Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2022.0955 20 december 2022

Zoeken

Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijkingVennootschapsbelasting - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Antimisbruikbepaling - Personenbelasting - Verkoop van aandelen - Meerwaarde op aandelen - Divers inkomen - Normaal beheer van privévermogen - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

https://juriel.be/nl/rulings/2022-0955-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-bc54

Nummer
2022.0955
Datum
20 december 2022

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

104 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2022.0955 d.d. 20.12.2022

Vennootschapsbelasting · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking · Antimisbruikbepaling · Personenbelasting · Verkoop van aandelen · Meerwaarde op aandelen · Divers inkomen · Normaal beheer van privévermogen

BTW · Overdracht van een bedrijfsafdeling

Samenvatting

De partiële splitsing van een holdingvennootschap X met commerciële activiteiten door oprichting van twee nieuwe vennootschappen Y en Z, die met het oog op een familiale opvolging en een heroriëntering van de groep ertoe strekt om per pijler (productie, distributie en bedrijfsvastgoed) een holdingvennootschap te creëren die deelnemingen aanhoudt in vennootschappen die actief zijn in de desbetreffende pijler, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan plaatsvinden onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92. Deze partiële splitsing valt eveneens onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.

De daarop volgende verkoop van alle aandelen van vennootschap X aan een onafhankelijke derde partij en van een gedeelte van de aandelen van vennootschap Z aan een vennootschap van een in de groep werkzaam familielid kan ten name van de aanvrager-natuurlijke persoon worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van een privévermogen, zodat de meerwaarde niet belastbaar is als divers inkomen op basis van artikel 90, eerste lid, 1° of 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

De keuze voor het geheel van de rechtshandelingen (partiële splitsing gevolgd door de overdracht van alle aandelen van vennootschap X en van een deel van de aandelen van vennootschap Z) werd voldoende verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en maakt geen fiscaal misbruik uit als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92 met betrekking tot de artikelen 18, 24, 183 en 261 WIB 92.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:

- de dubbele partiële splitsing door oprichting van vennootschap X waarbij enerzijds de participatie in vennootschap A, een schuldvordering en beperkte schulden worden overgedragen aan een nieuw op te richten besloten vennootschap Y en anderzijds een productieafdeling en de participaties in de vennootschappen B, C, D en E worden overgedragen aan een nieuw op te richten besloten vennootschap Z, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 211, §1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;

- de voorgenomen dubbele partiële splitsing voor de vennootschapsbelasting kan worden uitgevoerd met een boekhoudkundige retroactiviteit;

- de voorgenomen overdracht door vennootschap X van de productieafdeling en de participaties in de vennootschappen B, C, D en E bij wijze van partiële splitsing naar de nieuw op te richten vennootschap Z onder de toepassing valt van de artikelen 11 en 18, §3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW);

- de verkoop door de heer P en mevrouw W, beiden handelend in hun hoedanigheid van vennoot in de maatschap Q, van de totaliteit van de aandelen van vennootschap X aan een onafhankelijke derde partij, kadert binnen het normaal beheer van het privévermogen en derhalve de gerealiseerde meerwaarde niet belastbaar is als divers inkomen overeenkomstig artikel 90, eerste lid, 1° of 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92;

- de gedeeltelijke uittreding door de heer P uit de maatschap Q met 1.250 aandelen van de nieuw opgerichte vennootschap Z (op een totaal van 5.000 aandelen) en de daaropvolgende verkoop door de heer P aan een vennootschap onder controle van mevrouw W van 625 aandelen Z, handelingen zijn die kaderen binnen het normaal beheer van het privévermogen en derhalve de gerealiseerde meerwaarde niet belastbaar is als divers inkomen overeenkomstig artikel 90, eerste lid, 1° of 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92;

- het geheel van de verrichtingen geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 344, §1, WIB 92, zodat de niet-uitgedrukte meerwaarde op de vermogensbestanddelen waarover vennootschap X beschikt, niet kan worden belast in hoofde van vennootschap X op basis van de artikelen 24 en 183 WIB 92 en zodat bijkomend de vermogensbestanddelen van vennootschap X niet kunnen worden geacht te zijn uitgekeerd en belastbaar gesteld als roerend inkomen in hoofde van de heer P en mevrouw W op basis van artikel 18 WIB 92, noch een verplichting tot inhouding van roerende voorheffing oplegt aan vennootschap X op basis van artikel 261 WIB 92;

