---
title: "Voorafgaande beslissing 2023.0353 · Tarief"
description: "Tarief. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2023.0353 van 11 juli 2023."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2023-0353-tarief-verlaagd-btw-afbraak-gebouwen-c253"
lang: "nl"
---

# Tarief · Btw - Tarief - Verlaagd btw-tarief van 6% voor afbraak van gebouwen en de ermee gepaard gaande heropbouw van woongebouwen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan Artikel 1quater, § 3 van KB nr. 20 betreffende de btw-tarieven (de tekst van KB nr. 20, artikel 1quater, werd vervangen en is van toepassing met ingang van 01.01.2021 tot en met 31.12.2022 (artikel 15, Programmawet van 20.12.2020, BS, 30.12.2020, 1ste editie, p. 96068); deze maatregel werd verlengd tot en met 31.12.2023 (artikel 1, KB van 27.03.2022 tot wijziging van KB nr. 20 wat de afbraak en heropbouw van gebouwen op het hele Belgische grondgebied betreft, BS 31.03.2022)

**Nummer**

2023.0353

**Datum**

11 juli 2023

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

96 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2023.0353 d.d. 11.07.2023

*Btw*

*Tarief*

*Verlaagd btw-tarief van 6% voor afbraak van gebouwen en de ermee gepaard gaande heropbouw van woongebouwen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan*

[*Artikel 1quater, § 3 van KB nr. 20*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) *betreffende de btw-tarieven (de tekst van KB nr. 20, artikel 1quater, werd vervangen en is van toepassing met ingang van 01.01.2021 tot en met 31.12.2022 (artikel 15, Programmawet van 20.12.2020, BS, 30.12.2020, 1ste editie, p. 96068); deze maatregel werd verlengd tot en met 31.12.2023 (artikel 1, KB van 27.03.2022 tot wijziging van KB nr. 20 wat de afbraak en heropbouw van gebouwen op het hele Belgische grondgebied betreft, BS 31.03.2022)*

## Samenvatting

Voor de verkoop van de betreffende alfa aantal wooneenheden die deel uitmaken van het vastgoedproject ‘B’ in B, komt X in de omstandigheden eigen aan de zaak principieel in aanmerking voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door [artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2023. Deze einddatum (uiterlijk 31.12.2023) kan komen te vervallen indien de wetgever zou beslissen om deze tijdelijke maatregel te verlengen dan wel te bestendigen.

Deze voorafgaande beslissing is slechts geldig voor die verkopen, zoals hiervoor bedoeld, waarvoor nog geen btw opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW op datum van deze beslissing.

Het spreekt voor zich dat de toepassing van dit tijdelijk verlaagde btw-tarief van 6% verder afhankelijk is van de in [artikel 1quater, § 3, tweede lid, § 4, § 5 en § 8 van Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) opgelegde grond- en vormvoorwaarden, i.e. in hoofdzaak de bestemming die de verkrijger aan de woning geeft (enige en hoofzakelijk eigen woning), het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger, het oppervlaktecriterium, de termijnvoorwaarde en de naleving van de te vervullen formaliteiten.

## Tekst van de beslissing

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend in naam van opstalhouder X.

2\. Het project dat zal worden gerealiseerd te B op de locatie B betreft een vernieuwbouwproject. Het strekt zich uit over één kadastraal perceel waarop zich op heden een gebouw met 3 verdiepingen bevindt.

Op de gelijkvloerse verdieping van dit gebouw bevindt zich een commerciële ruimte en de eerste en de tweede verdieping betreffen appartementen.

3\. Het vastgoedproject omvat de verbouwing van de commerciële ruimte en de realisatie van alfa aantal wooneenheden (appartementen).

Het is de bedoeling om de vloerplaat van de gelijkvloerse verdieping en de afdek van de eerste en de tweede verdieping integraal te verwijderen. Naast de integrale verwijdering van de vloerplaat zal de commerciële ruimte op het gelijkvloers ook grondig worden verbouwd waarbij het volume ongewijzigd blijft; er is dus geen sprake van een uitbreiding.

4\. Met het oog op de realisatie van het project zal de grondeigenaar Y een recht van opstal verlenen aan X wat betreft de twee bovenste verdiepingen, maar niet wat betreft de gelijkvloerse verdieping. De commerciële ruimte zal namelijk worden behouden door Y met het oog op de verhuur. X zal de bovenste twee verdiepingen dus afbreken en de verschillende wooneenheden oprichten.

