd als de uitvoering van verbeteringswerken aan de woning waar zij nauw bij aansluiten, eerder dan als bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg of de oprichting van afsluitingen die uitgesloten zijn van de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI of rubriek XXXVII ([Aanschrijving nr. 6/1986 van 22.08.1986](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/6-1986-aanschrijving-7f20), punt 52 in fine, www.fisconetplus.be; [Parl. Vr. nr. 17 SAUWENS 24.10.1986](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/17-verlaagd-btw-tarief-sector-prive-7476), Vr. en Antw. Kamer, 1986-1987, nr. 2, blz. 94-95).

­ Afbraak trappen binnenin het gebouw;

­ Verplaatsen van lichtkoepels;

­ Toevoeging raamopeningen (waarbij indien nodig lintelen worden aangebracht);

­ Afbraak van kleine stukjes dragende muren/vensterdorpels voor de creatie van openingen voor doorgang tot kamers en nieuwe balkons/terras (waarbij indien nodig lintelen worden aangebracht);

­ Creatie inpandige terrassen binnen het bestaande volume van het gebouw.

De buitenterrassen aangelegd op het perceel van een gebouw worden slechts beschouwd als deel uitmakend van de woning wanneer ze grenzen aan een gebouw dat bestemd is om te worden bewoond.

Het onmiddellijke nut voor de privéwoonfunctie is dus ook bepalend voor het administratief standpunt dat de aanleg van aangrenzende buitenterrassen/balkons wordt beschouwd als de uitvoering van verbeteringswerken aan de woning waar zij nauw bij aansluiten, eerder dan als bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg of de oprichting van afsluitingen die uitgesloten zijn van de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI of rubriek XXXVII ([Aanschrijving nr. 6/1986 van 22.08.1986](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/6-1986-aanschrijving-7f20), punt 52 in fine, www.fisconetplus.be; [Parl. Vr. nr. 17 SAUWENS 24.10.1986](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/17-verlaagd-btw-tarief-sector-prive-7476), Vr. en Antw. Kamer, 1986-1987, nr. 2, blz. 94-95).

­ Toevoeging van loopbruggen om het gebouw toegankelijk te maken voor de bewoners;

­ De venstergevel die zich uitstrekt over de lengte van de turnzaal en in de hoogte over het 1e en de 2e verdieping bestaat uit verschillende verticale kolommen die vervangen worden door nieuwe bredere kolommen. De nieuwe vloeren zullen gedeeltelijk aan de voorzijde van het gebouw aangehecht worden;

­ Gedeeltelijk opvullen van de grote ramen van de sportzaal om de raamopeningen te laten samenvallen met de slaapkamers van de drie woonunits die er zullen komen;

­ De vloerplaat tussen de 1e en 2e verdieping wordt verder opgevuld zodat er een volwaardige verdieping ontstaat. In de bestaande toestand is er sprake van een gedeeltelijke dubbele hoogte waarin zich een sportzaal bevindt. Een deel van het plafond van de 2e verdieping – het plafond van de sportzaal waarvan sprake – wordt aangepast en op een gelijke hoogte gebracht als de rest van de 2e verdieping.

Op de verbouwing van een industrieel gebouw tot een loft is in principe het verlaagde btw-tarief van 6 procent van toepassing, althans als de verbouwingswerken beperkt blijven tot het bestaande volume van het gebouw. Het verlaagde btw-tarief geldt niet voor de bouw van een of meer bijkomende lofts boven op of naast het bestaande gebouw, wanneer die nieuwe lofts in het stelsel van de gedwongen mede-eigendom kunnen vallen en met toepassing van de belasting kunnen worden verkocht *(4)*.

