---
title: "Voorafgaande beslissing 2023.0363 · Vennootschapsbelasting"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2023.0363 van 4 juli 2023."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2023-0363-vennootschapsbelasting-belastingvrije-inbreng-bedrijfsafdeling-zakelijke-42a5"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling, Zakelijke overwegingen · Vennootschapsbelasting - Belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Meerwaarde op aandelen - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

**Nummer**

2023.0363

**Datum**

4 juli 2023

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

203 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2023.0363 d.d. 04.07.2023

*Vennootschapsbelasting* · *Belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking* · *Meerwaarde op aandelen*

*BTW* · *Overdracht van een bedrijfsafdeling*

## Samenvatting

De inbreng van activiteit A door vennootschap X in een bestaande vennootschap Y waarbij alle specifiek aan deze activiteit verbonden activa, passiva en personeel worden overgedragen, kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, §1, eerste lid, 2°, WIB 92 en kan worden verricht onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92. Deze inbreng dient met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW te gebeuren.

De eventuele meerwaarden die worden gerealiseerd als gevolg van de geplande intra-groepsverkopen van participaties, kunnen worden vrijgesteld van vennootschapsbelasting krachtens artikel 192, § 1, WIB 92 juncto de artikelen 202 en 203 WIB 92.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:

• de meerwaarden die vennootschap Z zal realiseren bij een verkoop van de aandelen van vennootschap Y vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 192, § 1, eerste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92);

• de inbreng van activiteit A van vennootschap X in de bestaande vennootschap Y kwalificeert als de inbreng van een bedrijfsafdeling of van een tak van werkzaamheid in de zin van de artikelen 2, § 1, 6°/2, b) en c) en 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of – ontwijking heeft in de zin van de artikelen 46, § 1, derde lid, 3° en 183bis WIB 92;

• de boekhoudkundige retroactiviteit van de beoogde inbreng voor de toepassing van de vennootschapsbelasting zal worden toegestaan;

• de inbreng van activiteit A van vennootschap X in de bestaande vennootschap Y onder het toepassingsgebied valt van de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, § 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW);

• de meerwaarden die vennootschap X zal realiseren bij een verkoop van de aandelen van vennootschap Z vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92;

• de meerwaarden die vennootschap Z zal realiseren bij een verkoop van de aandelen van vennootschap P vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92;

• de meerwaarden die vennootschap X zal realiseren bij een verkoop van de aandelen van vennootschap Q vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92;

• de meerwaarden die vennootschap X zal realiseren bij een verkoop van de aandelen van vennootschap R vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92.

## II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

2\. De vennootschappen X, Y en Z behoren tot een internationale groep.

3\. Het management van de groep wenst een strategische herziening van de huidige organisatorische en juridische structuur van de groep door te voeren. Het uiteindelijke doel is om na de herstructurering een juridische en organisatorische opdeling te hebben verwezenlijkt tussen afdeling S en afdeling T waarbij afdeling T op termijn zal worden ondergebracht in een nieuw op te richten vennootschap. Dit brengt een aantal voorbereidende herstructureringsstappen met zich mee die thans het voorwerp uitmaken van de aanvraag, waaronder:

## *Stap 1: Intra-groep verkoop participatie in vennootschap X*

4\. Vennootschap Z zal de aangehouden aandelen van vennootschap Y aan marktwaarde verkopen aan vennootschap X. Vennootschap X zal daarna bijgevolg 100% van de aandelen in vennootschap Y aanhouden.

5\. Als gevolg van de intra-groep verkoop van de aandelen van vennootschap Y zal vennootschap Z een vordering op vennootschap X verkrijgen. De vennootschapsgroep heeft echter niet de intentie om openstaande intra-groep vorderingen te creëren als gevolg van de herstructurering. De openstaande vordering zal worden genet met een (interim) dividenduitkering in natura van vennootschap Z aan vennootschap X die zal worden afgezet tegen de openstaande vordering.

## *Stap 2: Inbreng van een bedrijfsafdeling (tak van werkzaamheid) door vennootschap X in vennootschap Y*

6\. In een tweede stap wenst het management van de groep activiteit A binnen vennootschap X via een belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling of van een tak van werkzaamheid in te brengen in vennootschap Y.

## *Stap 3: Intra-groep verkoop participatie in vennootschap Z*

7\. Vervolgens verkoopt vennootschap X de aandelen van vennootschap Z aan marktwaarde aan vennootschap Y. Na deze verkoop zal vennootschap Y hierdoor 100% van de aandelen in vennootschap Z aanhouden.

8\. Als gevolg van de intra-groep verkoop van de aandelen van vennootschap Z zal vennootschap X een vordering op vennootschap Y verkrijgen. Het management heeft niet de intentie om openstaande intra-groep vorderingen te creëren als gevolg van de herstructurering. De openstaande vordering zal via een inbreng in natura worden ingebracht in vennootschap Y.

## *Stap 4: Intra-groep verkoop participatie in vennootschap P*

9\. Vennootschap Z verkoopt de aandelen van vennootschap P aan vennootschap Y. Na deze verkoop zal vennootschap Y hierdoor 100% van de aandelen in vennootschap P aanhouden.

