---
title: "Voorafgaande beslissing 2022.1111 · Btw-belaste dienstverlening"
description: "Btw-belaste dienstverlening, Artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2022.1111 van 21 maart 2023."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2022-1111-btw-belaste-dienstverlening-artikel-18-aaa4"
lang: "nl"
---

# Btw-belaste dienstverlening, Artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW · Btw - Btw-belaste dienstverlening - Artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW - Niet-toepasselijkheid van btw -misbruikbeginsel - Artikel 1 § 10 W.BTW

**Nummer**

2022.1111

**Datum**

21 maart 2023

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

66 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2022.1111 d.d. 21.03.2023

*Btw* · *Btw-belaste dienstverlening* · *Artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW* · *Niet-toepasselijkheid van btw-misbruikbeginsel* · *Artikel 1 § 10 W.BTW*

## Samenvatting

In uitvoering van het P-project zal X een nieuwe installatie (de P-installatie) ontwerpen en bouwen die belangrijke milieueffecten zal hebben. Het P-project is slechts een prototype. In de Q-installatie zal gebruik worden gemaakt van een proces dat ook belangrijke milieueffecten zal hebben. Eén van de financieringsvoorwaarden die door Z werd opgelegd is dat het P- en Q-project moet worden afgezonderd binnen een zogenaamde ‘special purpose vehicle’ of SPV. Daartoe werd een 100% dochtervennootschap opgericht door X, met name SPV Y.

Uit de overeenkomsten die door X en SPV Y werden afgesloten om het P- en Q-project vorm te geven, volgt dat, hoewel SPV Y op grond van de A overeenkomst principieel instaat voor de financiering, de oprichting en de exploitatie van de P- en Q-installatie, deze laatste twee verplichtingen worden overgedragen aan X onder de B overeenkomst en de C overeenkomst. Daarnaast wordt ook de investeringskost van SPV Y vergoed door X, als onderdeel van de A vergoeding. Alle financiële en operationele risico’s en lasten die verband houden met het P- en Q-project rusten bijgevolg op X.

De kwalificatie als financiële leasing of soortgelijke transactie voor de toepassing van de inkomstenbelastingen heeft tot gevolg dat X wordt beschouwd als economische eigenaar van de P- en Q-installatie, hoewel de juridische eigendom bij SPV Y ligt.

De activiteiten van SPV Y voor de toepassing van de inkomstenbelastingen worden beschouwd als een financiële leasing of soortgelijke transactie ten behoeve van X. Voor btw-doeleinden dient het optreden van SPV Y echter te worden beschouwd als de levering aan X van met btw belaste dienstprestaties in de zin van artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW, en niet als leasing of onroerende verhuur.

De prestaties van SPV Y aan X onder de A overeenkomst kwalificeren voor de volledige looptijd van deze overeenkomst als een met btw belaste dienstverlening zoals beoogd door artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW.

Deze btw-kwalificatie vormt in het kader van het geheel van de bedoelde verrichtingen en mede gelet op de afwijkende kwalificatie inzake inkomstenbelastingen, geen misbruik in de zin van artikel 1, § 10 W.BTW.

## Tekst van de beslissing

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend in naam van vennootschap X en van vennootschap Y.

*Beschrijving van X en haar activiteiten*

2\. X maakt deel uit van een groep die innovatieve en duurzame producten maakt voor de meest uiteenlopende toepassingen in verschillende industriële sectoren. X is de voornaamste Belgische (operationele) entiteit van de groep en heeft verschillende vestigingen in België. Daarnaast doet X ook aan productinnovatie en richt zij zich nog op procesinnovatie. Het is in dit kader dat X het zogenaamde ‘P- en Q-project’ heeft opgezet.

Y is een 100% dochtervennootschap van X.

*Omschrijving van het P- en Q-project, ook de P- en Q-installatie genoemd*

3\. In uitvoering van het P-project zal X een nieuwe installatie (de P-installatie) ontwerpen en bouwen die belangrijke milieueffecten zal hebben. Het P-project is slechts een prototype. In de Q-installatie zal gebruik worden gemaakt van een proces dat ook belangrijke milieueffecten zal hebben.

In wat hierna volgt verwijst het begrip ‘installaties’ naar de P- en Q-installatie gezamenlijk.

