---
title: "Voorafgaande beslissing 2024.0413 · Optionele belastingheffing voor onroerende verhuur, Tarief"
description: "Optionele belastingheffing voor onroerende verhuur, Tarief. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2024.0413 van 27 augustus 2024."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2024-0413-optionele-belastingheffing-onroerende-verhuur-artikel-8b37"
lang: "nl"
---

# Optionele belastingheffing voor onroerende verhuur, Tarief · Btw - Optionele belastingheffing voor onroerende verhuur - Artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW - Tarief - Bepaalde werken in onroerende staat die betrekking hebben op gebouwen bestemd voor het schoolonderwijs dat krachtens artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW is vrijgesteld - Artikelen 37 en 38 WBTW - Rubriek XL van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20

**Nummer**

2024.0413

**Datum**

27 augustus 2024

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

106 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2024.0413 d.d. 27.08.2024

*Btw* · *Optionele belastingheffing voor onroerende verhuur* · *Artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW* · *Tarief* · *Bepaalde werken in onroerende staat die betrekking hebben op gebouwen bestemd voor het schoolonderwijs dat krachtens artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW is vrijgesteld* · *Artikelen* [*37*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) *en* [*38*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-38) *WBTW* · *Rubriek XL van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20*

## Samenvatting

De rulingaanvraag wordt ingediend in naam van de instelling X. X is volle eigenaar van de projectsite ‘ABC’. Het definitief vergunde project omvat de renovatie en realisatie van bestaande en nieuwe studentenunits en de realisatie van een nieuw opgericht sportcomplex.

X en projectontwikkelaar Y hebben een erfpachtovereenkomst gesloten met betrekking tot het project. Y zal ingevolge het impliciet recht van opstal dat vervat zit in het erfpachtrecht eigenaar worden van de nieuwe studentenunits en het nieuw opgerichte sportcomplex. Het sportcomplex zal door Y ter beschikking worden gesteld van X middels een huurovereenkomst.

In de gegeven omstandigheden is aan alle toepassingsvoorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW voldaan.

Gelet op haar bevindingen is volgens de DVB het gebruik van het sportcomplex voor van btw vrijgesteld onderwijs als bedoeld in artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW in casu overwegend zowel wat de oppervlakte als wat de tijdsbesteding betreft.

De terbeschikkingstelling van het nieuw opgerichte sportcomplex door Y aan X kan worden belast met btw onder het optiestelsel overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW.

Deze terbeschikkingstelling is in casu onderworpen aan het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XL van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20.

## Tekst van de beslissing

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De rulingaanvraag wordt ingediend in naam van de instelling X. X is volle eigenaar is van de projectsite (hierna aangeduid als ‘ABC’ of ‘site’) en is geregistreerd voor btw-doeleinden.

2\. De projectontwikkelaar Y zal instaan voor de verdere ontwikkeling en uitbreiding van de studentenfaciliteiten op de projectsite (cf. project ‘ABC’). Het definitief vergunde project omvat de renovatie en realisatie van bestaande en nieuwe studentenunits en de realisatie van een nieuw opgericht sportcomplex met extra ruimte voor het bestaande studentenrestaurant ‘S’.

X en Y hebben gezamenlijke aanvragen voor subsidies ingediend in het kader van de realisatie van dit sportcomplex. Deze subsidies worden altijd rechtstreeks gestort op de rekening van Y.

3\. X en Y hebben een erfpachtovereenkomst gesloten met betrekking tot het project voor een periode van j jaar. Y zal ingevolge het impliciet recht van opstal dat vervat zit in het erfpachtrecht eigenaar worden van de nieuwe studentenunits en het nieuw opgerichte sportcomplex.

4\. Zowel de nieuwe als de bestaande studentenunits zullen worden bestemd voor exploitatie door Y. Het nieuw opgerichte sportcomplex zal door Y ter beschikking worden gesteld van X middels een huurovereenkomst voor een periode van j’ jaar. X zal het sportcomplex tijdens de lesuren uitsluitend aanwenden voor opleidingen en zal het sportcomplex buiten de lesuren tegen vergoeding onderverhuren (btw-vrijgestelde onderverhuur).

