Vennootschapsbelasting · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2025.0095 18 maart 2025

Zoeken

VennootschapsbelastingVENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Meerwaarden op aandelen - Antimisbruikbepaling - REGISTRATIERECHTEN - Inbreng van een bedrijfstak - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

https://juriel.be/nl/rulings/2025-0095-vennootschapsbelasting-belastingvrije-inbreng-bedrijfsafdeling-tak-b8f0

Nummer
2025.0095
Datum
18 maart 2025

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

88 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2025.0095 d.d. 18.03.2025

VENNOOTSCHAPSBELASTING · Belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking · Meerwaarden op aandelen · Antimisbruikbepaling

REGISTRATIERECHTEN · Inbreng van een bedrijfstak

BTW · Overdracht van een bedrijfsafdeling

Samenvatting

De inbreng van een onderscheiden activiteit door de NV A in een nieuw opgerichte vennootschap NewCo waarbij alle specifiek aan deze activiteit verbonden activa en passiva, rechten en verplichtingen worden overgedragen, kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 juncto artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92 en kan plaatsvinden onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92.

De meerwaarde die de NV A zal realiseren naar aanleiding van de verkoop van de aandelen van NewCo binnen het jaar na de inbreng valt onder het toepassingsgebied van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, aangezien overeenkomstig artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 voldaan is aan de minimale houdperiode van één jaar.

De keuze voor het geheel van de rechtshandelingen (inbreng van bedrijfsafdeling gevolgd door een verkoop van alle aandelen van NewCo) is voldoende verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en maakt geen fiscaal misbruik uit als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.

De voormelde inbreng valt onder de toepassing van artikel 117, § 2 federaal W.Reg.

De voormelde inbreng dient plaats te vinden met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:

1.1. de inbreng door de NV A van haar x activiteit in een nieuw op te richten vennootschap (hierna NewCo) kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92), beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 46, § 1, derde lid, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92;

1.2. de inbreng, in samenhang met de verkoop van de aandelen van NewCo, geen fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92 uitmaakt op het vlak van de artikelen 18, 24, eerste lid, 2°, 183 en 267 WIB 92;

1.3. de aandelen van NewCo die in ruil voor deze inbreng worden verworven, worden geacht al meer dan een jaar in het bezit van de NV A te zijn, overeenkomstig artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92;

1.4. de inbreng onder de toepassing valt van artikel 117, § 2, van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek-, en Griffierechten (hierna W.Reg.);

1.5. de inbreng onder de toepassing valt van de artikelen 11 en 18, § 3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.Btw).

II. Omschrijving van de verrichting

2. De internationale groep heeft drie verticale marktsegmenten: x, y en z. Recent heeft deze groep een bepaalde tak van een andere groep overgenomen, waarvan de NV A tevens deel uitmaakte. De NV A heeft eveneens x, y en z activiteiten.

3. De geplande verrichtingen moeten worden gezien als onderdeel van een globaal strategisch plan waarmee de groep zich wil focussen op haar kernactiviteiten y en z. De groep zal de x activiteit in alle landen waar zij actief is, afstoten.

4. De x activiteit van de NV A zal daarom worden ingebracht in een nieuw op gerichte vennootschap NewCo met het oog op de latere overdracht van de aandelen NewCo aan een externe partij.

III. Beslissing

III.A. Betreffende de toepassing van artikel 46, § 1 , eerste lid, 2° en 183bis WIB 92 op de inbrengverrichting

5. Om toepassing te kunnen maken van het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92 dient de inbreng een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid dan wel een algemeenheid van goederen te omvatten. Een wettelijke definitie van een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid is opgenomen in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92.

6. Artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92 definieert de voormelde begrippen als volgt:

b) Inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid: de rechtshandeling waarbij een natuurlijke persoon of een vennootschap, zonder ontbinding, een bedrijfstak overdraagt aan een andere vennootschap tegen een vergoeding die uitsluitend bestaat in aandelen van de verkrijgende vennootschap;

c) Bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid: het geheel van de activa en passiva van een afdeling van een vennootschap dat uit organisatorisch oogpunt een onafhankelijke exploitatie vormt, dat wil zeggen een geheel dat op eigen kracht kan functioneren.

