---
title: "Voorafgaande beslissing 2024.0156 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale fusie"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale fusie, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2024.0156 van 7 mei 2024."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2024-0156-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-fusie-zakelijke-overwegingen-7805"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale fusie, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · VENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale fusie - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - BELASTING VAN NIET-INWONERS - Inbreng - Belgische inrichting - Vrijgestelde meerwaarden - Antimisbruikbepaling - REGISTRATIERECHTEN - Inbreng van een bedrijfstak - Antimisbruikbepaling - BTW

**Nummer**

2024.0156

**Datum**

7 mei 2024

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

110 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2024.0156 d.d. 07.05.2024

*VENNOOTSCHAPSBELASTING* · *Belastingneutrale fusie* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking*

*BELASTING VAN NIET‑INWONERS* · *Inbreng* · *Belgische inrichting* · *Vrijgestelde meerwaarden* · *Antimisbruikbepaling*

*REGISTRATIERECHTEN* · *Inbreng van een bedrijfstak* · *Antimisbruikbepaling*

*BTW* · *Overdracht van een algemeenheid van goederen* · *Overdracht van een bedrijfsafdeling*

## Samenvatting

De fusie door overneming van vennootschap B door vennootschap A die ertoe strekt om complementaire activiteiten samen te brengen en die kadert binnen een wereldwijde reorganisatie van de groep, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183*bis* WIB 92 en kan belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

De inbreng door de buitenlandse vennootschap C van haar Belgische vaste inrichting in de Belgische vennootschap A voldoet aan de voorwaarden van artikel 231, § 3, WIB 92 en kan bijgevolg belastingneutraal plaatsvinden. Deze inbreng valt onder het toepassingsgebied van artikel 117, § 2, federaal W.Reg.

De voormelde fusie en inbrengverrichting dienen te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

De keuze voor het geheel van de rechtshandelingen is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen of registratierechten en maakt geen fiscaal misbruik uit als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92 of artikel 18, § 2, eerste lid, federaal W.Reg.

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

**1.1.** de fusie door overneming van vennootschap B door vennootschap A beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis* WIB 92;

**1.2.** de daaropvolgende inbreng van de Belgische vaste inrichting van de buitenlandse vennootschap C in vennootschap A beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 231, §3, WIB 92;

**1.3.** de boekhoudkundige retroactiviteit van voormelde verrichtingen op fiscaal vlak kan worden aanvaard;

**1.4.** het geheel van de rechtshandelingen en de verrichtingen, waarbij een zijdelingse fusie plaatsvindt, gevolgd door de inbreng van een vaste inrichting, en elk afzonderlijk, geen fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92 en verantwoord zijn door andere motieven dan het ontwijken van de belastingen in de zin van voormeld artikel;

**1.5.** de zijdelingse fusie en daaropvolgende inbreng van de Belgische vaste inrichting buiten het toepassingsgebied van btw vallen ingevolge de toepassing van de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, §3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.Btw);

**1.6.** de inbreng van de Belgische vaste inrichting onder het toepassingsgebied van artikel 117, §2 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek-, en Griffierechten (hierna federaal W. Reg.) valt en de keuze van de beoogde verrichting voldoende wordt verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van belastingen voor de toepassing van artikel 18, §2, federaal W.Reg. en er dus geen sprake is van fiscaal misbruik in de zin van voormelde bepaling.

## II. Beslissing

### *II.A. Algemeen*

**2.** De groep Q is een prominente en wereldwijde speler in sector P.

**3.** In België beschikt de groep Q momenteel over drie entiteiten, waarvan twee vennootschappen A en B en een Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap C (gevestigd in land K doch niet behorend tot de EU).

**4.** De aandelen van de vennootschappen A en B worden aangehouden door de dezelfde buitenlandse vennootschappen E en F.

