Tarief · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2023.0189 16 mei 2023

Zoeken

TariefBtw - Tarief - Rubriek XXXIII van tabel A bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970

https://juriel.be/nl/rulings/2023-0189-tarief-rubriek-xxxiii-tabel-juli-d6a9

Nummer
2023.0189
Datum
16 mei 2023

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

30 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2023.0189 d.d. 16.05.2023

Btw · Tarief · Rubriek XXXIII van tabel A bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970

Samenvatting

De oprichting van een nieuw gebouw voor ondersteunende diensten op een zorgsite voor gehandicaptenhuisvesting (met een beperkte zorgverstrekking in dagopvang) kan gebeuren met toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% conform rubriek XXXIII van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20.

Tekst van de beslissing

Beslissing

1. Uit het door de DVB gedane onderzoek blijkt het volgende :

2. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 21 en 22 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

3. De aanvrager wenst een voorafgaande beslissing voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief ad 6% voor de oprichtingswerken van een voorgenomen nieuwbouw en dit op basis van rubriek XXXIII van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20.

I. Toepassingsgebied

4. Overeenkomstig rubriek XXXIII van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20 is het verlaagd tarief 6% van toepassing op de werken in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, tweede lid, van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en op de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, indien volgende drie voorwaarden zijn voldaan:

- de handelingen moeten worden verricht aan woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor huisvesting van gehandicapten;

- de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die een instelling beheert die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, personen met een handicap huisvest en die om deze reden een tegemoetkoming geniet van een fonds of een agentschap voor personen met een handicap dat door de bevoegde overheid is erkend; en

- de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast het attest van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

II. Toepassing op onderhavige situatie

5. Wat betreft de eerste voorwaarde, ‘de handelingen moeten worden verricht aan woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor huisvesting van gehandicapten’, zijn er in casu twee aandachtspunten. Vooreerst is er het gegeven dat er op de betrokken site ook zorggebruikers in dagopvang aanwezig zijn en ten tweede het feit dat de voorgenomen nieuwbouw louter dient voor ondersteunende functies en op zich niet tot huisvesting zal dienen.

6. Inzake de aanwezigheid van zorggebruikers in dagopvang wijst de aanvrager er op dat dit een minderheid is. In de oorspronkelijke erkenning die die de aanvrager ontving van het VAPH staat een verhouding van … in het dagcentrum en … permanent wonen en … kortverblijf. Dit is inmiddels gewijzigd naar … in het dagcentrum en … permanent wonen en … kortverblijf.

7. Binnen de contouren van de gevraagde regeling dient er in principe een duurzaam verblijf te worden verstrekt aan de zorggebruikers. Een tijdelijk of kortstondig verblijf is van de regeling uitgesloten. Niettemin stellen we in de voorgelegde situatie vast dat de zorggebruikers in dagopvang veruit in de minderheid zijn en dat dit dan nog vaak plaats vindt in aanloop van een effectief langdurig verblijf. In dergelijke constellatie aanvaardt de administratie dat gans het project in aanmerking komt voor het verlaagd tarief zonder de toepassing van een proratering. De DVB merkt hierbij op dat in het nieuwbouwproject geen ruimtes exclusief voor dagopvang zullen worden aangewend.

8. Het tweede aandachtspunt is het gegeven dat er in het nieuwbouwproject geen eigenlijke huisvesting in enge zin zal plaatsvinden. Concreet gaat het over volgende ruimtes:

• Drie nieuwe zorglokalen

• Een berging

• Stille therapie ruimtes

9. De aanvrager brengt voldoende elementen naar voor waaruit blijkt dat al de activiteiten die in deze ruimtes plaatsvinden enkel en alleen ter ondersteuning dienen van de kernactiviteit op de globale site, namelijk onderdak verlenen aan zorggebruikers in woonopvang. Vermits de administratie aanvaardt dat niet alleen de lokalen bestemd voor de eigenlijk huisvesting van de zorggebruikers in aanmerking komen voor het verlaagd tarief maar ook de andere plaatsen die worden gebruikt door deze personen, alsmede de lokalen bestemd voor het personeel ten dienste van de huisvesting én de technische lokalen, volgt de DVB de visie van de aanvrager dat ook de te factureren werken voor deze nieuwbouw kunnen ressorteren onder de gevraagde regeling, weerom zonder enige proratering.

10. Tweede voorwaarde: ‘de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die een instelling beheert die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, personen met een handicap huisvest en die om deze reden een tegemoetkoming geniet van een fonds of een agentschap voor personen met een handicap dat door de bevoegde overheid is erkend’.

11. De aanvrager verklaart over de nodige erkenningen te beschikken bij het VAPH. In de aanvraag wordt een overzicht opgenomen met een kopie hiervan in de bijlagen. Gezien de wijzigingen die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan inzake de financiering in de VAPH-sector verklaart de aanvrager verder het volgende:

“Door de invoering van de persoonsvolgende financiering worden de instellingen –wat de volwassenen betreft- niet meer rechtstreeks gefinancierd obv het aantal erkende bedden maar heeft elke zorggebruiker een eigen ‘rugzakje’ waarmee de hulp gefinancierd wordt. - Hiermee samenhangend, voor gebouwen is er ook geen rechtstreekse VIPA-financiering meer. De kosten van ondersteunende gebouwen mogen ook niet doorgerekend worden in de maandelijkse factuur voor woon- en leefkosten voor de zorggebruikers. Het spreekt voor zich dat dit een grote impact heeft op de budgetten van VAPH-instellingen. - Onze meerderjarige zorggebruikers, zowel dag- als woonopvang, krijgen van het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) een persoonsvolgend budget ifv de zorgzwaarte waarmee ze hun verblijf in … financieren”

12. Op basis van deze verklaringen en voorgelegde stukken kan de DVB de visie van de aanvrager volgen dat ook aan deze tweede voorwaarde is voldaan.

13. De derde een laatste voorwaarde betreft tenslotte het naleven van de in §1, 3° van rubriek XXXIII van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20 vermelde formaliteiten. Hoewel dit niet expliciet in de aanvraag naar voor wordt gebracht, mogen we veronderstellen dat de aanvrager hier eveneens aan zal voldoen.