4\. De investering wordt gedeeltelijk gefinancierd door Z. Het overige deel zal worden bekostigd door middel van subsidies en eigen middelen van Y. Eén van de financieringsvoorwaarden die door Z werd opgelegd is dat het P- en Q-project moet worden afgezonderd binnen een zogenaamde ‘special purpose vehicle’ of SPV. Daartoe werd een 100% dochtervennootschap opgericht door X, met name SPV Y.

*Uitvoering van het P- en Q-project*

5\. Om het P- en Q-project vorm te geven, werden de volgende overeenkomsten afgesloten tussen X en Y.

\- Op een bepaalde datum heeft X een opstalrecht gevestigd op één van haar percelen, ten gunste van SPV Y, krachtens hetwelk SPV Y het recht verkrijgt om de P-installatie op te richten op het betrokken perceel.

\- Daarnaast heeft X op dezelfde datum ook een opstalrecht gevestigd op één van haar percelen, ten gunste van SPV Y, krachtens hetwelk SPV Y het recht verkrijgt om de Q-installatie op te richten op het betrokken perceel.

\- Op grond van een overeenkomst zal SPV Y instaan voor de exploitatie van de P- en Q-installatie en het omzetten van de door X aangeleverde goederen in een ander product. SPV Y verbindt er zich toe om de P- en Q-installatie te bouwen en deze in juridische eigendom aan te houden, te onderhouden en te exploiteren met als doel de goederen om te vormen in andere producten. Deze overeenkomst (hierna A overeenkomst genoemd) bepaalt uitdrukkelijk dat het eigendomsrecht op deze goederen en de producten die voortkomen uit de omzetting altijd bij X blijft. SPV Y wordt enkel beschouwd als bewaarnemer van de goederen en de producten.

Daartegenover staat een maandelijkse vergoeding vanwege X aan SPV Y die bestaat uit een vaste component, ter vergoeding van de financieringskosten (in het bijzonder de lening van SPV Y bij Z) en een vergoeding van de recurrente en niet-recurrente kosten (hierna A vergoeding genoemd).

\- In het kader van de oprichting van de P- en Q-installatie sloten X en SPV Z een overeenkomst waarin de voorwaarden worden uiteengezet waartegen X bepaalde diensten levert ten behoeve van SPV Y (hierna de B overeenkomst genoemd). Krachtens deze overeenkomst staat X ook in voor kwaliteitscontrole, veiligheid en gezondheid en handelt X rechtstreeks met de verkopers en aannemers in naam en voor rekening van SPV Y als lasthebber. Zodoende neemt X alle financiële en operationele risico’s en lasten met betrekking tot de bouw van de installaties op zich.

\- Tot slot werd ook een overeenkomst gesloten in uitvoering waarvan X zal instaan voor de voorbereiding, het verder testen, de verdere inbedrijfstelling, het beheer, de exploitatie, het voorzien van nutsvoorzieningen en het onderhoud van de P- en Q-installatie (hierna de C overeenkomst genoemd). Via deze dienstenovereenkomst afgesloten tussen X (als dienstverlener) en SPV Y (als afnemer en genieter van de diensten) worden de verplichtingen van SPV Y onder de A overeenkomst met betrekking tot de exploitatie van de installaties overgenomen door X.

X zal hiervoor recht hebben op een maandelijkse vergoeding van SPV Y, die bestaat uit een vergoeding van alle vaste en variabele kosten inzake de exploitatie en het onderhoud van de installaties (hierna de C vergoeding genoemd). Het bedrag van deze C vergoeding komt weliswaar integraal terug als onderdeel van de A vergoeding. Economisch gezien komt het er dus op neer dat X de diensten onder de C overeenkomst verricht met het oog op haar eigen exploitatie van de installaties. De vergoeding die ze ontvangt van SPV Y voor deze prestaties wordt haar immers integraal opnieuw aangerekend door SPV Y als onderdeel van de A vergoeding. Dit resulteert bijgevolg in een nuloperatie. SPV Y zal een vergoeding verschuldigd zijn die gelijk is aan de vergoeding die X verschuldigd is (met uitzondering van de financieringskosten, die door X worden vergoed als onderdeel van de A vergoeding). Ook uit de A overeenkomst vloeit voort dat alle kosten van SPV Y onder de C overeenkomst worden vergoed in de A vergoeding.

