---
title: "Voorafgaande beslissing 2024.0082 · Vennootschapsbelasting"
description: "Vennootschapsbelasting. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2024.0082 van 12 maart 2024."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2024-0082-vennootschapsbelasting-belastingvrije-inbreng-bedrijfsafdeling-tak-39ef"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting · Vennootschapsbelasting - Belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Meerwaarden op aandelen - Antimisbruikbepaling - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

**Nummer**

2024.0082

**Datum**

12 maart 2024

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

86 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2024.0082 d.d. 12.03.2024

*Vennootschapsbelasting* · *Belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking* · *Meerwaarden op aandelen* · *Antimisbruikbepaling*

*BTW* · *Overdracht van een bedrijfsafdeling*

## Samenvatting

De inbreng van een onderscheiden activiteit door de NV A in een nieuw op te richten vennootschap NewCo waarbij alle specifiek aan deze activiteit verbonden activa en passiva, alsook het personeel worden overgedragen, kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 juncto artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92 en kan plaatsvinden onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92. De voormelde inbrengverrichting dient te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.

De meerwaarde die de NV A zal realiseren naar aanleiding van de verkoop van de aandelen van NewCo binnen het jaar na de inbreng valt onder het toepassingsgebied van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, aangezien overeenkomstig artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 voldaan is aan de minimale houdperiode van één jaar.

De keuze voor het geheel van de rechtshandelingen (inbreng van bedrijfsafdeling gevolgd door een verkoop van alle aandelen van NewCo) is voldoende verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en maakt geen fiscaal misbruik uit als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.

De voormelde inbreng dient plaats te vinden met toepassing van de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, § 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), WBTW.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:

1.1. de inbreng van de x-werkzaamheden door BV A in een nieuw op te richten dochtervennootschap (NewCo) kwalificeert als de inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 2, § 1, 6°/2, b en c en [artikel 46, § 1, eerste lid, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) van het Wetboek van Inkomstenbelastingen (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 46, § 1, derde lid, 3° en artikel 183bis WIB 92;

1.2. voor de toepassing van de vennootschapsbelasting de boekhoudkundige retroactiviteit van de beoogde inbreng zal worden toegestaan;

1.3. de meerwaarde die BV A zal realiseren naar aanleiding van de verkoop van de aandelen van de nieuw op te richten dochtervennootschap (NewCo) binnen het jaar na de inbreng valt onder de vrijstelling zoals bedoeld in artikel 192, § 1, eerste en zevende lid, WIB 92;

1.4. de inbreng van de x-werkzaamheden door BV A in een nieuw op te richten dochtervennootschap (NewCo) onder het toepassingsgebied valt van de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, § 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde (hierna W.BTW);

1.5. de voornoemde verrichting verantwoord wordt door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen, zoals uiteengezet in artikel 344, § 1, WIB 92.

## II. Omschrijving van de verrichtingen

2\. De vennootschap BV A heeft twee onderscheiden bedrijfsactiviteiten x en y.

3\. BV A wenst de x-werkzaamheden af te stoten om zich te toe te leggen op haar kernactiviteit y waarbij het de bedoeling is om de vrijgekomen middelen te herinvesteren in haar overblijvende activiteiten. De x-activiteit zal daarom ingebracht worden in een nieuw op te richten vennootschap NewCo met het oog op de latere overdracht ervan aan een externe partij

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake directe belastingen*

#### III.A.1. Inzake de toepassing van artikel 46, § 1, en 183bis WIB 92

4\. Om toepassing te kunnen maken van het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92 dient de inbreng een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid dan wel een algemeenheid van goederen te omvatten. Een wettelijke definitie van een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid is opgenomen in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92.

5\. Artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92 definieert de voormelde begrippen als volgt:

b) Inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid: de rechtshandeling waarbij een natuurlijke persoon of een vennootschap, zonder ontbinding, een bedrijfstak overdraagt aan een andere vennootschap tegen een vergoeding die uitsluitend bestaat in aandelen van de verkrijgende vennootschap;

c) Bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid: het geheel van de activa en passiva van een afdeling van een vennootschap dat uit organisatorisch oogpunt een onafhankelijke exploitatie vormt, dat wil zeggen een geheel dat op eigen kracht kan functioneren.

6\. Er is binnen BV A voorafgaand aan de inbreng al sprake van een duidelijk afgebakend geheel m.b.t. de x-werkzaamheden.

