Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2022.0811 d.d. 14.02.2023
Btw · Artikel 37 btw wetboek, KB nr. 20, tabel A, rubriek XXXVII · Afbraak- heropbouw in stadsgebieden
Samenvatting
Het voorgelegde bouwproject inzake de afbraak en heropbouw van twéé eengezinswoning komt, ingevolge de aard van de werken, in principe in aanmerking voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 procent overeenkomstig artikel 37 KB nr. 20 tabel a rubriek XXXVII.
Aanvragers bezitten drie percelen waarvan één bebouwt met een gemetselde bijbouw en een woning op en met grond gelegen in een stadsgebied. Het bebouwd perceel wordt volledig ingesloten door een onbebouwd perceel waar deze perceel enkel wordt gebruikt om toegang te krijgen tot het bebouwd perceel. Er is geen rechtstreekse verbinding tussen de openbare weg en het bebouwd perceel.
Er werd geen tuin aangelegd tussen de bijbouw en de woning. De woning en de bijbouw zijn verbonden met een klinker en asfalt aangelegde verharding.
De aanvragers vragen of het volledig ingesloten perceel als één geheel kan worden beschouwd voor het verlaagde tarief van 6%
Beide woningen zullen zul ken afzonderlijk voor meer dan 50% op het eengemaakte perceel liggen.
De aanvragers verklaren dat ze samen zullen instaan voor de afbraakwerken.
Tekst van de beslissing
1. De voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van voormelde wet van 24 december 2002 werden nageleefd.
2. Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan het vervullen van de navolgende voorwaarden (rubriek XXXVII, tweede paragraaf):
2.1. de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering van de werken, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk als privé-woning wordt gebruikt;
2.2. de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die gelegen is in één van de grote steden opgesomd in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005 ter uitvoering van artikel 3 van de wet van 17 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid;
2.3. opgeheven bij art. 7 van het K.B. van 02.06.2010;
2.4 de bouwheer moet:
a) vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen een verklaring indienen. Deze verklaring dient te vermelden dat het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten bedoeld is om hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privéwoning te worden gebruikt en dient vergezeld te zijn van een afschrift van:
i. de bouwvergunning;
ii. het (de) aannemingscontract(en).
b) aan de dienstverrichter een afschrift van de verklaring bedoeld onder a) overhandigen.
2.5 het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, moet zich voordoen uiterlijk op 31 december van het jaar van de eerste ingebruikneming van het gebouw;
2.6 de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van het afschrift bedoeld onder punt 9.4°, b), hiervoor, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast de verklaring van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.
3. Het verlaagde tarief is in geen geval van toepassing op:
3.1 werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;
3.2 werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna’s, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties
3.3 gehele of gedeeltelijke reiniging van een woning.
4. Vaststellende dat de te slopen opstallen en de nieuw op te richten gebouwen zich situeren op een perceel gelegen te X waar het verlaagde btw-tarief van 6 % van toepassing is op de afbraak en heropbouw (toepassing Koninklijk Besluit nr. 20 van 20/07/1970 tabel A rubriek XXXVII - toelichting nr./E.T. 112.400 dd. 22/06/2007).
5. Het gegeven dat de nieuwe woningen niet worden opgericht op exact dezelfde plaats van het oude gebouw is geen beletsel voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% in hoofde van de aanvragers cf. Parlementaire vraag nr. 13883 (Mondelinge vraag) dd. 23.06.2009 van de heer Arens: “Minister Didier Reynders (Frans): De bestemming die het gebouw voor de afbraak had, heeft geen invloed; wél is van belang dat het gebouw een uit zijn aard onroerend goed is, en dat het een significante omvang heeft en met het oog op duurzaamheid werd opgetrokken. De administratie aanvaardt dat het woonhuis niet op exact dezelfde plaats staat als het afgebroken gebouw, voor zover het op hetzelfde perceel wordt gebouwd.”
6. Het project voldoet aan de voorwaarden ingesteld middels een administratieve toegeving opgenomen onder nummer 3.3 van de circulaire 2021/C/18 en in het bijzonder wat betreft de samenvoeging van twee bebouwde met een onbebouwd perceel;
7. Er worden twee gebouwen als beoogd in artikel 1, §9, 1° van het btw-wetboek, afgebroken waarbij de afbraak betekenisvol is ten opzichte van de nieuw opgetrokken woningen.
8. De circulaire 2021/C/18 onder randnummer 3.3 bepaalt dat de administratie uit pragmatische overwegingen aanvaardt dat indien het nieuwe gebouw, na afbraak van de oude bestaande gebouwen, voor ten minste voor 50% gelegen is op de vroegere bebouwde kadastrale percelen, het ganse gebouw principieel in aanmerking komt voor de toepassing van artikel 1 quater KB. nr 20.
9. Het gesloopte goed moet wel een gebouw zijn voor de toepassing van de btw, hierbij refererend naar artikel 1,§9, 1° btw-wetboek. Waarbij in voormelde circulaire bovendien gesteld wordt dat in het kader van deze regeling (artikel 1 quater KB nr 20) als gebouw aangemerkt wordt : “alle gebouwde onroerende goederen uit hun aard waaraan een kadastraal inkomen van gebouwd onroerend goed kan worden toegekend.”
Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel IV beslist het College van de DVB in zitting van 21 januari 2023 dat:
10. het verlaagde btw-tarief van 6 % van toepassing is op de afbraak van meerdere opstallen gevolgd door de heropbouw van gebouwen gelegen op navolgende perceel ten kadaster gekend afdeling sectie nrs. <…> en <…> gelegen in het stadsgebied X, één van de grote steden opgesomd in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005 ter uitvoering van artikel 3 van de wet van 17 juli 2000 (toepassing Koninklijk Besluit nr. 20 van 20/07/1970 tabel A rubriek XXXVII – toelichting nr./E.T. 112.400 dd. 22/06/2007);
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.