5\. Daarnaast zal X – als aannemer – ook de commerciële ruimte grondig verbouwen. Er zullen dus twee bouwheren zijn in het kader van dit project, enerzijds de vennootschap Y die optreedt als bouwheer voor de verbouwing van de commerciële ruimte en anderzijds de vennootschap X die optreedt als bouwheer voor de afbraak en heropbouw van de wooneenheden (appartementen).

6\. Deze rulingaanvraag beperkt zich tot de betreffende alfa aantal wooneenheden (appartementen) die X zal realiseren in het gebouw.

## II. Vraagstelling

7\. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag er meer bepaald toe van de DVB de bevestiging te verkrijgen dat bij de verkoop van wooneenheden die deel uitmaken van het hierna genoemde en besproken project, principieel toepassing kan worden gemaakt van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door [artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2023 en voor zover de kopers aan de daartoe gestelde grond- en vormvoorwaarden voldoen.

8\. Het gaat meer bepaald over de wooneenheden die zullen worden verkocht in het kader van het project ‘B’ te B.

## III. Beslissing

Uit het door de rulingdienst verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

9\. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

### *III.A. Algemeen*

#### III.A.1. Draagwijdte van de regeling van [artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c)

10\. Ingevolge de Wet ter invoering van [artikel 1quater, § 3 van het Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) *(1)* is het verlaagde btw-tarief van 6% onder andere van toepassing op de btw-belaste levering van woningen en het bijhorend terrein door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer de op die handelingen verschuldigde belasting overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW opeisbaar is geworden tussen 01.01.2021 en 31.12.2022.

---

*\[(1) Programmawet van 20.12.2020, BS 30.12.2020, 1ste editie, p. 96068.\]*

---

Met het Koninklijk Besluit van 27.03.2022 *(2)* werd dit tijdelijk heropbouwtarief van 6% verlengd met één jaar tot en met 31.12.2023.

---

*\[(2) Koninklijk Besluit van 27.03.2022 tot wijziging van het Koninklijk Besluit nr. 20 van 20.07.1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven wat de fotovoltaïsche zonnepanelen, de thermische zonnepanelen en de zonneboilers, de warmtepompen, en de afbraak en heropbouw van gebouwen op het hele Belgische grondgebied betreft (BS 31.03.2022).\]*

---

Deze verlenging brengt geen enkele wijziging met zich mee van de toepassingsvoorwaarden van de oorspronkelijke tijdelijke maatregel *(3)*.

---

*\[(3) Circulaire nr. 2022/C/45 (E.T. nr. 137.880/2) van 02.05.2022, punt 1.\]*

---

De bedoelde einddatum (uiterlijk 31.12.2023) kan komen te vervallen indien de wetgever zou beslissen om deze tijdelijke maatregel te verlengen dan wel te bestendigen.

11\. Het eerste lid van § 3 van [artikel 1quater van het Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) luidt als volgt:

‘Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op de levering van woningen en het bijhorend terrein, alsook op de vestiging, overdracht of wederoverdracht van de zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek, op een woning en het bijhorend terrein, die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer de op die handelingen verschuldigde belasting opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022’.

Door voornoemd Koninklijk Besluit van 27.03.2022 (BS 31.03.2022) wordt in [artikel 1quater van het Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) het jaartal “2022” telkens vervangen door “2023”.

#### III.A.2. Voorwaarden gesteld aan projectontwikkeling onder de regeling van [artikel 1quater, § 3 van het Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c)

12\. [Artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) stelt onder meer als voorwaarden dat:

• de verkoper de afbraak en heropbouw van de woning moet hebben uitgevoerd - volgens de Memorie van Toelichting bij de Programmawet van 20.12.2020 wil dat zeggen dat de maatregel alleen betrekking heeft op projecten die worden uitgevoerd, vanaf de afbraak van het gebouw tot de levering van de woning, door dezelfde btw-plichtige (in de circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021 ook de verkoper genoemd) (Parl. St. Kamer 2020-21, nr. 55-1662/1, 26-27);

• de heropbouw van de woning moet gebeuren op hetzelfde kadastrale perceel als waar het afgebroken gebouw stond.

#### III.A.3. Afbakening van geformuleerde vraagstelling

13\. De betreffende alfa aantal wooneenheden (appartementen) die worden verkocht in het project ‘B’ in B die het voorwerp uitmaken van deze rulingaanvraag, zullen volgens de aanvrager-verkoper van de wooneenheden (appartementen) voldoen aan het oppervlaktecriterium (i.e. totale bewoonbare oppervlakte van niet meer dan 200 m² overeenkomstig artikel 1quater, § 3, tweede lid, 1°, a) jo. § 8 van Btw-KB nr. 20).

