Belasting van niet-inwoners, Inbreng van een Belgische inrichting · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2022.1112 31 januari 2023

Zoeken

Belasting van niet-inwoners, Inbreng van een Belgische inrichtingBelasting van niet-inwoners - Inbreng van een Belgische inrichting - Vrijgestelde meerwaarden - Antimisbruikbepaling - BTW

https://juriel.be/nl/rulings/2022-1112-belasting-inwoners-inbreng-belgische-inrichting-fee4

Nummer
2022.1112
Datum
31 januari 2023

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

43 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2022.1112 d.d. 31.01.2023

Belasting van niet-inwoners · Inbreng van een Belgische inrichting · Vrijgestelde meerwaarden · Antimisbruikbepaling

BTW

Samenvatting

De inbreng van de Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap in een binnenlandse vennootschap valt onder de toepassing van artikel 231, § 3, WIB 92 en de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.

De keuze voor het geheel van de rechtshandelingen (voormelde inbrengverrichting gevolgd door een verhanging van de aandelen van de binnenlandse vennootschap binnen de groep) is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en maakt geen fiscaal misbruik uit zoals bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92 met betrekking tot de toepassing van artikel 24, WIB 92.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:

• de inbreng van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap X in een binnenlandse vennootschap, NewCo Belgium, overeenkomstig artikel 231, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (hierna WIB 92) fiscaal neutraal kan plaatsvinden;

• de herstructurering kan worden onderbouwd met zakelijke motieven, niet wordt verricht met het oogmerk om zich buiten het toepassingsgebied van artikel 24, WIB 92 te plaatsen en geen fiscaal misbruik uitmaakt in België in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92;

• de overdracht van goederen/diensten door middel van de inbreng van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap X in een binnenlandse vennootschap, NewCo Belgium, niet kwalificeert als een levering van goederen of diensten en aldus buiten de toepassingssfeer van btw valt overeenkomstig de artikelen 11 en 18, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW).

II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvrager

2. De buitenlandse vennootschap X maakt deel uit van de internationale groep Y. De vennootschap X heeft een Belgische vaste inrichting in de zin van artikel 229, § 1, WIB 92.

3. De groep wenst te evolueren naar een structuur waarbij per land één juridische entiteit wordt aangehouden, die instaat voor alle producten van alle divisies, de zogenaamde ‘mixed sales companies’ (MSC’s). In het kader van deze globale herstructurering van de verkoopentiteiten wenst de groep de Belgische vaste inrichting van de vennootschap X in te brengen in een nieuw op te richten Belgische vennootschap, NewCo Belgium (stap 1). Vervolgens zullen nog een aantal andere stappen volgen. Zo zullen met name de aandelen van NewCo Belgium - door middel van een uitkering in natura naar aanleiding van opeenvolgende dividenduitkeringen en/of kapitaalverminderingen - uiteindelijk worden overgedragen aan haar indirecte moedervennootschap Z (stap 2) en zal er een fusie plaatsvinden waarbij de vennootschap X wordt overgenomen door haar buitenlandse zustervennootschap W (gevestigd in hetzelfde land als vennootschap X), gevolgd door de overdracht van de aandelen van de vennootschap W aan de topholding van de groep (stap 3).

III. Beslissing

III.A. Betreffende de toepassing van artikel 231, § 3, WIB 92

4. De inbreng van de Belgische vaste inrichting van de vennootschap X in een Belgische vennootschap, NewCo Belgium, is ingegeven vanuit de wens van de aanvrager om haar activiteiten in België via een vennootschap uit te voeren, eerder dan via een vaste inrichting, omdat de Belgische activiteiten de laatste jaren sterk zijn uitgebreid en een afzonderlijke rechtspersoon de interne beheersprocessen, maar ook de tewerkstelling van Belgisch personeel op fiscaal en sociaal vlak vergemakkelijkt. Verder is het vanuit commercieel standpunt meer aangewezen om te werken met een Belgische vennootschap op de Belgische markt. En tenslotte kunnen zo ook de potentiële risico’s en aansprakelijkheden van de Belgische activiteiten worden afgescheiden van de buitenlandse activiteiten. In eerste instantie zal NewCo Belgium zich enkel richten op de producten van één divisie, maar naar de toekomst toe zullen er meerdere productdivisies worden ondergebracht in NewCo Belgium, waardoor de inbreng ook kadert in de evolutie naar één MSC per land.

5. Overeenkomstig artikel 231, § 3, WIB 92 zijn de meerwaarden vrijgesteld die worden verwezenlijkt of vastgesteld ter gelegenheid van de inbreng van een Belgische inrichting in een binnenlandse vennootschap tegen verkrijging van aandelen die het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen.

6. De aanvrager heeft bevestigd dat alle bestanddelen van de Belgische inrichting van de vennootschap X zullen worden overgedragen aan NewCo Belgium middels een inbreng tegen verkrijging van aandelen van NewCo Belgium (zonder geldopleg). De aanvrager heeft tevens bevestigd dat het personeel van de Belgische inrichting zal overgaan naar NewCo Belgium.

