Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2023.0323 d.d. 13.06.2023
VENNOOTSCHAPSBELASTING · Belastingneutrale splitsing · Belastingneutrale fusie door overneming · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking · Antimisbruikbepaling
REGISTRATIERECHTEN · Inbreng van een algemeenheid van goederen
BTW · BTW-eenheid · Overdracht van aandelen
Samenvatting
De splitsingen en fusies van verschillende vastgoedvennootschappen waarbij hun onroerende goederen worden overgedragen naar groepsvennootschappen in functie van het type vastgoed, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kunnen worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.
De keuze van het geheel van de rechtshandelingen (splitsingen, fusies en overdrachten van aandelen binnen de groep) is door andere motieven verantwoord dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en maakt geen fiscaal misbruik uit als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.
De voormelde splitsingen en de fusies kunnen worden verricht onder het vrijstellingsregime voorzien in artikel 117, § 1, Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167 Fed.W.Reg.
De voormelde splitsingen en fusies vormen interne handelingen tussen leden van dezelfde btw-eenheid met als gevolg dat de overdrachten buiten de werkingssfeer van de btw vallen op basis van artikel 4, § 2, W.Btw. De overdracht van aandelen is van btw vrijgesteld op basis van artikel 44, § 3, 10°, W.Btw.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:
1.1. de splitsingen van de vennootschappen A, B, C en D en de fusies door overneming van de vennootschappen E en F door vennootschap G beantwoorden aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking hebben in de zin van artikel 183bis WIB 92;
1.2. de boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden tegenstelbaar is aan de belastingadministratie op het vlak van de vennootschapsbelasting;
1.3. artikel 344, § 1, WIB 92 niet van toepassing is op de beoogde verrichtingen en opeenvolging van gebeurtenissen;
1.4. de splitsingen en fusies onder de toepassing vallen van artikel 117, § 1 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek-, en Griffierechten (hierna Fed.W.Reg.), evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht;
1.5. de verrichtingen, die plaatsvinden tussen btw-plichtigen, allen lid van de btw-eenheid Groep X btw-eenheid, ingevolge artikel 4, § 2 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW) worden aangemerkt als interne handelingen binnen de btw-eenheid en bijgevolg buiten het toepassingsgebied van de btw vallen;
1.6. de verkoop van aandelen van de vennootschap H door de vennootschap I aan de vennootschap J zal kwalificeren als een vrijgestelde handeling voor btw-doeleinden overeenkomstig artikel 44, § 3, 10, W.Btw.
II. Omschrijving van de verrichtingen
2. De bij de verrichtingen betrokken vennootschappen behoren tot dezelfde groep, met name de Groep X, die gespecialiseerd is in activiteiten met betrekking tot de vastgoedsector.
3. De holdingvennootschap I houdt de meerderheidsparticipaties aan in alle vennootschappen (m.u.v. de vennootschappen F, K en L) en is verantwoordelijk voor het beheer van de gebouwen en de administratie van de groep (o.a. wagenpark, facilities, IT en kostencentrum). Ze stelt tevens al het personeel binnen de groep tewerk. De natuurlijke personen x en y bezitten de volle eigendom van alle aandelen.
4. De vennootschap A bezit retail vastgoed en heeft tevens een concessie van een logistiek gebouw in het havengebied.
5. De vennootschap B bezit voornamelijk (i) semi-logistieke gebouwen (met diverse huurders), (ii) zonnepanelen, (iii) een te ontwikkelen KMO-zone en (iv) gronden waarop de gebouwen worden opgericht (via toekenning van een recht van opstal, e.g. aan de vennootschap L) die aan particulieren worden verkocht.
6. De vennootschap C houdt verschillende types van onroerende goederen aan, i.e. semi-logistieke gebouwen (met diverse huurders), retail panden, zonnepanelen en residentieel te ontwikkelen onroerend goed. Ze bezit tevens het onroerend goed dat wordt verhuurd aan de natuurlijke personen x en y, alsook het onroerend goed waarin het hoofdkantoor is gevestigd.
