Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2024.0067 d.d. 12.03.2024
VENNOOTSCHAPSBELASTING · Belastingneutrale splitsing · Belastingneutrale fusie · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking · Roerende voorheffing · Dividend
REGISTRATIERECHTEN · Inbreng van een algemeenheid van goederen · Inbreng van roerende goederen
BTW
Samenvatting
De splitsingen, fusies en partiële splitsing binnen een familiale groep die ertoe strekken om het vastgoed af te zonderen van de exploitatieactiviteiten teneinde de instap van een derde investeerder middels een kapitaalverhoging te faciliteren en de overgang naar de volgende generatie te bewerkstelligen, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92 en kunnen belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.
De splitsingen en fusies kunnen worden verricht onder het vrijstellingsregime voorzien in artikel 117, § 1, federaal W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167, federaal W.Reg. De partiële splitsing zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115 federaal W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167, federaal W.Reg.
De splitsing en fusie dient te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:
1.1. de hierna beschreven splitsingen door overneming, geruisloze fusies en partiële splitsing plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking hebben in de zin van artikel 211 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna “WIB 92”) en derhalve belastingneutraal kunnen worden doorgevoerd overeenkomstig de artikelen 211‑213 WIB 92;
1.2. de hierna beschreven geruisloze fusies en de splitsing naar de 100% moedervennootschap in toepassing van artikel 264, eerste lid, 2°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 met vrijstelling van roerende voorheffing kunnen worden doorgevoerd;
1.3. de hierna beschreven splitsingen door overneming en geruisloze fusies belastingneutraal kunnen plaatsvinden voor doeleinden van de registratierechten in toepassing van artikel 117, § 1 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek-, en Griffierechten (hierna “federaal W.Reg.”) juncto artikel 120, in fine federaal W.Reg., en de partiële splitsing belastingneutraal kan plaatsvinden voor doeleinden van de registratierechten in toepassing van artikel 115 federaal W.Reg.;
1.4. zowel de splitsing van vennootschap A als de geruisloze fusie van vennootschap B in haar 100% moedervennootschap NewCo met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna “W.Btw”) volledig btw‑neutraal zullen plaatsvinden.
II. Omschrijving van de verrichtingen
2. Volgende verrichtingen worden overwogen:
1) Vennootschap A wordt volledig gesplitst, waarbij haar vastgoed en de aan het vastgoed gerelateerde activa, passiva en activiteiten (i.e. eveneens de participatie in vennootschappen D en E) worden overgedragen aan vennootschap B en de exploitatieactiviteiten en alle daarmee verbonden activa en passiva worden overgedragen naar de voorafgaand aan de herstructurering op te richten vennootschap C.
2) Vennootschap E wordt geruisloos gefuseerd in vennootschap D.
3) Vennootschap D wordt op haar beurt geruisloos gefuseerd in vennootschap B.
4) Vennootschap F wordt volledig gesplitst, waarbij haar vastgoed wordt overgedragen naar haar zustervennootschap B en de overige activa worden overgedragen aan haar 100% moedervennootschap X.
5) Vennootschap X wordt volledig gesplitst, waarbij haar vastgoedactiviteit en alle daarmee verbonden activa en passiva, alsook de participatie in vennootschap B worden overgedragen naar een nog op te richten entiteit NewCo, die zal worden aangehouden door vennootschap Y en door de buitenlandse entiteit Z. De overige activa m.b.t. de holding- en managementactiviteiten worden overgedragen naar de nog op te richten vennootschap G, waarvan de aandelen eveneens worden aangehouden door vennootschap Y en door de buitenlandse entiteit Z.
6) Vennootschap B wordt geruisloos gefuseerd in NewCo.
7) Vennootschap Y wordt partieel gesplitst, waarbij de participatie in NewCo wordt overgedragen naar HoldCo, die voor 100% zal worden aangehouden door de heer J.
8) De inkoop van eigen aandelen vanwege de buitenlandse entiteit Z door NewCo, waardoor HoldCo 100% van de aandelen van NewCo zal aanhouden.