5\. Het erfpachtrecht wordt door X gevestigd voor een gegarandeerde waarde per definitief vergunde studentenunit (hierna ook de “erfpachtwaarde” genoemd). Op basis van deze erfpachtwaarde zal door Y, vanaf de inwerkingtreding van de huurovereenkomst tussen Y en X, gedurende j’ jaar een jaarlijkse canon van een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van de erfpachtwaarde gedeeld door j’ (‘canon’), verschuldigd zijn.

De jaarlijkse canon zal echter worden voldaan middels schuldvergelijking; Y hoeft de jaarlijkse canon niet te betalen en in ruil kan X genieten van een lagere huurvergoeding voor het sportcomplex.

Concreet gebeurt de schuldvergelijking door de erfpachtwaarde in rekening te brengen bij de berekening van de kost die de basis vormt voor het bepalen van de huurvergoeding. Die kost wordt immers bepaald als de optelsom van de volgende (positieve of negatieve) bedragen, alle bedragen op aanvangsdatum: + realisatiekost (excl. btw) van het sportcomplex - ontvangen subsidies - erfpachtwaarde.

De jaarlijkse huurvergoeding wordt bepaald als zijnde p% van die kost en zal maandelijks worden gefactureerd door Y aan X met vermeerdering van het btw-bedrag overeenkomstig het toepasselijke btw-tarief (cf. infra).

Hoewel dit niet het voorwerp uitmaakt van deze rulingaanvraag benadrukken de betrokken partijen dat de schuldvergelijking voor btw-doeleinden als een ruil zal worden behandeld waardoor de erfpachtwaarde zal worden toegevoegd aan de maatstaf van heffing van de btw-belaste verhuur onder het optiestelsel van artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW.

## II. Vraagstelling

6\. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag er toe van de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken (hierna aangeduid als “DVB”) de bevestiging te verkrijgen dat:

• de hiervoor bedoelde terbeschikkingstelling van het sportcomplex door Y aan X kan worden belast met btw onder het optiestelsel overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW, en;

• deze terbeschikkingstelling onderworpen is aan het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XL van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20.

## III. Beslissing

Uit het door de rulingdienst verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

### *III.A. Btw-belaste onroerende verhuur onder het optiestelsel overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, D) W.BTW*

#### III.A.1. Grondvoorwaarden

7\. De optie tot belastingheffing voor de onroerende verhuur op een nieuw gebouw tussen belastingplichtigen is onderworpen aan twee grondvoorwaarden:

• de verhuur moet betrekking hebben op een gebouw of een gedeelte van een gebouw, desgevallend met inbegrip van het bijbehorende terrein;

• de betrokken onroerende goederen moeten worden verhuurd aan een belastingplichtige huurder die de betrokken goederen gebruikt in het kader van de economische activiteit die hem de hoedanigheid van belastingplichtige verleent.

*III.A.1.1. Grondvoorwaarden met betrekking tot het gebouw*

*III.A.1.1.1. Aard: gebouw of gedeelte van een gebouw*

8\. Ten eerste moet de terbeschikkingstelling betrekking hebben op een gebouw of op een gedeelte van een gebouw. Onder gebouw of gedeelte van een gebouw wordt verstaan, ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden *(1)*. Als ook het bij het gebouw bijbehorende terrein mee wordt verhuurd, moet de optie zich ook uitstrekken tot dat bijbehorende terrein.

---

*\[(1) Artikel 1, § 9, 1° W.BTW; Circulaire nr. 2019/C/25 (nr. E.T. 134.229) van 21.03.2019, FAQ 1.\]*

---

9\. Het bedoelde nieuw opgerichte sportcomplex (met inbegrip van het bijbehorende terrein) komt daadwerkelijk in aanmerking voor de toepassing van de btw-regeling van artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW als zijnde een gebouw.

*III.A.1.1.2. Specifieke nieuwheidsvereiste*

10\. Het is slechts mogelijk te opteren voor gebouwen waarvoor de btw op de werken in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, laatste lid W.BTW met betrekking tot het gebouw die specifiek bijdragen tot de oprichting ervan en worden aangerekend aan de bouwheer, opeisbaar is geworden vanaf 01.10.2018 (cut-off date).