7. In het kader van de inbrengverrichting zullen alle activa, passiva, rechten en verplichtingen die specifiek verbonden zijn aan de x activiteiten door de NV A worden ingebracht in NewCo. De aanvrager heeft dit tevens gestaafd aan de hand van een inbrengstaat. Daar de in te brengen x activiteit geen eigen specifiek personeel vereist omdat deze quasi volledig automatisch en zonder tussenkomst van personeel kan functioneren, zal er geen personeel overgaan.

8. De aanvrager heeft bevestigd dat de verrichting geen verlies aan tewerkstelling met zich mee zal brengen. De werknemers die vandaag actief zijn in de y en z activiteiten van de NV A, blijven tewerkgesteld in de NV A. In de periode tussen de inbreng en de verkoop van de aandelen NewCo zal de zeer beperkte menselijke tussenkomst in de x activiteit door de werknemers van de NV A worden verdergezet op basis van een dienstverleningsovereenkomst aan marktconforme voorwaarden gesloten tussen de NV A en NewCo. Hieruit blijkt dat beide activiteiten bij voortduur zullen worden verder gezet.

9. Uit de gedetailleerde beschrijving van de ingebrachte bestanddelen blijkt dat de inbreng van de x activiteiten door de NV A aldus alle specifiek aan deze activiteit toewijsbare activa, passiva, rechten en verplichtingen bevat. De aanvrager heeft bevestigd dat geen herbeleggingsactiva met het oog op de toepassing van artikel 47 WIB 92 deel uitmaken van de inbreng.

10. De x activiteit binnen de NV A is winstgevend en ook uit het overgemaakt financieel plan van Newco blijkt dat deze financieel leefbaar zal zijn.

11. Uit het voormelde kan dus worden besloten dat het gaat om een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.

12. De aanvrager heeft bevestigd dat de inbreng uitsluitend zal worden vergoed in aandelen die het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen.

13. De geplande inbreng van de x activiteit van de NV A in Newco betreft derhalve een rechtshandeling die beantwoordt aan de definitie van een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), juncto artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92.

14. De aanvrager heeft bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van de NV A te vervreemden.

15. Aangaande de geplande verkoop van de aandelen NewCo heeft de aanvrager zich ertoe verbonden om de verkoopprijs van de aandelen NewCo te herinvesteren in de Europese Economische Ruimte in (duurzame) materiële vaste activa, immateriële vaste activa en/of financiële vaste activa. De NV A zal een deel van de verkoopprijs zelf aanwenden voor eigen investeringen en zal voor het resterend bedrag een lening aan marktconforme voorwaarden toestaan aan de groepsvennootschappen. Deze groepsvennootschappen zullen de ontleende middelen aanwenden voor hun kernactiviteiten en herinvesteren in bestendige vaste activa (infrastructuur) ten laatste op xx/xx/xx+3. Tevens zal tegen deze datum de NV A aan de lokale controleur een overzicht bezorgen van de herinvesteringen die ze zelf heeft gedaan alsmede de investeringen die de groepsvennootschappen hebben verricht met de ontleende fondsen in bestendige vaste activa.

16. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de geplande inbreng van de x activiteit door de NV A in NewCo plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92 zoals vereist door artikel 46, § 1, derde lid, 3°, WIB 92.

17. De inbrenggenietende vennootschap NewCo is een binnenlandse vennootschap.

18. Derhalve kan worden besloten dat de inbreng kan plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92.

III.B. Inzake de toepassing van artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 bij de verkoop van de aandelen Newco door NV A

19. Na de inbreng zal NV A de door haar verkregen aandelen Newco op korte termijn verkopen aan een externe partij. De verkoop aan een externe partij impliceert de verwezenlijking van een meerwaarde op de deelneming in Newco door de NV A.

20. Artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92 bepaalt: “§ 1. De niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde meerwaarden op aandelen verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, zijn eveneens volledig vrijgesteld in de mate dat de eventuele inkomsten van deze aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202 en 203, van de winst te worden afgetrokken of, voor wat betreft de overeenkomstig artikel 194 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aangehouden aandelen, krachtens de artikelen 202, § 1 en § 2, eerste lid, 2°, en 203, van de winst te worden afgetrokken”.

21. Artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 stelt verder dat: “Voor de toepassing van het eerste lid, de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, WIB 92, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92, worden geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan.”

22. De Memorie van Toelichting bij de Programmawet van 29 maart 2012, waarbij het zevende lid werd ingevoerd in paragraaf 1 van artikel 192 WIB, stelt: “Anderzijds wordt rekening gehouden met de periode voorafgaand aan de verrichting met het oog op het onderzoeken of de voorwaarde van behoud van tenminste één jaar al dan niet is vervuld, wanneer de aandelen verkregen zijn in het kader van een fiscaal neutrale verrichting, vermeld in de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3 WIB 92 die beantwoorden, naargelang het geval, aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92.”

23. De Memorie van Toelichting bij de Wet van 13 december 2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, waarbij het achtste lid werd ingevoerd in paragraaf 1 van artikel 192 WIB 92, stelt: “Teneinde voor de toepassing van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, de fiscale neutraliteit te bevestigen van de verrichtingen van inbreng, fusie of splitsing, gerealiseerd overeenkomstig de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, § 1, en 231, §§ 2 en 3, is het nuttig om dit expliciet te verduidelijken in de wettekst. Daarom wordt artikel 192, § 1, WIB 92, naast een zevende lid, aangevuld met een nieuw lid, dat toelaat om volledig de fiscale neutraliteit van die verrichtingen te bevestigen inzake de belasting van meerwaarden op aandelen.(..) De bijzondere toepassing die hierbij wordt ingesteld, bevestigt het algemeen beginsel van de continuïteit voorzien in het Wetboek van Vennootschappen zonder dat deze raakt aan de algemene toepassing van ditzelfde beginsel.” (Parl. St. Kamer, 2012-2013, 2458/001, 26-27).”

24. Circulaire Ci.RH.421/620.779 (AAFisc 19/2013) van 21 mei 2013 stelt dat:

“[...] de toevoeging van het zevende en achtste lid aan art. 192, § 1, WIB 92, voorzien, voor de beoordeling van de voorwaarde van behoud, in de fiscale neutraliteit van de verrichtingen van inbreng, [...] die worden verwezenlijkt overeenkomstig de art. 46, § 1, eerste lid, 2° [...] WIB 92 in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschappen alsook voor de vennootschappen-aandeelhoudsters van de overgenomen of gesplitste vennootschappen”

25. Gelet op het vermelde in Titel III. A. zal de inbreng van de x activiteit door de NV A in Newco kunnen plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92. Bijgevolg is in onderhavig geval de toepassing van artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 aan de orde.

26. De wetgever verwijst in artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 uitdrukkelijk naar belastingneutrale verrichtingen als bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 en artikel 211 WIB 92. In overeenstemming met de fiscale neutraliteit zoals voorzien in artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 dient als aanvangspunt voor de berekening van de minimale houdperiode van één jaar bij inbrengverrichtingen gekeken te worden naar de datum waarop de bedrijfsafdeling of de tak van werkzaamheid op een zelfstandige wijze operationeel is geworden. De aanvrager heeft bevestigd dat de ingebrachte bedrijfsafdeling x reeds vele jaren fungeert als een op zich staand geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken binnen de NV A.

27. Gelet op voorgaande kan worden gesteld dat de start van de berekening van de houdtermijn van één jaar, als voorwaarde voor de vrijstelling van de meerwaarde die de NV A zou realiseren naar aanleiding van de verkoop van de aandelen van Newco die zij heeft verkregen naar aanleiding van de inbreng van de bedrijfsafdeling, bijgevolg meer dan één jaar in het verleden valt zodat de ononderbroken periode van volle eigendom wordt gerespecteerd.

28. Voor de toepassing van artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 zal de NV A derhalve worden geacht de aandelen van Newco, die zij heeft verkregen naar aanleiding van de inbreng van de bedrijfsafdeling, op het ogenblik van de verkoop langer dan één jaar te hebben gehouden. Derhalve valt de meerwaarde op deze aandelen onder het toepassingsgebied van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, zodat de meerwaarde kan worden vrijgesteld voor zover aan alle andere voorwaarden ter zake is voldaan.