---

*\[(4) Mondelinge vraag nr. 10991 van de heer Chabot d.d. 28.03.2006\]*

---

30\. In de gegeven feitelijke omstandigheden kunnen de hiervoor beschreven werken in onroerende staat verricht aan de woonunits, de gemeenschappelijke ruimtes in de kelder en op het gelijkvloers in het gebouw C, worden aangemerkt als omvormings- en verbouwingswerken (renovatiewerken) in de zin van rubriek XXXI tabel A van K.B. nr. 20. In casu blijkt namelijk uit de feitelijke vaststellingen dat het gaat om een niet ingrijpende wijziging van de oude structuren.

#### III.B.4. Omvorming van gebouw D

31\. Samengevat kan gesteld worden dat volgende werkzaamheden zullen plaatsvinden binnen gebouw D:

• Kelder wordt omgevormd tot een gemeenschappelijke ruimte die zal dienst doen als creatieve vrijetijdsruimte;

• Op het gelijkvloers en verdieping 1 worden initiatiefruimtes voorzien bestemd voor verhuur waarvoor Stichting X als verhuurder zal optreden. Betreft professionele ruimtes voor organisaties, vrije beroepen, zelfstandigen, … die een duurzame locatie willen huren die casco zullen afgewerkt worden. Deze ruimtes zullen na de werken niet als privéwoning gebruikt worden;

• De ruimtes op de verdiepingen 2 en 3 worden omgevormd tot woonunits welke de volgende werken omvatten:

­ Vernieuwing van de technieken, toevoeging isolatie en gevelbekleding en dergelijke om aan de huidige normen te voldoen;

­ Toevoeging balkons aan elke woonunit.

De balkons aangelegd op het perceel van een gebouw worden slechts beschouwd als deel uitmakend van de woning wanneer ze grenzen aan een gebouw dat bestemd is om te worden bewoond.

Het onmiddellijke nut voor de privéwoonfunctie is dus ook bepalend voor het administratief standpunt dat de aanleg van aangrenzende buitenterrassen/balkons wordt beschouwd als de uitvoering van verbeteringswerken aan de woning waar zij nauw bij aansluiten, eerder dan als bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg of de oprichting van afsluitingen die uitgesloten zijn van de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI of rubriek XXXVII ([Aanschrijving nr. 6/1986 van 22.08.1986](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/6-1986-aanschrijving-7f20), punt 52 in fine, www.fisconetplus.be; [Parl. Vr. nr. 17 SAUWENS 24.10.1986](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/17-verlaagd-btw-tarief-sector-prive-7476), Vr. en Antw. Kamer, 1986-1987, nr. 2, blz. 94-95).

­ Afbraak trappen/liftkoker binnenin het gebouw waarbij de gecreëerde opening opgevuld wordt met een nieuwe vloerplaat;

­ Afbraak van kleine stukjes dragende muren/vensterdorpels voor de creatie van openingen voor doorgang tot kamers en nieuwe balkons/terras (waarbij indien nodig lintelen worden aangebracht);

­ Toevoeging van loopbruggen om het gebouw toegankelijk te maken voor de bewoners;

­ Vervanging zadeldak van gebouw D2 door een plat dak om zo te streven naar harmonie tussen de gebouwen D2-D1-C. De woonunits die zich onder het nieuwe dak bevinden zijn de woonunits <> en <>. Voor de creatie van deze woonunits, worden de bestaande gevelmuren verlengd en wordt het plat dak deels aangehecht aan deze gevelmuren, maar ook aan de bestaande gemeenschappelijke muur met gebouw D1, bestaande dragende binnenmuur en de bestaande gevelmuren die behouden blijven.

De bestaande puntgevel blijft behouden, maar wordt verder opgevuld tot de hoogte van het plat dak.

Het plat dak zal steunen op enerzijds de bestaande puntgevel en de langse muren en anderzijds op de bestaande gemeenschappelijke muur met het resterende deel van Gebouw D (waar reeds een plat dak op ligt - in lijn met gebouw C).

Twee bestaande dakspanten per appartement zullen hiervoor verwijderd worden.