7. De vennootschap D bezit een logistiek gebouw, kantoren, een magazijn en zonnepanelen dat wordt verhuurd aan derde partijen.
8. De vennootschap E bezit een semi-logistiek gebouw dat wordt verhuurd aan een derde partij.
9. De vennootschap F is eigenaar van een ‘op maat gemaakt’ onroerend goed (incl. zonnepanelen) dat wordt verhuurd aan een derde partij.
10. De vennootschap M is een constructievennootschap voor industriële en retail gebouwen die worden verkocht aan andere (groeps)vennootschappen.
11. De vennootschap N verricht voornamelijk de uitbating van een windturbine/hoogspanningscabine.
12. De vennootschap O bezit een site met verscheidene onroerende goederen waarvan de grond toebehoort aan een derde partij en een concessie werd toegekend aan de vennootschap O. Het betreft aparte gebouwen (i.e. magazijnen/productiehallen met zonnepanelen) met verschillende huurders.
13. De vennootschap P bezit een onroerend goed (i.e. winkels en appartementen). De intentie bestaat om het gebouw volledig te slopen en een residentiële nieuwbouw te plaatsen tezamen met de aankoop van de aanpalende gronden.
14. De vennootschap J werd recent opgericht door de natuurlijke personen x en y. Deze vennootschap zal na de reorganisatie de holding vormen binnen de tak van de ontwikkeling van residentieel vastgoed en zal de aandelen in de recent opgerichte vennootschappen H (de vennootschap die de gronden bezit waarop residentiële onroerende goederen zullen worden ontwikkeld) en R (de vennootschap die zal instaan voor de bouw van de residentiële onroerende goederen) aanhouden.
15. De vennootschap G werd recent opgericht door de vennootschap I. Binnen de vennootschap G zullen de onroerende goederen voor logistieke en (semi-)industriële gebouwen (voornamelijk aankoop van bestaande gebouwen bestemd voor verhuur) worden gecentraliseerd.
16. De vennootschap Q werd recent opgericht door de vennootschap I. Binnen de vennootschap Q zal al het retail vastgoed (voornamelijk aankoop van bestaande gebouwen bestemd voor verhuur) worden gecentraliseerd.
17. De huidige aandeelhouders wensen te groeien en verdere vastgoedprojecten te realiseren. Teneinde de instap van externe investeerders (e.g. private equity spelers en/of family offices) voor de groep en/of een bepaalde tak mogelijk te maken, dient de groep eerst de onroerende goederen/activiteiten in verschillende takken onder te brengen in functie van het type vastgoed alvorens over specifieke investeringsopportuniteiten te kunnen spreken. Bovendien zal de centralisatie van hetzelfde type vastgoed c.q. energieactiviteit leiden tot een efficiëntere inzet van de middelen en expertise en een verdere uitbreiding van zowel de vastgoedactiviteiten als de energieactiviteiten mogelijk maken. Tevens zal op deze wijze het vastgoed gevrijwaard blijven van de risico’s verbonden aan andere types van vastgoed en/of energieactiviteiten.
18. De vooropgestelde herstructurering beoogt de volgende structuur te bekomen waarbij bepaalde activa/activiteiten worden gecentraliseerd in één daartoe voorziene vennootschap/tak: (i) Portfolio & Management, (ii) Landenbank Residential, (iii) Development Residential, (iv) Development Retail & Industrial, (v) Portfolio Industrial, (vi) Portfolio Retail, (vii) Green Energy, (viii) Buitenlandse investeringen.