10\. Als gevolg van de intra-groep verkoop van de aandelen van vennootschap P zal vennootschap Z een vordering op vennootschap Y hebben. De openstaande vordering zal worden genet door middel van een (interim) dividenduitkering in natura door vennootschap Z aan vennootschap Y.

## *Stap 5: Intra-groep verkoop participatie in vennootschap Q*

11\. Vennootschap X verkoopt de aandelen van vennootschap Q aan vennootschap Y. Na deze verkoop zal vennootschap Y 100% van de aandelen in vennootschap Q aanhouden.

12\. Als gevolg van de intra-groep verkoop van de aandelen van vennootschap Q zal vennootschap X een vordering op vennootschap Y hebben. Het management heeft niet de intentie om openstaande intra-groep vorderingen te creëren als gevolg van de herstructurering. De openstaande vordering zal via een inbreng in natura worden ingebracht door vennootschap X in vennootschap Y.

## *Stap 6: Intra-groep verkoop participatie in vennootschap R*

13\. Vennootschap X verkoopt de aandelen van vennootschap R aan vennootschap Y. Na deze verkoop zal vennootschap Y 100% van de aandelen in vennootschap R aanhouden.

14\. Als gevolg van de intra-groep verkoop van de aandelen van vennootschap R zal vennootschap X een vordering op vennootschap Y hebben. Het management heeft niet de intentie om openstaande intra-groep vorderingen te creëren als gevolg van de herstructurering. De openstaande vordering zal via een inbreng in natura worden ingebracht door vennootschap X in vennootschap Y.

## III. Beslissing

### *III.A. Betreffende de toepassing van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 op de inbrengverrichting*

15\. Binnen de groep fungeert vennootschap X als holdingvennootschap. De entiteit oefent twee onderscheiden activiteiten uit. De vennootschap heeft tevens eigen personeel voor het uitoefenen van haar taken.

16\. Vennootschap Y wordt als de belangrijkste entiteit binnen de groep beschouwd. De vennootschap produceert en commercialiseert diverse producten. De aandelen van vennootschap Y worden thans aangehouden door de groepsvennootschappen X en Z.

17\. Het management stelt op vandaag vast dat er tussen de productfamilies grote verschillen zijn ontstaan en de verschillende activiteiten binnen vennootschap Y zo ver uit elkaar zijn gegroeid dat een gemeenschappelijke strategie voor alle productfamilies de verdere groei van vennootschap Y en van de groep in de weg staat. Daarom wenst men de organisatorische en juridische structuur van de groep te herzien.

18\. In deze context zullen de productfamilies in twee groepen worden opgedeeld, met name afdeling S en afdeling T. Rond deze productopdeling wenst men verder ook een groepsstructuur te ontwikkelen waarbij er voor zowel afdeling S als voor afdeling T een subholding zal worden gecreëerd onder vennootschap X waarbinnen de eigen beleidslijnen kunnen worden uitgezet.

19\. Om de gewenste groepsstructuur te bekomen zullen vooreerst de aandelen van vennootschap Y door vennootschap Z worden verkocht aan vennootschap X zodat vennootschap X alle aandelen van vennootschap Y zal bezitten. Daarna wenst het management van de groep activiteit A van vennootschap X in te brengen in vennootschap Y.

20\. De betreffende inbrengverrichting vormt een tussenstap om de beoogde finale groepsstructuur te verkrijgen. Na de inbreng van activiteit A in vennootschap Y zullen alle personeelsleden en middelen gerelateerd aan afdeling S en afdeling T zich in vennootschap Y bevinden waarna de voorbereidingen kunnen worden opgestart voor de effectieve opdeling ervan (ook van activiteit A) tussen enerzijds afdeling S en anderzijds afdeling T. Vennootschap X zal na de inbrengverrichting de overkoepelende activiteit B ten behoeve van alle groepsentiteiten (en dus ten behoeve van alle productfamilies) verder uitoefenen.

21\. Om toepassing te kunnen maken van het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92 dient de inbreng een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid dan wel een algemeenheid van goederen te omvatten. Een wettelijke definitie van een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid is opgenomen in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92.

22\. Artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92 definieert de voormelde begrippen als volgt:

b) Inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid: de rechtshandeling waarbij een natuurlijke persoon of een vennootschap, zonder ontbinding, een bedrijfstak overdraagt aan een andere vennootschap tegen een vergoeding die uitsluitend bestaat in aandelen van de verkrijgende vennootschap;

c) Bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid: het geheel van de activa en passiva van een afdeling van een vennootschap dat uit organisatorisch oogpunt een onafhankelijke exploitatie vormt, dat wil zeggen een geheel dat op eigen kracht kan functioneren.

23\. Uit de feiten blijkt dat activiteit A zich onderscheidt van de overige activiteiten binnen vennootschap X.