Daarenboven maakt de verkoper van de wooneenheden (appartementen) zich sterk te zullen voldoen aan de voorwaarden zoals uiteengezet in [artikel 1quater, § 3, tweede lid, 2° en 3° van Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) (indiening gezamenlijke voorafgaande verklaring / factuurvermelding) mits uiteraard de koper voldoet aan de daartoe gestelde voorwaarden.

14\. Deze rulingaanvraag is er dus louter op gericht bevestiging te krijgen van de DVB dat de betreffende alfa aantal wooneenheden (appartementen), die in het kader van het project ‘B’ in B worden verkocht, principieel in aanmerking komen voor de toepassing van het betreffende verlaagde btw-tarief van 6% omdat zij allemaal worden gerealiseerd in het kader van een afbraak- en heropbouwproject en mits de kopers natuurlijk aan de voorwaarden, zoals uiteengezet in [artikel 1quater, § 3, tweede lid, 1° van Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) voldoen en de btw opeisbaar wordt in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2023.

### *III.B. Het verlaagde btw-tarief van 6% op grond van* [*artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c)*: toepassing in casu*

**III.B.1. Afbraak en heropbouw door dezelfde persoon (vereiste van eenheid (identiteit) tussen degene die afbreekt en degene die de woning heropbouwt)**

15\. Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door [artikel 1quater, § 3 van het Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) is vereist dat dezelfde entiteit is opgetreden als bouwheer van enerzijds de afbraakwerken van de (het) bestaande gebouw(en) en anderzijds van de werken met betrekking tot de heropbouw van de nieuwe woningen.

16\. In casu wordt er door de projectontwikkelaar in het kader van dit vastgoedproject gewerkt met een opstalconstructie.

De grond kan dan door de grondeigenaar afzonderlijk worden verkocht onder het stelsel van de registratiebelasting *(4)*.

---

*\[(4) Zie de regeling die staat beschreven in de beslissing nr. E.T.119.318 van 28.10.2010, punt 2, onder "2de voorwaarde”; zie ook Verslag, Parl. St. Kamer 2020-21, nr. 55-1662/010, 50.\]*

---

In de vastgoedsector is het zeer gebruikelijk dat er wordt gewerkt met het systeem van een gesplitste verkoop (mits consequent handelen).

17\. De identiteitsvereiste is in casu vervuld aangezien de aanvrager, X, enerzijds het oude gebouw zal (laten) afbreken en anderzijds de wooneenheden (appartementen) zal heropbouwen.

**III.B.2. Volledige of wezenlijke afbraak: gelijkstelling van ingrijpende verbouwing (die niet in hoofdzaak steunt op de oude dragende structuur) met afbraak en heropbouw**

18\. De opdrachtgever moet het gebouw in principe volledig (laten) slopen in die zin dat het betrekking moet hebben op een volledig gebouw *(5)*.

---

*\[(5) Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2.\]*

---

Hiermee wordt niet bedoeld dat het gebouw volledig wordt gesloopt, maar wel dat de afbraak het volledige gebouw moet affecteren.

De btw-administratie doet niettemin een toegeving. Een ingrijpende verbouwing van een oud gebouw waarbij de werken ingevolge afbraak niet meer op een relevante wijze steunen op oude dragende muren en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het oude gebouw, en daardoor niet in aanmerking komen voor de toepassing van het 6%-tarief voor de renovatie van woningen overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 ingevolge de aard en de omvang van de afbraakwerken, wordt voor de toepassing van de regeling van [artikel 1quater van het Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) gelijkgesteld met de afbraak en heropbouw van een gebouw *(6)*. Een wezenlijke afbraak wordt dus aanvaard door de btw-administratie. Het gaat om een feitenkwestie die geval per geval moet worden beoordeeld.

---

*\[(6) Memorie van Toelichting, nr. 55-1662/001, 21; Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2. i.f.\]*

---

Er kan worden beschouwd dat aan de voorwaarde van die tolerantie is voldaan als meer dan de helft van de oude dragende muren na de uitvoering van de werken werd afgebroken (niet overgebleven of behouden is).