III. Beslissing
III.A. Inzake artikel 211, § 1, WIB 92
3. De beoogde verrichtingen betreffen splitsingen door overneming zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/1, d), WIB 92, verrichtingen gelijkgesteld met een fusie door overneming zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/1, c), 1°, WIB 92 en een met een splitsing gelijkgestelde verrichting zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/1, g), 1), WIB 92.
4. Deze verrichtingen zijn ingegeven door volgende beweegredenen:
•er is concrete interesse van één of meerdere derde-investeerders om in te treden in de exploitatieactiviteiten van de familiale groep Q. Teneinde deze instap te faciliteren worden de activa en passiva verbonden aan de vastgoedactiviteiten en anderzijds de operationele activiteiten van elkaar afgezonderd in een afzonderlijke structuur;
•daarnaast komt de reorganisatie tegemoet aan de wens van de familie om het vastgoed (dat niet enkel exploitatiegebonden vastgoed maar ook ander vastgoed omvat) en de daarmee gepaard gaande activiteiten onder haar exclusieve controle te houden en dit vastgoed beter te kunnen beheren en ontwikkelen los van de exploitatieactiviteit (voor bepaalde onroerende goederen bestaan reeds concrete ontwikkelingsplannen);
•door de afzondering van het vastgoed worden deze onroerende goederen gevrijwaard van de bedrijfsrisico’s van de exploitatieactiviteit. In dit verband werd bevestigd dat binnen de groep Q geen rechtsvorderingen, nog andere claims lopen tegen de bij de herstructurering betrokken vennootschappen, zodat de verrichtingen er niet toe strekken zich te onttrekken aan bepaalde toekomstige financiële verplichtingen;
•de reorganisatie kadert ook binnen de overgang naar de volgende generatie. De twee zonen wensen het familiebedrijf verder te zetten en zijn op vandaag reeds werkzaam binnen de groep.
5. De aanvragers hebben aangegeven dat naar aanleiding van de verrichtingen alle personeelsleden, alsook de zelfstandige contractanten, die instaan voor het beheer van het vastgoed, mee zullen overgaan naar NewCo en zich vervolgens volledig zullen kunnen toeleggen op het beheren, exploiteren, verwerven, vervreemden en alle overige handelingen m.b.t. de onroerende goederen. Bovendien zal de transactie tot gevolg hebben dat in de toekomst meer geschikte profielen zullen kunnen worden aangeworven, aangezien een attractief vastgoedbedrijf voor specifieke vastgoedprofielen een grotere aantrekkingskracht heeft dan een operationele activiteit. Door de verzelfstandiging en professionalisering van de vastgoedtak wordt aldus een positieve invloed op de tewerkstelling verwacht. Daarnaast wordt verwacht dat ook de beoogde groei en expansie van de exploitatieactiviteit in de toekomst voor bijkomende werkgelegenheid zal zorgen. Hieruit blijkt dat de activiteiten van de over te nemen en de te splitsen vennootschappen bij voortduur zullen worden verder gezet bij de overnemende en verkrijgende vennootschappen.