24\. Zoals blijkt uit de aanvraag omvat de inbreng alle activiteiten, activa, passiva, rechten, verplichtingen en contracten die specifiek betrekking hebben op de in te brengen activiteit A. Daarnaast zullen ook alle personeelsleden die specifiek worden ingezet binnen activiteit A, overgaan naar vennootschap Y waaruit blijkt dat deze activiteit door vennootschap Y zal worden verder gezet. Daarentegen maken het onroerend goed, de deelnemingen, de geldbeleggingen en liquide middelen geen deel uit van de inbreng, aangezien zij niet worden aangewend voor of verbonden zijn met de activiteit A.

25\. De overgedragen bestanddelen zullen vennootschap Y in staat stellen om autonoom en onafhankelijk de activiteit A verder te zetten. Door de principaalfunctie van vennootschap Y zal geen aparte doorrekening plaatsvinden van deze kosten aan de andere groepsentiteiten. Vennootschap Y zal evenwel na de inbreng zelf geen Net-Cost Plus Mark-up meer verschuldigd zijn aan vennootschap X. De aanvragers hebben verklaard dat in dit opzicht de winst van vennootschap Y zal stijgen doordat de vergoeding voor activiteit A aan vennootschap X zal wegvallen.

26\. Uit het voormelde blijkt dat het gaat om een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken. De aanvragers hebben bevestigd dat de inbreng uitsluitend zal worden vergoed in aandelen die het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen zonder opleg in geld.

27\. De geplande inbreng van activiteit A van vennootschap X in de bestaande vennootschap Y betreft derhalve een verrichting die beantwoordt aan de definitie van een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92 juncto artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92.

### *III.B. Betreffende de toepassing van de artikelen 46, §1, derde lid, en 183bis, WIB 92 op de inbrengverrichting*

28\. De inbrengverrichting kadert binnen de strategische keuze om onder vennootschap X een structuur op te zetten waarbij per productengroep, meer bepaald de producten binnen afdeling S enerzijds en de overige producten binnen afdeling T anderzijds, een subholding zal worden gecreëerd waarbinnen de eigen beleidslijnen kunnen worden uitgezet met een eigen management. De aanvragers hebben bevestigd dat de inbrengverrichting geen verlies aan tewerkstelling met zich mee zal brengen.

29\. Uit de fiscale analyse van voorliggende casus is gebleken dat de verrichting niet is ingegeven door fiscale overwegingen:

• de inbrengende vennootschap X is een winstgevende vennootschap die echter over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen (overgedragen DBI-aftrek en overgedragen fiscale verliezen) beschikt;

• deze fiscaal overdraagbare bestanddelen (overgedragen DBI-aftrek en overgedragen fiscale verliezen) van vennootschap X zullen naar aanleiding van de inbrengverrichting niet overgaan naar vennootschap Y;

• de inbrenggenietende vennootschap Y is een winstgevende vennootschap met een belastbare basis en beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen;

• vennootschap X heeft volgens de aanvragers geen gespreid te belasten meerwaarden en kapitaalsubsidies die betrekking hebben op activa behorend tot activiteit A;

• vennootschap X heeft volgens de aanvragers ook geen uitgedrukte maar niet verwezenlijkte meerwaarden, belaste waardeverminderingen op vorderingen, belaste voorzieningen voor risico's en kosten, andere onderschattingen van activa of overschattingen van passiva en afschrijvingsexcedenten;

• de aanvragers hebben bevestigd dat vennootschap Y niet over vrijgestelde reserves beschikt waarop herbeleggingsverplichtingen rusten, zodat de inbrengverrichting er niet strekt om de ingevolge de inbreng verkregen activa aan te duiden als herbelegging ten name van vennootschap Y voor het verkrijgen van een vrijstelling of van een stelsel van gespreide taxatie;

• de aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van vennootschap Y over te dragen.

30\. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de geplande inbreng van activiteit A door vennootschap X in de bestaande vennootschap Y plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

31\. De inbrenggenietende vennootschap is een binnenlandse vennootschap.

32\. Derhalve kan worden besloten dat de geplande inbreng van activiteit A door vennootschap X in de bestaande vennootschap Y kan plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92.

33\. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummer 29.7 niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, §1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing zoals een eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van vennootschap Y. Bij een latere overdracht van deze aandelen is de beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

### *III.C. Betreffende de boekhoudkundige retroactiviteit van de inbrengverrichting op het vlak van de vennootschapsbelasting*

34\. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag, inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

• met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt;

• en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

35\. De voorgenomen inbreng van activiteit A door vennootschap X is gepland met een boekhoudkundige retroactiviteit, waarbij de boekhoudkundige retroactiviteitsperiode niet meer dan zeven maanden zal bedragen.

36\. In het kader van de in randnummer 34.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de overgedragen fiscale verliezen en/of overgedragen DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). Vennootschap X beschikt over overgedragen fiscale verliezen en overgedragen DBI-aftrek. Aangezien de bij de inbrengende vennootschap X aanwezige overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen bij een inbrengverrichting sowieso niet overgaan naar de inbrengverkrijgende vennootschap Y en vennootschap Y zelf niet over dergelijke bestanddelen beschikt, speelt de problematiek van een mogelijke “manipulatie” van de fiscale nettowaarden hier niet.