19\. Bijgevolg kan het verlaagde btw-tarief van 6% op grond van [artikel 1quater van het Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) ook worden toegepast bij een dergelijke ingrijpende verbouwing. Dit is in lijn met de huidige regeling voor de 32 centrumsteden *(7)*.

---

*\[(7) Informaties en Mededelingen 22.06.07/1 (E.T. 112.400), nr. 2.2., tweede lid, eerste bullet point jo. derde lid; zie ook Informaties en Mededelingen 20.02.2009, punt 11.\]*

---

Deze gelijkstelling geldt ook bij de levering (verkoop) van woonunits, gerealiseerd na een dergelijke ingrijpende verbouwing.

20\. In casu wordt het gebouw niet volledig afgebroken; de gelijkvloerse verdieping blijft immers behouden, maar wordt wel grondig verbouwd.

De eerste en de tweede verdieping daarentegen zullen wel integraal worden afgebroken, aangezien het bouwtechnisch niet mogelijk is om de twee nieuwe verdiepingen (verdieping 3 en 4) te bouwen op de bestaande dragende structuur van verdieping 1 en 2.

21\. Op de aan de DVB voorgelegde plannen wordt telkens per verdieping aangeduid welke structuren dragend zijn en welke dragende structuren worden afgebroken.

Aan de DVB werden de plannen voorgelegd van de doorsnede van het gebouw waarop dit visueel het best zichtbaar is.

22\. De aanvrager heeft bovendien een meetstaat opgemaakt waarin een gedetailleerde berekening wordt gemaakt van de dragende structuur die wordt afgebroken.

In deze meetstaat wordt meer specifiek het volume berekend van de totale dragende structuur en de afgebroken dragende structuur per verdieping.

Hierbij wordt opgemerkt dat een belangrijk deel van de dragende structuur van het gelijkvloers grotendeels bestaat uit beide buitenmuren die over de volledige lengte naar achter doorlopen. Aan één zijde betreft het een gemeenschappelijke muur met het aanpalend pand die over de volledige lengte doorloopt. Aan de andere zijde betreft het slechts voor een gedeelte een gemeenschappelijke muur met het aanpalend pand.

Verder wordt over de volledige oppervlakte van het gelijkvloers de dragende vloerplaat vervangen en worden er aanpassingen gedaan aan de bestaande fundering om de werken te kunnen dragen (met name aanpassing funderingen, plaatsen, van metalen liggers, etc.). Meer specifiek blijkt uit deze gedetailleerde meetstaat dat veel meer dan 50% van de dragende structuur zal worden afgebroken.

23\. In de gegeven omstandigheden wordt geen rekening gehouden met het partieel opstalrecht en moet dus tot voldoening van de DVB worden aangetoond dat de werken uitgevoerd aan het gebouw, in zijn totaliteit beschouwd, dermate ingrijpend zijn dat ze niet meer in hoofdzaak steunen op de bestaande dragende structuur van het gebouw.

24\. Vanuit deze optiek heeft de DVB de werken aan het gebouw in zijn totaliteit nader bestudeerd en is zij tot de bevinding gekomen dat beduidend meer dan de helft van de dragende structuur van het gebouw wordt afgebroken. Bij deze beoordeling werd ook het gegeven betrokken dat er ook sprake is van (ver)nieuwbouw wanneer de funderingen of andere wezenlijke structurele elementen van het gebouw substantieel moeten worden vernieuwd of verstevigd om de uitgevoerde werken te ondersteunen. Zo wordt onder meer ook rekening gehouden met de vervanging van de dragende vloerplaat over de volledige oppervlakte van het gelijkvloers en met de aanpassingen gedaan aan de bestaande fundering om de werken te kunnen dragen (met name aanpassing funderingen, plaatsen van metalen liggers, etc.).

25\. Op basis van de gegevens die hieruit zijn voortgekomen wordt in de omstandigheden eigen aan de zaak het bestaan van een vernieuwbouw niet bekritiseerd vermits de uitgevoerde werken niet in hoofdzaak steunen op de wezenlijke elementen van de structuur van het gebouw en het gebouw wordt heropgebouwd na afbraak, zelfs indien bepaalde delen worden behouden (om bouwkundige en stedenbouwkundige redenen). Daarbij wordt de verstevigde dragende structuur aangemerkt als een nieuw onderdeel van de structuur van het gebouw in kwestie.

Deze werken kwalificeren bijgevolg als ingrijpende verbouwingswerken die niet in hoofdzaak steunen op de bestaande dragende structuur van het gebouw in kwestie en kunnen dan ook gelijkgesteld worden met de afbraak en heropbouw van een gebouw voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% op grond van [artikel 1quater, § 3 van het Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c).