- het geheel van de verrichtingen, in het bijzonder de overdrachten van aandelen, geen fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 344, §1, WIB 92, zodat de aanwezige liquiditeiten in de vennootschappen niet kunnen worden beschouwd als zijnde uitgekeerd naar aanleiding van de overdracht van de vennootschappen, en belastbaar gesteld als roerend inkomen in hoofde van de heer P of mevrouw W op basis van artikel 18 WIB 92, noch een verplichting tot inhouding van roerende voorheffing oplegt aan vennootschap X op basis van artikel 261 WIB 92.

II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

2. Vennootschap X maakt deel uit van de familiale groep X. De aandelen van deze vennootschap zijn in het bezit van de maatschap Q, waarvan de heer P en zijn dochter, mevrouw W, de vennoten zijn.

3. Vennootschap X is de holding binnen groep X die deelnemingen aanhoudt in verschillende productie-, distributie- en vastgoedvennootschappen. Naast haar rol als holdingvennootschap fungeert deze vennootschap tevens als commerciële entiteit voor de gehele groep en zijn er hiervoor verkopers/vertegenwoordigers tewerkgesteld binnen deze entiteit. Vennootschap X, die naar aanleiding van de partiële splitsing van vennootschap R werd opgericht, heeft al sinds haar ontstaan deze commerciële rol vervuld.

4. Binnen de groep X kunnen op vandaag drie verschillende activiteiten/bedrijfsafdelingen worden onderscheiden, m.n. de productie, de distributie en het beheer van bedrijfsvastgoed. Binnen vennootschap X zitten deze drie activiteiten momenteel met elkaar verweven, enerzijds door de aangehouden participaties in dochtervennootschappen en anderzijds doordat de commerciële afdeling zowel vertegenwoordigers en verkopers heeft die verbonden zijn aan de distributietak als aan de productietak.

5. Thans zijn er concrete plannen die de verdere continuïteit en ontwikkeling van groep X moeten garanderen. Daarbij wenst men de eerste stappen te zetten in de overdracht van de onderneming naar de volgende generatie en wenst men de minder rendabele distributieafdeling af te stoten. In deze context wenst men over te gaan tot de dubbele partiële splitsing van vennootschap X waarbij:

- de participatie in vennootschap A, een schuldvordering en beperkte schulden ten aanzien van vennootschap A zullen worden overgedragen aan een nieuw op te richten besloten vennootschap Y;

- de commerciële afdeling (bestaande uit goodwill, personeelsleden (4FTE’s), enkele kleinere vaste activa (rollend materieel, meubilair,…), handelsvorderingen, een beperkte rekening-courant bedrijfsleider en schulden die allen verband houden met de productieactiviteiten) en de participaties in de vennootschappen B, C, D en E zullen worden overgedragen aan een nieuw op te richten besloten vennootschap Z.

6. Vennootschap X zal na de verrichting nog steeds een actieve holdingvennootschap zijn voor de distributietak waarin de commerciële activiteiten die betrekking hebben op de distributieactiviteiten zullen worden verdergezet door de resterende werknemers en waarin de participaties in de distributievennootschappen F en G behouden zullen blijven.

7. Volgend op de partiële splitsing van vennootschap X zullen de heer P en mevrouw W, handelend in hun hoedanigheid van vennoot in de maatschap Q, de aandelen die zij aanhouden in vennootschap X verkopen aan een onafhankelijke derde partij.

8. Tevens zal de heer P na de partiële splitsing van vennootschap X in overeenstemming met de statuten van de maatschap gedeeltelijk uit onverdeeldheid treden met 1.250 aandelen van vennootschap Z. Door deze uit onverdeeldheidtreding zal de heer P een deel van zijn deelbewijzen categorie A inruilen tegen 1.250 aandelen van vennootschap Z. Deze aandelen worden vervolgens door de heer P persoonlijk in volle eigendom aangehouden. Daarna verkoopt de heer P 625 aandelen van vennootschap Z aan een vennootschap onder controle van mevrouw W. Vervolgens schenkt de heer P 625 aandelen van vennootschap Z aan mevrouw W in volle eigendom.

