---
title: "Voorafgaande beslissing 2025.0133 · Complexe dienstverrichting"
description: "Complexe dienstverrichting, Artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW, Bedrijvencentrum. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2025.0133 van 10 juni 2025."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2025-0133-complexe-dienstverrichting-artikel-18-eerste-5dba"
lang: "nl"
---

# Complexe dienstverrichting, Artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW · BTW - Complexe dienstverrichting - Artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW - Bedrijvencentrum - circulaire AOIF 39/2005 dd. 27 september 2005 - Artikel 45 §1 WBTW - Artikel 46 §2 WBTW

**Nummer**

2025.0133

**Datum**

10 juni 2025

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

67 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2025.0133 dd. 10.06.2025

*BTW* · *Complexe dienstverrichting - Artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW* · *Bedrijvencentrum -* [*circulaire AOIF 39/2005*](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/39-2005-aoif-service-centre-entreprise-bien-b149) *dd. 27 september 2005* · [*Artikel 45 §1 WBTW*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) · [*Artikel 46 §2 WBTW*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46)

## Samenvatting

X gaat een bedrijvencentrum uitbaten. Het voorgelegde project kan worden beschouwd als een bedrijvencentrum als beoogd in circulaire A.O.I.F. 39/2005. De door X aan de gebruiker verstrekte dienstprestaties ([art. 18 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18)) onder bezwarende titel, zijn aan de btw onderworpen.

X zal een gemengde belastingplichtige worden die de kosten wenst af te trekken volgens het werkelijk gebruik op basis van in [artikel 46 §2 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) omschreven principes. Voor de kosten die niet rechtstreeks kunnen worden toegewezen zal X een verdeelsleutel toepassen op basis van het werkelijk criterium volgens het bijzondere verhoudingsgetal

Voor zover de verhuurder te goeder trouw is en op een redelijke manier kan aantonen dat hij de bedoeling heeft om zijn goed met toepassing van de btw te verhuren en hij hiervoor de nodige stappen zal ondernemen, maar dat het goed desondanks door omstandigheden buiten zijn wil reeds zal blijven leegstaan zal de verhuurder niet moeten overgaan tot herziening in het voordeel van de Staat van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte btw met betrekking tot het gebouw.

Indien de aanvrager niet meer voldoet aan de voorgenoemde gestelde voorwaarden dient de aanvrager wel spontaan de nodige herzieningen van de btw toe te passen.

## Tekst van de beslissing

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing beoogt de bevestiging te verkrijgen dat

a. Terbeschikkingstelling van een gedeelte van een pand aan derden na de renovatiewerken bestaande uit co-workingspaces, gemeenschappelijke ruimte en vergaderzalen kan worden beschouwd als exploitatie van een bedrijvencentrum in de zin van [artikel 18 §1, lid 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18);

b. Kosten met betrekking tot het pand kan worden afgetrokken op basis van de methode van werkelijk gebruik volgens [artikel 46 §2 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46);

c. X op grond van [artikel 46 §2 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) de bijzondere verhoudingsgetallen vastgesteld door de aanvrager voorgelegde verdeelsleutel kan hanteren om recht op aftrek van btw uit te oefenen.

## II. Omschrijving van de voorgenomen verrichting en identiteit van de aanvrager

2\. X zal een te renoveren gebouw aankopen, gelegen Y.

3\. Het gebouw betreft een villa (erfgoed) bestaande uit drie verdiepingen, oorspronkelijk uitgebaat als feestzaal door een cateraar.

Het gebouw zal zowel voor btw-belaste, als btw-vrijgestelde activiteit worden aangewend.

4\. De aanvrager zal voor kosten die rechtstreeks kunnen worden toegewezen aan één van de voorgenoemde activiteit(en), deze kosten correct toewijzen.

5\. Voor kosten die niet rechtstreeks kunnen worden toegewezen aan de ruimtes die uitsluitend worden gebruikt voor de vrijgestelde activiteiten (kantoren op het gelijkvloerse verdieping), wenst de aanvrager een verdeelsleutel toe te passen op basis van de vierkante meters.