Deze vereiste wordt in casu nagekomen.

*III.A.1.2. Grondvoorwaarde met betrekking tot de huurder*

11\. Verder is de optie slechts mogelijk voor (gedeelten van) gebouwen die door de huurder uitsluitend worden gebruikt in het kader van de economische activiteit die hem de hoedanigheid van als zodanig handelende belastingplichtige in de zin van artikel 4 W.BTW verleent.

Hierbij is het niet van belang of het gaat om een gewone belastingplichtige dan wel een gemengde belastingplichtige of nog een gedeeltelijke belastingplichtige die het (gedeelte van een) gebouw uitsluitend gebruikt voor zijn economische activiteit binnen de werkingssfeer van de btw.

Het is dus niet vereist dat de huurder de btw op de aangerekende prijs geheel of gedeeltelijk kan recupereren. Maar de erfpachter moet het gebouw wel uitsluitend gebruiken voor een btw-plichtige (btw-belaste of van btw vrijgestelde) activiteit.

12\. X kwalificeert als een onderwijsinstelling. Desalniettemin zal X het sportcomplex uitsluitend aanwenden voor het verrichten van economische activiteiten, met name de volgende:

• het sportgedeelte zal hoofdzakelijk worden aangewend voor activiteiten inzake onderwijs zoals bedoeld in artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW. Het sportgedeelte zal in het bijzonder ten dienste staan van de opleidingen.

X zal dit sportgedeelte ‘s avonds en in het weekend ter beschikking stellen van de partij P overeenkomstig artikel 44, § 3, 2° W.BTW;

• de horecagelegenheid, met name het studentenrestaurant ‘S’, zal tijdens de openingsuren worden opengesteld voor studenten en onderwijzend personeel van X enerzijds en voor derden anderzijds. Deze handelingen zijn bijgevolg vrijgesteld van btw op basis van de onderwijsvrijstelling ten aanzien van studenten en onderwijzend personeel van X dan wel te belasten met btw ten aanzien van derden.

X zal het sportcomplex op de site in geen geval aanwenden voor handelingen als bedoeld in artikel 6, eerste lid W.BTW noch in de gegeven context voor enig collectief of fundamenteel onderzoek in het algemeen belang.

Het sportcomplex zal dus niet worden aangewend voor niet-belastbare activiteiten (i.e. niet voor handelingen buiten de werkingssfeer van de btw).

#### III.A.2. Vormvoorwaarde: gezamenlijke optie

13\. De belastingheffing op de verhuur van (gedeelten van) gebouwen, in casu met inbegrip van het bijbehorende terrein, is naast de twee grondvoorwaarden ook onderworpen aan een vormvoorwaarde.

14\. De belastingheffing op deze verhuur is maar mogelijk mits daarvoor uitdrukkelijk wordt geopteerd door Y en X.

15\. De partijen maken zich sterk dat zij deze gezamenlijke optie zullen uitoefenen conform de vereisten en formaliteiten vermeld in [artikel 7quater van het Btw-KB nr. 10](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-december-betrekking-uitoefeningsmodaliteiten-keuzen-5679#ar10-art7quater).

Uit de huurovereenkomst volgt alvast duidelijk dat partijen gezamenlijk en uitdrukkelijk opteren voor een btw-belaste verhuur van het sportcomplex.

#### III.A.3. Tussenconclusie

16\. Uit wat voorafgaat blijkt dat in de gegeven omstandigheden aan alle toepassingsvoorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW is voldaan.

De aanvrager bevestigt dat partijen geen verbonden partijen zijn in de zin van artikel 33, § 2bis (jo. artikel 32) W.BTW.

Aangezien het betreffende gebouw wordt opgericht na 01.10.2018, de hiervoor bedoelde grondvoorwaarden zijn vervuld en X en Y gezamenlijk en uitdrukkelijk opteren voor een btw-belaste verhuur van het sportcomplex in de huurovereenkomst, kan de terbeschikkingstelling van het sportcomplex door Y aan X met btw worden belast onder het optiestelsel van artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW.