III. Beslissing

III.A. Betreffende de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 bij de partiële splitsing van vennootschap X

9. De geplande partiële splitsing van vennootschap X beantwoordt aan de definitie van een met splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), WIB 92.

10. Met de partiële splitsing van vennootschap X worden de verschillende activiteiten, m.n. de productieactiviteit, de distributieactiviteit en de vastgoedactiviteit, op holdingniveau van elkaar gescheiden, wat moet zorgen voor een optimaal beheer van deze drie activiteiten, elk volgens hun eigen investeringsbeleid, specifieke knowhow en eigen managementbenadering. De voorgenomen partiële splitsing maakt het tevens mogelijk om de productietak afzonderlijk over te dragen aan de volgende generatie, m.n. aan mevrouw W. Er werd in dit kader een regeling uitgewerkt zodat mevrouw W na het overlijden van haar vader, de heer P, de controle en zeggenschap zal hebben over de productietak. Indien het vastgoed verbonden zou blijven met de productietak, zou de overdracht financieel niet haalbaar zijn voor mevrouw W. De voorgenomen partiële splitsing maakt het tenslotte mogelijk om de distributietak af te zonderen en te verkopen aan een derde-investeerder.

11. De geplande verrichting zal geen impact hebben op de graad van tewerkstelling binnen de groep. Het personeel verbonden aan de productieactiviteit zal mee overgaan naar vennootschap Z waaruit blijkt dat deze activiteit zal worden verder gezet bij de verkrijgende vennootschap.

12. Ingeval van een (partiële) splitsing in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 worden de verkrijgende vennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 213, WIB 92, bij het bepalen van het gestorte kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die ingeval van (partiële) splitsing bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de (partieel) gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen. De aanvragers hebben bevestigd en aangetoond dat de verdeling van de fiscale vermogensbestanddelen conform het bepaalde in artikel 213, WIB 92 zal gebeuren. De aanvragers hebben verklaard dat vennootschap X thans geen vrijgestelde reserves heeft omdat in het boekjaar 2021 (aanslagjaar 2022) werd geopteerd om alle vrijgestelde reserves aan een effectieve belasting te onderwerpen.

13. Vennootschap X is winstgevend en beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Aangezien de verkrijgende vennootschappen nieuw op te richten vennootschappen zijn, beschikken zij evenmin over dergelijke bestanddelen.

14. De aanvragers hebben bevestigd dat de heer P en mevrouw W, beiden handelend als vennoot in de maatschap Q, niet de intentie hebben om de aandelen van vennootschap Y te vervreemden, noch samen, noch individueel, noch gedeeltelijk, noch voor de totaliteit en dit ongeacht de tegenpartij. Dit geldt eveneens voor wat betreft de aandelen van vennootschap Z behoudens de huidige voorziene overdracht van 25% van de aandelen van vennootschap Z (waarvan de helft middels een verkoop aan een vennootschap gecontroleerd door mevrouw W en de andere helft middels schenking aan mevrouw W) in het kader van een gedeeltelijke instap door mevrouw W die reeds de functie van CEO (in opleiding) waarneemt. De aanvragers hebben bevestigd dat alle aandelen van vennootschap X na de partiële splitsing zullen worden overgedragen aan een onafhankelijke derde partij maar dat de verkoopprijs van deze aandelen integraal terug in de groep zal worden geïnvesteerd.

15. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

16. De verkrijgende vennootschappen Y en Z zijn binnenlandse vennootschappen.

17. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de partiële splitsing van vennootschap X kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

III.B. Betreffende de boekhoudkundige retroactiviteit van de partiële splitsing op het vlak van de vennootschapsbelasting

18. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag, inzonderheid t.a.v. vermeld retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

- met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt;

- en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

19. De aanvragers hebben bevestigd dat de boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van de partiële splitsing van vennootschap X de normale termijn van zeven maanden niet zal overschrijden.

20. In het kader van de in randnummer 18.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op de maximale overdracht van de fiscaal overgedragen verliezen of DBI-aftrek (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). De aanvragers hebben bevestigd dat vennootschap X niet over fiscaal overdraagbare verliezen en/of overgedragen DBI-aftrek beschikt.