37\. Derhalve kan worden gesteld dat de retroactiviteitsclausule een correcte toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat en dat de boekhoudkundige retroactiviteit van de voorgenomen inbreng op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

### *III.D. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW op de inbrengverrichting*

38\. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

39\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

40\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

41\. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

42\. Naast het voortzetten van de activiteit is tevens vereist dat de inbrenggenietende entiteit bovendien op autonome wijze de activiteit verderzet.

43\. Verwijzend naar de in de aanvraag beschreven beoogde overdracht door vennootschap X van activiteit A naar de bestaande vennootschap Y dient vastgesteld te worden dat deze laatste de activiteit, zoals voorheen verricht door de inbrengende vennootschap, zal kunnen voortzetten.

44\. Naar aanleiding van de hierboven beschreven overdracht worden alle activa en passiva die verbonden zijn aan activiteit A overgedragen naar de bestaande vennootschap vennootschap Y. De over te dragen bestandsdelen worden uitvoerig beschreven in de aanvraag. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft de overdracht betrekking op een bedrijfstak.

45\. Er kan worden geconcludeerd dat de overdracht van alle activa en passiva verbonden aan activiteit A, de overnemer (de vennootschap Y) zullen toelaten om een zelfstandige economische activiteit uit te oefenen.

46\. De door vennootschap X aan vennootschap Y overgedragen afdeling A wordt aangemerkt als een met btw-belaste activiteit die voor de overnemer minstens een gedeeltelijk recht op aftrek doet ontstaan.

47\. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dan ook dat de van vennootschap X naar vennootschap Y overgedragen activiteit A op grond van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW noch als een levering van goederen, noch als een levering van diensten beschouwd wordt, aangezien:

• de verkrijgende vennootschap Y recht op aftrek zal genieten;

• vennootschap Y de verkregen activiteit A van vennootschap X voortzet; en

• het een overdracht van een bedrijfsafdeling betreft.

### *III.E. Betreffende de toepassing van artikel 192, § 1, WIB 92 op de geplande intra-groep verkopen*

48\. Artikel 192, §1, eerste lid, WIB 92 stelt:

> “De niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde meerwaarden op aandelen verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, zijn eveneens volledig vrijgesteld in de mate dat de eventuele inkomsten van deze aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202 en 203, van de winst te worden afgetrokken \[…\].”

49\. Artikel 202, §, eerste lid en laatste lid, WIB 92 stelt:

> “De in § 1, 1° en 2°, vermelde inkomsten, behalve voor zover deze voortkomen uit de toepassing van artikel 211, § 2, derde lid, of van bepalingen met een gelijkaardig effect in een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, zijn slechts aftrekbaar in zoverre:
>
> 1° op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van deze inkomsten, de vennootschap die de inkomsten verkrijgt in het kapitaal van de vennootschap die ze uitkeert, een deelneming bezit van ten minste 10 % of met een aanschaffingswaarde van ten minste 2.500.000 euro;
>
> 2° deze inkomsten betrekking hebben op aandelen die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom worden of werden behouden.
>
> \[…\]
>
> De in § 1, eerste lid, 1° en 2°, bedoelde inkomsten verkregen uit hoofde van aandelen die verworven zijn krachtens een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten zijn bovendien niet aftrekbaar.”

50\. Artikel 203, §1, eerste lid, WIB 92 stelt:

> “De in artikel 202, § 1, 1° en 2°, vermelde inkomsten zijn bovendien niet aftrekbaar wanneer ze worden verleend of toegekend door:
>
> 1° een vennootschap die niet aan de vennootschapsbelasting of aan een buitenlandse belasting van gelijke aard als die belasting is onderworpen of die gevestigd is in een land waar de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen aanzienlijk gunstiger zijn dan in België of die gevestigd is in een rechtsgebied dat op het einde van het belastbare tijdperk is opgenomen op de EU-lijst van niet coöperatieve rechtsgebieden;
>
> 2° een financieringsvennootschap, een thesaurievennootschap of een beleggingsvennootschap andere dan deze bedoelde onder 2°bis die, alhoewel ze in het land van haar fiscale woonplaats onderworpen is aan een in 1° vermelde belasting, in dat land een belastingregeling geniet die afwijkt van het gemeen recht;
>
> 2°bis een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed, een gereglementeerde vastgoedvennootschap of een buitenlandse vennootschap:
>
> \- waarvan het hoofddoel de verwerving of de bouw van onroerende goederen met het oog op de ter beschikkingstelling aan gebruikers is, of het rechtstreeks of onrechtstreeks aanhouden van deelnemingen in entiteiten met een vergelijkbaar maatschappelijk doel is;
>
> \- die onderworpen is aan beperkingen, die ten minste de verplichting omvat om een deel van zijn inkomen aan zijn aandeelhouders uit te keren;
>
> \- die, alhoewel hij in het land van zijn fiscale woonplaats onderworpen is aan een in 1° vermelde belasting, in dat land een belastingregeling geniet die afwijkt van het gemeen recht;
>
> 3° een vennootschap voor zover de inkomsten die ze verkrijgt, niet zijnde dividenden, hun oorsprong vinden buiten het land van haar fiscale woonplaats en ze in het land van de fiscale woonplaats een afzonderlijke belastingregeling genieten die afwijkt van het gemeen recht;
>
> 4° een vennootschap voor zover ze winsten verwezenlijkt door tussenkomst van een of meer buitenlandse inrichtingen die globaal genomen zijn onderworpen aan een aanslagregeling die aanzienlijk gunstiger is dan in België;
>
> 5° een vennootschap, andere dan een beleggingsvennootschap of een in 2°bis bedoelde vennootschap, die dividenden wederuitkeert die in toepassing van het 1° tot 4°, zelf niet zouden kunnen worden afgetrokken ten belope van ten minst 90 %
>
> 6° een vennootschap in de mate dat die deze inkomsten in aftrek heeft genomen of kan nemen van haar winst;
>
> 7° een vennootschap die inkomsten uitkeert die verbonden zijn met een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen waarvan de administratie, rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden, heeft aangetoond, tenzij bewijs van het tegendeel, dat deze handeling of dit geheel van handelingen kunstmatig is en is opgezet met als hoofddoel of een van de hoofddoelen de aftrek op de in artikel 202, § 1, 1° en 2°, bedoelde inkomsten, de in artikel 266, eerste lid, bedoelde verzaking op deze inkomsten of §n van de voordelen van Richtlijn 2011/96/EU in een andere lidstaat van de Europese Unie te verkrijgen.”