**5.** Vennootschap B wordt beschouwd als het hoofdkantoor binnen de Belgische groep en maakt deel uit van een groep vennootschappen die de globale activiteit van groep Q in België beheren. De vennootschap heeft daarbij tot doel de ondersteuning van andere entiteiten met betrekking tot de bouw van exploitatie gerelateerde onroerende goederen. Vennootschap B heeft als enige Belgische entiteit eigen personeel in dienst. Vennootschap B bezit geen onroerend goed. Zij heeft enkel een huurcontract voor het hoofdkantoor.

**6.** Vennootschap A en de Belgische inrichting van vennootschap C staan in voor de bouw van exploitatie gerelateerde onroerende goederen en het beheer van het Belgische vastgoed, inclusief de bijbehorende rechten. Bovendien worden via deze entiteiten de franchiseovereenkomsten gesloten met de franchisenemers.

**7.** Het beoogde doel van de transactie is het verenigen van de uitgeoefende activiteiten en het vastgoed in één Belgische entiteit, namelijk vennootschap A. Voor de voorgenomen herstructurering wordt momenteel een aanpak in twee fasen overwogen:

**7.1.** een zijdelingse fusie door overneming van vennootschap B door vennootschap A; en vervolgens

**7.2.** een inbreng van de Belgische vaste inrichting van vennootschap C in vennootschap A.

### *II.B. Inzake artikel 211, § 1, WIB 92 betreffende de fusie*

**8.** De aanvragers hebben bevestigd dat de in randnummer 7.1 vermelde verrichting, waarbij het gehele vermogen van vennootschap B zal overgaan naar haar zustervennootschap A tegen uitgifte van aandelen, een fusie door overneming betreft zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/1, a) WIB 92.

**9.** De te fuseren vennootschappen hebben complementaire activiteiten en de fusie kadert binnen een globale moderniseringsoefening die ertoe strekt de groepsstructuur te vereenvoudigen, het aantal intragroepstransacties te verminderen en kostenbesparingen te realiseren.

**10.** De aanvragers hebben aangegeven dat de fusie niet zal leiden tot een verlies aan tewerkstelling, waaruit blijkt dat de activiteiten van de fuserende vennootschappen bij voortduur zullen worden verder gezet.

**11.** De fusie geeft geen aanleiding tot fiscale voordelen gelet op de volgende vaststellingen:

**11.1.** vennootschappen A en B zijn de laatste jaren winstgevend en beschikken steeds over een belastbare basis;

**11.2.** vennootschappen A en B beschikken niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen;

**11.3.** de overnemende vennootschap A beschikt voorafgaand aan de fusieverrichting niet over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande herbeleggings- of investeringsverplichtingen gelden, zodat de verrichting er niet toe strekt om de ingevolge de fusie verkregen activa aan te duiden als herbelegging met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling of van een stelsel van gespreide taxatie.

**12.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de fusie door overneming van vennootschap B door vennootschap A plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

**13.** De overnemende vennootschap in het kader van de fusie is een binnenlandse vennootschap.

**14.** Derhalve kan worden besloten dat de fusie door overneming van vennootschap B door vennootschap A belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

### *II.C. Inzake artikel 231, § 3, WIB 92 betreffende de inbrengverrichting*

**15.** Artikel 231, § 3, WIB 92 bepaalt dat de meerwaarden die worden verwezenlijkt of vastgesteld ter gelegenheid van de inbreng van een Belgische inrichting in een binnenlandse vennootschap, tegen verkrijging van aandelen die het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen, vrijgesteld zijn.

**16.** Vennootschap A is een binnenlandse vennootschap in de zin van artikel 2, § 1, 5°, b), WIB 92.

**17.** Vennootschap C is een buitenlandse vennootschap in de zin van artikel 2, § 1, 5°, c), WIB 92.

**18.** De aanvragers hebben bevestigd dat het Belgisch bijkantoor van vennootschap C in zijn geheel (bestaande uit alle activa en passiva, activiteiten en overeenkomsten) zal worden ingebracht in vennootschap A. Er wordt bevestigd dat het Belgisch bijkantoor kwalificeert als een vaste inrichting voor de toepassing van de Belgische inkomstenbelastingen overeenkomstig artikel 229, § 1, WIB 92 en als een vaste inrichting overeenkomstig artikel 5 van het dubbelbelastingverdrag gesloten tussen België en land K.