21. Derhalve kan worden gesteld dat de retroactiviteitsclausule een correcte toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat en dat de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

III.C. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW op de partiële splitsing van vennootschap X

22. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

23. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

24. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

25. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend. Naast het voortzetten van de activiteit is tevens vereist dat de inbreng genietende entiteit bovendien op autonome wijze de activiteit verderzet.

26. Verwijzend naar de in de aanvraag beschreven beoogde overdracht door vennootschap X van de commerciële afdeling die verband houdt met de productieafdeling van groep X, samen met de overdracht van de aandelenparticipaties in de vennootschappen B, C, D en E, bij wijze van partiële splitsing naar de nieuw op te richten vennootschap Z, dient vastgesteld te worden dat deze laatste de activiteit, zoals voorheen verricht door de inbrengende vennootschap, zal kunnen voortzetten.

27. Naar aanleiding van de hierboven beschreven overdracht worden alle activa en passiva die verbonden zijn aan de commerciële afdeling die verband houdt met de productieafdeling van groep X overgedragen naar de nieuw op te richten vennootschap Z. De over te dragen bestandsdelen worden uitvoerig beschreven in de aanvraag. De voltijds tewerkgestelde werknemers, binnen voornoemde commerciële afdeling, die een verkoopfunctie beoefenen die rechtstreeks verband houdt met eigen producten van groep X (zij staan in voor de rechtstreekse verkoop van de door de vennootschappen B en C geproduceerde producten, hoofdzakelijk retail), maken eveneens deel uit van de voornoemde overdracht. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft de fusie door overneming derhalve betrekking op een bedrijfstak.

28. Er kan worden geconcludeerd dat de overdracht van alle activa en passiva verbonden aan de voornoemde commerciële afdeling, de overnemer, m.n. vennootschap Z, zal toelaten om een zelfstandige economische activiteit uit te oefenen. Zo ook wordt de door vennootschap X aan vennootschap Z overgedragen commerciële afdeling aangemerkt als een met btw-belaste activiteit die voor de overnemer minstens een gedeeltelijk recht op aftrek doet ontstaan.

29. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dan ook dat de van vennootschap X naar vennootschap Z overgedragen commerciële activiteiten op grond van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW noch als een levering van goederen, noch als een levering van diensten beschouwd wordt, aangezien:

- de nieuwe vennootschap Z recht op aftrek zal genieten;

- vennootschap Z de activiteiten van vennootschap X voortzet;

- het een overdracht van een bedrijfsafdeling betreft.

III.D. Betreffende de toepassing van artikel 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 (verkoop van aandelen)

30. De verkoop van 625 aandelen van vennootschap Z door de heer P (na de gedeeltelijke uittreding door de heer P uit de maatschap Q voor wat betreft 1.250 aandelen van vennootschap Z) aan een vennootschap onder de controle van mevrouw W en de verkoop van alle aandelen van vennootschap X (na partiële splitsing) aan een onafhankelijke derde partij door de maatschap, waarvan de heer P en mevrouw W de vennoten zijn, vormen overdrachten onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

31. De aanvragers-natuurlijke personen hebben bevestigd dat de aandelen van vennootschap X aangehouden via de maatschap Q behoren tot hun privévermogen. Aangezien vennootschap Z zal ontstaan naar aanleiding van de partiële splitsing van vennootschap X, kan worden aangenomen dat de aandelen van vennootschap Z aangehouden via de maatschap Q ook zullen behoren tot het privévermogen van de aanvragers-natuurlijke personen.

III.D.1.Verkoop van alle aandelen van vennootschap X (na partiële splitsing)

32. De geplande aandelenoverdracht kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van het privévermogen in de zin van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92, gelet op de volgende essentiële elementen zoals bedoeld in artikel 23, tweede lid, 2°, Wet van 24 december 2002:

- de aandelen van vennootschap X behoren sinds jaren tot het patrimonium van de heer P en werden door hem nadien ingebracht in de maatschap Q;

- de geplande verkoop van de aandelen van vennootschap X (na partiële splitsing) aan een derde-investeerder kadert binnen plannen om de continuïteit van de groep te bestendigen en zich te ontdoen van een minder rendabele activiteit;

- door de verkoop van de aandelen kunnen de hierdoor verkregen middelen worden ingezet ten voordele van de overgebleven activiteiten van de groep;

- het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

- aangezien er wordt onderhandeld met een derde-investeerder, kan worden aangenomen dat de verkoopprijs marktconform is;

- de thans aanwezige liquiditeiten binnen de over te dragen vennootschap betreffen werkingsmiddelen en liquiditeiten die noodzakelijk voor de uitgeoefende activiteiten;

- de meerwaarde die bij de voorgenomen aandelenoverdracht zal worden gerealiseerd is, gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico's, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1°, WIB 92.

