---
title: "Voorafgaande beslissing 2023.0357 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2023.0357 van 4 juli 2023."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2023-0357-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-b455"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · VENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of -ontwijking - PERSONENBELASTING - Meerwaarde op aandelen - Divers inkomen - Normaal beheer privévermogen - Inbreng van aandelen - Antimisbruikbepaling - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling - Overdracht van aandelen - REGISTRATIERECHTEN - Inbreng van roerende - goederen

**Nummer**

2023.0357

**Datum**

4 juli 2023

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

87 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2023.0357 d.d. 04.07.2023

*VENNOOTSCHAPSBELASTING* · *Belastingneutrale partiële splitsing* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of -ontwijking*

*PERSONENBELASTING* · *Meerwaarde op aandelen* · *Divers inkomen* · *Normaal beheer privévermogen* · *Inbreng van aandelen* · *Antimisbruikbepaling*

*BTW* · *Overdracht van een bedrijfsafdeling* · *Overdracht van aandelen*

*REGISTRATIERECHTEN* · *Inbreng van roerende goederen*

## Samenvatting

De partiële splitsing van vennootschap A, waarbij enerzijds haar exploitatieactiviteit zal worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap B en anderzijds haar deelnemingen zullen worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap C, terwijl haar vastgoedactiviteit in A zal behouden blijven, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183*bis* WIB 92 en kan plaatsvinden onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

De voormelde overdracht van de exploitatieactiviteit valt onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw en de voormelde overdracht van de deelnemingen valt onder het toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 10°, W.Btw.

De partiële splitsing valt onder het toepassingsgebied van artikel 115 van het federale Wetboek der Registratie‑, Hypotheek- en Griffierechten.

De op de partiële splitsing volgende inbreng door de aandeelhouders van vennootschap A van hun aandelen A (na partiële splitsing), B en D in holdingvennootschap C, kwalificeert als een normale verrichting van het beheer van privévermogen zodat de meerwaarde niet zal belast worden als divers inkomen in de zin van de artikelen 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste streepje, WIB 92.

De keuze voor het geheel van de voorgenomen verrichtingen (partiële splitsing gevolgd door een inbreng van aandelen) is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en maakt derhalve geen fiscaal misbruik uit als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:

•de partiële splitsing van vennootschap A waarbij enerzijds haar operationele activiteit en anderzijds haar deelnemingen worden overgedragen aan twee nog op te richten vennootschappen, hierna vennootschap B en vennootschap C genaamd, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183*bis* van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, WIB 92;

•de voormelde partiële splitsing in toepassing van de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11), [18, § 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), en [44, § 3, 10°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.Btw) met vrijstelling van BTW kan plaatsvinden;

•de voormelde partiële splitsing geen aanleiding geeft tot verschuldigdheid van registratierechten overeenkomstig artikel 115 van het federale Wetboek der Registratie-, Hypotheek-, en Griffierechten (hierna Fed.W.Reg.);

•de inbreng door de heer X en mevrouw Y van hun aandelen A (na partiële splitsing), B en D in de nieuwe vennootschap C, kan beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van privévermogen, zodat de meerwaarden niet belast zullen worden op grond van artikel 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste streepje, WIB 92;

•de voormelde verrichtingen zijn ingegeven door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen zoals bedoeld in artikel 344, § 1, WIB 92.

## II. Omschrijving van de verrichtingen

**2.** Vennootschap A is een familiale vennootschap waarvan de aandelen op één na in bezit zijn van de heer X. Mevrouw Y bezit het overige aandeel. Vennootschap A houdt op haar beurt alle aandelen aan van de vennootschappen E, F en G. Naast deze holdingactiviteit heeft vennootschap A eveneens een vastgoedactiviteit en een exploitatieactiviteit (activiteit 1). Vennootschap E heeft eveneens een exploitatieactiviteit (activiteit 2), terwijl de recent verworven of opgerichte vennootschappen F en G elk een andere soort vastgoedactiviteit heeft. De heer X bezit eveneens alle aandelen van vennootschap D, op één aandeel na, dat in handen is van mevrouw Z. Vennootschap D heeft een dienstverlenende activiteit ten behoeve van de vennootschappen A en E.