7. De aanvrager heeft bevestigd dat de overdracht van alle activa en passiva van de Belgische inrichting van vennootschap X zal gebeuren in boekhoudkundige continuïteit. Het fiscaal gestort kapitaal dat ten name van NewCo Belgium ontstaat door de inbreng, wordt bepaald overeenkomstig artikel 184bis, § 2, WIB 92.

8. De Belgische inrichting van de vennootschap X is winstgevend en heeft een belastbare basis. Zij beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Aangezien NewCo Belgium een nieuw op te richten vennootschap is, beschikt zij evenmin over dergelijke bestanddelen.

9. De aanvrager heeft tevens bevestigd dat NewCo Belgium een binnenlandse vennootschap zal zijn in de zin van artikel 2, §1, 5°, b), WIB 92.

10. Op basis van het bovenstaande kan worden besloten dat de voorgenomen inbreng van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap X in de Belgische vennootschap, NewCo Belgium, belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 231, § 3, WIB 92.

III.B. Betreffende de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92

11. In het kader van de globale herstructurering van de verkoopentiteiten van de groep waarbij wordt gestreefd naar één mixed sales company (MSC) per land, zullen na de inbreng van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap X in de Belgische vennootschap NewCo Belgium, nog een reeks andere verrichtingen plaatsvinden (zie randnr. 3).

12. De combinatie van een inbreng, gevolgd door een overdracht van de aandelen van de inbrengverkrijgende vennootschap door de inbrengende vennootschap met het oog op de overdracht van een deel van haar activa (in casu de bestanddelen toebehorend aan haar Belgische vaste inrichting) zou desgevallend kunnen worden aanzien als een fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92, indien de verkrijger van de aandelen een derde partij is ten aanzien van de overdragende partij. Het omzetten van meerwaarden op activa in meerwaarden op aandelen zou aanzien kunnen worden als een situatie waarbij de belastingplichtige zich buiten het toepassingsgebied van artikel 24, WIB 92 tracht te plaatsen. Overeenkomstig artikel 24, WIB 92 zijn meerwaarden op activa onderworpen aan inkomstenbelasting, daar waar meerwaarden op aandelen zijn vrijgesteld onder de voorwaarden van artikel 192 WIB 92. In casu zullen de aandelen van NewCo Belgium uiteindelijk worden overgedragen aan de huidige (indirecte) moedervennootschap Z van de inbrengende vennootschap X die dus deel uitmaakt van de groep en niet kan worden beschouwd als een derde partij.

13. De aanvrager heeft bevestigd dat de groep niet de intentie heeft om de aandelen van NewCo Belgium over te dragen aan een derde partij.

14. Gelet op het voorgaande kan worden besloten dat de keuze voor de combinatie van de inbreng van de Belgische vaste inrichting van de vennootschap X in de Belgische vennootschap, NewCo Belgium, gevolgd door de overdracht van de aandelen van NewCo Belgium aan haar indirecte moedervennootschap (stappen 1 en 2, zie randnr. 3), door andere motieven is verantwoord dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt zoals bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92 met betrekking tot de toepassing van artikel 24, WIB 92.

15. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager werden vermeld. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnr. 38, in deze beslissing tenslotte niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 344, §1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van NewCo Belgium aan derden. Bij een latere overdracht van deze aandelen aan derden is de beslissing op het vlak van de inkomstenbelastingen niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

III.C. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW

16. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

17. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

18. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

19. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

20. De Belgische vaste inrichting van de vennootschap X is aan te merken als een in België gevestigde belastingplichtige voor de toepassing van de artikelen 50, 51 en 55 W.BTW en artikel 21 van voormeld wetboek.

21. Vaststellende dat de aanvrager verklaart dat NewCo Belgium de activa en passiva van de Belgische vaste inrichting van de vennootschap X zal gebruiken teneinde haar economische activiteit voort te zetten c.q. uit te voeren, omvattende onder meer de levering van goederen evenals het verrichten van onderhouds- en hersteldiensten, dient geconcludeerd te worden dat NewCo Belgium zal worden aangemerkt als een in België gevestigde belastingplichtige met recht op aftrek.

22. De inbreng van alle elementen waarover de Belgische vaste inrichting van de vennootschap X beschikt teneinde haar economische activiteit in België uit te voeren middels een Belgische vennootschap, met name NewCo Belgium dewelke zal optreden als een verkoopentiteit, i.e. het centraliseren van de lokale verkoop en business diensten van een bepaalde productendivisie in België, dient dan ook aangemerkt te worden als een overdracht van een algemeenheid.

23. Het gegeven dat de aanvrager verklaart dat men met deze inbreng geenszins de bedoeling heeft om de activiteiten te vereffenen, maar daarentegen het operationeel actief blijven middels de NewCo Belgium beoogt, houdt in dat de overnemer de intentie heeft om de economische activiteit - waardoor hij belastingplichtige wordt- op autonome wijze verder te zetten. Naar aanleiding van de hierboven beschreven inbreng worden alle activa en passiva die verbonden zijn aan de Belgische vaste inrichting overgedragen aan NewCo Belgium.

24. De aanvrager verklaart dat Newco Belgium een btw-belastingplichtige is die, in de mate er btw zou verschuldigd zijn op de overdracht, recht op btw-aftrek heeft.

25. De hierboven beschreven inbreng dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW te gebeuren.

Aangehaalde teksten

8