De langse gevels worden opgevuld met een houten constructie waarop het plat dak aldus deels zal steunen (de bestaande gevelmuur van deze verdieping wordt dus behouden en verder opgetrokken).

De dragende binnenmuur (puntgevel) die de afscheiding tussen de 2 appartementen uitmaakt zal verder opgevuld worden tot op de hoogte van het plat dak.

Indien een dak wordt vervangen, opgaande muren worden opgetrokken tot een volwaardige verdieping en de draagvloer wordt behouden, dan wordt deze verdieping/woonunit niet beschouwd als nieuw gedeelte, maar als omvormings- en verbouwingswerken (renovatiewerken) binnen het bestaande volume van het gebouw.

Op de verbouwing van een industrieel gebouw tot een loft is in principe het verlaagde btw-tarief van 6 procent van toepassing, althans als de verbouwingswerken beperkt blijven tot het bestaande volume van het gebouw. Het verlaagde btw-tarief geldt niet voor de bouw van een of meer bijkomende lofts boven op of naast het bestaande gebouw, wanneer die nieuwe lofts in het stelsel van de gedwongen mede-eigendom kunnen vallen en met toepassing van de belasting kunnen worden verkocht *(5)*.

---

*\[(5) Mondelinge vraag nr. 10991 van de heer Chabot d.d. 28.03.2006\]*

---

32\. In de gegeven feitelijke omstandigheden kunnen de hiervoor beschreven werken in onroerende staat verricht aan de woonunits en de gemeenschappelijke ruimtes in de kelder in het gebouw D, worden aangemerkt als omvormings- en verbouwingswerken (renovatiewerken) in de zin van rubriek XXXI tabel A van K.B. nr. 20. In casu blijkt namelijk uit de feitelijke vaststellingen dat het gaat om een niet ingrijpende wijziging van de oude structuren.

#### III.B.5. Omvorming van gebouw E

33\. Gebouw E zal een polyvalente ruimte worden die dienst zal doen als een ontmoetingsplek voor zowel de bewoners zelf als de buurtbewoners. Het zou de bedoeling zijn om het beheer van deze ruimte uit te besteden aan een feitelijke vereniging bestaande uit bewoners van Cohousing X.

34\. Initieel was het plan om hier ook bepaalde werkzaamheden uit te voeren, maar deze worden voor onbepaalde duur uitgesteld wegens budgetbeperkingen. Gebouw E vormt dan ook geen deel uit van deze aanvraag.

#### III.B.6. Omvorming van gebouw F

35\. Voor de omvorming van de vroegere dienstvleugel van de kerk tot woningen worden - naast onder andere vernieuwing van de technieken, toevoeging isolatie en gevelbekleding en dergelijke om aan de huidige normen te voldoen – dakkapellen toegevoegd.

36\. Gebouw F zal aldus na de werkzaamheden bestaan uit 3 woningen binnen het huidige volume van de dienstvleugel.

37\. In de gegeven feitelijke omstandigheden kunnen de hiervoor beschreven werken in onroerende staat verricht aan de woonunits in het gebouw F, worden aangemerkt als omvormings- en verbouwingswerken (renovatiewerken) in de zin van rubriek XXXI tabel A van K.B. nr. 20. In casu blijkt namelijk uit de feitelijke vaststellingen dat het gaat om een niet ingrijpende wijziging van de oude structuren.

#### III.B.7. Toegangswegen

38\. Om toegang te krijgen tot de woonunits in de gebouwen C en D zullen houten passerelles, ondersteund door een structuur van houten palen, worden toegevoegd. Ze zijn toegankelijk via het trappenhuis op het plein, of via de lift en in de galerij die de ABC-gebouwen met elkaar verbindt.

39\. De initiatiefruimtes bestemd voor verhuur in gebouw D zijn van buitenaf direct toegankelijk vanop het plein.