19. De groep wenst onderstaande verrichtingen uit te voeren teneinde bovenvermelde doelstellingen te verwezenlijken:
19.1. Stap 0: Oprichting vennootschappen G, Q en H door de vennootschap I
19.2. Stap 1: Oprichting van de vennootschap J door de natuurlijke personen x en y
19.3. Stap 2: Oprichting van de vennootschap R door de vennootschap J
19.4. Stap 3: Splitsing van de vennootschap A naar de vennootschappen G en Q
19.5. Stap 4: Splitsing van de vennootschap B naar de vennootschappen H, G, M en N
19.6. Stap 5: Splitsing van de vennootschap C naar de vennootschappen G (inclusief deelneming van x % aandelen in F), H, Q, K en N
19.7. Stap 6: Splitsing van de vennootschap D waarbij (i) onroerend goed aan de vennootschap G en (ii)
zonnepanelen aan de vennootschap N worden overgedragen
19.8. Stap 7: Fusie waarbij de vennootschap E wordt overgenomen door de vennootschap G
19.9. Stap 8: Fusie waarbij de vennootschap F wordt overgenomen door de vennootschap G
19.10. Stap 9: Toekenning van opstalrecht/recht van gebruik op het dak door de vennootschappen G en Q aan de vennootschap N in het kader van de overdracht van zonnepanelen
19.11. Stap 10: Inbreng van aandelen van de vennootschap P in de vennootschap H
19.12. Stap 11: Inbreng van aandelen van de vennootschap O in de vennootschap G
19.13. Stap 12: Verkoop van aandelen van de vennootschap H door de vennootschap I aan de vennootschap J
Mogelijke toekomstige stappen:
19.14. Stap 13: Verkoop van aandelen van de vennootschap K verkregen in stap 5 door de vennootschap I aan de natuurlijke personen x en y
19.15. Stap 14: Oprichting Newco voor aanhouden van buitenlandse investeringen (afhankelijk van toekomstige projecten).
20. Deze beoogde herstructurering zal geen negatieve impact hebben op de tewerkstelling binnen Groep X, maar zal integendeel resulteren in een toename van het personeelsbestand. De te splitsen/fusioneren vennootschappen en overnemende/verkrijgende vennootschappen stellen geen personeel te werk.
III. Beslissing
III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 op de splitsingen (stappen 3 tot en met 6)
21. De geplande splitsingen van de vennootschappen A ,B, C en D (stappen 3, 4, 5 en 6) beantwoorden aan de definitie van een splitsing door overneming als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, d) WIB 92.
De aanvragers hebben verklaard dat de splitsingen van de vennootschappen A, B, C en D, die kaderen in een groter geheel van de herstructurering van de groep, zijn ingegeven door de motieven zoals vermeld in randnummers 17-18. Door de aanvragers werd bevestigd dat de specifiek aan welbepaalde onroerende goederen verbonden schulden zullen worden toegewezen aan de vennootschap die de desbetreffende onroerende goederen zal verkrijgen.
22. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen hangende geschillen of schadeclaims hangende zijn tegen de betrokken vennootschappen, zodat de afsplitsing van het vastgoed door middel van een splitsing er niet toe strekt om zich te onttrekken aan bepaalde financiële verplichtingen.
23. De aanvragers hebben bevestigd dat de eigenvermogensbestanddelen van de betrokken vennootschappen zullen worden verdeeld overeenkomstig de bepalingen van artikel 213 WIB 92. Dit blijkt tevens uit de overgemaakte splitsingsstaten. De aanvragers bevestigen tevens dat de gespreide taxatie van de gerealiseerde meerwaarde zoals bedoeld in artikel 47 WIB 92 zal worden verdergezet volgens de werkwijze zoals vermeld in randnummer 211/56 van de administratieve commentaar op het WIB 92 ten name van de vennootschap die het herbeleggingsactief zal verkrijgen.