**19.** Vennootschap C zal in ruil voor haar inbreng aandelen ontvangen die het maatschappelijk kapitaal van vennootschap A vertegenwoordigen.

**20.** De Belgische inrichting beschikt over fiscaal overgedragen verliezen. Niettegenstaande het antwoord van de Minister op de parlementaire vraag nr. 235 van de heer Willem‑Frederik Schiltz van 7 maart 2013, is de DVB van mening dat de overgedragen verliezen van een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap naar aanleiding van verrichtingen zoals bedoeld in artikel 231, § 3, WIB 92 (mits eventuele beperking) kunnen worden overgedragen aan de Belgische verkrijgende vennootschap. Artikel 206, § 2, zesde lid, WIB 92 voorziet immers expliciet in de (beperkte) aftrekbaarheid van de overgedragen verliezen afkomstig van de Belgische inrichting van de inbrengende vennootschap ten name van de Belgische verkrijgende vennootschap bij verrichtingen zoals bedoeld in artikel 231, § 3, WIB 92. Uit de voorbereidende werkzaamheden bij de Wet van 11 december 2008 (zie Parl. St. Kamer 2008‑2009, DOC 52 – 1398/003) blijkt trouwens dat het wel degelijk de bedoeling van de wetgever was om de (beperkte) overdracht van de overgedragen verliezen ook te voorzien voor (grensoverschrijdende) inbrengverrichtingen zoals voorzien in artikel 231, § 3, WIB 92. Bijgevolg is de DVB van mening dat de overgedragen verliezen van de Belgische inrichting van vennootschap C ingevolge de inbreng van deze Belgische inrichting in vennootschap A (beperkt) aftrekbaar zijn ten name van vennootschap A in toepassing van artikel 206, § 2, tweede en zesde lid, WIB 92. De aanvragers hebben de toepassing van dit artikel bevestigd.

**21.** Uit de feitelijke omstandigheden blijkt dat de inbrengverrichting geen fiscaal voordeel oplevert door de aanwezigheid van fiscaal overgedragen verliezen ten name van de Belgische inrichting van vennootschap C omwille van de volgende redenen:

**21.1.** uit de historische cijfers blijkt dat de Belgische inrichting winstgevend is en haar fiscaal overgedragen verliezen jaarlijks afnemen in de fiscale aangiftes betreffende deze boekjaren;

**21.2.** uit de ontwerpberekening blijkt dat de fiscaal overgedragen verliezen van de Belgische inrichting naar aanleiding van de inbrengverrichting ruim gehalveerd zouden worden door de toepassing van artikel 206, § 2, tweede en zesde lid, WIB 92, m.a.w. een aanzienlijk deel van de fiscaal overgedragen verliezen zal verloren gaan;

**21.3.** de fusie en inbrengverrichting uitsluitend tot gevolg zullen hebben dat de fiscaal overgedragen verliezen afkomstig van de Belgische inrichting in een sneller tempo zullen kunnen worden aangewend dan in het geval waarin deze verrichtingen niet zouden doorgaan.

**22.** De Belgische vaste inrichting beschikt niet over vrijgestelde reserves.

**23.** De aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van vennootschap A na doorvoering van de inbrengverrichting te vervreemden.

**24.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de analyse door de DVB kan derhalve worden aangenomen dat de voorgenomen inbreng van het Belgisch bijkantoor beantwoordt aan alle in artikel 231, § 3, WIB 92, gestelde voorwaarden.

### *II.D. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit*

**25.** De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

**25.1.** met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

**25.2.** en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

**26.** De voorgenomen fusie- en inbrengverrichting zullen in principe plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden, zodat de normale termijn van zeven maanden niet zal worden overschreden.