40\. Onder een toegangsweg die het verlaagd btw-tarief van 6% kan genieten, wordt verstaan elke weg die een gebouw dat bestemd is om te worden bewoond, rechtstreeks verbindt met de openbare weg en die wordt gebruikt, al dan niet uitsluitend, door de bewoners en bezoekers van dat gebouw (Beslissing nr. E.T. 80.398 van 01.10.1996, www.fisconetplus.be).

41\. Het onmiddellijke nut voor de privéwoonfunctie is dus bepalend voor het administratief standpunt dat de aanleg van toegangswegen wordt beschouwd als de uitvoering van verbeteringswerken aan de woning waar zij nauw bij aansluiten, eerder dan als bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg of de oprichting van afsluitingen die uitgesloten zijn van de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXVII of rubriek XXXI ([Aanschrijving nr. 6/1986 van 22.08.1986](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/6-1986-aanschrijving-7f20), punt 52 in fine, www.fisconetplus.be; [Parl. Vr. nr. 17 SAUWENS 24.10.1986](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/17-verlaagd-btw-tarief-sector-prive-7476), Vr. en Antw. Kamer, 1986-1987, nr. 2, blz. 94-95).

42\. In die gedachtegang van de btw-administratie is de aanleg van een weg altijd onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21% wanneer deze weg niet verbonden is met de openbare weg en enkel dient als wandelpad in de tuin of wanneer deze weg uitsluitend dient als toegangsweg voor de brandweer of als toegangsweg naar een afzonderlijke garage (weg gelegen tussen de woning en de garage) of een ander niet voor bewoning bestemd gebouw.

43\. Rekening houdend met deze administratieve richtlijnen worden de houten passerelles op de bedoelde site die deze woningen rechtstreeks verbindt met de openbare weg, beschouwd als verbeteringswerken aan de woning waar zij nauw bij aansluiten.

44\. De renovatiewerken dienen op een relevante wijze te steunen op de oude dragende muren en meer algemeen op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw. Hierbij dient de totale lengte van de behouden dragende muren betekenisvol hoger te zijn dan de totale lengte van de nieuwe dragende muren. De oude dragende muren die werden afgebroken en heropgebouwd (zelfs indien gemetseld op de dezelfde plaats) worden aangemerkt als nieuwe (dragende) muren.

#### III.B.8. Algemeen besluit

*III.B.8.A. Renovatie en omvorming*

45\. In de gegeven feitelijke omstandigheden kunnen de hiervoor beschreven werken in onroerende staat verricht aan:

• de woonunits, de gemeenschappelijke ruimtes in de kelder, de solidaire woonunits en de medische hulpkamer bestemd voor bewoning gelegen in het gebouw A;

• de woonunits, de gemeenschappelijke ruimtes in de kelder en op de derde verdieping in het gebouw B;

• de woonunits, de gemeenschappelijke ruimtes in de kelder en op het gelijkvloers in het gebouw C;

• de woonunits en de gemeenschappelijke ruimtes in de kelder in het gebouw D;

• de woonunits in het gebouw F;

worden aangemerkt als omvormings- en verbouwingswerken (renovatiewerken) in de zin van rubriek XXXI tabel A van K.B. nr. 20. In casu blijkt namelijk uit de feitelijke vaststellingen dat het gaat om een niet ingrijpende wijziging van de oude structuren.