24. De aanvragers hebben aangetoond dat er geen fiscale motieven aan de basis van de splitsingen liggen:
24.1. de te splitsen vennootschap B en de verkrijgende vennootschappen K en N zijn winstgevend en hebben geen overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Aangezien de verkrijgende vennootschappen G, Q en H nieuw op te richten vennootschappen zijn, beschikken zij evenmin over dergelijke bestanddelen;
24.2. de te splitsen vennootschappen A, C en D hebben enkel fiscaal overdraagbare verliezen. In toepassing van artikel 206, § 2, tweede lid, WIB 92 zullen deze worden verdeeld over de verkrijgende vennootschappen in verhouding tot de fiscale nettowaarde en vervolgens worden beperkt. De verkrijgende vennootschap M beschikt eveneens over fiscaal overdraagbare verliezen die zullen worden beperkt overeenkomstig artikel 206, § 2, eerste lid, WIB 92. De door de aanvragers gehanteerde ontwerpberekening is conform aan artikel 206, § 2, WIB 92 in die zin dat voor de betrokken vennootschappen telkens de fiscale nettowaarde en de fiscaal overdraagbare verliezen in aanmerking worden genomen rekening houdend met de daaraan voorafgaande stappen;
24.3. de aanvragers hebben bevestigd dat de vennootschap K aan de natuurlijke personen x en y een marktconforme huurvergoeding voor het privégebruik van het onroerend goed zal aanrekenen die minstens gelijk dient te zijn aan het forfaitair voordeel van alle aard zoals bepaald in artikel 18, § 3, punt 2, KB/WIB 92 en die daadwerkelijk zal worden betaald aan de betreffende vennootschap (geen boeking op rekening-courant);
24.4. de verkrijgende vennootschappen hebben geen vrijgestelde reserves waarvoor eventuele herbeleggingsverplichtingen openstaan, zodat de splitsingen er niet toe strekken om de ingevolge de splitsingen verkregen activa aan te duiden als herbeleggingsactief ten name van de verkrijgende vennootschappen;
24.5. de aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van de verkrijgende vennootschappen G, Q, H, K, N en M te vervreemden, behoudens de in stappen 12 en 13 van randnummer 19 vermelde interne verkopen binnen de groep en mogelijkse toekomstige schenkingen aan de volgende (derde) generatie en/of tussen de natuurlijke personen x en y. In dit verband werd tevens bevestigd dat mogelijke investeerders in principe zouden toetreden via een kapitaalverhoging en/of financiering (dus niet middels een verkoop van de bestaande aandelen door de aandeelhouders) op niveau van I, J en/of de onderliggende vennootschappen rechtstreeks.
25. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de splitsingen van de vennootschappen A, B, C en D plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
26. De verkrijgende vennootschappen zijn binnenlandse vennootschappen.
27. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de splitsingen van de vennootschappen A, B, C en D kunnen worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.
III.B. Inzake de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 op de fusies (stappen 7 en 8)
28. De aanvragers hebben bevestigd dat de geplande verrichtingen zoals vermeld in de stappen 7 en 8 van randnummer 19 een fusie door overneming betreffen zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/1, a), WIB 92.
29. De aanvragers hebben verklaard dat de fusies door overneming van de vennootschappen E en F door de vennootschap G, die kaderen in een groter geheel van de herstructurering van de groep, is ingegeven door de motieven zoals vermeld in randnummers 17-18. Teneinde de onroerende goederen in één vennootschap/tak onder te brengen, is gekozen om deze over te dragen via een fusie indien de vennootschap slechts één type vastgoed/activiteit heeft.
30. Het uitvoeren van de vooropgestelde fusies zal geen impact hebben op de tewerkstelling. De te fuseren vennootschappen hebben geen werknemers in dienst.
31. De fiscale aspecten van de fusies kunnen als volgt worden samengevat:
31.1. de vennootschap E is een winstgevende vennootschap met een belastbare basis en beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Aangezien de verkrijgende vennootschap G een nieuw op te richten vennootschap is, beschikt zij evenmin over dergelijke bestanddelen;
31.2. de vennootschap F heeft enkel fiscaal overdraagbare verliezen. In toepassing van artikel 206, § 2, WIB 92 zullen de fiscaal overdraagbare verliezen een aanzienlijke beperking ondergaan naar aanleiding van de fusie. De berekening van de verliesbeperking in het kader van artikel 206, § 2, tweede lid, WIB 92 werd correct toegepast in die zin dat voor de betrokken vennootschappen de fiscale nettowaarde en fiscaal overdraagbare verliezen in aanmerking worden genomen rekening houdend met de daaraan voorafgaande stappen;
31.3. de vennootschap G zal op het moment van de fusies geen vrijgestelde reserves hebben waarvoor herbeleggingsverplichtingen openstaan (zie randnummer 25.4) zodat de fusies er niet toe strekken om de activa van de overgenomen vennootschappen aan te duiden als herbeleggingsactiva ten name van de overnemende vennootschap G voor het bekomen van een vrijstelling of een stelsel van gespreide taxatie als bedoeld in artikel 47 WIB 92.
32. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de fusies door overneming van de vennootschappen E en F door de vennootschap G plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
33. De verkrijgende vennootschap G is een binnenlandse vennootschap.
34. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de fusies door overneming van de vennootschappen E en F door de vennootschap G kunnen worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.
III.C. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit van de splitsingen en fusies op het vlak van de vennootschapsbelasting
35. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:
35.1. met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;
35.2. en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.
36. Alle splitsingen en fusies zullen naar verwachting plaatsvinden xx-xx-xx met een boekhoudkundige retroactiviteit die teruggaat naar xx-xx-xx, zodat de normale termijn van zeven maanden niet zal worden overschreden.
37. In de mate dat bepaalde bijkomende procedures nodig zouden zijn om alle nodige OVAM-, asbest- en/of EPC-attesten te verkrijgen en de aktes van de fusies/splitsingen daardoor niet kunnen plaatsvinden uiterlijk per xx-xx-xx, zal een aanvraag tot het bekomen van een avenant worden ingediend om de retroactiviteitsperiode te verlengen omwille van dergelijke externe omstandigheden.
38. In het kader van de in randnummer 36.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen of overgedragen DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). De aanvragers hebben bevestigd dat tijdens de boekhoudkundige retroactiviteitsperiode geen uitzonderlijke verrichtingen zullen plaatsvinden die een wezenlijke impact zouden kunnen hebben op de fiscale nettowaarden van de betrokken vennootschappen.
39. Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.
III.D. Inzake de toepassing van artikel 344, § 1 WIB 92 op het geheel van de verrichtingen
40. Het geheel van de verrichtingen, met name de oprichting van nieuwe vennootschappen, splitsingen, fusies en de overdracht van aandelen, vindt plaats binnen de Groep X om de gewenste groepsstructuur te bekomen die de Groep in staat zal stellen om groei te verwezenlijken en de investeringen van externe partijen in afzonderlijke groepsvennootschappen te faciliteren. Er wordt beoogd om de onroerende goederen/activiteiten in één vennootschap/tak onder te brengen via (i) een splitsing indien de vennootschap meerdere types van onroerende goederen/activiteiten heeft en (ii) een fusie indien de vennootschap één type vastgoed/activiteit heeft.
41. De keuze voor het geheel van de rechtshandelingen teneinde deze doelstellingen te realiseren werden voldoende verantwoord door de aanvragers.
42. Dienaangaande werd inzonderheid gewezen op het feit dat:
42.1. Bepaalde vennootschappen één onroerend goed aanhouden dat bij voorkeur in een aparte vennootschap wordt behouden. In dit kader wordt gekozen om de aandelen van de vennootschappen P en O in te brengen in vennootschap H respectievelijk vennootschap G. Er wordt niet geopteerd voor een verkoop teneinde de daaraan gekoppelde afwikkeling van intragroepsposities te vermijden.
42.2. Binnen de vennootschap P wenst men het bestaande onroerend goed te slopen om een residentiële nieuwbouw en/of een retail unit op te richten. Gelet op de nog bestaande onzekerheid hieromtrent wordt dit project liever in een afzonderlijke vennootschap gehouden. De aanvragers bevestigen evenwel dat het residentiële vastgoed zal worden verkocht door vennootschap P aan diverse particulieren (en niet middels de verkoop van de aandelen van P door de aandeelhouder). De verwachte meerwaarden op de eenheden zullen bijgevolg worden belast in hoofde van de vennootschap P op het vlak van de vennootschapsbelasting (en tevens hun gebruikelijke regime ondergaan inzake de toepassing van btw en/of registratierechten). Desgevallend zal de overblijvende retail unit verder worden aangehouden voor verhuur, in welk geval de vennootschap P op dat ogenblik zou kunnen fuseren met de vennootschap Q. De aanvragers hebben bevestigd dat de aandelen van de vennootschap P niet zullen worden vervreemd.