6. De fiscale aspecten van de verrichtingen kunnen als volgt worden samengevat:
6.1. de belangrijkste groepsvennootschappen A en X zijn de laatste jaren winstgevend en beschikken over een belastbare basis. Vennootschap D heeft de laatste jaren een beperkt boekhoudkundig en fiscaal verlies. De andere kleinere vennootschappen E en F zijn afwisselend winstgevend en/of verlieslatend;
6.2. van de bij de reorganisatie betrokken vennootschappen beschikken slechts twee vennootschappen over een beperkt bedrag aan fiscaal overgedragen verliezen die in toepassing van artikel 206, § 2, WIB 92 zullen worden verdeeld en beperkt n.a.v. de diverse opeenvolgende verrichtingen;
6.3. gelet op de aard van de aanwezige activa (met name een deelneming, vorderingen en liquide middelen), de aandeelhoudersstructuur en de afwezigheid van vrijgestelde reserves bij vennootschap D levert de fusieverrichting met vennootschap B in casu geen fiscaal voordeel op in vergelijking met een vereffening van vennootschap D. Enkel op het vlak van de fiscaal overgedragen verliezen levert de fusieverrichting een beperkt fiscaal voordeel op in vergelijking met een liquidatie doordat bij liquidatie alle fiscaal overgedragen verliezen verloren gaan, daar waar bij de fusieverrichting nog een (beperkt) restant aan overgedragen fiscale verliezen zal worden overgedragen aan vennootschap B;
6.4. Vennootschap D heeft geen openstaande schulden die in verband staan met de verwerving van de aandelen van vennootschap E;
6.5. Vennootschap A is voor de verwerving van de participatie in vennootschap D een lening aangegaan die op heden nog deels openstaat. Naar aanleiding van de splitsing van vennootschap A zal deze lening samen met de deelneming in vennootschap D worden overgedragen aan vennootschap B. Uit de door de aanvragers verstrekte gegevens blijkt dat vennootschap A thans over voldoende eigen belastbare inkomsten beschikt om deze intrestlasten zelf in aftrek te brengen van haar belastbare basis;
6.6. de verkrijgende en overnemende vennootschappen beschikken voorafgaand aan de door te voeren verrichtingen niet over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande herbeleggings- of investeringsverplichtingen gelden. De verrichtingen strekken er dus niet toe om de ingevolge voormelde verrichtingen verkregen activa aan te duiden als herbelegging met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling of van een stelsel van gespreide taxatie;
6.7. de aanvragers bevestigen dat er op heden geen intentie bestaat om de aandelen van de (partieel) te splitsen en/of verkrijgende vennootschappen te verkopen(1). De instap van een derde-investeerder op niveau van vennootschap Y zal door middel van een inbreng van geld in het kapitaal van vennootschap Y gebeuren tegen uitgifte van nieuwe aandelen. De familie M is voornemen ten allen tijde de meerderheid van de aandelen van vennootschap Y aan te houden. De overdracht van de groep aan de volgende generatie zal naar alle waarschijnlijkheid plaatsvinden door middel van een schenking.
[(1) Met uitzondering van de inkoop van eigen aandelen door NewCo zoals vermeld in randnummer 2, 8).]
7. De aanvragers hebben bevestigd dat de bepalingen van artikel 213 WIB 92 zullen worden nageleefd naar aanleiding van de splitsing van vennootschappen A, F en X en de partiële splitsing van vennootschap Y. Nazicht van de overgemaakte ontwerp splitsingsstaten leert dat deze effectief conform de bepalingen van artikel 213 WIB 92 werden opgemaakt.
8. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de voorgenomen verrichtingen plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
9. De verkrijgende vennootschappen in het kader van de splitsingen en partiële splitsing zijn binnenlandse vennootschappen. De overnemende vennootschappen in het kader van de fusieverrichtingen zijn binnenlandse vennootschappen.
10. Derhalve kan worden besloten dat de voorgenomen verrichtingen belastingneutraal kunnen plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.
11. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnummer 6.7, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bijvoorbeeld de overdracht van de aandelen van vennootschap C, G, Y, HoldCo en/of NewCo op een andere wijze dan middels een schenking van aandelen. Bij een latere overdracht van deze aandelen op een andere wijze dan middels een schenking van aandelen is de onderhavige voorafgaande beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.
III.B. Inzake artikel 264, eerste lid, 2°, eerste gedachtestreepje, WIB 92
12. Artikel 264, eerste lid, 2°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 stelt:
“De roerende voorheffing is niet verschuldigd op het gedeelte van dividenden:
2° dat, in geval van fusie, splitsing, met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting of met splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 211, § 1:
– in artikel 210, § 1, 1° en 1°bis wordt bedoeld, wanneer de inbreng niet volledig wordt vergoed met nieuwe aandelen als bedoeld in artikel 211, § 2, derde lid, omdat de overnemende of verkrijgende vennootschappen in bezit zijn van aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap.”