**3.** Met het oog op het onderbrengen van de verschillende activiteiten van de familiale groep in afzonderlijke vennootschappen en het centraliseren van deze vennootschappen onder een overkoepelende holdingvennootschap, zal in eerste instantie een partiële splitsing van vennootschap A plaatsvinden, waarbij activiteit 1 zal worden overgedragen aan de nog op te richten vennootschap B en haar deelnemingen in de vennootschappen E, F en G samen met de daarmee verband houdende schulden zullen worden overgedragen aan de nog op te richten vennootschap C, welke verder dienst zal doen als centrale holding. De vastgoedactiviteit zal behouden blijven in vennootschap A. Naar aanleiding van de partiële splitsing zullen nieuwe aandelen B en C worden uitgegeven aan de aandeelhouders van vennootschap A, zijnde de heer X en mevrouw Y.

**4.** De geplande partiële splitsing is een verrichting die beantwoordt aan de definitie van een met een splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), 1), WIB 92.

**5.** Vervolgens zullen de heer X en mevrouw Y de aandelen A (na partiële splitsing) en de uit de voormelde partiële splitsing verkregen aandelen B inbrengen in de naar aanleiding van de partiële splitsing ontstane vennootschap C. De heer X zal tevens zijn aandelen D inbrengen in vennootschap C.

## III. Beslissing

### *III.A. Wat betreft de toepassing van de artikelen 183bis en 211, § 1, WIB 92 op de partiële splitsing*

**6.** Door de geplande partiële splitsing zullen de verschillende activiteiten van vennootschap A, met name de operationele activiteit (activiteit 1), de holdingactiviteit en de vastgoedactiviteit in aparte vennootschappen worden ondergebracht.

**7.** Door het onderbrengen van de activiteit 1 in vennootschap B en van de deelnemingen in holding C zullen deze niet langer vermengd zijn met de activa en passiva van de vastgoedactiviteit die binnen vennootschap A zal worden verdergezet en waarvoor een personeelslid dat nu binnen vennootschap E actief is in vennootschap A zal worden tewerkgesteld. Activiteit 1, die in vennootschap B zal worden ondergebracht, functioneert binnen vennootschap A nu reeds volledig autonoom, zowel financieel (eigen inkomsten) als organisatorisch (eigen personeelslid dat na de partiële splitsing bij vennootschap B zal worden tewerkgesteld).

**8.** Na de partiële splitsing zal elk van deze activiteiten verder afzonderlijk en op de meest optimale manier kunnen worden uitgebouwd in aparte vennootschappen en wordt een eventuele instap van medewerkers of van derde partijen/investeerders in bepaalde activiteiten/vennootschappen mogelijk gemaakt. Tevens wordt het ondernemingsrisico van de operationele activiteiten onttrokken aan het vastgoed. De aanvragers hebben in dit verband bevestigd dat er op heden geen hangende claims of lopende gerechtelijke procedures zijn, zodat de afsplitsing van de operationele activiteit en van de deelnemingen niet tot doel heeft om zich te onttrekken aan bepaalde toekomstige financiële verplichtingen.

**9.** De aanvragers hebben bevestigd dat het personeelslid dat thans wordt tewerkgesteld binnen vennootschap A zal worden toegewezen aan vennootschap B, terwijl een personeelslid werkzaam binnen vennootschap E na de partiële splitsing zal worden overgeheveld naar vennootschap A ten dienste van de vastgoedactiviteit. Ook bij vennootschap C zal ondersteunend personeel worden tewerkgesteld, waaruit blijkt dat de activiteiten van de partieel gesplitste vennootschap bij voortduur zullen worden verdergezet door de verkrijgende vennootschappen.

**10.** Tevens werd bevestigd dat na de partiële splitsing een marktconforme vergoeding zal worden aangerekend door vennootschap A voor het gebruik van het bedrijfsvastgoed door vennootschap B.

