Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2024.0003 d.d. 20.02.2024
Vennootschapsbelasting · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking · Btw · Overdracht van een bedrijfsafdeling
Samenvatting
De partiële splitsing van de exploitatievennootschap X, waarbij de onroerende goederen worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap, teneinde de toetreding van een derde investeerder in vennootschap X mogelijk te maken, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92 en kan plaatsvinden onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92. De voormelde partiële splitsing dient plaats te vinden met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:
- de partiële splitsing van vennootschap X waarbij zij haar activiteit inzake beheer van vastgoed overdraagt aan een nieuw op te richten vennootschap, vennootschap Y, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;
- de partiële splitsing van vennootschap X onder de toepassing valt van de artikelen 11 en 18, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW).
II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager
2. Vennootschap X is een Belgische exploitatievennootschap die eveneens eigenaar is van onroerende goederen die deels voor de eigen activiteiten gebruikt worden en die deels verhuurd worden aan derden. De betreffende onroerende goederen hebben een aanzienlijke marktwaarde.
3. Alle aandelen van vennootschap X worden aangehouden door de heer A.
4. De voorgenomen verrichting betreft de partiële splitsing van vennootschap X waarbij de vastgoedactiviteit en de daarop betrekking hebbende schulden aan een nieuw op te richten vennootschap Y zullen worden overgedragen tegen uitgifte van aandelen aan de aandeelhouder van de partieel te splitsen vennootschap, met name de heer A. De exploitatieactiviteit zal achterblijven bij vennootschap X. De geplande partiële splitsing beantwoordt aan de definitie van een met splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), WIB 92.
III. Beslissing
III.A. Betreffende de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 op de partiële splitsing van vennootschap X
5. De voorgenomen verrichting betreft de partiële splitsing van vennootschap X waarbij alle activa en passiva met betrekking tot de vastgoedactiviteit aan een nieuw op te richten vennootschap Y zullen worden overgedragen.
6. De geplande verrichting zal geen impact hebben op de tewerkstelling. Er zullen een aantal werknemers mee overgaan naar vennootschap Y. Alle andere werknemers zullen behouden blijven bij vennootschap X, waaruit blijkt dat zowel de exploitatieactiviteit als de vastgoedactiviteit zullen worden verder gezet.
7. De afzondering van het vastgoed in een aparte juridische entiteit moet de instap van een derde-investeerder in vennootschap X, waarbij deze 50% van de aandelen van vennootschap X wenst te verwerven, mogelijk maken. De verrichting zal daarnaast leiden tot meer transparantie en meer duidelijkheid m.b.t. de financiële resultaten van de onderscheiden activiteiten, waardoor de evolutie van de respectievelijke activiteiten beter op te volgen is en er betere investeringsbeslissingen kunnen worden genomen op basis van de rendabiliteit van de onderscheiden activiteiten.
8. Vennootschap X is winstgevend en heeft een belastbare basis. Zij beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Aangezien de verkrijgende vennootschap een nieuw op te richten vennootschap is, beschikt zij evenmin over dergelijke fiscaal overdraagbare bestanddelen.
9. De aanvrager heeft bevestigd dat een marktconforme huurprijs zal worden aangerekend door vennootschap Y aan vennootschap X voor het pand dat gebruikt wordt voor de eigen exploitatieactiviteit.
10. Ingeval van een (partiële) splitsing in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 worden de verkrijgende vennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 213 WIB 92, bij het bepalen van het gestorte kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die ingeval van (partiële) splitsing bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de (partieel) gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen. De aanvrager heeft bevestigd dat de omdeling van de fiscale vermogensbestanddelen conform het bepaalde in artikel 213 WIB 92 zal gebeuren. Vennootschap X beschikt over een andere vrijgestelde reserve waarop geen herbeleggingsverplichting rust.
11. Door de aanvrager werd bevestigd dat er geen intentie bestaat om, na de overdracht van 50% van de aandelen van vennootschap X aan de derde-investeerder, de aandelen van de vennootschappen X en Y over te dragen aan derden, behoudens schenking door de heer A in het kader van zijn successieplanning.
12. De heer A heeft er zich toe verbonden om de vanwege de verkoop van 50% van de aandelen van vennootschap X verkregen geldsom te herinvesteren in vennootschap Y.
13. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de geplande partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
14. De verkrijgende vennootschap is een binnenlandse vennootschap.
15. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de geplande partiële splitsing van vennootschap X kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.
16. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in de randnummer 11, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bijvoorbeeld de eventuele toekomstige overdracht, behoudens schenking, van de resterende aandelen van vennootschap X en/of van de aandelen van vennootschap Y. Bij een latere overdracht van deze aandelen is deze beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.
III.B. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW op de partiële splitsing van vennootschap X
17. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.
18. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).
19. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.
20. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.
21. In onderhavige aanvraag zullen de diverse onroerende goederen samen met de toebehorende activa en passiva middels partiële splitsing ingebracht worden in een nieuw opgerichte entiteit, zijnde vennootschap Y.
22. De aanvrager verduidelijkt bovendien dat het industriegebouw verder aangewend zal worden door vennootschap X en dat een huurovereenkomst tussen beide vennootschappen afgesloten zal worden, dit met ingang vanaf de partiële splitsing.
23. Zij bevestigt bovendien dat de magazijnen in eerste instantie verhuurd blijven aan de huidige huurders en er geen bestemmingswijziging zal plaatsvinden wat betreft de onroerende goederen.
24. Wat de btw kwalificatie betreft van de lopende met derden afgesloten contracten, dient opgemerkt te worden dat het al dan niet terecht onderwerpen van deze contracten aan de BTW niet door de DVB onderzocht kan worden om reden dat het lopende contracten betreft en er derhalve sprake is van fiscale uitwerking, zodat de DVB niet bevoegd is deze te onderzoeken. Anderzijds kan de DVB vaststellen dat de aanvrager verklaart met bepaalde onroerende goederen btw omzet te genereren, terwijl andere niet aan btw onderworpen worden, zodat geconcludeerd moet worden dat vennootschap Y ingevolge de inbreng van de onroerende goederen en de bijhorende contracten, met activa en passiva als btw plichtige aangemerkt moet worden met gedeeltelijk recht op aftrek.
25. Ook het gegeven dat de betreffende contracten met derden, andere dan vennootschap X, afgesloten werden en mee overgaan, leidt tot de conclusie dat vennootschap Y op autonome wijze een economische activiteit zal kunnen voortzetten.
26. Naar aanleiding van de hierboven beschreven inbreng ingevolge een partiële splitsing worden de activa en passiva verband houdend met de exploitatie van het onroerend goed overgedragen aan vennootschap Y. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een bestaande economische activiteit van vennootschap X die op voldoende autonome wijze zal worden voortgezet door vennootschap Y.
27. De aanvrager verklaart dat vennootschap Y een btw-belastingplichtige zal zijn die, in de mate er btw zou verschuldigd zijn op de overdracht, gedeeltelijk recht op btw-aftrek zal hebben. De hierboven beschreven inbreng dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18 § 3, W.BTW te gebeuren.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.