29. Aangezien NewCo zal worden opgericht voorafgaand aan de inbreng van de bedrijfsafdeling, zal artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 daarentegen niet van toepassing zijn op de aandelen die worden uitgegeven bij de oprichting van NewCo. Deze aandelen zullen na de daaropvolgende inbreng van de bedrijfsafdeling slechts een kleine fractie van het totaal aantal aandelen van NewCo vertegenwoordigen (wellicht zal slechts 1 aandeel worden uitgegeven bij oprichting). De aanvrager verklaart dat in geval van verkoop van de aandelen van NewCo binnen het jaar na de inbreng van de bedrijfsafdeling zal kunnen worden aangegeven welk aandeel werd uitgegeven bij oprichting van NewCo (waarop artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 niet van toepassing is) en welke aandelen werden uitgegeven op het moment van de inbreng van de bedrijfsafdeling (waarop artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 wel van toepassing is), gelet op het feit dat de aandelen genummerd zullen worden en als zodanig zullen worden bijgehouden in de respectievelijke aandeelhoudersregisters.

III.C. Inzake de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92 op het geheel van de verrichtingen

30. Het geheel van de verrichtingen, bestaande uit de inbreng van de x activiteit door de NV A in een nieuw op te richten vennootschap NewCo, gevolgd door de verkoop van de aandelen van NewCo, kadert binnen een herstructurering van de groep die ertoe strekt om deze activiteit af te stoten om zich meer te kunnen concentreren op haar kernactiviteiten (y en z activiteiten).

31. De combinatie van een inbreng van een bedrijfsafdeling gevolgd door een verkoop van alle aandelen van de inbrenggenietende vennootschap met het oog op de overdracht van deze bedrijfsafdeling aan een derde partij, kan als een fiscaal misbruik worden aanzien in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92 waarbij de belastingplichtige zich buiten het toepassingsgebied van artikel 24 WIB 92 tracht te plaatsen. Overeenkomstig artikel 24 WIB 92 zijn meerwaarden op activa onderworpen aan vennootschapsbelasting, daar waar meerwaarden op aandelen zijn vrijgesteld onder de voorwaarden van artikel 192 WIB 92. De aanvrager heeft zich er echter toe verbonden minstens voormelde meerwaarde (en zelfs de volledige verkoopprijs) te gaan herinvesteren in de Europese Economische Ruimte in materiële of immateriële (duurzame) vaste activa. Dit engagement ondersteunt aldus het opzet zoals vermeld in randnummer 30. Bij een inbreng van een bedrijfsafdeling gevolgd door een verkoop van aandelen van de inbrengverkrijgende vennootschap is een mogelijke frustratie van de artikelen 18 en 267 WIB 92 niet aan de orde, aangezien de verkoopprijs van de aandelen van de inbrenggenietende vennootschap (net zoals bij een gewone belastbare verkoop van de betrokken activiteit aan een derde partij) door de inbrengende vennootschap zelf wordt verkregen, dit in tegenstelling tot een (partiële) splitsing gevolgd door de verkoop van de aandelen van één van de bij de (partiële) splitsing betrokken vennootschappen waarbij de verkoopprijs van de aandelen onmiddellijk bij de aandeelhouders van de (partieel) gesplitste vennootschap terecht komt (hetgeen een bijkomende dividenduitkering overbodig maakt en in dit geval wel sprake kan zijn van een mogelijke frustratie van de artikelen 18 en 267 WIB 92).

32. De aanvrager heeft tevens bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van de NV A te vervreemden.

33. Derhalve kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen voldoende is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.

34. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummers 14 en 32, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing zoals de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van de NV A. Bij een latere overdracht van deze aandelen is de beslissing zoals vermeld in randnummers 18, 28 en 33 niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

III.D. Inzake de toepassing van artikel 117, § 2, federaal W.Reg. op de inbrengverrichting

35. Krachtens artikel 117, § 2, federaal W.Reg. is het bij artikel 115, federaal W.Reg. bepaalde recht niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

36. Bij koninklijk besluit (artikel 1 van het KB van 18 juli 1972 betreffende de uitvoering der artikelen 117 en 120 van het federaal Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten) worden de voorwaarden voor deze vrijstelling als volgt bepaald:

“de vrijstelling van het evenredig recht voorzien in artikel 117, § 2, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, alsook de uitzondering gevestigd in artikel 120, 3e lid[…] van hetzelfde wetboek, zijn ondergeschikt aan de voorwaarde:

1° dat de inbreng het geheel omvat van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormen;

2° dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen, die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, samen met een storting in contanten, die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

Wordt niet beschouwd als een afdeling van de onderneming het beheer van de participaties en de waarden in portefeuille. De participaties en waarden in portefeuille worden slechts beschouwd als behorende tot een bedrijfstak wanneer zij normaal in de exploitatie van deze tak van de bedrijvigheid zijn geïntegreerd”.

37. Uit de gegevens van de aanvraag blijkt dat alle specifieke activa en passiva, rechten en verplichtingen met betrekking tot de x activiteit, zullen worden ingebracht in Newco. Deze omvat tevens de huurovereenkomst met betrekking tot het gebouw waar de x activiteit wordt uitgeoefend en dat wordt gehuurd door de NV A.

38. De NV A is een vennootschap met zowel de zetel der werkelijke leiding als de statutaire zetel in België, waardoor is voldaan aan de vereiste dat de inbreng moet gebeuren door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

39. De aanvrager verklaart dat de inbreng volledig zal worden vergoed door uitgifte van nieuwe aandelen NewCo en er geen opleg in geld zal zijn.

40. De aanvrager heeft voldoende aangetoond dat in casu sprake is van een inbreng van een bedrijfstak in de zin van artikel 117, § 2, federaal W.Reg. Op die manier kan tevens toepassing worden gemaakt van artikel 120, derde lid, federaal W.Reg.

41. Derhalve kan worden besloten dat de inbreng van de x activiteit in NewCo kan worden verricht onder het vrijstellingsregime voorzien in artikel 117, § 2, federaal W. Reg, evenwel met toepassing van een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht zoals voorzien in artikel 167 federaal W. Reg.

III.E. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw op de inbrengverrichting

42. Overeenkomstig artikel 11 W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

43. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch Btw Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

44. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

45. De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een economische activiteit kan worden verder gezet.

46. Naast het voortzetten van de activiteit is tevens vereist dat de inbrenggenietende entiteit op autonome wijze de activiteit verderzet.

47. De in de aanvraag opgenomen transactie betreft de inbreng door de NV A van haar x activiteit in een nieuw op te richten Belgische vennootschap NewCo.

48. Alle activa en passiva, rechten en verplichtingen die specifiek betrekking hebben op de x activiteit zullen worden ingebracht in een nieuw op te richten Belgische vennootschap NewCo. De huurovereenkomst van het onroerend goed waarin de x activiteit wordt uitgeoefend, zal deel uitmaken van de inbreng. Er zal in het kader van de partiële splitsing geen personeel overgaan. De zeer beperkte menselijke tussenkomst in de x activiteit zal tijdens een overgangsfase worden verdergezet door werknemers van de NV A op basis van een dienstenovereenkomst tussen de NV A en NewCo. Het ontwerp van de dienstenovereenkomst werd als bijlage bij de aanvraag ingesloten.

49. Verwijzend naar de in de aanvraag beschreven overdracht dient vastgesteld te worden dat de x activiteit, zoals voorheen verricht door de inbrengende vennootschap, zal kunnen worden voortgezet door NewCo. Rekening houdend met de aangebrachte elementen in de aanvraag kan worden vastgesteld dat activiteiten op autonome wijze verder zullen worden gezet.

50. Tot slot wordt vastgesteld dat de NV A handelt als btw-belastingplichtige met recht op aftrek. De aanvrager deelt mee dat NewCo zal voldoen aan de voorwaarde van de hoedanigheid van btw-belastingplichtige met recht op aftrek.

51. Derhalve dient geconcludeerd te worden dat de inbreng van de x activiteit in NewCo dient te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

Aangehaalde teksten

7