7\. In het kader van de inbrengverrichting zullen alle activa, passiva, rechten en verplichtingen die specifiek verbonden zijn aan de x-activiteit door BV A worden ingebracht in NewCo. Daarnaast zullen ook alle personeelsleden die specifiek worden ingezet voor deze activiteit en de relevante overeenkomsten, overgaan naar NewCo. Uit de gedetailleerde beschrijving van de ingebrachte bestanddelen blijkt dat de inbreng van x door BV A aldus alle specifiek aan deze activiteit toewijsbare actief- en passiefbestanddelen bevat.

8\. Uit voormelde blijkt dat het gaat om een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken. Dit blijkt ook uit het overgemaakt financieel plan van NewCo.

9\. De aanvrager heeft bevestigd dat de inbreng volledig zal worden vergoed in aandelen NewCo die het maatschappelijk kapitaal van deze vennootschap zullen vertegenwoordigen.

10\. Er kan bijgevolg worden besloten dat de inbreng beantwoordt aan de definitie zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92.

11\. De geplande verrichting kadert in de bedrijfseconomische strategie van BV A en stelt de vennootschap in staat zich te focussen op de activiteiten die zij wil voortzetten en verder uitbouwen, met name de y-activiteiten.

12\. De aanvrager heeft bevestigd dat de verrichting geen verlies aan tewerkstelling met zich mee zal brengen. De werknemers die vandaag actief zijn in binnen x-activiteiten zullen na de verrichting werkzaam zijn in NewCo. De werknemers die werkzaam zijn binnen de y-activiteiten, blijven tewerkgesteld binnen BV A. Hieruit blijkt dat beide activiteiten bij voortduur zullen worden verder gezet.

13\. De fiscale aspecten van de inbreng kunnen als volgt worden samengevat:

13.1. m.b.t. het belastbare tijdperk eindigend op xx/xx/xx beschikt BV A over fiscaal overdraagbare verliezen. Per xx/xx/xx+1 is de vennootschap opnieuw winstgevend en er wordt verwacht dat dit ook in de toekomst zo zal zijn. BV A beschikt niet over andere fiscaal overdraagbare bestanddelen (DBI-aftrek, notionele interestaftrek,…);

13.2. aangezien de inbrenggenietende vennootschap NewCo een nieuw op te richten vennootschap is, beschikt zij niet over fiscaal overgedragen aftrekbare bestanddelen;

13.3. de inbrenggenietende vennootschap NewCo beschikt niet over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande wederbeleggingsverplichtingen gelden, aangezien het een nieuw op te richten vennootschap betreft;

13.4. de aanvrager heeft bevestigd dat geen herbeleggingsactiva met het oog op de toepassing van artikel 47 WIB 92 of gesubsidieerde activa als bedoeld in artikel 362 WIB 92 deel uitmaken van de inbreng;

13.5. de aanvrager heeft bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen BV A te vervreemden.

14\. Aangaande de geplande verkoop van de aandelen NewCo heeft de aanvrager zich ertoe verbonden om de verkoopprijs die zal gerealiseerd worden bij de verkoop van de aandelen NewCo te herinvesteren in de Europese Economische Ruimte in (duurzame) materiële vaste activa, immateriële vaste activa en/of financiële vaste activa. Daarnaast zal een deel van de opbrengst worden gebruikt voor bancaire schuldafbouw.

15\. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de geplande inbreng van de x-activiteit door BV A in NewCo plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92 zoals vereist door artikel 46, § 1, derde lid, 3°, WIB 92.

16\. De aanvrager heeft bevestigd dat de inbrenggenietende vennootschap NewCo een binnenlandse vennootschap is.

17\. Derhalve kan worden besloten dat de inbreng kan plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92.

#### *III.A.2. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting*

18\. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag ten aanzien van voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

18.1. met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maand, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

18.2. en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

19\. Het is de bedoeling om de inbrengverrichting te laten plaatsvinden uiterlijk op xx/xx/xx+1 met een boekhoudkundige retroactiviteit die teruggaat naar xx/xx/xx, zodat de termijn van zeven maanden niet zal worden overschreden.

20\. In het kader van de in randnummer 18.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximaal behoud van de fiscaal overdraagbare verliezen en/of DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). In casu bijven evenwel de eventuele fiscaal overgedragen bestanddelen behouden bij BV A en beschikt de inbrenggenietende vennootschap niet over fiscaal overgedragen bestanddelen. Er werd ook bevestigd dat tijdens de retroactiviteitsperiode geen uitzonderlijke verrichtingen zijn gebeurd of zullen gebeuren.