6\. Dit bijzonder verhoudingsgetal zal worden vastgesteld volgens de berekening van de volledige bruikbare oppervlaktes ‘belaste’ en ‘vrijgestelde’ oppervlaktes.

## III. Beslissing

7\. De in deze aanvraag te onderzoeken btw problematiek betreft de kwalificatie van de verrichte dienstprestaties.

8\. Wanneer een handeling uit verschillende elementen bestaat, rijst de vraag of zij moet worden geacht te bestaan uit één enkele prestatie dan wel uit meerdere onderscheiden en zelfstandige prestaties die vanuit het oogpunt van de btw afzonderlijk moeten worden beoordeeld. Uit de rechtspraak van het Hof blijkt immers dat in bepaalde omstandigheden verschillende formeel onderscheiden prestaties die afzonderlijk kunnen worden verricht en zodoende ieder als zodanig tot belastingheffing of tot vrijstelling kunnen leiden, als één enkele handeling moeten worden beschouwd wanneer zij niet zelfstandig zijn (arrest van 21 februari 2008, Part Service, C 425/06, Jurispr. blz. I 897, punt 51).

9\. Dienaangaande heeft het Hof geoordeeld dat een prestatie als één enkele prestatie moet worden beschouwd wanneer twee of meer elementen of handelingen die de belastingplichtige levert of verricht, zo nauw met elkaar verbonden zijn dat zij objectief gezien één, niet te splitsen economische prestatie vormen, waarvan het kunstmatig zou zijn die uit elkaar te halen (zie in die zin arrest van 27 oktober 2005, Levob Verzekeringen en OV Bank, C 41/04, Jurispr. blz. I 9433, punt 22, en arrest Everything Everywhere, reeds aangehaald, punten 24 en 25).

10\. Op grond van de hiervoor weergegeven principes, voortkomend uit Europese rechtspraak, werd door de administratie beslist dat de door een bedrijven- en dienstencentrum verleende diensten, onder bepaalde voorwaarden, één geheel van diensten uitmaken, dat bij toepassing van [artikel 18, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) voor het geheel aan de btw is onderworpen.

Volgens het administratief standpunt, voorwerp van de [circulaire AOIF nr. 39/2005](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/39-2005-aoif-service-centre-entreprise-bien-b149) worden de door een bedrijven- en dienstencentra verleende diensten, die volledig aan de btw onderworpen zijn en derhalve recht op aftrek geven, onderscheiden van diensten van onroerende verhuur die van de btw zijn vrijgesteld (in voorkomend geval vergezeld van bijkomende diensten).

11\. Dit onderscheid berust in casu op:

a. de kenmerken van de overeenkomst waarin het bedrijven- of dienstencentrum zich ertoe verbindt om aan de afnemer een minimum geheel van niet te scheiden diensten te verstrekken tegen een enige forfaitaire prijs

b. de minimum vereiste diensten als tegenprestatie voor de gevraagde forfaitaire prijs, gaande van de terbeschikkingstelling van uitgeruste lokalen, gemeenschappelijke vergaderzalen en ruimten tot de terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke bureautica, ICT-infrastructuur.

12\. Het onderzoek van de overeenkomst, voorwerp van onderhavige aanvraag, leidt tot volgende vaststellingen :

a. de terbeschikkingstelling van één of meer uitgeruste lokalen, hetzij gedeeld, hetzij in exclusief gebruik, met een minimum aan meubels en apparatuur waarbij de gebruiker de inrichting niet wezenlijk mag wijzigen. Het gegeven dat de uitbater bovendien in voor de gebruikers specifieke apparatuur voorziet, doet hieraan zeker geen afbreuk, maar benadrukt diens actieve rol als aanbieder van een aan de activiteit van de gebruiker aangepaste dienstenpakket, vervat in de forfaitaire prijs;

b. de terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke gemeubelde vergaderruimte;

c. de terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke ruimten, oppervlakten en lokalen, zijnde onder meer een inkomhal met wachtruimte, drie bergingen, sanitair, een ingerichte en gestoffeerde keuken en ontspanningsruimte, een tuin met terras met bijhorende infrastructuur;

d. de terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke bureautica;