Uit deze overeenkomsten volgt dat, hoewel SPV Y op grond van de A overeenkomst principieel instaat voor de financiering, de oprichting en de exploitatie van de P- en Q-installatie, deze laatste twee verplichtingen worden overgedragen aan X onder de B overeenkomst en de C overeenkomst. Daarnaast wordt ook de investeringskost van SPV Y vergoed door X, als onderdeel van de A vergoeding. Alle financiële en operationele risico’s en lasten die verband houden met het P- en Q-project rusten bijgevolg op X.

6\. Het P- en Q-project zal worden uitgerold in verschillende fasen. Na verloop van de eerste fase zal op basis van een aantal vooropgestelde criteria worden onderzocht of het project de vereiste resultaten haalt. Is dat niet het geval, dan kan worden beslist om het project stop te zetten. Haalt het project wel de verhoopte resultaten, dan start een tweede operationele fase.

*Kwalificatie op het vlak van de inkomstenbelastingen*

7\. Zoals aangehaald, is het altijd de bedoeling geweest dat X economisch gezien alle financiële en operationele risico’s en lasten van de verwerving, het onderhoud en het gebruik van de installaties alsook de onderzoeks- en ontwikkelingskosten die met het P- en Q-project gepaard gaan, zou dragen. SPV Y beschikt immers niet over het personeel en de knowhow om dit te realiseren. In dit verband werden de hiervoor aangehaalde overeenkomsten gesloten (zie randnr. 5 supra), op grond waarvan de verplichtingen inzake de oprichting en de exploitatie van de P- en Q-installatie naar X werden overgedragen.

8\. Uit deze overeenkomsten vloeit voort dat SPV Y economisch gezien geen enkel operationeel of financieel risico draagt, aangezien SPV Y in de feiten niet instaat voor de bouw noch voor de exploitatie van de P- en Q-installatie en zij recht zal hebben op de terugbetaling van alle kosten die zij maakt voor X. De bouw, de uiteindelijke exploitatie en de risico’s liggen dan ook uitsluitend bij X. Bijgevolg kan X worden beschouwd als de economische eigenaar van de P- en Q-installatie, niettegenstaande het feit dat de installaties juridisch gezien eigendom zijn van SPV Y.

9\. Dergelijke situatie kan boekhoudkundig worden beschouwd als een financiële leasing of soortgelijke transactie in de zin van artikel 3:89 KB/WVV. X en SPV Y hebben deze rechten dan ook als dusdanig gekwalificeerd en zullen deze overeenkomstig verwerken in hun respectieve boekhouding.

De kwalificatie als financiële leasing of soortgelijke transactie heeft tot gevolg dat X wordt beschouwd als economische eigenaar van de P- en Q-installatie, terwijl de juridische eigendom bij SPV Y ligt.

## II. Vraagstelling

10\. Deze aanvraag heeft betrekking op de juiste kwalificatie voor btw-doeleinden van de A overeenkomst die werd afgesloten tussen X en SPV Y en op basis waarvan SPV Y aan X prestaties zal leveren.

11\. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, wensen de aanvragers bevestiging te verkrijgen dat:

• de prestaties van SPV Y aan X onder deze A overeenkomst voor de volledige looptijd van deze overeenkomst kwalificeren als een met btw belaste dienstverlening zoals bedoeld in artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW, en dat;

• voornoemde btw-kwalificatie in het kader van het geheel van de verrichtingen en mede gelet op de afwijkende kwalificatie inzake inkomstenbelastingen, geen misbruik vormt in de zin van artikel 1, § 10 W.BTW.

## III. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

12\. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

### *III.A. Btw-kwalificatie van de bedoelde prestaties van SPV Y onder de A overeenkomst*

13\. Op grond van de A overeenkomst zal SPV Y verschillende prestaties leveren aan X.

Zoals gesteld, zal SPV Y op grond van deze overeenkomst namelijk instaan voor de exploitatie van de P- en Q-installaties en voor het omzetten van de door X aangeleverde goederen in andere producten. Daartoe zal X deze goederen bezorgen aan SPV Y op een specifiek daartoe aangewezen locatie. X is ertoe gehouden om alle producten die resulteren uit de omvorming van de bedoelde goederen af te nemen.

Deze overeenkomst bepaalt uitdrukkelijk dat het eigendomsrecht op de producten die voortkomen uit de omzetting, altijd bij X blijft. SPV Y wordt enkel beschouwd als bewaarnemer van deze producten.