**27.** In het kader van de in randnummer 25.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen of DBI‑aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). *In casu* beschikt de Belgische inrichting van vennootschap C over fiscaal overgedragen verliezen. De aanvragers bevestigen evenwel dat tijdens de volledige boekhoudkundige retroactiviteitsperiode geen uitzonderlijke verrichtingen zullen plaatsvinden die een wezenlijke impact zouden kunnen hebben op de fiscale nettowaarden van de drie betrokken vennootschappen.

**28.** Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting en de belasting van niet-inwoners (vennootschappen) kan worden aanvaard.

### *II.E. Inzake artikel 344, § 1, WIB 92 betreffende het geheel van de verrichtingen*

**29.** Het geheel van de verrichtingen kadert binnen een globale moderniseringsoefening met als doel om tot een eenvoudiger groepsstructuur te komen en zodoende ook het aantal intragroepstransacties te beperken. De keuze voor de fusie- en inbrengverrichting in vennootschap A is in die zin logisch, temeer daar deze entiteiten complementaire activiteiten uitoefenen.

**30.** De aanvragers hebben ook bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van vennootschap A na doorvoering van de inbrengverrichting te vervreemden.

**31.** Derhalve kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.

### *II.F. Inzake de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw betreffende de fusie en inbrengverrichting*

**32.** Overeenkomstig artikel 11 W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

**33.** Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid‑Staten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

**34.** In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C‑497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

**35.** De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

Fusie tussen vennootschappen A en B

**36.** De aanvragers hebben bevestigd dat het gehele vermogen van vennootschap B zal overgaan naar haar zustervennootschap A middels een fusie door overneming.

**37.** Vennootschap B betreft een vennootschap met een operationele activiteit en de overnemende vennootschap A (een btw-belastingplichtige met recht op aftrek) zal deze operationele activiteit in going concern verderzetten na de fusie.

**38.** Gelet op het voorgaande heeft de verrichting derhalve betrekking op een algemeenheid van goederen in de zin van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw, zodat de overdracht ervan buiten de werkingssfeer van de btw valt.

Inbreng van de vaste inrichting van vennootschap C in vennootschap A

**39.** De aanvragers hebben bevestigd dat het Belgisch bijkantoor van vennootschap C in zijn geheel (bestaande uit alle activa en passiva, activiteiten en overeenkomsten) zal worden ingebracht in vennootschap A.

**40.** De vaste inrichting van vennootschap C betreft een inrichting met een operationele activiteit en de overnemende vennootschap A (een btw‑belastingplichtige met recht op aftrek) zal deze operationele activiteit in going concern verderzetten na de inbreng.

**41.** Gelet op het voorgaande heeft de verrichting derhalve betrekking op een bedrijfsafdeling in de zin van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw, zodat de overdracht ervan buiten de werkingssfeer van de btw valt.

### *II.G. Inzake de registratierechten*

#### II.G.1. Inzake artikel 117, § 2, federaal W.Reg. betreffende de inbrengverrichting

**42.** Volgens artikel 117, § 2, federaal W.Reg. is het bij artikel 115 van hetzelfde wetboek bepaalde recht niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

**43.** Bij koninklijk besluit (artikel 1 van het KB van 18 juli 1972 betreffende de uitvoering der artikelen 117 en 120 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten) worden de voorwaarden voor deze vrijstelling als volgt bepaald:

> “de vrijstelling van het evenredig recht voorzien in artikel 117, § 2, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, alsook de uitzondering gevestigd in artikel 120, 3 e lid\[…\] van hetzelfde wetboek, zijn ondergeschikt aan de voorwaarde:
>
> 1° dat de inbreng het geheel omvat van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormen;
>
> 2° dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen, die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, samen met een storting in contanten, die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.
>
> Wordt niet beschouwd als een afdeling van de onderneming het beheer van de participaties en de waarden in portefeuille. De participaties en waarden in portefeuille worden slechts beschouwd als behorende tot een bedrijfstak wanneer zij normaal in de exploitatie van deze tak van de bedrijvigheid zijn geïntegreerd”.