**11.** Door de aanvragers werd bevestigd dat bij de verdeling van de eigen vermogensbestanddelen ingevolge de partiële splitsing rekening zal worden gehouden met de toepassing van artikel 213, WIB 92 en met de voorschriften van de fiscale administratie terzake. Volgens de aanvragers zou vennootschap A evenwel niet beschikken over vrijgestelde reserves.

**12.** Vennootschap A is winstgevend en beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Aangezien de verkrijgende vennootschappen nieuw op te richten vennootschappen zijn, beschikken zij evenmin over dergelijke bestanddelen.

**13.** Door de aanvragers werd aangetoond dat zowel vennootschap A als de vennootschappen B en C na de partiële splitsing financieel leefbaar zullen zijn.

**14.** De aanvragers hebben bevestigd dat, behoudens de inbreng van de aandelen A (na partiële splitsing) en B in vennootschap C, er geen intentie bestaat om de aandelen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen over te dragen.

**15.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van A zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92.

**16.** De aanvragers hebben bevestigd dat de verkrijgende vennootschappen B en C binnenlandse vennootschappen zullen zijn.

**17.** Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de geplande partiële splitsing van vennootschap A kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

### *III.B. Wat betreft de toepassing van de artikelen 11, 18, § 3 en 44, § 3, 10°, W.Btw op de partiële splitsing*

**18.** Overeenkomstig artikel 11 W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

**19.** Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, § 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, § 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid‑Staten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

**20.** In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

**21.** De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

**22.** In onderhavige aanvraag betekent dit concreet dat vennootschap A haar activiteit 1 zal overdragen aan een nieuw op te richten vennootschap B.

**23.** Toetsend aan onderhavige casus dient gesteld dat naar aanleiding van de hierboven beschreven overdracht alle activa en passiva die verbonden zijn aan deze activiteit zullen overgaan naar de nog op te richten vennootschap B. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze overdracht betrekking op een bedrijfsafdeling. De bestaande autonome economische activiteit 1 van vennootschap A zal uiteindelijk worden voortgezet door de nog op te richten vennootschap B.

**24.** Hierbij dient te worden opgemerkt dat de overdracht in de btw-aangifte, conform de administratieve instructies betreffende een overdracht bij toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw, moet worden verwerkt.

**25.** De aanvrager verklaart dat de nieuw op te richten vennootschap B een btw‑belastingplichtige zal zijn die, in de mate dat er btw zou verschuldigd zijn op de overdrachten, recht op btw‑aftrek heeft.

**26.** Derhalve kan worden besloten dat de overdracht van activiteit 1 in het kader van de partiële splitsing van vennootschap A onder de toepassing valt van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

**27.** Vennootschap A zal tevens ook haar deelnemingen in de vennootschappen E, F en G overdragen aan de nieuw op te richten holdingvennootschap C.

**28.** Artikel 44, § 3, 10°, W.Btw bepaalt dat handelingen inzake aandelen van btw vrijgesteld zijn. Desbetreffende overdracht van aandelen valt onder het toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 10°, W.Btw en wordt dan ook aangemerkt als een van btw vrijgestelde handeling.

### *III.C. Wat betreft de toepassing van artikel 115 Fed.W.Reg. op de partiële splitsing*

**29.** Uit de door de aanvrager meegedeelde info en het voorgelegde ontwerp van de splitsingsstaat blijkt dat bij de partiële splitsing van vennootschap A enkel roerende goederen worden overgedragen aan de vennootschappen B en C.

**30.** Artikel 115, federaal W. Reg. bepaalt dat aan een recht van 0% wordt onderworpen de inbreng van roerende goederen in burgerlijke of handelsvennootschappen waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid‑Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, onverschillig of de inbreng bij de oprichting van de vennootschap of naderhand plaats heeft. Het recht wordt vereffend op het totaalbedrag van de inbrengen. Aangezien vennootschappen B en C als Belgische handelsvennootschappen voldoen aan de nationaliteitsvereiste, is er een zuivere toepassing van artikel 115 Fed.W.Reg.

**31.** Bijgevolg kan worden gesteld dat de verrichting zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115, Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167, Fed.W.Reg.

