Verbouwde oude gebouwen · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2023.0653 9 januari 2024

Zoeken

Verbouwde oude gebouwenBtw - Verbouwde oude gebouwen - Artikel 44, § 3, 1°, a tweede lid W.BTW

https://juriel.be/nl/rulings/2023-0653-verbouwde-oude-gebouwen-artikel-44-8a49

Nummer
2023.0653
Datum
9 januari 2024

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

57 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2023.0653 d.d. 09.01.2024

BTW · Verbouwde oude gebouwen · Artikel 44, § 3, 1°, a tweede lid W.BTW

Samenvatting

De gemeente X plant een grondige renovatie van een historische hoeve. De hoeve maakt deel uit een groter kasteeldomein.

In een eerste fase wordt de hoeve verbouwd en uitgebreid. In een volgende fase wordt het kasteel gerestaureerd.

De voorliggende aanvraag heeft enkel betrekking op de eerste fase: de verbouwing en uitbreiding van de hoeve.

De aanvrager wenst dat het verbouwde oude gebouw na de verbouwingswerken btw-technisch als nieuw zal worden aangemerkt, en dit op basis van het feit dat de werken ingrijpend en structureel van aard zijn.

Tekst van de beslissing

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De historische site is gelegen nabij het centrum van X.

Ze bestaat uit twee entiteiten.

2. In een eerste fase wordt gebouw 1 verbouwd en uitgebreid. In een volgende fase wordt het kasteel gerestaureerd.

De voorliggende aanvraag heeft enkel betrekking op de eerste fase: de verbouwing en uitbreiding van gebouw 1.

3. De aanvrager verklaart dat de twee entiteiten vandaag niet met elkaar verbonden zijn.

In een tweede fase, bij de realisatie van gebouw 2, worden deze wel met elkaar verbonden. Evenwel zullen, opnieuw volgens de verklaring van de aanvrager, beide entiteiten ten opzichte van elkaar autonoom functioneren.

4. Gebouw 1 krijgt een stevige renovatie en upgrade met hedendaagse uitbreiding.

Onder meer de hiernavolgende ingrepen zullen worden doorgevoerd:

- er wordt een nieuwbouwvolume met een overbrugging van de walgracht bijgeplaatst aan de achterzijde van het gebouw;

- van de bestaande hoevegebouwen worden de funderingen onderscheid met micropalen, de gevels worden geconsolideerd en behandeld tegen opstijgend vocht;

- van de gevelopeningen worden de lintelen vervangen en alle buitenschrijnwerk wordt vernieuwd;

- de houten dakgebinten worden deels terug opgebouwd met recuperatiemateriaal, deels gerestaureerd en deels vernieuwd;

- alle dakbedekkingen worden vernieuwd;

- het brouwershuis wordt voorzien van een glazen overkapping;

- de verdwenen hoektoren wordt eigentijds herbouwd;

- alle technieken in de bestaande gebouwen worden vernieuwd en er worden liften geïnstalleerd voor de toegankelijkheid;

- de interieurafwerking wordt vernieuwd met nieuw pleisterwerk, vloeren, binnenschrijnwerk, trappen …

Bovendien blijkt uit bijkomende berekeningen van de architect dat in totaal 71% van de dragende muren nieuw zullen worden.

II. Vraagstelling

5. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in onderdeel 3 van de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe om bevestiging te verkrijgen dat in de hierna beschreven omstandigheden het project na de hierna bedoelde werken voor btw-doeleinden als nieuw kan worden beschouwd in de zin van artikel 44, §3, 2 d W.BTW.

III. Beslissing

6. De voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van voormelde wet van 24 december 2002 werden nageleefd.

III.A. Kwalificatie als nieuw gebouw voor btw-doeleinden

III.A.1. Juridisch kader

7. Verbouwde oude gebouwen kunnen na de verbouwingswerken in bepaalde gevallen en voor een tweejarige btw-nieuwheidstermijn worden aangemerkt als nieuwe gebouwen waarop de vrijstelling van btw niet van toepassing is.

8. De term ‘verbouwing’ suggereert op zijn minst dat het betrokken gebouw veranderingen van betekenis moet hebben ondergaan, die zijn bedoeld om het gebruik ervan te wijzigen of om de omstandigheden waaronder het wordt betrokken, ingrijpend aan te passen. Deze interpretatie sluit overigens aan bij het doel van de btw-richtlijn 2006/112/EG van 28.11.2006, dat er met name in bestaat een handeling te belasten die de waarde van het betrokken goed beoogt te verhogen. Voor een oud gebouw ontstaat die toegevoegde waarde wanneer het dermate ingrijpend wordt verbouwd dat het op één lijn kan worden gesteld met een nieuw gebouw. (1)


[(1) H.v.J. 16.11.2017, C-308/16, Kozuba, r.o. 32, 52 en 55.]