51\. Artikel 203, §1, laatste lid, WIB 92 stelt:

> “Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, worden de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen die van toepassing zijn op vennootschappen gevestigd in een Lidstaat van de Europese Unie geacht niet aanzienlijk gunstiger te zijn dan in België.”

52\. Artikel 203, §2, laatste lid, WIB 92 stelt:

> “Voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, 7°, wordt een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen als kunstmatig beschouwd voor zover zij niet is opgezet op grond van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen.”

#### III.E.1. Verkoop van de aandelen van vennootschap Y door vennootschap Z

53\. De aandelen van vennootschap Y worden momenteel aangehouden door vennootschap X en door vennootschap Z.

54\. Vennootschap Z zal in stap 1 van de herstructurering de door haar aangehouden aandelen van vennootschap Y aan marktwaarde verkopen aan vennootschap X, waarna vennootschap X alle aandelen van vennootschap Y zal aanhouden. Bij de verkoop zou vennootschap Z een meerwaarde realiseren. De aanvragers stellen dat bij het bepalen van de meerwaarde rekening zal worden gehouden met de kosten van vervreemding conform artikel 43 WIB 92.

55\. Als gevolg van de verkoop van deze aandelen zal vennootschap Z een vordering op vennootschap X verkrijgen. Groep X heeft niet de intentie om openstaande intra-groep vorderingen te creëren, waarbij de vordering zal worden genet met een (interim) dividenduitkering in natura van vennootschap Z aan vennootschap X die zal worden afgezet tegen de openstaande vordering.

56\. De aanvragers delen mee dat, aangezien vennootschap X reeds meer dan 1 jaar ononderbroken meer dan 10% van de aandelen van vennootschap Z aanhoudt, voldaan is aan de voorwaarden om een vrijstelling tot inhouding van roerende voorheffing te bekomen op basis van artikel 106, §6, tweede lid, KB/WIB 92. De attestatieverplichting in de zin van artikel 117, §5 en §5bis, KB/WIB 92 zou worden gerespecteerd door elk van de uitkerende en ontvangende vennootschappen.

57\. Voor wat de dividenduitkering van vennootschap Z aan vennootschap Y betreft, delen de aanvragers mee dat niet voldaan is aan de voorwaarden om toepassing te kunnen maken van de vrijstelling van roerende voorheffing (doch dat vennootschap Y de roerende voorheffing zou verrekenen in de vennootschapsbelasting).

58\. Sedert jaren houdt vennootschap Z haar participatie in de vennootschap Y in volle eigendom aan. De aanvragers stellen dat de inkomsten verkregen uit hoofde van de aandelen van vennootschap Y niet verkregen zijn uit een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten.

59\. Uit de verklaringen van de aanvragers blijkt dat de uitsluitingsbepalingen van artikel 203, §1, eerste lid, 1° tot en met 6°, WIB 92 niet van toepassing zijn aangezien:

• vennootschap Y in België gevestigd is en onderworpen is aan de Belgische gemeenrechtelijk vennootschapsbelasting van 25%;

• vennootschap Y geen financierings-, beleggings- en thesaurievennootschap is die een belastingregeling geniet die afwijkt van het gemeen recht;

• vennootschap Y een Belgische vennootschap is die niet kwalificeert als een vastgoedvennootschap;

• geen van de inkomsten die vennootschap Y genereert uit haar activiteit buitenlandse inkomsten betreffen die in België genieten van een afzonderlijk belastingregime dat afwijkt van het gemeen recht. Vennootschap Y is onderworpen aan de Belgische gemeenrechtelijke vennootschapsbelasting;

• vennootschap Y niet over vaste inrichtingen buiten België beschikt en dan ook geen winsten verwezenlijkt door tussenkomst van één of meer buitenlandse inrichtingen;

• de dividenden die zouden worden uitgekeerd door de dochterondernemingen van vennootschap Y niet onder het toepassingsgebied van één van de uitsluitingsgronden vermeld in artikel 203, §1, eerste lid, 1° tot en met 4°, WIB 92 vallen;

• de dividenden uitgekeerd door vennootschap Y geenszins aftrekbaar zijn van de winst die zij realiseert.