**44.** De buitenlandse vennootschap C zal haar Belgische vaste inrichting inbrengen in vennootschap A.

**45.** Op grond van het Vriendschapsverdrag afgesloten tussen België en land K kan de vrijstelling van artikel 117, § 2, federaal W.Reg. eveneens worden toegepast op een inbreng door een buitenlandse vennootschap van een vaste inrichting in een bestaande Belgische vennootschap, voor zover aan alle terzake gestelde voorwaarden is voldaan.

**46.** De inbreng zal worden gedaan in een Belgische vennootschap, met name vennootschap A.

**47.** De notie “bedrijfstak” dient vanuit twee invalshoeken te worden bekeken, enerzijds vanuit de inbrengende vennootschap en anderzijds vanuit de inbrenggenietende vennootschap. Ten name van de inbrengende vennootschap is het relevant of de overgedragen activa, passiva en andere rechten en elementen een geheel uitmaken en al een zekere vorm van autonomie hebben. Ten name van de inbrenggenietende vennootschap is het van belang of de ingebrachte afdeling autonoom kan functioneren binnen de inbrenggenietende vennootschap.

**48.** De Belgische inrichting van vennootschap C is eigenaar, huurder of houder van een zakelijk recht van verschillende exploitatie gerelateerde sites en tevens verantwoordelijk voor de bouw van exploitatie gerelateerde onroerende goederen en het beheer van het Belgisch vastgoed, inclusief de bijbehorende rechten. Ze sluit franchiseovereenkomsten af met de franchisenemers van de verschillende Q-filialen, waaruit zij haar inkomsten behaalt.

**49.** De aanvragers bevestigen dat de inbreng alle activa, passiva, activiteiten en overeenkomsten van de Belgische vaste inrichting zal omvatten. Het betreft de inbreng van een activiteit die kan worden beschouwd als een reeds bestaand georganiseerd geheel van activa en passiva dat op technisch vlak door eigen middelen reeds autonoom functioneert en bij de inbrenggenietende Belgische vennootschap ook autonoom kan functioneren. De ingebrachte activiteit is bijgevolg te beschouwen als een bedrijfstak.

**50.** Deze inbreng zal volledig worden vergoed door de toekenning van aandelen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen in de Belgische vennootschap A. Hieruit kan worden besloten dat aan de voorwaarde wordt voldaan dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, al dan niet samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen niet overschrijdt (K.B. 18 juli 1972, artikel 1). *In casu* zal er geen geldopleg worden betaald.

**51.** De vervulling van de voorwaarden (K.B. 18 juli 1972) dient te worden bevestigd in de notariële akte.

**52.** Voor de toepassing van de registratierechten wordt de inbreng beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

#### II.G.2. Inzake artikel 18, § 2, federaal W. Reg. betreffende de onroerende goederen gelegen in het Waals Gewest

**53.** Het geheel van de verrichtingen kadert binnen een globale moderniseringsoefening met als doel om tot een eenvoudiger groepsstructuur te komen en zodoende ook het aantal intragroepstransacties te beperken. De keuze voor de fusie- en inbrengverrichting in vennootschap A is in die zin logisch, temeer daar deze entiteiten complementaire activiteiten uitoefenen.

**54.** De aanvragers hebben ook bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van vennootschap A na doorvoering van de inbrengverrichting te vervreemden.

**55.** Bijgevolg kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van registratierechten in de zin van artikel 18, § 2, derde lid, federaal W.Reg. en geen fiscaal misbruik uitmaakt als bedoeld in artikel 18, § 2, eerste lid, federaal W.Reg. voor wat betreft de onroerende goederen gelegen in het Waals Gewest.

**56.** De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummers 23, 30 en 54 niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183*bis* of artikel 344, § 1, WIB 92, artikel 18, § 2, federaal W.Reg.) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bijvoorbeeld de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van vennootschap A. Bij een latere overdracht van deze aandelen is deze beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