**32.** Voor de toepassing van de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

**33.** De DVB spreekt zich met deze beslissing niet uit over de bepalingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF).

### *III.D. Wat betreft de toepassing van artikel 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste streepje, WIB 92 op de inbreng van aandelen*

**34.** Na de partiële splitsing zullen de heer X en mevrouw Y alle aandelen die zij bezitten in de vennootschappen A (na partiële splitsing), B en D inbrengen in de naar aanleiding van de partiële splitsing ontstane vennootschap C. De geplande inbrengverrichting vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, WIB 92.

**35.** De in te brengen aandelen behoren tot het privévermogen van de aanvragers-natuurlijke personen.

**36.** De geplande inbrengverrichting kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van het privévermogen in de zin van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, WIB 92:

**36.1.** de aanvragers-natuurlijke personen zijn in bezit gekomen van de aandelen A (na partiële splitsing) en D bij de oprichting van de vennootschappen meerdere jaren geleden. De aandelen B zullen zij verkrijgen naar aanleiding van de aan de inbreng voorafgaande partiële splitsing van vennootschap A;

**36.2.** het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

**36.3.** door de inbreng volgend op de partiële splitsing van vennootschap A worden de verschillende activiteiten van de groep in afzonderlijke vennootschappen gecentraliseerd onder een overkoepelende holdingvennootschap C met het oog op de versteviging van de structuur en de kredietwaardigheid. Tevens zullen binnen vennootschap C in het kader van kostenefficiëntie een aantal intra-groepsdiensten worden gecentraliseerd. Tenslotte wordt met de centrale structuur reeds gedacht aan de toekomstige successieplanning, waarbij wordt vermeden dat bij een plots overlijden de aandelen van de verschillende vennootschappen versnipperd zouden raken en waarbij in de holding in een opvolgende bestuursregeling kan worden voorzien die de continuïteit van de groep bij een overlijden kan verzekeren;

**36.4.** de meerwaarde die bij de aandelenoverdrachten zal worden gerealiseerd, is gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico’s niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1°, WIB 92.

**37.** De DVB spreekt zich in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, WIB 92 en de toepassing van de antimisbruikbepaling voorzien in artikel 344, § 1, WIB 92 ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, inzonderheid de latere inbreng of verkoop van de aandelen C in of aan een nieuwe of bestaande vennootschap.

### *III.E. Wat betreft de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92 op het geheel van de verrichtingen*

**38.** In het kader van de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92, wordt verwezen naar artikel 184, vierde lid, WIB 92 dat luidt als volgt:

> “In geval van een inbreng van aandelen waarvoor de meerwaarden ofwel zijn vrijgesteld krachtens artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, en niet vallen onder de vrijstelling van meerwaarden op aandelen bepaald in artikel 192, ofwel niet belastbaar zijn overeenkomstig artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, of artikel 228, § 2, 9°, h, is het gestort kapitaal naar aanleiding van ruil van nieuwe aandelen uitgegeven door de inbrengverkrijgende vennootschap gelijk aan de aanschaffingswaarde van de ingebrachte aandelen in hoofde van de inbrenger. Bij gebreke hieraan, wordt het gestort kapitaal geacht overeen te stemmen met de waarde van het gestort kapitaal dat door de ingebrachte aandelen wordt vertegenwoordigd, in het totaal gestort kapitaal van de vennootschap waarvan ze de vertegenwoordiging zijn. Voor het overige wordt deze inbreng als een belaste reserve aangemerkt.”

**39.** Enkele jaren geleden heeft de heer X zijn aandelen E tegen werkelijke waarde ingebracht in vennootschap A. Naar aanleiding van deze inbreng werd het maatschappelijk kapitaal van vennootschap A verhoogd. In toepassing van voormeld artikel 184, vierde lid, WIB 92 werd n.a.v. die inbreng slechts een bijkomend fiscaal gestort kapitaal gevormd ten belope van de aanschaffingswaarde van de ingebrachte aandelen E in hoofde van de heer X die tevens overeenstemde met het gestort kapitaal dat de (totaliteit van de) ingebrachte aandelen E op dat ogenblik vertegenwoordigde. Voor het overige werd de inbreng van de aandelen E in vennootschap A als een belaste reserve in kapitaal aangemerkt. Voor het bepalen van de (huidige) aanschaffingswaarde van de aandelen A na de eerdere inbrengverrichting in hoofde van de aanvragers-natuurlijke personen dient evenwel rekening te worden gehouden met de werkelijke waarde van de inbreng.