***III.B. Toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% voor gebouwen bestemd voor btw-vrijgesteld onderwijs (Btw-KB nr. 20, bijlage, tabel A, rubriek XL)***

17\. De toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% voor schoolgebouwen overeenkomstig rubriek XL van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 is onderworpen aan de voorwaarde dat de in deze rubriek beoogde onroerende handelingen (waaronder de onroerende verhuur zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW) betrekking hebben op gebouwen die hoofdzakelijk (ten belope van meer dan 50%) worden gebruikt om krachtens artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW vrijgesteld onderwijs te verstrekken of om prestaties van leerlingenbegeleiding te verrichten die zijn vrijgesteld krachtens artikel 44, § 2, 2°, tweede lid, zesde gedachtestreepje W.BTW *(2)*.

---

*\[(2)* [*Circulaire 2018/C/6*](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2018-c-6-betrekking-toepassingsgebied-rubriek-xl-tabel-8cd2) *van 18.01.2018, punt 19.\]*

---

#### III.B.1. Beoogde gebouwen

18\. De gebouwen die worden beoogd door de bedoelde rubriek XL zijn:

• gebouwen bestemd om te worden gebruikt door een onderwijsinstelling voor het verstrekken van vrijgesteld onderwijs op grond van artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW;

• gebouwen bestemd om te worden gebruikt door de psycho-medisch-sociale centra (PMS) en de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) voor het verstrekken van vrijgestelde leerlingenbegeleiding op grond van artikel 44, § 2, 2°, tweede lid, zesde gedachtestreepje W.BTW.

19\. De terreinen die deel uitmaken van de onderwijscampus, alsook de bij die terreinen ingelijfde installaties (bv. (overdekte) speelplaats met inbegrip van de toestellen voor sport en vermaak die zijn ingelijfd bij de grond, sportterrein, parking, fietsenstalling, afsluitingen, toegangsweg, serre, enz.) worden ook beoogd door de bedoelde rubriek XL.

20\. Onder het vrijgesteld onderwijs als bedoeld in artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW worden in beginsel bedoeld het school- of universitair onderwijs, waaronder onderwijs aan kinderen en jongeren, beroepsopleiding of -herscholing en nauw met het vrijgesteld onderwijs samenhangende diensten en leveringen van goederen zoals het verschaffen van logies, spijzen en dranken (bv. schoolinternaten of studentenrestaurants).

21\. Dit voordeeltarief is niet alleen van toepassing op de lokalen bestemd voor het eigenlijke onderwijs (klaslokalen, zorglokaal, sportzalen, aula, wetenschapslokalen, computerlokalen e.d., werkplaatsen, enz. worden beoogd), maar ook op alle andere plaatsen die worden gebruikt door de studenten (refters, lees- en recreatiezalen, studiezalen, bibliotheken, gebedsruimte, buitenschoolse kinderopvang die functioneel verbonden is aan een onderwijsinstelling, enz.).

Het voordeeltarief geldt ook voor de lokalen bestemd voor het personeel (leraarslokaal, enz.), de technische lokalen (keukens, kelders, bergplaatsen, enz.), de administratieve lokalen (het secretariaat, enz.), de hoofdzakelijk of uitsluitend school gerelateerde conciërgerie *(3)*, de lokalen die gebruikt worden door de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB's) en de zogenaamde ‘mini-ondernemingen’ of ‘leerbedrijven’ *(4)*.

---

*\[(3)* [*Parl. Vr. nr. 9144 MATZ van 02.03.2016*](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/9144-verlaagde-btw-tarief-schoolgebouwen-zes-f2f1)*, Integraal Verslag, COM, 355, 18.\]*

*\[(4)* [*Circulaire 2018/C/6*](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2018-c-6-betrekking-toepassingsgebied-rubriek-xl-tabel-8cd2) *van 18.01.2018, punt 17.\]*

---

In principe wordt de toepassing van dit verlaagde btw-tarief beoordeeld per gebouw.