60\. Voor wat betreft de toepassing van artikel 203, §1, eerste lid, 7°, WIB 92 kan verwezen worden naar randnummer 89 ev.

#### III.E.2. Verkoop van de aandelen van vennootschap Z door vennootschap X

61\. De aandelen van vennootschap Z worden momenteel aangehouden door vennootschap X en door vennootschap Y.

62\. Vennootschap X zal in stap 3 van de herstructurering de door haar aangehouden aandelen van vennootschap Z aan marktwaarde verkopen aan vennootschap Y, waarna vennootschap Y alle aandelen van vennootschap Z zal aanhouden. Bij de verkoop zou vennootschap X een meerwaarde realiseren. De aanvragers stellen dat bij het bepalen van de meerwaarde rekening zal worden gehouden met de kosten van vervreemding conform artikel 43 WIB 92.

63\. Als gevolg van de verkoop van vennootschap Z zal vennootschap X een vordering op vennootschap Y verkrijgen. Het management heeft niet de intentie om openstaande intra-groep vorderingen te creëren, waarbij de openstaande vordering via een inbreng in natura zal worden ingebracht in vennootschap Y.

64\. Sedert jaren houdt vennootschap X meer dan 10% van de aandelen van vennootschap Z in volle eigendom aan. De aanvragers stellen dat de inkomsten verkregen uit hoofde van de aandelen van vennootschap Z niet verkregen zijn uit een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten.

65\. Uit de verklaringen van de aanvragers blijkt dat de uitsluitingsbepalingen van artikel 203, §1, eerste lid, 1° tot en met 6°, WIB 92 niet van toepassing zijn aangezien:

• vennootschap Z in België gevestigd is en onderworpen is aan de Belgische gemeenrechtelijk vennootschapsbelasting van 25%;

• vennootschap Z geen financierings-, beleggings- en thesaurievennootschap is die een belastingregeling geniet die afwijkt van het gemeen recht;

• vennootschap Z een Belgische vennootschap is die niet kwalificeert als een vastgoedvennootschap;

• vennootschap Z uit haar activiteit geen buitenlandse inkomsten genereert die in België genieten van een afzonderlijk belastingregime dat afwijkt van het gemeen recht. Vennootschap Z is onderworpen aan de Belgische gemeenrechtelijke vennootschapsbelasting;

• vennootschap Z niet over vaste inrichtingen buiten België beschikt en dan ook geen winsten verwezenlijkt door tussenkomst van één of meer buitenlandse inrichtingen;

• de dividenden die zouden worden uitgekeerd door de dochteronderneming van vennootschap Z niet onder het toepassingsgebied van één van de uitsluitingsgronden vermeld in artikel 203, §1, eerste lid, 1° tot en met 4°, WIB 92 vallen;

• de dividenden uitgekeerd door vennootschap Z zijn geenszins aftrekbaar van de winst die zij realiseert.

66\. Voor wat betreft de toepassing van artikel 203, §1, eerste lid, 7°, WIB 92 kan verwezen worden naar randnummer 89 ev.

#### III.E.3. Verkoop van de aandelen van vennootschap P door vennootschap Z

67\. De aandelen van vennootschap P worden momenteel voor 100% aangehouden door vennootschap Z.

68\. Vennootschap Z zal in stap 4 van de herstructurering de door haar aangehouden aandelen van vennootschap P aan marktwaarde verkopen aan vennootschap Y. Hierdoor zal vennootschap Y een deelneming bekomen in vennootschap P ten belope van 100%. Bij de verkoop van de deelneming zal vennootschap Z eventueel een meerwaarde realiseren. De aanvragers stellen dat bij het bepalen van de meerwaarde rekening zal worden gehouden met de kosten van vervreemding conform artikel 43 WIB 92.

69\. Als gevolg van de verkoop van vennootschap P zal vennootschap Z een vordering op vennootschap Y hebben. De openstaande vordering zal worden genet door middel van een (interim) dividenduitkering in natura door vennootschap Z aan vennootschap Y.

70\. De aanvragers stellen dat vennootschap Y, na stap 3 van de herstructurering, 100% van de aandelen van vennootschap Z vanaf de aankoopdatum voor minstens één jaar ononderbroken zal aanhouden.