e. de terbeschikkingstelling van ICT-infrastructuur (onder andere, telefonie en internettoegang), gemeenschappelijke website en mailadres, naast een individueel mailadres, een centraal telefoonnummer met bemande telefooncentrale, waarbij de uitbater c.q. aanvrager instaat voor het aannemen van inkomende oproepen, het beheer van afspraken, zowel online als telefonisch;

f. de opruim, schoonmaak en het onderhoud van de privatieve en de gemeenschappelijke ruimten, alsmede de wekelijkse ophaling van afval;

g. een permanente (dagelijkse) aanwezigheid van een aangestelde van de uitbater tijdens de kantooruren. Het gegeven dat de gebruikers bovendien over een bijkomende ingang beschikken, naast de centrale toegang, doet evenmin afbreuk aan de vereiste dat de uitbater instaat voor het onthaal van de bezoekers. Het laat de gebruikers toe om buiten de uren waarop patiënten zich in het centrum bevinden, het bedrijvencentrum te betreden om bijv hun administratie te voeren of onderlinge vergaderingen mogelijk te maken die inherent zijn aan hun beroepsactiviteit..

h. het ontvangen en het sorteren van de post door de uitbater.

13\. Mits de terbeschikkingstelling plaatsvindt als hiervoor beschreven dient te worden geconcludeerd dat de uitbater de voorwaarden, als gesteld in de administratieve commentaren voorwerp van circulaire AOIF nr 39/2005, vervult.

14\. De terbeschikkingstelling van een gedeelte van een pand aan derden na de renovatie zoals omschreven onder punt 4.1 bestaande uit co-workingspaces, gemeenschappelijke ruimte en vergaderzalen kan worden beschouwd als exploitatie van een bedrijvencentrum in de zin van [artikel 18 §1, lid 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18).

15\. Wat voor de diensten betreft bestaande uit co-workingspaces, gemeenschappelijke ruimte en vergaderzalen die als exploitatie van een bedrijvencentrum kan worden beschouwd in de zin van [artikel 18 §1, lid 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) in deze ruling beschreven activiteiten zal de aanvrager recht op aftrek hebben op basis van art [45 §1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) WBTW.

16\. X zal naar aanleiding van “exploitatie bedrijvencentrum” zich kwalificeren als een gemengde btw-plichtige met een beperkt recht op aftrek van de btw.

17\. Naar aanleiding van de btw-plichtige (exploitatie bedrijvencentrum) als vrijgestelde activiteiten (verzekeringsactiviteiten) wenst de aanvrager de btw in aftrek te brengen volgens in [artikel 46 §2 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) omschreven principes van het werkelijk gebruik.

18\. De regel van het werkelijk gebruik is in wezen een systeem van toewijzing van de kosten aan welbepaalde activiteiten of sectoren. Bij toepassing van deze methode valt de btw gegeven van de gedane beroepsuitgaven op te splitsen in drie groepen:

a. btw geheven van goederen en diensten die uitsluitend voor de belaste sector van de economische activiteit zijn bestemd: btw volledig aftrekbaar volgens de gangbare regels;

b. btw geheven van goederen en diensten die uitsluitend voor de niet-belaste sector van de economische activiteit zijn bestemd: btw niet aftrekbaar;

c. btw geheven van goederen en diensten die voor beide sectoren zijn bestemd:

i. btw aftrekbaar volgens een algemeen verhoudingsgetal;

ii. btw aftrekbaar volgens een bijzonder verhoudingsgetal (indien specifieke criteria voorhanden zijn, kan een bijzondere verhouding worden vastgesteld).

De btw geheven van de gedane beroepsuitgaven valt vooreerst op te splitsen in activiteit met volledig recht op aftrek van btw en activiteit met gedeeltelijk of beperkt recht op aftrek van btw. Daarnaast is er nog onderscheid waarin de kosten niet kunnen worden toewezen aan één van beide voornoemde activiteiten omdat ze er gemeenschappelijk aan zijn.

