---
title: "Voorafgaande beslissing 2023.0703 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2023.0703 van 24 oktober 2023."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2023-0703-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-f23a"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Vennootschapsbelasting - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of -ontwijking - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

**Nummer**

2023.0703

**Datum**

24 oktober 2023

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

62 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2023.0703 d.d. 24.10.2023

*Vennootschapsbelasting* · *Belastingneutrale partiële splitsing* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of -ontwijking*

*BTW* · *Overdracht van een bedrijfsafdeling*

## Samenvatting

De partiële splitsing van de NV A waarbij haar verkoopactiviteit wordt overgedragen aan een bestaande Belgische groepsvennootschap NV B en die kadert binnen de strategische beslissing van de groep om de productieactiviteiten en de verkoopactiviteiten in afzonderlijke vennootschappen onder te brengen, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan gebeuren onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

De voormelde partiële splitsing van de NV A dient plaats te vinden met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:

\- de voorgenomen partiële splitsing van de NV A, waarbij de activa en passiva met betrekking tot de verkoopactiviteit worden overgedragen aan de bestaande vennootschap NV B, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;

\- voor de toepassing van de vennootschapsbelasting de boekhoudkundige retroactiviteit van de partiële splitsing kan worden toegestaan;

\- de voorgenomen partiële splitsing belastingneutraal kan plaatsvinden overeenkomstig de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, §3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW).

## II. Omschrijving van de verrichtingen

2\. De bij de verrichting betrokken vennootschappen behoren tot dezelfde internationale groep, met name de Z groep, die gespecialiseerd is in een bepaalde sector.

3\. De NV A is een Belgische groepsvennootschap met zowel verkoop- als productieactiviteiten. De NV B is de Belgische verkoopentiteit van de Z groep. De aandelen van beide vennootschappen worden aangehouden door de NV C.

4\. De beoogde verrichting betreft de partiële splitsing van de NV A waarbij haar verkoopactiviteit zal worden overgedragen aan de NV B tegen uitreiking van aandelen aan de aandeelhouder van de NV A. Na de partiële splitsing behoudt de NV A de resterende activa en passiva met betrekking tot de productieactiviteiten. Deze verrichting beantwoordt aan de definitie van een met een splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), WIB 92.

5\. De aanvragers bevestigen dat een aantal personeelsleden zullen overgaan naar de NV B en zullen worden geïntegreerd in het verkoopteam van de NV B om vandaar uit de verkoopactiviteit verder te zetten. Wat betreft de personeelsleden werkzaam in de productieactiviteit binnen de NV A blijft de situatie ongewijzigd. Hieruit blijkt dat de behouden activiteit ook bij voortduur zal worden verder gezet bij de partieel gesplitste vennootschap. De aanvragers hebben verklaard dat de geplande verrichting geen negatieve impact zal hebben op de tewerkstelling.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92*

6\. De aanvragers hebben verklaard dat de partiële splitsing van de NV A kadert in een groter geheel van de globale reorganisatie van de groep, die o.a. ingegeven is door onderstaande motieven:

\- een gecentraliseerde structuur voor de groep waarin de NV B fungeert als centrale verkooporganisatie;

\- vereenvoudigde groepsstructuur met beperking van het aantal intragroepstransacties en beheerskosten.

7\. De aanvragers bevestigen dat de eigenvermogensbestanddelen van de NV A zullen worden verdeeld in overeenstemming met artikel 213 WIB 92 en met de voorschriften van de fiscale administratie terzake. Dit blijkt ook uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat. Overeenkomstig randnummer 211/56 van de administratieve commentaar op het WIB 92 zullen de kapitaalsubsidies en de daaraan verbonden uitgestelde belastingen binnen de verdeelsleutel van artikel 213 WIB 92 bij voorrang worden toegewezen aan de NV A die de gesubsidieerde activa zal behouden. De aanvragers bevestigen dat de NV A niet beschikt over vrijgestelde reserves waarvoor een herbeleggingsverplichting geldt.

8\. De aanvragers hebben aangetoond dat er geen fiscale motieven aan de basis van de splitsingen liggen:

\- de NV A en de verkrijgende vennootschap NV B zijn winstgevend, hebben een belastbare basis en beschikken niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen;

\- de verkrijgende vennootschap NV B heeft geen vrijgestelde reserves waarvoor eventuele herbeleggingsverplichtingen openstaan, zodat de partiële splitsing er niet toe strekt om de ingevolge de partiële splitsing verkregen activa aan te duiden als herbeleggingsactief ten name van de verkrijgende vennootschap;

\- uit de door de aanvragers verstrekte prognoses blijkt dat de betrokken vennootschappen financieel leefbaar zullen zijn;

\- de aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van de NV A of van de NV B te vervreemden.

9\. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de NV A plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

10\. De verkrijgende vennootschap NV B is een binnenlandse vennootschap.

11\. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de partiële splitsing van de NV A kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

### *III.B. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting*

12\. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

\- met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

\- en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

13\. De partiële splitsing zal plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit waarbij de normale termijn van zeven maanden niet zal worden overschreden.

14\. In het kader van de in randnummer 12.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen of DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). In casu hebben de aanvragers evenwel bevestigd dat de NV A en de NV B niet over fiscaal overdraagbare verliezen of DBI-aftrek beschikken, zodat de boekhoudkundige retroactiviteit een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

15\. Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

### *III.C. Inzake de toepassing van artikel 11 en 18, §3, W.BTW*

16\. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

17\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

18\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

19\. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

20\. De overdrager NV A oefent twee onderscheiden economische activiteiten uit, enerzijds verkoopdiensten en anderzijds productiediensten.

21\. De activa en passiva met betrekking tot de volledige verkoopactiviteit zullen door de NV A worden overgedragen aan de reeds bestaande verkoopentiteit NV B.

22\. Concreet worden volgende activa en passiva overgedragen:

\- de aan deze activiteit toegewezen personeelsleden (zijnde een aantal voltijds tewerkgestelde personeelsleden);

\- kantoormateriaal (zijnde laptops dewelke bijna volledig afgeschreven zijn en aldus verwaarloosbaar in bedrag zijn);

\- de klantencontracten;

\- twee lease contracten voor wagens;

\- de commerciële vorderingen op ten hoogste één jaar die betrekking hebben op de over te dragen activiteit;

\- de commerciële schulden die op deze verkoopactiviteiten betrekking hebben;

\- de vorderingen/schulden die betrekking hebben op het aan NV B over te dragen personeel.

23\. Er kan bijgevolg worden geconcludeerd dat de overdracht van alle bovenvermelde activa en passiva verbonden aan de verkoopactiviteit de overnemer zullen toelaten om een zelfstandige economische activiteit uit te oefenen.

24\. Zo ook wordt de over te dragen overgedragen verkoopactiviteit aangemerkt als een met btw-belaste activiteit die voor de overnemer minstens een gedeeltelijk recht op aftrek doet ontstaan.

25\. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dan ook dat de door de NV A overgedragen verkoopactiviteit op grond van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW noch als een levering van goederen, noch als een levering van diensten wordt beschouwd, aangezien:

\- de overnemer recht op aftrek geniet;

\- de overnemer de activiteiten van de overdrager voortzet; en

\- het een overdracht van een bedrijfsafdeling betreft.

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