**40.** Thans wensen de aanvragers de inbreng die enkele jaren geleden plaatsvond, terug te draaien door de aandelen E, te samen met de aandelen F en G die recenter door vennootschap A werden verworven, middels een partiële splitsing uit het vermogen van vennootschap A te verwijderen om deze onder te brengen in een nieuwe holdingvennootschap C. Vervolgens zullen inzonderheid de aandelen A (na partiële splitsing) en B worden ingebracht in vennootschap C. Door de verhoogde aanschaffingswaarde van de aandelen A (zie randnummer 39) die n.a.v de belastingneutrale partiële splitsing zal worden uitgesplitst over de aandelen A (na partiële splitsing), B en C op basis van de werkelijke waarde van het aan elk van hen toegewezen vermogen, zal aldus een aanzienlijk bedrag aan fiscaal gestort kapitaal worden gecreëerd ten name van de holdingvennootschap C, die later middels een kapitaalvermindering belastingvrij zal kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders, de heer X en mevrouw Y.

**41.** De DVB wenst de aandacht erop te vestigen dat een dergelijke step up van het fiscaal gestort kapitaal niet zou worden verkregen in het meer voor de hand liggende alternatieve scenario waarbij vennootschap A zou worden behouden als holdingvennootschap (aangezien zij thans reeds drie deelnemingen bezit) en de vastgoedactiviteit en de activiteit 1 zou worden ingebracht in twee nieuw op te richten dochtervennootschappen.

**42.** Teneinde aan te tonen dat de gekozen rechtshandelingen niet tot doel hebben om bijkomend gestort kapitaal te creëren, hebben de aanvragers verklaard het fiscaal gestort kapitaal van vennootschap C te willen behouden op het fiscaal gestort kapitaal van vennootschap A vóór de partiële splitsing en de aanschaffingswaarde van de aandelen D ten name van de heer X. Het kapitaal dat bijkomend zal ontstaan ingevolge de inbrengen in vennootschap C zal als een belaste reserve in kapitaal worden beschouwd, die bij een eventuele uitkering zal worden onderworpen aan de roerende voorheffing.

**43.** Aangezien vennootschap C nog niet is opgericht, hebben de aanvragers er zich eveneens toe verbonden om een kopie van deze beslissing bij de indiening van de eerste aangifte in de vennootschapsbelasting van vennootschap C als bijlage toe te voegen.

**44.** Voor het overige is de geplande partiële splitsing van vennootschap A, gevolgd door de inbreng van de aandelen A (na partiële splitsing), B en D in vennootschap C, erop gericht een overkoepelende holding te creëren waarin de verschillende activiteiten van de groep in afzonderlijke vennootschappen gecentraliseerd worden.

**45.** De aanvragers-natuurlijke personen hebben bevestigd dat zij niet de intentie hebben de aandelen van de partieel gesplitste vennootschap, noch van de verkrijgende vennootschappen over te dragen aan derden. De inbrengverrichting volgend op de partiële splitsing betreft geenszins een overdracht aan derden, doch een loutere verhanging van vennootschappen binnen de groep.

**46.** Gelet op het voorgaande kan worden gesteld dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en derhalve geen fiscaal misbruik uitmaakt als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.

**47.** Onderhavige beslissing is gebaseerd op elementen zoals deze door de aanvrager vermeld worden. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnummers 14 en 45, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183*bis*, WIB 92 of artikel 344, § 1, WIB 92, ...) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals inzonderheid een latere overdracht van de aandelen A (na partiële splitsing), B of C. Bij een latere overdracht van deze aandelen is de beslissing inzake de inkomstenbelastingen niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

## Aangehaalde teksten

8

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