#### III.B.2. Hoofdzakelijkheidsvereiste – gemengd gebruik: toepassing in casu

22\. Wanneer een gebouw (of desgevallend een gedeelte van een gebouw) ook wordt gebruikt voor andere doeleinden dan btw-vrijgesteld onderwijs, kan het onroerend goed worden aangemerkt als een gebouw bedoeld in voornoemde rubriek XL, op voorwaarde dat het gebouw hoofdzakelijk (i.e. ten belope van meer dan 50%) wordt gebruikt voor btw-vrijgesteld onderwijs.

Als het gebouw voor niet meer dan 50% voor btw-vrijgesteld onderwijs zou worden gebruikt, aanvaardt de btw-administratie niet dat het verlaagde btw-tarief overeenkomstig de bedoelde rubriek XL wordt toegepast pro rata het gebruik voor btw-vrijgestelde onderwijsdoeleinden *(5)*.

---

*\[(5)* [*Circulaire 2018/C/6*](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2018-c-6-betrekking-toepassingsgebied-rubriek-xl-tabel-8cd2) *van 18.01.2018, punt 19.\]*

---

23\. Volgens de btw-administratie is het hoofdzakelijk gebruik voor btw-vrijgesteld onderwijs gebaseerd op twee criteria, het oppervlaktecriterium en het criterium van tijdsbesteding (tijdsduur/tijdsverloop) *(6)*.

---

*\[(6)* [*Parl. Vr. nr. 497 MATHEÏ van 16.06.2021*](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/497-schoolgebouwen-gemengd-gebruik-steven-mathei-d830)*, Vr. en Antw. Kamer, 2020-2021, 55/062, 255.\]*

---

24\. Er kan sprake zijn van gemengd gebruik wanneer een aantal ruimtes van een gebouw permanent worden gebruikt voor andere doeleinden dan voor btw-vrijgesteld onderwijs. Hiervoor past de btw-administratie het oppervlaktecriterium toe om na te gaan of het gebouw hoofdzakelijk wordt gebruikt voor btw-vrijgesteld onderwijs.

Het gemengd gebruik kan ook voortvloeien uit het feit dat een gebouw gedurende een bepaalde tijdsduur (bijvoorbeeld een deel van de dag) wordt gebruikt voor andere doeleinden dan btw-vrijgesteld onderwijs.

25\. De btw-administratie gaat er van uit dat het gebouw (het sportcomplex) zal worden gebruikt voor het verstrekken van diensten inzake onderwijs indien het gebouw wordt opgericht door een derde die het gebouw ononderbroken (dus zowel buiten als tijdens de reguliere schooluren) exclusief ter beschikking stelt van de onderwijsinstelling (bv. in het kader van een overeenkomst van onroerende verhuur). Kenmerkend is dat de onderwijsinstelling in deze hypothese de verantwoordelijkheid draagt voor het toezicht, het beheer en het intern reglement van dat gebouw.

Het aantal uren dat de onderwijsinstelling (als exploitant/gebruiker) het gebouw op haar beurt buiten de reguliere schooluren ter beschikking stelt van derden (bv. een sportvereniging), wordt dan vergeleken met de tijd dat de onderwijsinstelling het exclusief gebruiksrecht heeft van het gebouw (bv. als huurder). Blijft het gebruik door derden beperkt tot slechts een deel van de het gebouw, dan zal bijkomend met het oppervlaktecriterium rekening worden gehouden.

26\. Beide criteria (oppervlaktecriterium en criterium van tijdsbesteding) moeten altijd samen worden onderzocht. Opdat een gebouw zou kunnen worden aangemerkt als een schoolgebouw, dient het gebruik voor btw-vrijgesteld onderwijs, zowel wat de oppervlakte als wat de tijdsduur betreft, overwegend te zijn *(7)*.

---

*\[(7) Ibidem.\]*

---

27\. Het hoofdzakelijk gebruik voor onderwijs moet worden aangetoond aan de hand van oppervlakte en tijdsbesteding (tijdsduur/tijdsverloop). Hierbij moet in casu een onderscheid worden gemaakt tussen het sportgedeelte (waarbij er sprake is van gemengd gebruik als gevolg van de terbeschikkingstelling aan de partij P buiten de reguliere lesuren) en het restaurantgedeelte (dat continu gemengd wordt gebruikt als gevolg van het type eindconsument). Omdat de beoordeling wel op gebouwniveau moet worden gemaakt, wordt een coëfficiënt toegepast op basis van de oppervlakte.

