Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2024.0249 d.d. 21.05.2024
Vennootschapsbelasting · Belastingneutrale fusie door overneming · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking
BTW · Overdracht van een algemeenheid van goederen
Samenvatting
De geruisloze fusies waarbij de exploitatievennootschappen A BV, B NV en C BV zullen worden overgenomen door de hun moedervennootschap D BV die tevens dezelfde operationele activiteiten uitoefent, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kunnen belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.
De boekhoudkundige retroactiviteit van de voormelde fusies die niet meer dan 7 maanden zal bedragen, kan op het vlak van de vennootschapsbelasting worden aanvaard.
De fusies door overneming van A BV, B NV en C BV door D BV kwalificeren als een overdracht van een algemeenheid van goederen die dient plaats te vinden met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:
1.1. de voorgenomen fusies door overneming van A BV, B NV en C BV door D BV beantwoorden aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking hebben in de zin van artikel 183bis WIB 92;
1.
1.2. de boekhoudkundige retroactiviteit van de geplande fusies naar 1 januari 2024, tegenstelbaar is aan de belastingadministratie;
2.
1.3. de voormelde fusies door overneming het vrijstellingsregime inzake btw kunnen genieten in toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.BTW).
II. Beslissing
2. D BV, waarvan de aandelen in bezit zijn van de holdingvennootschap E BV, is een operationele vennootschap actief in de dienstensector.
3. De voorbije jaren heeft D BV de aandelen aangekocht van inzonderheid de vennootschappen A BV, B NV en C BV. Deze vennootschappen leveren vrijwel dezelfde diensten als D BV. Daarnaast bezit D BV eveneens de aandelen van F BV, welke eveneens een gelijkaardige dienstverlener is, doch gefocust is op specifiekere doelgroepen, welke een aangepaste dienstverlening vragen. F BV maakt geen deel uit van de geplande verrichting.
4. In het kader van de vereenvoudiging van de groep, zullen 3 geruisloze moeder-dochterfusies plaatsvinden waarbij A BV, B NV en C BV zullen worden overgenomen door D BV.
5. De aanvragers streven ernaar de fusies door overneming door te voeren uiterlijk op 31 juli 2024, met een terugwerkende kracht naar 1 januari 2024. De boekhoudkundige en fiscale retroactiviteit zal geenszins meer dan 7 maanden bedragen
II.1. Wat betreft de toepassing van de artikelen 183bis en 211, § 1, WIB 92
6. De fusies beantwoorden aan de definitie van een fusie door overneming als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, c),1), WIB 92.
7. De voorgenomen fusieverrichtingen kaderen binnen een integratie oefening binnen de groep met als doel gelijkaardige activiteiten binnen de operationele entiteit D BV te centraliseren. Zo heeft D BV in 2023 reeds haar 100%-dochtervennootschap G NV door fusie overgenomen. Evenwel hebben de verschillende dochtervennootschappen tot op heden elk een bepaalde focus gelegd in de uitoefening van hun activiteiten, waardoor de nodige tijd diende te worden genomen om de verdere voorgenomen fusies voor te bereiden en de integratie gefaseerd te laten verlopen.
8. Met de integratie beoogt men een meer uniforme structuur te creëren. Het effectief samengaan van de verschillende vennootschappen zou moeten leiden tot de creatie van synergiën, vereenvoudiging en kostenbesparing door het inperken van het aantal entiteiten en de integratie van de entiteiten op vlak van personeel, IT-infrastructuur,…. Dit vormt tevens een platform voor verdere acquisities aangezien D BV zich op basis van een dergelijke creatie van synergiën, efficiëntiewinsten, vereenvoudiging en kostenbesparing, met een sterker verhaal in de markt kan positioneren. Tenslotte beoogt D BV zich vanuit commercieel oogpunt als één entiteit (één merk) in de markt te plaatsen.
9. De aanvrager heeft bevestigd dat de herstructureringsverrichting geen negatieve impact zal hebben op de tewerkstelling binnen de groep.
10. Uit de fiscale analyse van de verrichting is bovendien gebleken dat :
10.1. de bij de fusies door overneming betrokken vennootschappen winstgevend zijn en een belastbare basis hebben;
10.2. geen van de bij de fusies door overneming betrokken vennootschappen over fiscaal overdraagbare bestanddelen beschikken;
10.3. bij D BV weliswaar openstaande schulden aanwezig zijn die verband houden met de participaties die zij bezit, doch op basis van de verstrekte prognose op stand alone basis voor D BV blijkt dat zij op heden en in de komende jaren ook zonder fusie over voldoende eigen belastbare basis beschikt om haar interestlasten verbonden aan de overnameschulden fiscaal in mindering te kunnen brengen. De fusies strekken er bijgevolg niet toe om deze interestlasten van D BV bij gebrek aan voldoende eigen belastbare inkomsten in mindering te brengen van de belastbare basis van de over te nemen vennootschappen;
10.4. de overnemende vennootschap D BV beschikt niet over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande herbeleggings- of investeringsverplichtingen gelden, zodat de fusieverrichtingen er niet toe strekken om de ingevolge de fusies verkregen activa aan te duiden als herbelegging met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling of van een stelsel van gespreide taxatie ten name van deze vennootschap.
11. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de voormelde geruisloze fusies plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
12. De verkrijgende vennootschap is een binnenlandse vennootschap.
13. Derhalve kan worden aangenomen dat de geplande fusies door overneming van A BV, B NV en C BV door D BV kunnen plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.
II.2. Wat betreft de boekhoudkundige retroactiviteit van de geplande fusies op het vlak van de vennootschapsbelasting
14. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag, inzonderheid t.a.v. vermeld retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:
14.1. met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maand in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt;
14.2. en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.
15. De voorgenomen fusies door overneming van A BV, B NV en C BV door D BV zal volgens de aanvragers uiterlijk plaatsvinden op 31 juli 2024 met een boekhoudkundige retroactiviteit naar 1 januari 2024 waardoor de boekhoudkundige retroactiviteitsperiode niet meer dan zeven maanden zal bedragen.
16. In het kader van de in randnummer 14.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de overgedragen fiscale verliezen of de overgedragen DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). De bij de fusieverrichting betrokken vennootschappen beschikken echter niet over overgedragen fiscale verliezen of overgedragen DBI-aftrek. De aanvragers hebben bevestigd dat gedurende de retroactiviteitsperiode geen uitzonderlijke verrichtingen zullen plaatsvinden, die de fiscale nettowaarde van de betrokken vennootschappen zouden beïnvloeden.
17. Derhalve kan worden gesteld dat de retroactiviteitsclausule een correcte toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat en dat de boekhoudkundige retroactiviteit van de betreffende fusieverrichting op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.
II.3. Wat betreft de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW
18. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.
19. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).
20. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.
21. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.
22. Naar aanleiding van de hierboven beschreven fusies worden alle activa en passiva die verbonden zijn aan A BV, B NV en C BV overgedragen aan D BV. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een algemeenheid van goederen. De bestaande economische activiteiten van A BV respectievelijk B NV en C BV zullen worden voortgezet door D BV.
23. De aanvrager verklaart dat D BV een btw-belastingplichtige is die, in de mate er btw zou verschuldigd zijn op de overdracht, recht op btw-aftrek heeft.
24. De hierboven beschreven fusies dienen derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18 § 3, W.BTW te gebeuren.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.