42.3. De aandeelhouders van de vennootschap O (i.e. de vennootschappen I en C) hebben een koopoptie toegestaan aan de huurder om de aandelen over te nemen bij het einde van elke vijfjarige periode van de huurtermijn (inclusief o.a. de concessie, zonnepanelen en alle desbetreffende onroerende goederen op de site gelegen). De huurder heeft te kennen gegeven deze koopoptie te willen uitoefenen op korte termijn daar zij rond die site reeds meerdere vestigingen heeft en deze site voor haar van strategisch belang is. Om deze reden wordt de vennootschap O niet gefuseerd met de vennootschap G. De Groep X zal de verkoopopbrengst van deze aandelen verder aanwenden voor herbeleggingen binnen de groep.
43. De combinatie van een splitsing gevolgd door een overdracht van de aandelen van de verkrijgende vennootschap met het oog op de overdracht van een deel van haar activa zou desgevallend kunnen worden aanzien als een fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92, indien de verkrijger van de aandelen een derde partij is ten aanzien van de overdragende partij, waarbij meerwaarden op activa worden omgezet in meerwaarden op aandelen en waarbij de belastingplichtige zich buiten het toepassingsgebied van artikel 24 WIB 92 tracht te plaatsen. Overeenkomstig artikel 24 WIB 92 zijn meerwaarden op activa onderworpen aan inkomstenbelasting, daar waar meerwaarden op aandelen zijn vrijgesteld onder de voorwaarden van artikel 192 WIB 92.
44. De aanvragers hebben verklaard dat er geen intentie bestaat om de aandelen van de bij de splitsingen betrokken verkrijgende vennootschappen G, Q, H, K, N en M te vervreemden, behoudens de instappen 12 en 13 van randnummer 19 vermelde interne verkopen binnen de groep en mogelijkse toekomstige schenkingen aan de volgende (derde) generatie en/of tussen de natuurlijke personen x en y. In dit verband werd tevens bevestigd dat mogelijke investeerders in principe zouden toetreden via een kapitaalverhoging en/of financiering (dus niet middels een verkoop van de bestaande aandelen door de aandeelhouders) op niveau van de vennootschappen I of J en/of de onderliggende vennootschappen rechtstreeks.
45. Gelet op het voorgaande is de DVB van mening dat de keuze voor het geheel van de opeenvolgende rechtshandelingen is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.
46. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummer 25.5 en 45 van deze beslissing, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bijvoorbeeld de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van de bij de splitsingen betrokken verkrijgende vennootschappen G, Q, H, K, N en M aan derden en op een andere wijze dan middels schenkingen in het kader van familiale erfopvolging. Bij een latere dergelijke overdracht van deze aandelen is deze beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.
III.E. Inzake de toepassing van artikel 117, § 1, Fed.W.Reg. op de splitsingen en fusies
47. Volgens artikel 117, § 1, Fed.W.Reg. is het bij de artikelen 115 en 115bis bepaalde recht niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in één of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.
48. Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde dat:
48.1. de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen;
48.2. eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt. Indien het Belgisch of buitenlands recht dat de verkrijgende vennootschap beheerst niet in een begrip gelijkaardig aan dat van het kapitaal van een naamloze vennootschap voorziet, wordt met de fractiewaarde gelijkgesteld, de inbrengwaarde, zoals die blijkt uit de jaarrekening, van alle door de aandeelhouders of vennoten toegezegde inbrengen in geld of in natura, met uitzondering van de inbrengen in nijverheid, in voorkomend geval verhoogd met de reserves die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de aandeelhouders of vennoten kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging, dit alles gedeeld door het aantal aandelen.