*III.B.8.B. Aanwending als privéwoning*

46\. De voorwaarde van de aanpassing van het gebouw aan zijn bestemming van privéwoning moet op zijn minst voldaan zijn na uitvoering van de werken, maar het is niet vereist dat het gebouw al aan deze bestemming was aangepast vóór de uitvoering van de werken (Cass. 27.03.2015, rolnr. [F.13.0009.N](https://juriel.be/nl/rechtspraak/tarieven-tarief-omvorming-onroerend-goed-cassatie-brussel-2015-03-27-43b2), www.cass.be; [Aanschrijving nr. 6 van 22.08.1986](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/6-1986-aanschrijving-7f20), punt 39; [Parl. Vr. nr. 1161 OLIVIER van 04.07.1994](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1161-verlaagd-btw-tarief-sector-prive-c201), Vr. en Antw. Kamer, 1993-1994, nr. 120, 12603; Voorafg. Besliss. nr. 2014.592 van 25.11.2014, www.fisconetplus.be; Voorafg. Besliss. nr. 2015.516 van 28.10.2015, www.fisconetplus.be; Voorafg. Besliss. nr. 2015.170 van 26.05.2015; Voorafg. Besliss. nr. 2015.171 van 13.05.2015; Voorafg. Besliss. nr. 2016.285 van 17.08.2016, www.fisconetplus.be).

47\. Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% volstaat het overigens niet dat het gebouw aangepast is aan zijn bestemming van bewoning. Er wordt bovendien vereist dat het daarvoor werkelijk wordt gebruikt ([Aanschrijving nr. 6 van 22.08.1986](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/6-1986-aanschrijving-7f20), punt 40).

48\. Deze voorwaarden zijn voor alle woonunits, solidaire huurwoningen, gemeenschappelijke ruimtes en de medische hulpkamer vervuld.

49\. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat het kinderdagverblijf in gebouw A, de kapel in gebouw B en de initiatiefruimtes in gebouw D niet worden aangewend als privéwoning.

*III.B.8.C. Ouderdomsvereiste woning*

50\. Het kloostergebouw werd opgericht en in gebruik genomen begin de 20e eeuw. In 1950 werden er nog enkele uitbreidingen aan het gebouw toegevoegd.

51\. Er wordt dan ook voldaan aan de voorwaarde dat de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in de loop van een kalenderjaar dat ten minste 10 jaar voorafgaat aan de eerste factuur met betrekking tot de geplande werkzaamheden.

*III.B.8.D. Eindverbruiker*

52\. De genoemde werken moeten verricht en gefactureerd worden aan een eindverbruiker.

53\. Voor de toepassing van rubriek XXXI moet onder ‘eindverbruiker’ worden verstaan de persoon die een zakelijk recht (eigendom, vruchtgebruik, enzovoort) of een recht van genot (inzonderheid als huurder) bezit op de woning die hij geheel of gedeeltelijk als privéwoning gebruikt, zonder van die woning een specifieke exploitatie of een bijhorigheid van een beroepswerkzaamheid te maken.

54\. Ondernemingen die oude woningen, waarvan ze eigenaar zijn ingevolge aankoop of een andere wijze van verwerving, renoveren en daarna verkopen of verhuren, kunnen aangemerkt worden als eindverbruiker zonder dat er een onderscheid hoeft gemaakt te worden naargelang ze deze woningen bestemmen voor de verhuur of de verkoop.

55\. In casu zullen de facturen worden gericht aan de maatschap of voor eventuele latere werken (herstellingen, onderhoud, …) de vereniging van mede-eigenaars.

56\. De maatschap/vereniging van mede-eigenaars zal op haar beurt de kosten herverdelen onder de verschillende rechthebbenden volgens een afgesproken vaste verdeelsleutel. De voornaamste redenen hiervoor zijn dat de facturatie administratief eenvoudiger zal zijn, maar het laat ook toe om het solidaire karakter van het project op die manier te vrijwaren. Het principe is immers dat – ook al worden via de basisakte privatieve kavels en de bijhorende opstalrechten en quotiteiten afzonderlijk berekend/weergegeven, iedere bewoner a rato van zijn of haar aandeel in het geheel zal instaan voor de betalingen van de facturen ongeacht of deze al dan niet rechtstreeks op hun privatieve kavel betrekking hebben. Het is de bedoeling dat iedereen gelijktijdig de geplande werkzaamheden mee financiert. Alle gedane kosten zullen uiteindelijk ook op die manier evenredig verdeeld worden tussen alle bewoners.