21\. Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit van de inbrengverrichting zoals vermeld in randnummer 19 op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

#### III.A.3. Inzake de toepassing van artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 bij de verkoop van de aandelen NewCo door BV A

22\. BV A is van plan om de aandelen uitgegeven door NewCo als vergoeding voor de inbreng van de bedrijfsafdeling, op korte termijn te verkopen aan een externe partij. De verkoop aan een externe partij impliceert de verwezenlijking van een meerwaarde op de deelneming NewCo door BV A.

23\. Artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92 bepaalt: “§ 1. De niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde meerwaarden op aandelen verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, zijn eveneens volledig vrijgesteld in de mate dat de eventuele inkomsten van deze aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202 en 203, van de winst te worden afgetrokken of, voor wat betreft de overeenkomstig artikel 194 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aangehouden aandelen, krachtens de artikelen 202, § 1 en § 2, eerste lid, 2°, en 203, van de winst te worden afgetrokken”.

24\. Artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 stelt verder dat: “Voor de toepassing van het eerste lid, de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, WIB 92, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92, worden geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan.”

25\. De Memorie van Toelichting bij de Programmawet van 29 maart 2012, waarbij het zevende lid werd ingevoerd in paragraaf 1 van artikel 192 WIB, stelt: “Anderzijds wordt rekening gehouden met de periode voorafgaand aan de verrichting met het oog op het onderzoeken of de voorwaarde van behoud van tenminste één jaar al dan niet is vervuld, wanneer de aandelen verkregen zijn in het kader van een fiscaal neutrale verrichting, vermeld in de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3 WIB 92 die beantwoorden, naargelang het geval, aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92.”

26\. De Memorie van Toelichting bij de Wet van 13 december 2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, waarbij het achtste lid werd ingevoerd in paragraaf 1 van artikel 192 WIB 92, stelt: “Teneinde voor de toepassing van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, de fiscale neutraliteit te bevestigen van de verrichtingen van inbreng, fusie of splitsing, gerealiseerd overeenkomstig de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, § 1, en 231, §§ 2 en 3, is het nuttig om dit expliciet te verduidelijken in de wettekst. Daarom wordt artikel 192, § 1, WIB 92, naast een zevende lid, aangevuld met een nieuw lid, dat toelaat om volledig de fiscale neutraliteit van die verrichtingen te bevestigen inzake de belasting van meerwaarden op aandelen.(..) De bijzondere toepassing die hierbij wordt ingesteld, bevestigt het algemeen beginsel van de continuïteit voorzien in het Wetboek van Vennootschappen zonder dat deze raakt aan de algemene toepassing van ditzelfde beginsel.” (Parl. St. Kamer, 2012-2013, 2458/001, 26-27).

27\. Circulaire Ci.RH.421/620.779 (AAFisc 19/2013) van 21 mei 2013 stelt dat:

> “\[...\] de toevoeging van het zevende en achtste lid aan art. 192, § 1, WIB 92, voorzien, voor de beoordeling van de voorwaarde van behoud, in de fiscale neutraliteit van de verrichtingen van inbreng, \[...\] die worden verwezenlijkt overeenkomstig de art. 46, § 1, eerste lid, 2° \[...\] WIB 92 in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschappen alsook voor de vennootschappen-aandeelhoudsters van de overgenomen of gesplitste vennootschappen”

28\. Gelet op het vermelde in Titel III. B.2. zal de inbreng van de x-activiteiten door BV A in NewCo kunnen plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92. Bijgevolg is in onderhavig geval de toepassing van artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 aan de orde.

29\. De wetgever verwijst in artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 uitdrukkelijk naar belastingneutrale verrichtingen als bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 en artikel 211 WIB 92. In overeenstemming met de fiscale neutraliteit zoals voorzien in artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 dient als aanvangspunt voor de berekening van de minimale houdperiode van één jaar bij inbrengverrichtingen gekeken te worden naar de datum waarop de bedrijfsafdeling of de tak van werkzaamheid op een zelfstandige wijze operationeel is geworden. De aanvrager heeft bevestigd dat de ingebrachte bedrijfsafdeling x reeds geruime tijd fungeert als een op zich staand geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken binnen BV A.