#### III.B.3. Heropbouw van het nieuwe woongebouw op hetzelfde kadastrale perceel als het afgebroken gebouw

26\. Eén van de grondvoorwaarden voor de bedoelde regeling is dat de heropbouw moet gebeuren op hetzelfde kadastrale perceel als waar het afgebroken gebouw stond (zie de uitdrukkelijke tekst van [artikel 1quater van Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c)).

27\. De afbraak van een gebouw en daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning vereist niet dat beiden op exact dezelfde plaats gelegen zijn. Het is voldoende dat beide zich op hetzelfde kadastraal perceel bevinden *(8)*. Hieruit kan impliciet worden afgeleid dat de woning eender waar op dat perceel mag herrijzen *(9)*.

---

*\[(8) Memorie van Toelichting, Parl. St. Kamer, 2020-2021, nr. 55-1662/001, 21; zie ook al Informaties en Mededelingen van 22.06.2007/1 (E.T. 112.400).\]*

*\[(9) Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2.\]*

---

28\. De DVB stelt vast dat deze grondvoorwaarde in casu is vervuld.

#### III.B.4. Afbraak van oud gebouw van significante omvang en evenredigheidsverhouding

29\. De aanwending van de te slopen gebouwen vóór de sloop *(10)* alsook de ouderdom ervan zijn van geen belang.

---

*\[(10) Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2. a.i.\]*

---

30\. Onder de bedoelde regeling moet het gesloopte gebouw een gebouw zijn in de zin van artikel 1, § 9, 1° W.BTW dat is opgetrokken in duurzame materialen en dat een ‘significante’ ‘omvang’ heeft, desgevallend in verhouding tot de opgerichte woning(en). De circulaire nr. 2021/C/18 verduidelijkt dat het moet gaan om een gebouwd onroerend goed waaraan een kadastraal inkomen kan worden toegekend. De btw-administratie stelt dat een oude woning, loods, fabriek of winkelruimte normaliter op zich beschouwd worden aangemerkt als significant *(11)*.

---

*\[(11) Memorie van Toelichting, nr. 55-1662/001, 20; Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2\]*

---

De circulaire herhaalt dat de beoordeling geval per geval moet gebeuren *(12)*.

---

*\[(12) Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2.\]*

---

31\. De tekst zelf van [artikel 1quater van Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) verwijst niet naar de voorwaarde “desgevallend in verhouding tot de opgerichte woning(en).” Deze voorwaarde komt enkel voor in de Memorie van Toelichting.

Ook in de circulaire worden geen concrete criteria vermeld, omdat de btw-administratie niet de bevoegdheid heeft normatieve criteria ter zake op te leggen. Of een af te breken gebouw significant is in verhouding tot de op te richten woning(en), is en blijft bijgevolg een feitenkwestie *(13)*.

---

*\[(13) Ibidem.\]*

---

Uit de aan de DVB voorgelegde stukken blijkt dat het af te breken gebouw (cf. supra) genoeg significante omvang heeft, ook in verhouding tot het te realiseren vastgoedproject.

## IV. Conclusie

32\. Voor wat betreft de verkoop van de hiervoor bedoelde alfa aantal aantal op de projectsite gerealiseerde wooneenheden (appartementen) die deel uitmaken van het hiervoor genoemde en besproken project ‘B’ in B, komt X in de omstandigheden eigen aan de zaak principieel in aanmerking voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door [artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2023. Deze einddatum (uiterlijk 31.12.2023) kan komen te vervallen indien de wetgever zou beslissen om deze tijdelijke maatregel te verlengen dan wel te bestendigen.

33\. Deze voorafgaande beslissing is slechts geldig voor die verkopen, zoals hiervoor bedoeld, waarvoor nog geen btw opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW op datum van deze beslissing.

34\. Het spreekt voor zich dat de toepassing van dit 6%-heropbouwtarief verder afhankelijk is van de in [artikel 1quater, § 3, tweede lid, § 4, § 5 en § 8 van het Btw-KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) opgelegde grond- en vormvoorwaarden, i.e. in hoofdzaak de bestemming die de verkrijger aan de woning geeft (enige en hoofzakelijk eigen woning), het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger, het oppervlaktecriterium, de termijnvoorwaarde en de naleving van de te vervullen formaliteiten.

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 20 art. 1quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) 21 voorkomens