19\. Deze rulingaanvraag heeft betrekking op de toepassing van de regel van het werkelijk gebruik evenals op de methodiek van de bijzondere verhoudingsgetallen, omslag- of verdeelsleutels die de aanvrager wenst toe te passen om zijn recht op aftrek van btw op zijn beroepsuitgaven, zowel de zuiver als de niet zuiver toewijsbare uitgaven (gemengde kosten), te kunnen uitoefenen.

Dergelijke bijzondere verhoudingsgetallen kunnen worden vastgesteld zoals een algemeen verhoudingsgetal of kunnen eventueel op grond van andere criteria worden bepaald.

Voor de bepaling van een bijzonder verhoudingsgetal dient een duidelijke, aanvaardbare, werkbare en na een verloop van tijd nog controleerbare omslag- of verdeelsleutel bepaald te worden.

20\. Dit bijzonder verhoudingsgetal kan gebaseerd zijn op bijvoorbeeld de personeelssterkte, de oppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor de verschillende activiteiten, de verhouding van het aantal afgelegde kilometers voor de onderscheiden activiteiten, het aantal behandelde dossiers, de tijd aangewend voor de belaste respectievelijk de vrijgestelde activiteit of de CPU-tijd (i.e. de verwerkingstijd die een enkel programma nodig heeft).

21\. Specifiek wat betreft onroerende goederen stelt de btw-administratie in haar commentaar dat een bijzonder verhoudingsgetal kan worden aanvaard op basis van de oppervlakte die voor de belaste/vrijgestelde activiteit wordt gebruikt.

De DVB aanvaard bijgevolg het concreet voorstel van de aanvrager om de kosten die rechtstreeks kunnen worden toegewezen aan de belaste- of onbelaste activiteit deze correct toe te wijzen.

22\. Voor de kosten die niet rechtstreeks kunnen worden toegewezen aanvaard de DVB om een verdeelsleutel toe te passen op basis van het oppervlaktecriterium (m²).

In de circulaire van [Circulaire 2019/C/25](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2019-c-25-wijziging-btw-wetboek-vlak-onroerende-a58b) van 21 maart 2019 betreffende de wet van 14.10.2018 tot wijziging van het Btw-Wetboek op het vlak van de onroerende verhuur verwijzend naar de rechtspraak van het hof van justitie van de Europese Unie (arrest van 28.02.2018 in de zaak [C-672/16](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-672-16-arrest), Imofloresmira) overeenkomstig het fiscaal neutraliteitsbeginsel stelt het hof dat de verhuurder niet moet overgaan tot herziening in het voordeel van de Staat van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte btw met betrekking tot het gebouw (zie vraag 5. FAQ circulaire) in de volgende omstandigheden en onder volgende voorwaarden:

a. Voor de periode waarin het gebouw of het gedeelte van het gebouw is blijven leegstaan alvorens een eerste aan de btw onderworpen verhuurcontract werd afgesloten of tussen twee verhuurperiodes met belastingheffing;

b. Voor zover de verhuurder te goeder trouw is en op een redelijke manier aantoont dat hij altijd de bedoeling heeft gehad om zijn goed met toepassing van de btw te verhuren en hij hiervoor de nodige stappen heeft ondernomen, maar dat het goed desondanks door omstandigheden buiten zijn wil is blijven leegstaan.

23\. Verder omschrijft de circulaire ook enkele voorbeelden m.b.t. leegstand van het gebouw onder punt 6 FAQ.

24\. De DVB bevestigt dat voor zover de verhuurder te goeder trouw is en op een redelijke manier kan aantonen dat hij de bedoeling heeft om zijn goed met toepassing van de btw te verhuren en hij hiervoor de nodige stappen zal ondernemen, maar dat het goed desondanks door omstandigheden buiten zijn wil reeds zal blijven leegstaan zal de verhuurder niet moeten overgaan tot herziening in het voordeel van de Staat van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte btw met betrekking tot het gebouw.

Indien de aanvrager niet meer voldoet aan de voorgenoemde gestelde voorwaarden dient de aanvrager wel spontaan de nodige herzieningen van de btw toe te passen.

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 5 voorkomens

[WBTW art. 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) 5 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 2 voorkomens

[C-672/16, arrest van 28 februari 2018](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-672-16-arrest) 1 voorkomen