71\. De aanvragers delen mee dat het dividend dat vennootschap Z zal uitkeren aan vennootschap Y vrijgesteld zou zijn van roerende voorheffing in toepassing van artikel 106, §6, KB/WIB 92. Gelet op het ogenblik van de toekenning van de dividenden de bezitsduur van ten minste één jaar nog niet bereikt is, zal vennootschap Y aan vennootschap Z een attest overhandigen welke melding maakt van:

• de datum vanaf wanneer ononderbroken de minimumdeelneming wordt aangehouden;

• de verbintenis dat die minimumdeelneming zal worden behouden tot de bezitsduur van ten minste één jaar wordt bereikt en dat dit feit onmiddellijk ter kennis van de dochteronderneming zal worden gebracht;

• de verbintenis dat onverwijld aan de dochteronderneming zal worden medegedeeld indien voor het einde van de termijn van één jaar de deelneming beneden de grens is gedaald.

72\. Vennootschap Z verbindt zich volgens de aanvragers op het ogenblik van de toekenning van de dividenden op die dividenden ten voorlopige titel een bedrag in te houden dat overeenstemt met de roerende voorheffing die daarop in de regel verschuldigd zou zijn en dit bedrag ten definitieve titel roerende voorheffing te zullen betalen, indien door vennootschap Y niet voldaan wordt aan de voorwaarde dat de minimumdeelneming gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar moet zijn behouden.

73\. Sedert jaren houdt vennootschap Z 100% van de aandelen van vennootschap P in volle eigendom aan. De aanvragers stellen dat de inkomsten verkregen uit hoofde van de aandelen van vennootschap P niet verkregen zijn uit een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten.

74\. Uit de verklaringen van de aanvragers blijkt dat de uitsluitingsbepalingen van artikel 203, §1, eerste lid, 1° tot en met 6°, WIB 92 niet van toepassing zijn aangezien:

• vennootschap P gevestigd is in de EU en onderworpen is aan de gemeenrechtelijke buitenlandse vennootschapsbelasting van 21%;

• vennootschap P geen financierings-, beleggings- en thesaurievennootschap is die een belastingregeling geniet die afwijkt van het gemeen recht;

• vennootschap P een vennootschap is die niet kwalificeert als een vastgoedvennootschap;

• vennootschap P uit haar activiteit geen buitenlandse inkomsten genereert die genieten van een afzonderlijk belastingregime dat afwijkt van het gemeen recht;

• vennootschap P niet over vaste inrichtingen beschikt en dan ook geen winsten verwezenlijkt door tussenkomst van één of meer buitenlandse inrichtingen;

• vennootschap P geen dochtervennootschappen bezit;

• de dividenden uitgekeerd door vennootschap P geenszins aftrekbaar zijn van de winst die zij realiseert.

75\. Voor wat betreft de toepassing van artikel 203, §1, eerste lid, 7°, WIB 92 kan verwezen worden naar randnummer 89 ev.

#### III.E.4. Verkoop van de aandelen van vennootschap Q door vennootschap X

76\. De aandelen van vennootschap Q worden momenteel voor 100% aangehouden door vennootschap X.

77\. Vennootschap X zal in stap 5 van de herstructurering de door haar aangehouden aandelen van vennootschap Q aan marktwaarde verkopen aan vennootschap Y. Hierdoor zal vennootschap Y een deelneming bekomen in vennootschap Q ten belope van 100%. Bij de verkoop van de deelneming zal vennootschap X een meerwaarde realiseren. De aanvragers stellen dat bij het bepalen van de meerwaarde rekening zal worden gehouden met de kosten van vervreemding conform artikel 43 WIB 92.

78\. Vennootschap X heeft in het verleden een waardevermindering geboekt op de aanschaffingswaarde, waarbij deze waardevermindering in de verworpen uitgaven opgenomen zou zijn, zodat de fiscale verwezenlijkte meerwaarde het positieve verschil is tussen de (te) ontvangen verkoopwaarde (verminderd met de kosten van vervreemding) en de aanschaffingswaarde ervan verminderd met de voorheen aangenomen waardeverminderingen.

79\. Als gevolg van de intra-groep verkoop van vennootschap Q zal vennootschap X een vordering op vennootschap Y hebben. Het management heeft niet de intentie om openstaande intra-groep vorderingen te creëren als gevolg van de herstructurering, waarbij de openstaande vordering via een inbreng in natura zal worden ingebracht door vennootschap X in vennootschap Y.

80\. Sedert jaren houdt vennootschap X 100% van de aandelen van vennootschap Q in volle eigendom aan. De aanvragers stellen dat de inkomsten verkregen uit hoofde van de aandelen van vennootschap Q niet verkregen zijn uit een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten.

81\. Uit de verklaringen van de aanvragers blijkt dat de uitsluitingsbepalingen van artikel 203, §1, eerste lid, 1° tot en met 6°, WIB 92 niet van toepassing zijn aangezien:

• vennootschap Q fiscaal inwoner van land Q is en onderworpen is aan een nominaal belastingtarief;

• vennootschap Q geen financierings-, beleggings- en thesaurievennootschap is die een belastingregeling geniet die afwijkt van het gemeen recht;

• vennootschap Q een vennootschap is die niet kwalificeert als een vastgoedvennootschap;

• vennootschap Q uit haar activiteit geen buitenlandse inkomsten genereert die genieten van een afzonderlijk belastingregime dat afwijkt van het gemeen recht;

• vennootschap Q niet over vaste inrichtingen beschikt en dan ook geen winsten verwezenlijkt door tussenkomst van één of meer buitenlandse inrichtingen;

• de dividenden die zouden worden uitgekeerd door de dochterondernemingen van vennootschap Q niet onder het toepassingsgebied van één van de uitsluitingsgronden vermeld in artikel 203, §1, eerste lid, 1° tot en met 4°, WIB 92 vallen;

• de dividenden uitgekeerd door vennootschap Q geenszins aftrekbaar zijn van de winst die zij realiseert.