Voorts zal SPV Y de P- en Q-installaties niet exploiteren ten voordele van een andere persoon dan X. SPV Y heeft dan ook geen andere economische activiteit dan het leveren van prestaties aan X onder de A overeenkomst

SPV Y krijgt ook het recht om alle intellectuele eigendomsrechten van X die nodig zijn om haar verplichtingen onder de A overeenkomst te kunnen vervullen, te gebruiken.

14\. De A prestaties van SPV Y ten aanzien van X worden door X vergoed middels betaling van de A vergoeding. Zoals gesteld, bestaat deze uit een vaste component, ter vergoeding van de financieringskosten (in het bijzonder de lening van SPV Y bij Z) en een vergoeding van de recurrente en niet-recurrente kosten.

15\. Gelet op wat voorafgaat is de Dienst Voorafgaande Beslissingen dan ook van oordeel dat de prestaties van SPV Y aan X onder de A overeenkomst moeten worden beschouwd als een btw-belaste dienstverlening in de zin van artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW.

***III.B. Niet-toepasselijkheid van het btw-misbruikbeginsel: de kwalificatie van de prestaties van SPV Y*** ***als met btw belaste A diensten vormt geen btw-misbruik***

16\. De activiteiten van SPV Y worden voor de toepassing van de inkomstenbelastingen beschouwd als een financiële leasing of soortgelijke transactie ten behoeve van X.

17\. Voor btw-doeleinden dient het optreden van SPV Y echter te worden beschouwd als de levering aan X van met btw belaste dienstprestaties in de zin van artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW, en niet als leasing of onroerende verhuur.

18\. Deze verschillende kwalificatie voor btw-doeleinden kan niet worden beschouwd als btw-misbruik (ten aanzien van artikel 44, § 3 W.BTW) en dit omwille van twee redenen:

\- indien het optreden van SPV Y zou worden beschouwd als onroerende verhuur, dan zou deze onroerende verhuur bestaan in de terbeschikkingstelling van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines door SPV Y aan X. Bijgevolg zou het optreden van SPV Y ook in die hypothese een met btw belaste activiteit vormen op grond van artikel 44, § 3, 2°, a), 6de gedachtestreepje W.BTW. SPV Y haalt met andere woorden geen fiscaal voordeel uit de kwalificatie van haar optreden als btw-belaste dienstverlening in de zin van artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW, zodat er geen sprake kan zijn van misbruik overeenkomstig artikel 1, § 10 W.BTW;

\- de gekozen btw-kwalificatie en -behandeling worden verantwoord door zakelijke motieven en een voorkeur om de btw-behandeling te steunen op een louter juridische analyse van de A overeenkomst. De juridische werkelijkheid is immers dat SPV Y onder de A overeenkomst dienstprestaties zal leveren ten behoeve van X (ook al zal SPV Y daarvoor op haar beurt opnieuw een beroep doen op onder andere het personeel van X).

Daar waar het boekhoudrecht een duidelijke basis biedt om de contractuele context economisch te beschouwen als een onroerende leasing of een gelijkaardige overeenkomst, biedt het btw-recht alvast geen dergelijk uitdrukkelijk aanknopingspunt, zodat het voor de partijen en ook met het oog op de controle van de toepassing van de btw eenduidiger lijkt en meer houvast biedt om te steunen op de contractueel bepaalde juridische context. Een btw-behandeling van de A overeenkomst in overeenstemming met de juridische werkelijkheid kan evident niet als btw-misbruik worden beschouwd.

19\. Op grond hiervan deelt de Dienst Voorafgaande Beslissingen de visie van de aanvrager dat de kwalificatie van de prestaties van SPV Y onder de A overeenkomst als een met btw belaste dienstverlening overeenkomstig artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW, niet leidt tot een frustratie van artikel 44, § 3 W.BTW en er bijgevolg geen sprake kan zijn van misbruik in de zin van artikel 1, § 10 W.BTW ten aanzien van artikel 44, § 3 W.BTW.

## IV. Conclusie

20\. De prestaties van SPV Y aan X onder de hiervoor aangehaalde A overeenkomst kwalificeren voor de volledige looptijd van deze overeenkomst als een met btw belaste dienstverlening zoals beoogd door artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW.

21\. Voornoemde btw-kwalificatie vormt in het kader van het geheel van de bedoelde verrichtingen en mede gelet op de afwijkende kwalificatie inzake inkomstenbelastingen, geen misbruik in de zin van artikel 1, § 10 W.BTW.