49. In het kader van de voorgenomen reorganisatie vinden er verschillende splitsingen en fusies plaats.
50. Bij deze verrichtingen zal de inbreng telkens worden gedaan door een Belgische vennootschap. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.
51. De splitsingen en fusies gebeuren door inbreng van het gehele vermogen, zowel actief en passief, van de te splitsen of over te nemen vennootschap, waardoor er wordt voldaan aan de notie van een universaliteit van goederen, zoals bepaald in artikel 117, § 1, Fed.W.Reg.
52. De inbreng naar aanleiding van de splitsingen en fusies zal uitsluitend worden vergoed in aandelen en er zal geen opleg in geld worden betaald door de verkrijgende of overnemende vennootschappen.
53. Derhalve kan worden besloten dat de splitsingen van de vennootschappen A, B, C en D en de fusies door overneming van de vennootschappen E en F door de vennootschap G kunnen worden verricht onder het vrijstellingsregime voorzien in artikel 117, § 1, Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167 Fed.W.Reg.
54. Voor de toepassing van de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.
III.F. Inzake de toepassing van btw
55. In de aanvraag wordt vermeld dat voorafgaand aan voorliggende voorafgaande beslissing in fiscale zaken een btw-eenheid zal worden opgericht. In de aanvraag is als bijlage de aanvraag van de btw-eenheid ingesloten.
56. In de voorgestelde groepsstructuur worden de leden van de btw-eenheid vermeld. Het betreft Belgische vennootschappen (incl. Q, G en H), met vennootschap I als vertegenwoordiger van de eenheid.
57. Artikel 4, § 2, W.Btw bepaalt dat de in België gevestigde natuurlijke personen en rechtspersonen die zelfstandig zijn, doch financieel, economisch en organisatorisch met elkaar verbonden zijn voor de toepassing van de Belgische btw-regels, in welbepaalde gevallen door de Koning bepaald, als één belastingplichtige kunnen worden aangemerkt. De voorwaarden zijn vastgesteld in het Koninklijk Besluit nr. 55, van 9 maart 2007, met betrekking tot de regeling voor belastingplichtigen die een btw-eenheid vormen. In het geval er sprake is van zogenaamd één belastingplichtige vinden de verrichtingen tussen die aangemerkte personen plaats buiten de werkingssfeer van de Belgische btw. Verrichtingen tussen leden van dezelfde btw-eenheid worden gekwalificeerd als een zogenaamde ‘interne handeling’.
58. De splitsingen en de fusies die het voorwerp uitmaken van huidige voorafgaandelijke beslissing, zullen plaatsvinden na de inwerkingtreding van de btw-eenheid.
59. De overdrachten, die in het kader van de hierboven bedoelde splitsingen en fusies wordt verricht tussen leden van dezelfde btw-eenheid, geven bijgevolg geen aanleiding tot herziening van de eventuele door de btw-eenheid over die bestanddelen afgetrokken btw, voor zover dat deze bestanddelen door de btw-eenheid in dezelfde mate voor btw-belaste handelingen blijvend worden gebruikt.
60. Volledigheidshalve wordt meegedeeld dat over de voorafgaandelijke oprichting van een btw-eenheid en de daaraan gekoppelde voorwaarden en de mogelijkse gevolgen, onder meer herzieningen, de DVB geen uitspraak doet.
61. De vennootschap I zal haar aandelen van de vennootschap H, vennootschap opgenomen in de btw-eenheid ‘Groep X’, (inclusief de aandelenparticipatie van P) overdragen aan de vennootschap J (opdat voormelde vennootschap zowel de grond als constructievennootschap aanhoudt). De vennootschap J maakt geen deel uit van de btw-eenheid.
62. Artikel 44, § 3, 10°, W.Btw bepaalt dat handelingen inzake aandelen btw-vrijgesteld zijn. Desbetreffende aandelenverkoop valt onder het toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 10°, W.Btw en wordt dan ook aangemerkt als een van btw vrijgestelde handeling.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.