---
title: "Voorafgaande beslissing 2022.0873 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2022.0873 van 20 december 2022."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2022-0873-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-6368"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · VENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of -ontwijking - Antimisbruikbepaling - REGISTRATIERECHTEN - Partiële splitsing - Inbreng van onroerende goederen - BTW - Vrijstelling

**Nummer**

2022.0873

**Datum**

20 december 2022

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

84 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2022.0873 d.d. 20.12.2022

*VENNOOTSCHAPSBELASTING* · *Belastingneutrale partiële splitsing* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of -ontwijking* · *Antimisbruikbepaling*

*REGISTRATIERECHTEN* · *Partiële splitsing* · *Inbreng van onroerende goederen*

*BTW* · *Vrijstelling*

## Samenvatting

De partiële splitsing van vennootschap X, die er enerzijds toe strekt om het onroerend goed af te schermen van het exploitatierisico en anderzijds de overdracht van de exploitatie naar de volgende generatie mee bewerkstelligt, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183*bis* WIB 92 en kan belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

Het geheel van de rechtshandelingen, met name de partiële splitsing gevolgd door een schenking van aandelen, maakt geen fiscaal misbruik uit in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.

De geplande partiële splitsing van vennootschap X zal voor wat betreft de inbreng van onroerende goederen worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115*bis*, Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR bij toepassing van artikel 167, Fed.W.Reg.

De partiële splitsing van X zal vrijgesteld zijn van btw overeenkomstig artikel 44, § 3, 1° a), eerste lid, W.Btw.

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

**1.1.** de partiële splitsing van vennootschap X beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 (hierna “WIB 92”) en niet als hoofddoel of één van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis* WIB 92;

**1.2.** de partiële splitsing van vennootschap X binnen het toepassingsgebied van artikel 115*bis* van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek, en Griffierechten (hierna “Fed.W.Reg.”) valt en bijgevolg geen aanleiding geeft tot de heffing van registratierechten, behoudens het algemeen vast recht van 50 EUR;

**1.3.** de afsplitsing van de onroerende goederen van vennootschap X binnen het toepassingsgebied van [artikel 44, § 3, 1° a) BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) (hierna “W.Btw”) valt, en bijgevolg geen aanleiding geeft tot de heffing van belasting over toegevoegde waarde;

**1.4.** het geheel van verrichtingen zoals beschreven in deze aanvraag verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92;

**1.5.** de partiële splitsing kan uitgevoerd worden met een retroactiviteit van maximum zeven maanden.

## II. Beslissing

### II.A. Algemeen

**2.** Vennootschap X, met als aandeelhouders de heer A, mevrouw B (meerderheidsaandeelhouders) en hun kinderen C en D (minderheidsaandeelhouders):

•oefent activiteit Q uit in twee panden, waarbij pand 1 in eigendom is en 2 gehuurd wordt van een derde;

•heeft twee deelnemingen, met name:

•een deelneming Y waarmee een derde zaak wordt uitgebaat in een van vennootschap X gehuurd onroerend goed;

•een deelneming Z zijnde een buitenlandse vastgoedvennootschap.

**3.** Gelet op het verschil in doelpubliek en de aparte aanpak werd de exploitatie van de derde zaak reeds ondergebracht in een aparte entiteit. De bedoeling ligt op heden voor om:

•enerzijds al het onroerend goed in eigendom van vennootschap X volledig af te zonderen van het bedrijfsrisico (1). Hoewel de zaken een sterke omzet realiseren, heeft de coronacrisis de aanvrager nader doen stilstaan bij de huidige structuur;

---

(1) *De aanvrager heeft in dit kader bevestigd dat op heden geen gerechtelijke of buitengerechtelijke claims/geschillen bekend zijn bij vennootschap X waarvoor niet de nodige middelen zijn voorzien.*

•anderzijds de overdracht van de exploitatie richting de volgende generatie te bewerkstelligen. Wat betreft het vastgoed wensen de ouders nog zeggenschap te behouden.

**4.** Vanuit die optiek liggen op heden de volgende verrichtingen voor:

1) de openstaande leningen betreffende de onroerende goederen in eigendom van vennootschap X zullen worden afgelost;

2) partiële splitsing van vennootschap X waarbij

•de in eigendom aangehouden onroerende goederen;

•de deelneming in vennootschap Z en de hiermee verbonden rekening-courantvordering op deze vennootschap en de te ontvangen intresten

worden afgesplitst naar een nieuw op te richten vennootschap (Newco).

De partiële splitsing zal worden uitgevoerd met een boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden.

3) schenking door de heer A en mevrouw B aan hun kinderen C en D

•van quasi alle aandelen van vennootschap X;

•van alle aandelen Newco, met voorbehoud van vruchtgebruik.

### II.B. Inzake artikel 211, § 1, WIB 92

**5.** De geplande transactie zoals vermeld in randnummer 4, 2) betreft een met splitsing gelijkgestelde verrichting zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/1, g), 1), WIB 92.

**6.** Als gevolg van de verrichtingen worden de in randnummer 3 vermelde doelstellingen verwezenlijkt:

•Newco zal kunnen fungeren als patrimoniumvennootschap en het onroerend goed verhuren aan vennootschappen X en Y. De verhuur maakt een risicoarme activiteit uit;

•de zeggenschap over de exploitatie komt in handen van de kinderen. Er kan ook een afzonderlijk beleid gevoerd worden voor de exploitatie en het vastgoed binnen de groep.