30\. Gelet op voorgaande kan worden gesteld dat de start van de berekening van de houdtermijn van één jaar, als voorwaarde voor de vrijstelling van de meerwaarde die BV A zou realiseren naar aanleiding van de verkoop van de aandelen van NewCo, bijgevolg meer dan één jaar in het verleden valt zodat de ononderbroken periode van volle eigendom wordt gerespecteerd.

31\. Voor de toepassing van artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 zal BV A derhalve geacht worden de aandelen van NewCo op het ogenblik van de verkoop van de aandelen NewCo langer dan één jaar te hebben gehouden. Derhalve valt de meerwaarde onder het toepassingsgebied van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, zodat de meerwaarde kan worden vrijgesteld voor zover aan alle andere voorwaarden ter zake is voldaan.

#### III.A.4. Inzake de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92 op het geheel van de verrichtingen

32\. Het geheel van bovenvermelde verrichtingen, bestaande uit de inbreng van de x-activiteit door BV A in de nieuw op te richten vennootschap NewCo, gevolgd door de verkoop van de aandelen van NewCo, kadert binnen de doelstellingen zoals vermeld in randnummer 3.

33\. De combinatie van een inbreng gevolgd door een overdracht van de aandelen van de verkrijgende vennootschap met het oog op de overdracht van een deel van haar activa zou desgevallend kunnen worden aanzien als een fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92, indien de verkrijger van de aandelen een derde partij is ten aanzien van de overdragende partij en waarbij meerwaarden op activa worden omgezet in meerwaarden op aandelen waarbij de belastingplichtige zich buiten het toepassingsgebied van artikel 24 WIB 92 tracht te plaatsen. Overeenkomstig artikel 24 WIB 92 zijn meerwaarden op activa onderworpen aan inkomstenbelasting, daar waar meerwaarden op aandelen zijn vrijgesteld onder de voorwaarden van artikel 192 WIB 92.

34\. De aanvrager heeft verklaard dat er geen intentie bestaat om de aandelen van BV A te vervreemden. In dat verband wordt opgemerkt dat de aanvrager zich ertoe heeft verbonden om de verkoopprijs verkregen voor de aandelen NewCo te herinvesteren in de Europese Economische Ruimte in materiële, immateriële of financiële (duurzame) vaste activa en te gebruiken voor bancaire schuldafbouw.

35\. De intentie om de uit de verkoop voortvloeiende middelen te herinvesteren in de y-activiteit van BV A blijkt eveneens uit de keuze van de transactiestructuur, i.e een inbreng van bedrijfstak, waarbij de verkoopopbrengsten uit de verkoop van de aandelen van NewCo bij BV A terecht komen (i.t.t. een partiële splitsing waarbij de verkoopopbrengsten zouden terechtkomen bij de aandeelhouders-natuurlijke personen van BV A).

36\. Derhalve kan worden gesteld dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen voldoende is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.

### *III.B. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW op de inbrengverrichting*

37\. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

38\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

39\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

40\. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

41\. In casu zal BV A middels een inbreng de economische activiteit bestaande uit de x-activiteit inbrengen in een NewCo.

42\. De aanvrager stelt dat alle activa en passiva, rechten en verplichten, overeenkomsten alsook de personeelsleden die verbonden zijn aan de x-activiteit zullen worden ingebracht in de NewCo.

43\. De aanvrager heef alle actief en passief bestanddelen beschreven die het voorwerp gaan worden van de inbreng in NewCo. Uit die beschrijving blijkt dat de nodige activa en passiva worden overgedragen die de overnemer zullen toelaten om een zelfstandige economische activiteit uit te oefenen.

44\. Zo ook wordt de door de aanvrager aan NewCo over te dragen x-activiteit aangemerkt als een met btw-belaste activiteit die voor de overnemer (NewCo) minstens een gedeeltelijk recht op aftrek doet ontstaan.

45\. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dan ook dat de door de aanvrager naar NewCo over te dragen x-activiteit middels een inbreng op grond van art. 11 en 18, § 3, W.BTW noch als een levering van goederen, noch als een levering van diensten beschouwd wordt, aangezien:

\- de overnemer recht op aftrek geniet;

\- de overnemer de activiteiten van de overdrager voortzet; en

\- het de overdracht van een bedrijfsafdeling betreft.

## Aangehaalde teksten

8

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 2 voorkomens

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 2 voorkomens

[WBTW art. 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