*• Sportgedeelte*

In het voorliggende geval zal het sportcomplex worden opgericht door Y maar zal dit ononderbroken en exclusief ter beschikking worden gesteld van X middels een overeenkomst van onroerende verhuur. X zal aldus de verantwoordelijkheid dragen voor het toezicht, het intern beheer en het intern reglement van het gebouw.

Met verwijzing naar het hiervoor aangehaalde ministerieel antwoord op de parlementaire vraag van Steven Matheï moet voor de berekening van het gemengd gebruik van dit sportgedeelte een vergelijking worden gemaakt tussen (i) het aantal uren dat X dit gedeelte ter beschikking stelt van de partij P en (ii) het aantal uren dat X het exclusief gebruiksrecht heeft van het sportcomplex (de sporthal) in haar hoedanigheid van huurder.

Op het ogenblik van de rulingaanvraag beoogt X een terbeschikkingstelling aan de partij P tussen u uur en u’ uur op weekdagen en tussen u’’ uur en u’’’ uur op zaterdag en zondag. Dit betekent dat het sportgedeelte alfa aantal uur per week ter beschikking wordt gesteld van de partij P. Tijdens de overige bèta aantal uur heeft X het exclusief gebruiksrecht van het sportgedeelte waardoor het sportgedeelte voor q% (q%>>50%) wordt aangewend voor van btw vrijgesteld onderwijs.

*• Restaurantgedeelte*

Zoals hiervoor uiteengezet, is het studentenrestaurant ‘S’ zowel toegankelijk voor de studenten en medewerkers van X (btw-vrijgestelde terbeschikkingstelling op basis van de onderwijsvrijstelling), als voor derden (btw-belaste terbeschikkingstelling).

De exploitatie van de studentenrestaurants betreft dus een gemengde activiteit waarvoor X een bijzonder verhoudingsgetal toepast. Dit bijzonder verhoudingsgetal wordt berekend op basis van omzet en schommelde de voorbije jaren altijd tussen r% en s%. Dit toont aan dat de btw-vrijgestelde omzet uit de studentenrestaurants altijd rond de t% bedraagt. In het studentenrestaurant ‘S’ op site ABC wordt het aantal studenten en medewerkers van X verhoudingsgewijs zelfs hoger ingeschat dan in de studentenrestaurants van de andere sites. Gemakshalve is de aanvrager uitgegaan van een bestemming van t% voor btw-vrijgesteld onderwijs.

Indien beide gedeelten worden samengebracht en daarbij rekening wordt gehouden met hun respectieve oppervlakte (50/50), dan komt men op een percentage van v% (v%>q% >>50%) op gebouwniveau dat wordt aangewend voor btw-vrijgesteld onderwijs of nauw daarmee samenhangende diensten.

#### III.B.3. Tussenconclusie

28\. Gelet op haar bevindingen is volgens de DVB het gebruik voor van btw vrijgesteld onderwijs in casu overwegend zowel wat de oppervlakte als wat de tijdsbesteding betreft. Hieruit volgt in de gegeven omstandigheden dat de onroerende verhuur zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW hoofdzakelijk (i.e. voor meer dan 50%) zal worden gebruikt en bestemd voor vrijgesteld onderwijs als bedoeld in artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW.

## IV. Eindconclusie

29\. De hiervoor bedoelde terbeschikkingstelling van het nieuw opgerichte sportcomplex door Y aan X kan worden belast met btw onder het optiestelsel overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW.

30\. Deze terbeschikkingstelling is in casu onderworpen aan het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XL van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20, waarbij het College van de DVB enkel de specifieke methodiek fiatteert zonder zich uit te spreken over de concrete cijfermatige uitwerking ervan.

## Aangehaalde teksten

3

[KB nr. 10 art. 7quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-december-betrekking-uitoefeningsmodaliteiten-keuzen-5679) 1 voorkomen

[WBTW art. 37](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) 1 voorkomen

[WBTW art. 38](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-38) 1 voorkomen