13. Aangezien zowel de geruisloze fusies van vennootschap E in vennootschap D, van vennootschap D in vennootschap B en van vennootschap B in NewCo als de splitsing van vennootschap F naar vennootschap X met toepassing van artikel 211, § 1 WIB 92 belastingneutraal kunnen worden doorgevoerd, en alle voorwaarden overeenkomstig artikel 264, eerste lid, 2°, eerste gedachtestreepje WIB 92 bijgevolg zijn voldaan, kunnen deze verrichtingen met vrijstelling van roerende voorheffing worden doorgevoerd.
III.C. Inzake de registratierechten
14. Voor de toepassing van de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.
III.C.1. Splitsing van vennootschap A, vennootschap F en vennootschap X
15. Inzake de splitsingen van vennootschappen A, F en X is artikel 117, § 1, federaal W.Reg. van toepassing:
“Het bij artikel 115 bepaalde recht is niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.
Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde:
1° dat de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lid‑Staat van de Europese Gemeenschappen;
2° dat, eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde of, bij gebrek aan een nominale waarde, van de fractiewaarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt. Indien het Belgisch of buitenlands recht dat de verkrijgende vennootschap beheerst niet in een begrip gelijkaardig aan dat van het kapitaal van een naamloze vennootschap voorziet, wordt met de fractiewaarde gelijkgesteld, de inbrengwaarde, zoals die blijkt uit de jaarrekening, van alle door de aandeelhouders of vennoten toegezegde inbrengen in geld of in natura, met uitzondering van de inbrengen in nijverheid, in voorkomend geval verhoogd met de reserves die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de aandeelhouders of vennoten kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging, dit alles gedeeld door het aantal aandelen.”
16. Bij de splitsing van vennootschappen A, F en X zal de inbreng worden gedaan door een Belgische vennootschap. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.
17. De splitsing van vennootschappen A, F en X gebeurt door inbreng van het gehele vermogen, zowel actief en passief, van de te splitsen vennootschap, waardoor er wordt voldaan aan de notie van een universaliteit van goederen zoals bepaald in artikel 117, § 1, federaal W.Reg.
18. De inbreng zal uitsluitend worden vergoed in aandelen en er zal geen opleg in geld worden betaald door de verkrijgende vennootschappen.
19. Vermits er tevens passiva worden overgedragen, moet in principe rekening worden gehouden met de toepassing van artikel 120, eerste lid, federaal W.Reg., de zogenaamde gemengde inbreng op basis waarvan a rato van het passief evenredige rechten verschuldigd zijn. In hetzelfde artikel 120 federaal W.Reg. en meer bepaald in het derde lid wordt er echter een uitzondering voorzien voor het geval de universaliteit van de goederen wordt ingebracht. Vermits dit laatste in casu het geval is, kan artikel 117, § 1, federaal W.Reg. toch onverkort worden toegepast en is de splitsing van vennootschappen A, F en X vrijgesteld van evenredige registratierechten.
20. Derhalve kan worden besloten dat de splitsingen kunnen worden verricht onder het vrijstellingsregime voorzien in artikel 117, § 1, federaal W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167, federaal W.Reg.
III.C.2. Geruisloze fusies van vennootschap E in vennootschap D, van vennootschap D in vennootschap B en van vennootschap B in NewCo
21. Inzake de fusie van vennootschap E in vennootschap D, van vennootschap D in vennootschap B en van vennootschap B in NewCo is artikel 117, § 1, federaal W.Reg. van toepassing:
“Het bij artikel 115 bepaalde recht is niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.
Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde:
1° dat de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lid‑Staat van de Europese Gemeenschappen;
2° dat, eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde of, bij gebrek aan een nominale waarde, van de fractiewaarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt. Indien het Belgisch of buitenlands recht dat de verkrijgende vennootschap beheerst niet in een begrip gelijkaardig aan dat van het kapitaal van een naamloze vennootschap voorziet, wordt met de fractiewaarde gelijkgesteld, de inbrengwaarde, zoals die blijkt uit de jaarrekening, van alle door de aandeelhouders of vennoten toegezegde inbrengen in geld of in natura, met uitzondering van de inbrengen in nijverheid, in voorkomend geval verhoogd met de reserves die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de aandeelhouders of vennoten kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging, dit alles gedeeld door het aantal aandelen.”