33. Derhalve kan worden besloten dat de eventuele meerwaarden die zullen worden gerealiseerd door de heer P en mevrouw W als vennoten van de maatschap Q, niet belastbaar zijn als divers inkomen op basis van artikel 90, eerste lid, 1°, of 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

III.D.2. Gedeeltelijke verkoop van de aandelen van vennootschap Z

34. De geplande aandelenoverdracht kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van het privévermogen in de zin van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 gelet op de volgende essentiële elementen zoals bedoeld in artikel 23, tweede lid, 2°, Wet van 24 december 2002:

- de aandelen van vennootschap X, waarin de activiteiten die betrekking hebben op de productieafdeling zich voorafgaand aan de afsplitsing naar vennootschap Z bevinden, behoren al sinds jaren tot het vermogen van de heer P en werden door hem nadien ingebracht in de maatschap Q;

- de verkoop heeft slechts betrekking op een minderheidsparticipatie van 12,5 % (625 aandelen van de in totaal 5.000 aandelen);

- de geplande verkoop door de heer P van de 625 aandelen van vennootschap Z aan een vennootschap van mevrouw W kadert in de verderzetting van de productieactiviteiten door mevrouw W die reeds de functie van CEO (in opleiding) waarneemt;

- door de verkoop van 625 aandelen en de schenking van eveneens 625 aandelen van vennootschap Z komen de productieactiviteiten met zekerheid in handen van de volgende generatie en zal mevrouw W de controle en zeggenschap over de productietak kunnen verkrijgen na het overlijden van haar vader;

- met de keuze om de overdracht te realiseren middels de combinatie van een verkoop en een schenking is volgens de aanvragers een evenwichtige middenweg gevonden die enerzijds de heer P toelaat om slechts een beperkt gedeelte van zijn vermogen te schenken en die anderzijds de financiële last in hoofde van mevrouw W draagbaar maakt, aangezien zij slechts 12,5% van de aandelen van vennootschap Z effectief dient te kopen en te financieren;

- de verkoopprijs werd volgens de aanvragers vastgesteld op basis van een waardering opgemaakt van een externe deskundige partij;

- de heer P heeft bevestigd dat hij de opbrengsten verkregen naar aanleiding van deze verkoop en/of het uitstaande bedrag van het kapitaal en de interesten van de vendor loan (die hij zal toekennen aan de vennootschap gecontroleerd door mevrouw W voor de financiering van de verwerving van deze aandelen) niet zal schenken of op enige wijze zal overdragen bij leven aan mevrouw W of een vennootschap onder haar controle;

- het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

- de meerwaarde die bij de voorgenomen aandelenoverdracht zal worden gerealiseerd is, gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico's, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1°, WIB 92.

35. Derhalve kan worden besloten dat de eventuele meerwaarden die zullen worden gerealiseerd door de heer P, niet belastbaar zijn als divers inkomen op basis van artikel 90, eerste lid, 1° of 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

III.E. Betreffende de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92

III.E.1. Met betrekking tot de partiële splitsing van vennootschap X gevolgd door de verkoop van aandelen

36. De partiële splitsing van vennootschap X zal worden gevolgd door de verkoop van alle aandelen van vennootschap X (na partiële splitsing) aan een derde partij en door een gedeeltelijke verkoop van de aandelen van vennootschap Z.

37. Een partiële splitsing in combinatie met een verkoop van alle aandelen van één van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen met het oog op de overdracht van een deel van de activa, zou als een fiscaal misbruik kunnen worden aanzien in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92 ten name van de overdragende vennootschap en haar aandeelhouders (omzetten van belastbare meerwaarden op activa in vrijgestelde meerwaarden op aandelen waardoor de toepassing van de artikelen 18, 24, 183 en 261 WIB 92 zou kunnen worden gefrustreerd). Dit is echter niet het geval wanneer een partiële splitsing wordt gevolgd door een gedeeltelijke verkoop van aandelen en waarbij er geen verdere gefaseerde verkoop van aandelen zal plaatsvinden, zoals bij de beoogde verkoop van een minderheidsbelang in vennootschap Z na de partiële splitsing die de verderzetting van de productieactiviteiten door de volgende generatie moet garanderen.