9. Er zijn twee gevallen waarin de btw-administratie aanvaardt dat verbouwde oude gebouwen na de verbouwingswerken btw-technisch worden aangemerkt als nieuwe gebouwen, namelijk:

i. wanneer een gebouw ingevolge de erin uitgevoerde werken (ongeacht hun kostprijs) een ingrijpende wijziging in zijn wezenlijke elementen heeft ondergaan, namelijk in zijn aard, zijn structuur en, in voorkomend geval, in zijn bestemming (eerste geval, toegepast als verplichting), of;

ii. wanneer op het tijdstip van de voltooiing van de werken de kostprijs, exclusief btw, van de door de eigenaar of door derden voor zijn rekening uitgevoerde materiële werken aan het gebouw zelf, ten minste 60% bereikt van de verkoopwaarde van het gebouw waaraan de werken werden uitgevoerd, de grond buiten beschouwing gelaten (tweede geval, toegepast als optionele tolerantie; waardenorm, geen oppervlaktenorm). (2)


[(2) Btw-Commentaar, editie 01.12.2021, Boekwerk VI, Hoofdstuk 16, Afdeling 1, titel 3, rubriek C]


10. Overeenkomstig het eerste geval zal een bestaand gebouw voor de btw nieuw zijn in het geval dat het oude gebouw als gevolg van de erin uitgevoerde materiële werken een ingrijpende (radicale) wijziging in zijn wezenlijke elementen heeft ondergaan, namelijk in zijn aard, zijn structuur en, in voorkomend geval, in zijn bestemming. In zulk een geval wordt geen rekening gehouden met de kostprijs van de werken vergeleken met de waarde van het gebouw vóór de betreffende wijziging.

Een dergelijke ingrijpende (radicale) wijziging gaat in principe gepaard met werken aan draagmuren, vloeren, traphallen, liftkoker, e.a.

De wijzigingen in de aard en vooral in de structuur dienen bij de beoordeling van het nieuwheidskarakter van het gebouw in aanmerking te worden genomen.

Een bestemmingswijziging, ook al is ze van betekenis, van het betrokken onroerend goed is volgens de rulingdienst op zich geen doorslaggevend criterium om te beoordelen of voor de toepassing van de btw een oud gebouw na de uitvoering van de werken al dan niet als nieuw moet worden aangemerkt.

11. Als de uitgevoerde werken een belangrijke wijziging aan het gebouw aanbrengen, is het vaak moeilijk vast te stellen of het gebouw hierdoor wel een ingrijpende (radicale) wijziging in zijn wezenlijke elementen heeft ondergaan (zoals in het eerste geval).

De btw-administratie aanvaardt in dat geval (het tweede geval) dat het gaat om een nieuw gebouw wanneer de kostprijs, exclusief btw, van de door de eigenaar of door derden voor zijn rekening uitgevoerde werken aan het gebouw zelf, minstens 60% bedraagt van de verkoopwaarde van het gebouw, exclusief de grond, wanneer de werken voltooid zijn. Er wordt hierbij rekening gehouden met de waarde van de ‘materiële’ onroerende werken, inclusief de noodzakelijke afbraakwerken.

Intellectueel werk, zoals de erelonen van een architect of van een veiligheidscoördinator, wordt echter niet meegerekend.

De verkoopwaarde van het afgewerkte gebouw wordt bepaald rekening houdend met artikel 32, eerste lid en artikel 36 W.BTW.

12. In beide gevallen dient de uitgevoerde verbouwing aanleiding te geven tot de wijziging van het kadastraal inkomen dat aan het gebouw was toegekend vóór de aanvang van de werken.

13. Als het gebouw tijdens de verbouwingswerken niet doorlopend in gebruik blijft, zal de btw-nieuwheidstermijn in deze beginnen te lopen vanaf de eerste ingebruikneming of inbezitneming van het gebouw die plaatsvindt na afloop van de werken.

14. Deze verbouwde oude gebouwen (vernieuwbouw) komen ook in aanmerking voor de onroerende verhuur met optionele btw-heffing zoals bepaald in 44, §3, 2 d W.BTW.

III.A.2. Toepassing in casu

15. De voorgenomen werkzaamheden aan de binnen- en buitenkant van het gebouw 1, zoals door de aanvrager hierboven beschreven, zijn structureel en ingrijpend om duidelijk te leiden tot een ingrijpende wijziging in de wezenlijke elementen van de structuur.

Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel III beslist het College van de DVB in zitting van 19 december 2023 dat:

16. gelet op de geplande en hiervoor beschreven onroerende werken en de hiervoor aangehaalde feitelijke omstandigheden, en voor zover de hiervoor bedoelde werken verder ook aanleiding geven tot een aanpassing van het kadastraal inkomen van gebouw 1 van de historische site X, na deze werken in zijn totaliteit voor btw-doeleinden als nieuw kan worden beschouwd;

Aangehaalde teksten

1