22. Bij de fusie van vennootschap E in vennootschap D, van vennootschap D in vennootschap B en van vennootschap B in NewCo wordt de inbreng gedaan door een Belgische vennootschap. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde dat de inbrengen worden gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.
23. Het feit dat in geval van een geruisloze fusie geen nieuwe aandelen van de overnemende vennootschap zullen worden uitgegeven, is geen bezwaar voor de toepassing van de vrijstelling voorzien in artikel 117, § 1, federaal W.Reg., gezien het Hof van Cassatie in zijn arrest van 9 maart 2006 (Rep. RJ R 117, § 1/10-01) heeft beslist dat een geruisloze fusie kan genieten van de vrijstelling voorzien in artikel 117, § 1, W.Reg.
24. Er zal geen opleg in geld worden betaald in het kader van de fusieverrichtingen.
25. De fusies door overneming gebeuren door inbreng van het gehele vermogen, zowel actief en passief, van de over te nemen vennootschappen, waardoor er wordt voldaan aan de notie van een universaliteit van goederen, zoals bepaald in artikel 117, § 1, federaal W.Reg.
26. Derhalve kan worden besloten dat de geruisloze fusies kunnen worden verricht onder het vrijstellingsregime voorzien in artikel 117, § 1, federaal W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167, federaal W.Reg.
III.C.3. Partiële splitsing van vennootschap Y
27. Uit de door de aanvragers meegedeelde info en het voorgelegde ontwerp van de splitsingsstaat blijkt dat vennootschap Y enkel de deelneming in NewCo afsplitst naar HoldCo.
28. Artikel 115, federaal W.Reg. bepaalt:
“Aan een recht van 0 pct. wordt onderworpen de inbreng van roerende goederen in vennootschappen waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid‑Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, onverschillig of de inbreng bij de oprichting van de vennootschap of naderhand plaats heeft.
Het recht wordt vereffend op het totaal bedrag van de inbrengen.
…”
29. De inbreng zal gebeuren in een Belgische vennootschap (HoldCo) zodat aan de in artikel 115 federaal W.Reg gestelde voorwaarde is voldaan.
30. Bijgevolg kan worden gesteld dat de verrichting zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115, federaal W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167, federaal W.Reg.
III.D. Inzake de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw
31. Overeenkomstig artikel 11 W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.
32. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid‑Staten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).
33. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C‑497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.
34. De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.
35. Verwijzend naar de in de aanvraag beschreven beoogde splitsing van vennootschap A door overneming door de vennootschappen B en C dient vastgesteld te worden dat alle activa en passiva van vennootschap A worden overgedragen en dat de exploitatieactiviteiten zullen worden voortgezet door vennootschap C en het bedrijfsvastgoed zal worden overgedragen aan vennootschap B.
36. Alsook verwijzend naar in de aanvraag beoogde geruisloze fusie tussen vennootschap B en NewCo zullen alle activa en passiva van vennootschap B worden overgedragen en zullen de activiteiten door NewCo worden voortgezet.
37. De geruisloze fusie van vennootschap B door NewCo zal meteen volgen na de splitsing en vormt geen beletsel voor de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.
38. De splitsing, de geruisloze fusie en de inwerkingtreding van de huurovereenkomst tussen NewCo en vennootschap C zal gelijktijdig gebeuren. De aanvragers verklaren dat onmiddellijk na de splitsing en de geruisloze fusie de aanvragers een aanvraag zullen indienen tot oprichting van een nieuwe btw-eenheid met NewCo en vennootschap C als leden. De DVB deelt mee geen uitspraak te doen over de voorafgaandelijke oprichting van een btw-eenheid, de daaraan gekoppelde voorwaarden en de mogelijke gevolgen.
39. De hierboven beschreven splitsing van vennootschap A en geruisloze fusie van vennootschap B in NewCo dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18 § 3, W.Btw te gebeuren.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.