57\. Hierbij kan wel de bedenking worden gemaakt of het nu de bewonersgroep dan wel de maatschap/vereniging van mede-eigenaars is die de facto optreedt als opdrachtgever van de bouwwerken. Hoewel dit inzake de voorgelegde vraag geen verschil maakt, ook een facturatie van de voorgenomen werken aan de maatschap/vereniging van mede-eigenaars komt in aanmerking voor het verlaagd tarief.

*III.B.8.E. Facturatie*

58\. De dienstverrichter moet op de facturen melding maken van de elementen die de toepassing van dit verlaagd btw-tarief rechtvaardigen. De aanvrager bevestigt dat deze voorwaarde en de vereiste formaliteiten zullen worden nageleefd.

*III.B.8.F. Eindbesluit*

59\. In de gegeven feitelijke omstandigheden is op de beschreven werken zoals opgenomen in voorgaand randnummer 45 van deze beslissing het verlaagd btw-tarief van 6% van toepassing overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970, in uitvoering van [artikel 37 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37).

60\. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat alle werken m.b.t. het kinderdagverblijf in gebouw A, de kapel in gebouw B en de initiatiefruimtes in gebouw D niet kunnen genieten van het verlaagd btw-tarief van 6% van toepassing overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970, in uitvoering van [artikel 37 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37).

*III.B.8.G. Overkoepelende werken in onroerende staat*

61\. Indien werken worden uitgevoerd aan de gemeenschappelijke delen van het gebouw (bijvoorbeeld, vervanging of onderhoud van een lift), en indien elke mede-eigenaar in de kosten bijdraagt in functie van zijn onverdeeld deel in de gemeenschappelijke delen, hangt het btw-tarief verschuldigd op ieders deel in de kosten af van de bestemming die hij aan zijn appartement heeft gegeven.

62\. In die gedachtegang van de btw-administratie is het aangewezen om het toepasselijk btw-tarief op de overkoepelende werken (gevel, dak, trap, lift, …) te bepalen op basis van 4 verdeelsleutels vast te stellen op basis van de quotiteiten.

63\. De verdeelsleutel voor de overkoepelende werken aan gebouw A, waarin het kinderdagverblijf gevestigd is, die uitsluitend aan dit gebouw toegewezen kunnen worden, wordt als volgt samengesteld:

• in de teller de quotiteiten van de woonunits gelegen in gebouw A, de gemeenschappelijke ruimtes gelegen in gebouw A, de solidaire huurwoningen en de medische hulpkamer;

• in de noemer de quotiteiten zoals beschreven in de teller en de quotiteiten van het kinderdagverblijf.

64\. De verdeelsleutel voor de overkoepelende werken aan gebouw B, waarin de kapel gevestigd is, die uitsluitend aan dit gebouw toegewezen kunnen worden, wordt als volgt samengesteld:

• in de teller de quotiteiten van de woonunits gelegen in gebouw B en de gemeenschappelijke ruimtes gelegen in gebouw B;

• in de noemer de quotiteiten zoals beschreven in de teller en de quotiteiten van de kapel.

65\. De verdeelsleutel voor de overkoepelende werken aan gebouw D, waarin de initiatiefruimtes gevestigd zijn, die uitsluitend aan dit gebouw toegewezen kunnen worden, wordt als volgt samengesteld:

• in de teller de quotiteiten van de woonunits gelegen in gebouw D en de gemeenschappelijke ruimtes gelegen in gebouw D;

• in de noemer de quotiteiten zoals beschreven in de teller en de quotiteiten van de initiatiefruimtes.

66\. De verdeelsleutel voor de overkoepelende werken die niet specifiek aan een bepaald gebouw toegewezen kunnen worden, wordt als volgt samengesteld:

• in de teller de quotiteiten van de woonunits, de gemeenschappelijke ruimtes, de solidaire huurwoningen en de medische hulpkamer gelegen in de gebouwen A, B C, D en F;

• in de noemer de quotiteiten zoals beschreven in de teller en de quotiteiten van de kapel, het kinderdagverblijf en de initiatiefruimtes.

67\. Gebouw E wordt hierbij niet tot de noemer gerekend omwille van het feit dat dit gebouw volledig losstaand is en geen werken zal ondergaan. Dit gebouw wordt dan ook volledig buiten beschouwing gerekend voor deze aanvraag.

68\. Voor gebouwen C en F wordt er geen afzonderlijke verdeelsleutel opgemaakt gezien beide gebouwen enkel uit woonunits en/of gemeenschappelijke ruimten bestemd voor privé-bewoning bestaan.

69\. De verdeelsleutels worden afgerond tot op 2 cijfers na de komma, volgens de algemene afrondingsregels.

70\. Ter verduidelijking, wordt hierna omschreven welke werken als overkoepelende werken beschouwd zouden/kunnen worden:

• algeheel overkoepelend (over alle gebouwen heen):

­ voorbereidende werken;

­ afbraak – en grondwerken;

­ rioleringswerken;

­ funderingswerken;

­ betonneringen;

­ geothermie: boringen, BEOveld, 1 centrale warmtepomp in de gemeenschappelijke kelder.

• specifiek per gebouw toewijsbaar, met toepassing van de desbetreffende verdeelsleutel:

­ plaatsing lift gebouw B voor toegang tot de appartementen op de verdiepingen en de kapel;

­ metselwerk;

­ timmerwerk en houtskeletbouw;

­ dakwerken;

­ isolatiewerken: dak, vloer en muurisolatie (binnen voor gebouwen A en B);

­ gevelbekleding (inclusief isolatie gevel);

­ buitenschrijnwerk;

­ chapes.

• specifiek per gebouw toewijsbaar, maar uitsluitende bestemming voor woonunits en ruimtes bestemd voor privé-bewoning voor wat betreft de gebouwen A, B en D:

­ de plaatsing van de loopbrug aan gebouw D gezien de initiatiefruimtes rechtstreeks toegankelijk zullen zijn;

­ plaatsing van de lift van gebouw A gezien het kinderdagverblijf zich op het gelijkvloers bevindt.

• werken die steeds individueel per unit zullen aangerekend worden:

­ vloerbekleding;

­ houtwerk binnenin de appartementen;

­ scheidingswanden;

­ inrichting apparaten (keuken, badkamermeubels,...);

­ schilderwerken;

­ afwerking;

­ individuele boosterpompen;

­ warmteafgifte (vloerverwarming);

­ alle individuele water boosterpompen per unit;

### *III.C. Conclusie*

71\. Op de beschreven werken zoals opgenomen in voorgaand randnummer 45 van deze beslissing is het verlaagd btw-tarief van 6% van toepassing overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970, in uitvoering van [artikel 37 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37);

72\. Alle werken m.b.t. het kinderdagverblijf in gebouw A, de kapel in gebouw B en de initiatiefruimtes in gebouw D kunnen niet genieten van het verlaagd btw-tarief van 6% van toepassing overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970, in uitvoering van [artikel 37 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37);

73\. Voor de overkoepelende werken in onroerende staat (andere dan de werken in gebouwen met uitsluitend woonunits en gemeenschappelijke ruimten) kan toepassing worden gemaakt van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door rubriek XXXI tabel A van K.B. nr. 20 volgens vier verdeelsleutels (gebouw A, gebouw B, gebouw D en een algemene verdeelsleutel) gebaseerd en berekend op basis van de quotiteiten van de respectievelijke gebouwen/ruimtes;

74\. De maatschap of voor eventuele latere werken (herstellingen, onderhoud, …) de Vereniging van mede-eigenaars kan aangemerkt worden als de eindverbruiker in de zin van rubriek XXXI Tabel A van K.B. nr. 20.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 37](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) 7 voorkomens
