Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2024.0773 d.d. 19.11.2024
Vennootschapsbelasting · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking
BTW · Overdracht van een bedrijfsafdeling
Samenvatting
De partiële splitsing van een exploitatievennootschap X, waarbij activiteit A wordt overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap en activiteit B wordt behouden bij vennootschap X teneinde de activiteiten A en B onafhankelijk van elkaar te kunnen ontwikkelen, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92. De partiële splitsing dient te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18 §3, W.BTW.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:
1.1 de voorgenomen partiële splitsing van vennootschap X beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;
1.2 de boekhoudkundige retroactiviteit van de beoogde partiële splitsing op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard;
1.3 in toepassing van de artikelen 212 en 206, § 2, WIB 92 de fiscaal overdraagbare aftrekken zullen worden verdeeld over de gesplitste vennootschap en de verkrijgende vennootschap in functie van de fiscale nettowaarde die achterblijft bij de gesplitste vennootschap, resp. wordt overgedragen aan de verkrijgende vennootschap;
1.4 het gespreide belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling waarop vennootschap X nog recht heeft op het ogenblik van de partiële splitsing, zal worden toegewezen aan vennootschap X dan wel aan de verkrijgende vennootschap al naargelang de verkrijger van de bestanddelen waarop het gespreide belastingkrediet betrekking heeft;
1.5 de voorgenomen partiële splitsing beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in de artikelen 11 en 18, §3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW).
II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager
2. De aandelen van vennootschap X worden aangehouden door diverse vennootschappen en natuurlijke personen.
3. Vennootschap X heeft twee verschillende activiteiten A en B die als een afzonderlijke business unit functioneren.
4. De beoogde verrichting betreft de partiële splitsing van vennootschap X waarbij alle activa en passiva samen met alle rechten en verplichtingen behorende tot de activiteit A inclusief contracten, intellectuele eigendomsrechten, toestellen en werknemers specifiek werkzaam voor deze activiteit, zullen worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap (hierna Newco) tegen uitgifte van aandelen aan de aandeelhouders van vennootschap X.
III. Beslissing
III.A. Inzake artikel 211, §1, WIB 92
5. De in randnummer 4 beschreven verrichting betreft een met splitsing gelijkgestelde verrichting betreft in de zin van artikel 2, §1, 6°/1, g), 1) WIB 92.
6. De partiële splitsing strekt ertoe om de activiteiten A en B in aparte juridische entiteiten onder te brengen. Dit laat toe om beide activiteiten onafhankelijk van elkaar te ontwikkelen en verder uit te bouwen.
7. Alle werknemers momenteel actief binnen vennootschap X zullen na de partiële splitsing ononderbroken tewerkgesteld blijven. Alle werknemers specifiek werkzaam voor de activiteit A zullen in toepassing van de regelgeving van CAO32bis overgaan naar Newco zodat zij hun arbeidsprestaties ononderbroken kunnen verder zetten. Alle werknemers werkzaam voor de activiteit B, inclusief de werknemers die bepaalde overkoepelende functies uitoefenen, blijven tewerkgesteld bij vennootschap X. Er worden geen ontslagen verwacht. Aangezien de aanvrager aangeeft dat de beoogde partiële splitsing geen impact zal hebben op de tewerkstelling, blijkt hieruit dat de aanwezige activiteiten bij voortduur zullen worden verdergezet bij de partieel te splitsen vennootschap en bij NewCo.
8. De fiscale aspecten van de partiële splitsing kunnen als volgt worden samengevat:
8.1 vennootschap X is de laatste jaren afwisselend winstgevend of verlieslatend;
8.2 vennootschap X beschikt over overgedragen fiscale verliezen, overgedragen eenmalige investeringsaftrek en een overgedragen belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling die zullen worden verdeeld over vennootschap X en NewCo op de wijze zoals vermeld in titel III.C.;
8.3 de verkrijgende vennootschap is een nieuw op te richten vennootschap en beschikt bijgevolg niet over dergelijke overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen;
8.4 er is op dit ogenblik geen intentie om de aandelen van de partieel te splitsen vennootschap X en/of van NewCo te vervreemden na doorvoering van de partiële splitsing.
9. De aanvrager heeft bevestigd dat de bepalingen van artikel 213 WIB 92 zullen worden nageleefd. Dit blijkt ook uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat.
10. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
11. De verkrijgende vennootschap, met name NewCo, zal een binnenlandse vennootschap zijn.
12. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing van vennootschap X belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92.
III.B. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting
13. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:
13.1 met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;
13.2 en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.
14. De partiële splitsing zal plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteitstermijn van maximaal 7 maanden en de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum zal niet verder teruggaan dan de datum van de afsluiting van het laatste boekjaar.
15. In het kader van de in randnummer 13.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de overgedragen fiscale verliezen of overgedragen DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). De aanvrager bevestigt evenwel dat er geen uitzonderlijke verrichtingen zullen plaatsvinden tijdens de boekhoudkundige retroactiviteitsperiode.
16. Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.
III.C. Inzake de verwerking van de overgedragen fiscale verliezen, overgedragen eenmalige investeringsaftrek en overgedragen belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling
17. Vennootschap X beschikt over overgedragen fiscale verliezen, een eenmalige overgedragen investeringsaftrek en een overgedragen belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling.
18. Gelet op het belastingneutrale karakter van de partiële splitsing van vennootschap X zijn de bepalingen van de artikelen 206, § 2, tweede lid, en 212 WIB 92 van toepassing. Voor wat betreft de fiscale behandeling van de eenmalige overgedragen investeringsaftrek bij een (partiële) splitsing kan verder nog worden verwezen naar randnummer 211/79 van de administratieve commentaar op het WIB 92.
19. Derhalve dienen de overgedragen fiscale verliezen en de eenmalige overgedragen investeringsaftrek van vennootschap X te worden verdeeld over vennootschap X en NewCo in verhouding tot de fiscale nettowaarde van de bij vennootschap X behouden bestanddelen respectievelijk van de aan NewCo overgedragen bestanddelen in de totale fiscale nettowaarde van vennootschap X vóór de partiële splitsing.
20. Het overgedragen belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling bij vennootschap X heeft deels betrekking op investeringen die in het kader van de partiële splitsing van vennootschap X bij deze vennootschap achterblijven en deels betrekking op investeringen die in het kader van de partiële splitsing van vennootschap X aan NewCo worden overgedragen. Dit belastingkrediet moet worden verdeeld in functie van de toewijzing van de desbetreffende activa aan vennootschap X dan wel aan NewCo.
21. De door de aanvrager gehanteerde ontwerpberekening is conform aan de administratieve commentaar ter zake.
III.D. Inzake de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.
22. Vennootschap X en NewCo zullen bij de oprichting geen deel uitmaken van een btw-eenheid op het ogenblik van de transactie.
23. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.
24. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).
25. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.
26. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.
27. Verwijzend naar de in de aanvraag beschreven beoogde partiële splitsing van vennootschap X door NewCo dient te worden vastgesteld dat alle activa en passiva van vennootschap X die specifiek betrekking hebben op de activiteit A zullen worden overgedragen aan NewCo die deze operationele activiteit zal verder zetten.
28. De hierboven beschreven partiële splitsing van vennootschap X dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW te gebeuren.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.