82\. Voor wat betreft de toepassing van artikel 203, §1, eerste lid, 7°, WIB 92 kan verwezen worden naar randnummer 89 ev.

#### III.E.5. Verkoop van de aandelen van vennootschap R door vennootschap X

83\. De aandelen van vennootschap R worden momenteel voor 100% aangehouden door vennootschap X.

84\. Vennootschap X zal in stap 6 van de herstructurering de door haar aangehouden aandelen van vennootschap R aan marktwaarde verkopen aan vennootschap Y. Hierdoor zal vennootschap Y een deelneming bekomen in vennootschap R ten belope van 100%. Bij de verkoop van de deelneming zal vennootschap X een meerwaarde realiseren. De aanvragers stellen dat bij het bepalen van de meerwaarde rekening zal worden gehouden met de kosten van vervreemding conform artikel 43 WIB 92.

85\. Als gevolg van de intra-groep verkoop van vennootschap R zal vennootschap X een vordering op vennootschap Y hebben ten belope van de verkoopprijs. Het management heeft niet de intentie om openstaande intra-groep vorderingen te creëren als gevolg van de herstructurering, waarbij de openstaande vordering via een inbreng in natura zal worden ingebracht door vennootschap X in vennootschap Y.

86\. Sedert jaren houdt vennootschap X 100% van de aandelen van vennootschap R in volle eigendom aan. De aanvragers stellen dat de inkomsten verkregen uit hoofde van de aandelen van vennootschap R niet verkregen zijn uit een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten.

87\. Uit de verklaringen van de aanvragers blijkt dat de uitsluitingsbepalingen van artikel 203, §1, eerste lid, 1° tot en met 6°, WIB 92 niet van toepassing zijn aangezien:

• vennootschap R gevestigd is in de EU en onderworpen is aan de gemeenrechtelijke vennootschapsbelasting;

• vennootschap R geen financierings-, beleggings- en thesaurievennootschap is die een belastingregeling geniet die afwijkt van het gemeen recht;

• vennootschap R een vennootschap is die niet kwalificeert als een vastgoedvennootschap;

• vennootschap R uit haar activiteit geen buitenlandse inkomsten genereert die genieten van een afzonderlijk belastingregime dat afwijkt van het gemeen recht;

• vennootschap R een buitenlandse inrichting heeft. Zowel de vennootschap als de vaste inrichting zijn gelegen in de Europese Unie. De buitenlandse inrichting is volgens de aanvragers gemeenrechtelijk belast en geniet aldaar niet van een afwijkend belastingregime;

• vennootschap R geen dochtervennootschappen bezit;

• de dividenden uitgekeerd door vennootschap R geenszins aftrekbaar zijn van de winst die zij realiseert.

88\. Voor wat betreft de toepassing van artikel 203, §1, eerste lid, 7°, WIB 92 kan verwezen worden naar randnummer 89 ev.

#### III.E.6. Antimisbruikbepaling DBI – artikel 203, §1, eerste lid, 7°, WIB 92

89\. Net zoals dit het geval is voor de inbrengverrichting uit stap 2, kaderen de geplande intra-groep verkopen binnen de strategische keuze van groep X om onder vennootschap X een structuur op te zetten waarbij per productenafdeling, i.c. afdeling S enerzijds en afdeling T anderzijds, een subholding zal worden gecreëerd die op haar beurt alle participaties in de groepsvennootschappen actief binnen de betreffende productenafdeling, zal aanhouden.

90\. De geplande verkooptransacties van aandelen van vennootschap Y (stap 1), vennootschap Z (stap 3), vennootschap P (stap 4), vennootschap Q (stap 5) en vennootschap R (stap 6) worden volgens de aanvragers doorgevoerd om de gewenste groepsstructuur te bekomen waarbij de opsplitsing tussen afdeling S en afdeling T ook effectief binnen de hele groep X kan worden doorgetrokken.

91\. De individuele verkopen van de aandelen zouden volgens de aanvragers losstaan van elkaar waardoor de groep verkooptransactie per verkooptransactie rekening kan houden met de van toepassing zijnde regelgeving en dit voor meer duidelijkheid en meer flexibiliteit zorgt in het doorvoeren van de herstructurering in zijn geheel.

92\. Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat de voorgenomen intra-groep verkopen verantwoord zijn door geldige zakelijke motieven die de economische realiteit weerspiegelen in de zin van artikel 203, §1, eerste lid, 7°, WIB 92.

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