38. De partiële splitsing van vennootschap X gevolgd door de verkoop van alle aandelen van vennootschap X aan een derde partij, kadert binnen een strategische beslissing van groep X om een deel van haar activiteiten af te stoten en de hierdoor bekomen middelen te herinvesteren in de groep. Het afzonderen van enerzijds de productieactiviteiten en de participaties in de vennootschappen B, C, D en E en anderzijds de vastgoedactiviteiten met de participatie in vennootschap A in telkens een afzonderlijke vennootschap moet ervoor zorgen dat een overdracht van de distributieactiviteiten samen met de participaties in vennootschappen F en G naar een derde partij wordt vereenvoudigd.

39. In dit verband wordt erop gewezen dat de heer P en mevrouw W, handelend in hun hoedanigheid van vennoot in de maatschap Q, hebben bevestigd dat de volledige verkoopprijs (zowel het vast als het variabel deel) van de aandelen van vennootschap X (na partiële splitsing) zal worden geherinvesteerd door middel van een inbreng in vennootschap Y en/of vennootschap R binnen de zes maanden na ontvangst ervan. De respectievelijke vennootschappen die de begunstigde zijn van de inbreng, zullen deze middelen aanwenden voor de doeleinden zoals vermeld in de aanvraag. Bijgevolg zullen de middelen verkregen uit de verkoop van de aandelen niet worden behouden in het privévermogen van de aanvragers-natuurlijke personen om hiermee persoonlijke investeringen te verrichten maar daarentegen onmiddellijk terug worden geïnjecteerd in de groep.

40. Door de gekozen rechtshandelingen kan de familie zich verder concentreren op de resterende activiteiten in vennootschap Y en vennootschap Z. Door de aanvragers-natuurlijke personen werd bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van vennootschap Y en/of de resterende 3.750 aandelen van vennootschap Z (na verkoop en schenking van telkens 625 aandelen) te vervreemden.

41. Derhalve kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen (partiële splitsing van vennootschap X gevolgd door de overdracht van alle aandelen van vennootschap X en van een deel van de aandelen van vennootschap Z) voldoende werd verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92 met betrekking tot de toepassing van de artikelen 18, 24, 183 en 261 WIB 92.

III.E.2. Met betrekking tot de aanwezige liquiditeiten

42. De verkoop van een gedeelte of van alle aandelen van een vennootschap die beschikt over overtollige liquiditeiten kan als een fiscaal misbruik worden aanzien in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92, aangezien de overtollige liquiditeiten (die voorafgaand aan de verkoop van de aandelen niet middels dividenden werden uitgekeerd) op deze wijze in principe belastingvrij worden verkregen onder de vorm van een meerwaarde op aandelen door de aandeelhouders-natuurlijke personen, waardoor de toepassing van de artikelen 18 en 261 WIB 92 zou kunnen worden gefrustreerd.

43. De aanvragers hebben met het in de aanvraag opgenomen overzicht van de liquide middelen aangetoond dat er noch in vennootschap X, noch in één van haar dochtervennootschappen sprake is van overtollige liquiditeiten in verhouding tot de activiteiten van de betreffende vennootschappen.

44. Derhalve maakt de verkoop van alle aandelen van vennootschap X en van een gedeelte van de aandelen van vennootschap Z rekening houdend met de aanwezige liquide middelen binnen de groep geen fiscaal misbruik uit als bedoeld in artikel 344, §1, eerste lid, WIB 92 met betrekking tot de toepassing van de artikelen 18 en 261 WIB 92.

45. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in de randnummers 14 en 40van deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, §1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bijvoorbeeld de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van vennootschap Y en/of vennootschap Z (buiten de huidige voorziene verkoop/schenking van 1.250 aandelen). Bij een latere overdracht van deze aandelen is de beslissing inzake de inkomstenbelastingen niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

Aangehaalde teksten

7