**7.** Er zullen geen werknemers overgaan in het kader van de partiële splitsing. De aanvrager heeft ook aangegeven dat er geen negatieve impact zal zijn op de tewerkstelling in het kader van de partiële splitsing waaruit blijkt dat de activiteiten van de partieel gesplitste vennootschap bij voortduur zullen worden verder gezet.

**8.** De fiscale aspecten van de partiële splitsing kunnen als volgt worden samengevat:

**8.1.** vennootschap X is de laatste jaren winstgevend en beschikt over een belastbare basis;

**8.2.** vennootschap X beschikt niet over fiscaal overgedragen bestanddelen;

**8.3.** de aanvrager heeft bevestigd dat er geen intentie aanwezig is om, behoudens de vermelde schenkingen, na de partiële schenking aandelen van vennootschap X en/of Newco over te dragen.

**9.** De aanvrager heeft bevestigd dat de bepalingen van artikel 213, WIB 92 zullen worden nageleefd. Dit blijkt ook uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat.

**10.** Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de geplande partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**11.** De verkrijgende vennootschap in het kader van de partiële splitsing zal een binnenlandse vennootschap zijn.

**12.** Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing van vennootschap X belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

### II.C. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting

**13.** De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag ten aanzien van voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

**13.1.** met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maand, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

**13.2.** en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

**14.** Het is de bedoeling om de partiële splitsing van vennootschap X te laten plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden.

**15.** In het kader van de in randnummer 13.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen en/of DBI-overschotten door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). Evenwel kan erop gewezen worden dat *in casu* de partieel te splitsen vennootschap niet over fiscaal overgedragen bestanddelen beschikt. Er werd ook bevestigd dat tijdens de retroactiviteitsperiode geen uitzonderlijke verrichtingen gebeurd zijn of zullen gebeuren.

**16.** Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit van de partiële splitsing zoals vermeld in randnummer 14 op fiscaal vlak kan worden aanvaard.

### II.D. Inzake artikel 344, § 1, WIB 92

**17.** De combinatie van een partiële splitsing gevolgd door een verkoop van alle aandelen van één van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen zou als een fiscaal misbruik kunnen worden aanzien in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92 (omzetten van meerwaarden op activa in meerwaarden op aandelen) indien de koper van de aandelen een derde is ten aanzien van de verkopende partij. In casu maken de aandelen van de partieel gesplitste vennootschap en de verkrijgende vennootschap evenwel het voorwerp uit van een schenking. Het betreft dus geen aandelenverkoop.

**18.** Er wordt geopteerd om het vastgoed af te splitsen en niet de exploitatie omdat dit op die manier geen impact heeft op klanten, leveranciers, personeel, etc. De dagdagelijkse handelsactiviteit wordt op die manier niet verstoord en kan in continuïteit worden verdergezet.

**19.** Tot slot kan erop gewezen worden dat de verrichtingen kaderen binnen het algeheel opzet van de reorganisatie (zie randnummers 3 en 6).

**20.** Derhalve kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen zoals vermeld in randnummer 4 afdoende verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92.

**II.E. Inzake artikel 115** ***bis*****, Fed.W.Reg.**

**21.** *In casu* zullen (onder andere) de onroerende goederen van vennootschap X middels een partiële splitsing worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap (zie randnummer 4, 2)).

**22.** Met betrekking tot partiële splitsingen bepaalt artikel 115*bis*, Fed.W.Reg. dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in vennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0% worden onderworpen.

**23.** Artikel 120, Fed.W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, wordt onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115*bis* en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117, Fed.W.Reg.

**24.** Het betreft de inbreng in een nieuw op te richten vennootschap waarvan werd bevestigd dat de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd zal zijn, zodat aan de nationaliteitsvoorwaarde van artikel 115*bis*, Fed.W.Reg. wordt voldaan.

**25.** De openstaande leningen betreffende de onroerende goederen in eigendom van vennootschap X zullen worden afgelost voorafgaand aan de juridische datum van de partiële splitsing.

**26.** Aangezien de partiële splitsing volledig wordt vergoed in aandelen waarbij er – mede gelet op vorig randnummer – geen overname van schuld noch enige opleg in contanten is, is *in casu* artikel 120, Fed.W.Reg. niet van toepassing. Er kan dus worden gesteld dat de inbreng van onroerende goederen zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115*bis*, Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR bij toepassing van artikel 167, Fed.W.Reg.

### II.F. Inzake artikel 44, § 3, 1° a), W.Btw

**27.** Overeenkomstig artikel 44, § 3, 1° a), W.Btw zijn van de belasting vrijgesteld de leveringen van uit hun aard onroerende goederen. Worden evenwel uitgesloten de levering van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terreinen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, wanneer hun vervreemding wordt verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1° door:

•hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, §9, eerste lid, 1°, heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen;

•hetzij een in artikel 8, § 1, beoogde belastingplichtige;

•hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling een dergelijke vervreemding te verrichten met voldoening van de belasting.

**28.** Uit de opgenomen informatie blijkt dat het middels een partiële splitsing over te dragen onroerend goed – dat verhuurd wordt aan vennootschap Z – btw technisch niet meer nieuw is en derhalve de overdracht plaatsvindt bij toepassing van artikel 44, § 3, 1°, a) eerste lid, W.Btw.

**29.** Uit de opgenomen informatie blijkt ook dat het middels een partiële splitsing over te dragen onroerend goed, zijnde pand 1, btw technisch niet meer nieuw is en derhalve de overdracht plaatsvindt bij toepassing van artikel 44, § 3, 1°, a) eerste lid, W.Btw.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen
