Tarief, Btw-tarief, verlaagd Btw-tarief, werk in onroerende staat, nutsvoorziening · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2022.0662 20 september 2022

Zoeken

Tarief, Btw-tarief, verlaagd Btw-tarief, werk in onroerende staat, nutsvoorzieningBtw - Tarief

https://juriel.be/nl/rulings/2022-0662-tarief-btw-verlaagd-werk-in-61aa

Nummer
2022.0662
Datum
20 september 2022

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

84 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2022.0662 d.d. 20.09.2022

Btw · Tarief

Samenvatting

De verkoop van de wooneenheden die deel uitmaken van het vastgoedproject in M, komt gedeeltelijk in aanmerking voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2023.

De kosten met betrekking tot nutsvoorzieningen en infrastructuurwerken kunnen worden afgetrokken, mits de vermelde voorwaarden worden nageleefd.

Bij de levering van woningen die standaard het btw-tarief van 21% toepassen, volgen de kosten van nutsvoorzieningen en infrastructuurwerken het standaard btw tarief van 21%

Deze voorafgaande beslissing is slechts geldig voor die verkopen, zoals hiervoor bedoeld, waarvoor nog geen btw opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW op datum van deze beslissing.

Het spreekt voor zich dat de toepassing van dit tijdelijk verlaagde btw-tarief van 6% verder afhankelijk is van de in artikel 1quater, § 3, tweede lid, § 4, § 5 en § 8 van Btw-KB nr. 20 opgelegde grond- en vormvoorwaarden, i.e. in hoofdzaak de bestemming die de verkrijger aan de woning geeft (enige en hoofzakelijk eigen woning), het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger, het oppervlaktecriterium, de termijnvoorwaarde en de naleving van de te vervullen formaliteiten

Tekst van de beslissing

I. Beknopte omschrijving van de beoogde verrichtingen

1. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend in naam van projectontwikkelaar X.

2. Het project wordt gerealiseerd in een voormalige plantenkwekerij gelegen te M. Het betreft bouw van woningen die worden gerealiseerd op vijf kadastrale percelen, waarvan twéé oorspronkelijk bebouwd waren.

3. Op heden bevinden zich twéé constructies op deze site.

4. Deze constructies zullen volledig worden afgebroken.

5. Het project omvat een combinatie van 9 woningen.

6. Met het oog op de realisatie van het project zullen de grondeigenaars de beide percelen in opstal geven aan X, die de constructies grotendeels zal slopen en de verschillende wooneenheden zal oprichten.

II. Vraagstelling

7. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de rulingdienst de bevestiging te verkrijgen dat bij de verkoop van de wooneenheden die deel uitmaken van het hiervoor genoemde en besproken project, principieel toepassing kan worden gemaakt van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2023 en voor zover de kopers aan de daartoe gestelde grond- en vormvoorwaarden voldoen.

8. Het gaat meer bepaald over de wooneenheden die zullen worden verkocht in het kader van het project in M.

9. Dit project wordt gecoördineerd door de projectontwikkelaar, met name X.

III. Beslissing

Uit het door de rulingdienst verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

10. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken

III.A. Algemeen

III.A.1. Draagwijdte van de tijdelijke, nieuwe regeling van artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20

11. Ingevolge de wet ter invoering van artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 (Programmawet van 20.12.2020, BS 30.12.2020, 1ste editie, p. 96068) is het verlaagde btw-tarief van 6% onder andere van toepassing op de btw-belaste levering van woningen en het bijhorend terrein door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer de op die handelingen verschuldigde belasting overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW opeisbaar is geworden tussen 01.01.2021 en 31.12.2023.

12. Het eerste lid van § 3 van artikel 1quater van Btw-KB nr. 20 luidt als volgt:

‘Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op de levering van woningen en het bijhorend terrein, alsook op de vestiging, overdracht of wederoverdracht van de zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek, op een woning en het bijhorend terrein, die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer de op die handelingen verschuldigde belasting opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek tussen 1 januari 2021 en 31 december 2023’.

III.A.2. Voorwaarden gesteld aan projectontwikkeling onder de tijdelijke, nieuwe regeling

13. Artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 stelt onder meer als voorwaarden dat:

• de verkoper de afbraak en heropbouw van de woning moet hebben uitgevoerd - volgens de Memorie van Toelichting bij de Programmawet van 20.12.2020 wil dat zeggen dat de maatregel alleen betrekking heeft op projecten die worden uitgevoerd, vanaf de afbraak van het gebouw tot de levering van de woning, door dezelfde btw-plichtige (in de circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021 ook de verkoper genoemd) (Parl. St. Kamer 2020-21, nr. 55-1662/1, 26-27);

• de heropbouw van de woning moet gebeuren op hetzelfde kadastrale perceel als waar het afgebroken gebouw stond.

III.A.3. Afbakening van geformuleerde vraagstelling

14. Alle wooneenheden die worden verkocht in het project in M die het voorwerp uitmaken van deze rulingaanvraag, zullen volgens de aanvrager-verkoper van de wooneenheden voldoen aan het oppervlaktecriterium (i.e. totale bewoonbare oppervlakte van niet meer dan 200 m2 overeenkomstig artikel 1quater, § 3, tweede lid, 1°, a) jo. § 8 van Btw-KB nr. 20).

Daarenboven maakt de verkoper van de wooneenheden zich sterk te zullen voldoen aan de voorwaarden zoals uiteengezet in artikel 1quater, § 3, tweede lid, 2° en 3° van Btw-KB nr. 20 (indiening gezamenlijke voorafgaande verklaring / factuurvermelding) mits uiteraard de koper voldoet aan de daartoe gestelde voorwaarden.

15. Deze rulingaanvraag is er dus louter op gericht bevestiging te krijgen van de rulingdienst dat de wooneenheden, die in het kader van het project in M worden verkocht, principieel in aanmerking komen voor de toepassing van het betreffende verlaagde btw-tarief van 6% omdat de betreffende wooneenheden allemaal worden gerealiseerd in het kader van een afbraak- en heropbouwproject en mits de kopers natuurlijk aan de voorwaarden, zoals uiteengezet in artikel 1quater, § 3, tweede lid, 1° van Btw-KB nr. 20 voldoen en de btw opeisbaar wordt in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2023.

III.B. Het verlaagde btw-tarief van 6% op grond van artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20: toepassing in casu

III.B.1. Afbraak en heropbouw door dezelfde persoon (vereiste van eenheid (identiteit) tussen degene die afbreekt en degene die de woning heropbouwt)

16. In casu wordt er door de projectontwikkelaar in het kader van dit vastgoedproject gewerkt met een opstalconstructie. Kort samengevat komt dit erop neer dat de grond wordt aangehouden door grondeigenaars die op beide hiervoor vermelde percelen een opstalrecht verlenen aan de projectontwikkelaar. De grondeigenaars maken geen eigendomsvoorbehoud voor de bestaande constructies die worden afgebroken door de projectontwikkelaar. Om onder de nieuwe, tijdelijke regeling te vallen, moet het gaan om een bebouwd terrein. Het opstalrecht verleent de projectontwikkelaar het recht om de bestaande constructies af te breken en nieuwe wooneenheden op te richten.

Er hoeft niet noodzakelijk een uitdrukkelijk opstalrecht te worden toegekend, hoewel idealiter het bestaan ervan wordt bevestigd in een overeenkomst of akte. Het is voor de toepassing van deze regeling niet van belang of het zakelijk recht al dan niet tegen vergoeding werd gevestigd (https://financien.belgium.be/sites/default/files/downloads/112-afbraak-heropbouw-faq-tijdelijk.pdf, “Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan”, editie 02.06.2021, onder titel 3).

In de vastgoedsector is het zeer gebruikelijk dat er, zoals in het onderhavige geval, wordt gewerkt met het systeem van een gesplitste verkoop (mits consequent handelen).

De grond kan dan door de grondeigenaar afzonderlijk worden verkocht onder het stelsel van de registratiebelasting (zie de regeling die staat beschreven in de beslissing nr. E.T.119.318 van 28.10.2010, punt 2, onder "2de voorwaarde”; zie ook Verslag, Parl. St. Kamer 2020-21, nr. 55-1662/010, 50).

17. In de gegeven omstandigheden is het dezelfde partij, te weten de aanvrager, X, die de bestaande opstallen afbreekt en het nieuwe vastgoedproject realiseert.

III.B.2. Heropbouw van het nieuwe woongebouw op hetzelfde kadastrale perceel als het afgebroken gebouw

18. Eén van de grondvoorwaarden voor de tijdelijke btw-verlaging is dat de heropbouw moet gebeuren op hetzelfde kadastrale perceel als waar het afgebroken gebouw stond (zie de uitdrukkelijke tekst van artikel 1quater van Btw-KB nr. 20).

19. De afbraak van een gebouw en daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning vereist niet dat beiden op exact dezelfde plaats gelegen zijn. Het is voldoende dat beide zich op hetzelfde kadastraal perceel bevinden (Memorie van Toelichting, Parl. St. Kamer, 2020-2021, nr. 55-1662/001, 21; zie ook al Informaties en Mededelingen van 22.06.2007/1 (E.T. 112.400)). Hieruit kan impliciet worden afgeleid dat de woning eender waar op dat perceel mag herrijzen (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2.).

20. Uit de aan de rulingdienst voorgelegde stukken blijkt dat deze grondvoorwaarde is vervuld.

21. Voorafgaand aan de heropbouw van de betreffende wooneenheden zullen de al bestaande constructies volledig worden afgebroken en zullen de wooneenheden worden opgericht op het kadastrale perceel dat deels bebouwd was.

III.B.3. Afbraak van oud gebouw van significante omvang en evenredigheidsverhouding

III.B.3.1. Kwalificatie van de constructies als gebouw voor de toepassing van het bedoelde 6%-heropbouwtarief

22. De constructies, die in casu dus volledig zullen worden afgebroken, kwalificeren btw-matig als een gebouw, zoals genoegzaam zal blijken uit de volgende overwegingen:

• in het Btw-Wetboek wordt een gebouw gedefinieerd als ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden (artikel 1, § 9, 1° W.BTW).

De constructies betreffen bouwwerken die vast met de grond zijn verbonden, zij zijn namelijk gebouwd op betonnen funderingen;

• in de circulaire nr. 2021/C/181 staat in dit verband te lezen dat in de regel worden aangemerkt als een gebouw, “alle gebouwde onroerende goederen uit hun aard waaraan een kadastraal inkomen van gebouwd onroerend goed kan worden toegekend (gewone huizen en villa’s, flats, nijverheids-, handels- of landbouwgebouwen)” (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2.).

• de btw-administratie stelt dat een oude woning, loods, fabriek of winkelruimte normaliter op zich beschouwd worden aangemerkt als significant.

Een duiventil, een tuinhuis of een schuilplaats voor een paard in de wei zullen daarentegen niet worden aangemerkt als een significant gebouw. Een constructie opgetrokken uit niet-duurzame materialen zal immers niet beantwoorden aan dit criterium (Memorie van Toelichting, nr. 55-1662/001, 20; Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2.).

De circulaire herhaalt dat de beoordeling geval per geval moet gebeuren (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2).

De bedoelde constructies kunnen in casu wel degelijk worden beschouwd als een gebouw met een significante omvang. De bedoelde constructies zijn inderdaad eerder te vergelijken met een loods of een winkelruimte dan met een tuinhuis of een duiventil.

Bovendien zijn de constructies ook opgetrokken uit duurzame materialen.

III.B.3.2. Afbraak van oud gebouw van significante omvang en evenredigheidsverhouding

23. De aanwending van de te slopen gebouwen vóór de sloop (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2. a.i.) alsook de ouderdom ervan zijn van geen belang.

24. De tekst zelf van artikel 1quater van Btw-KB nr. 20 verwijst niet naar de voorwaarde “desgevallend in verhouding tot de opgerichte woning(en).” Deze voorwaarde komt enkel voor in de Memorie van Toelichting.

Ook in de circulaire worden geen concrete criteria vermeld, omdat de btw-administratie niet de bevoegdheid heeft normatieve criteria ter zake op te leggen. Of een af te breken gebouw significant is in verhouding tot de op te richten gebouwen, is en blijft bijgevolg een feitenkwestie (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2).

25. Uit de aan de rulingdienst voorgelegde stukken blijkt dat de af te breken gebouwen genoeg significante omvang hebben.

26. Het feit dat in voorliggend geval de totale inplantingsoppervlakte van de nieuw opgerichte gebouwen groter is dan de totale inplantingsoppervlakte van de oude gebouwen doet geen afbreuk aan de mogelijke toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals bepaald door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20.

III.B.4. Bijgebouwen en aanhorigheden

27. Het verlaagde btw-tarief is niet van toepassing op aanhorigheden van de eigenlijke woning (zwembaden, sauna's, en dergelijke installaties). Zo is het verlaagde btw-tarief dus niet van toepassing op tuinhuizen, serres en pergola's die vrijstaan van de heropgerichte woning en die aan te merken zijn als aanhorigheden van een tuin (Circulaire 2021/C/18/ van 25.02.2021, punt 3.6).

28. Ook garages die vrijstaan van de eigenlijke woning zijn in principe geen gebouwen bestemd voor huisvesting, en kunnen dus niet worden afgebroken en heropgebouwd aan het tijdelijk 6% btw-tarief.

Maar dit is anders wanneer een garage geïntegreerd is in een woning of wanneer, zelfs als ze er niet aan grenst, ze deel uitmaakt van de woning door het onmiddellijke nut dat ze voor de eigenaar (of zijn huurder) meebrengt. In een dergelijk geval is het verlaagde btw-tarief van toepassing zelfs voor de oprichting van deze garage (Circulaire 2021/C/18/ van 25.02.2021, punt 3.6 in fine).

29. De btw-administratie benadrukt dat de oprichting van een garage bij de heropgerichte woning kan gebeuren aan 6%, voor zover uiteraard alle overige voorwaarden zijn vervuld, terwijl met de oppervlakte van een garage geen rekening wordt gehouden bij de berekening van de totale bewoonbare oppervlakte van niet meer dan 200 m2 (Circulaire 2021/C/18/ van 25.02.2021, punt 3.6 in fine).

30. De wooneenheden die in dit project worden gerealiseerd komen bijgevolg deels in aanmerking voor de toepassing van het bedoelde verlaagde btw-tarief van 6% en de prijs voor een wooneenheid.

III.B.5. Nutsvoorzieningen en wegeniswerken

31. Wanneer de gratis aan de gemeente overgedragen wegeniswerken worden aangelegd door een promotor aan wie de verkavelaar een recht van opstal heeft verleend, kan de voorbelasting geheven van de kosten van de wegeniswerken door betreffende promotor worden afgetrokken in zoverre die wegeniswerken verband houden met de kavels waarop de promotor als opstalhouder gebouwen heeft opgericht of laten oprichten en op voorwaarde dat de kosten van de wegeniswerken begrepen zijn in de maatstaf van heffing van de btw van genoemde gebouwen die de promotor als opstalhouder verkoopt. Het betreft hier de verkoop aan de klant van de nieuwbouw door de promotor-opstalhouder samen met de verkoop aan die klant van de grond door de verkavelaar-opstalgever.

32. Er van uitgaand dat de overheid (gemeente) de bouwpromotor gelast heeft met de uitvoering van de infrastructuurwerken op en onder het openbaar domein, die vervolgens “om niet” aan de gemeente moeten worden overgedragen en dat betreffende nieuwbouwwoningen reeds voltooid zijn op het ogenblik dat ze aan de kopers worden verkocht.

33. De levering van de nieuwbouw woningen door de bouwpromotor is aan de btw onderworpen. Voor zover de kosten van de infrastructuurwerken (met inbegrip van kosten voor het bekomen van certificaten, bouwvergunningen met betrekking tot die werken) begrepen zijn in de maatstaf van heffing van de nieuwbouwwoningen en die aan de kopers worden geleverd, komt de btw geheven van die kosten ook voor aftrek in aanmerking (zie de beslissing van 15 maart 2006, nr. E.T.109.060, alsook punt 2 van het antwoord op de parlementaire vraag nr. 1258 van M. Wathelet van 2 mei 2006).

34. Het aandeel van de wegenis en de nutsaansluitingen voor de verkaveling van de woningen mogen gefactureerd worden door bouwpromotor aan de kopers aan het verlaagd tarief voor zover de woning in aanmerking komt voor levering aan het verlaagd tarief. Indien niet voldaan, volgen deze handelingen het standaard btw-tarief.

III.C. Conclusie

35. Van de verkoop van de betreffende 9 wooneenheden die deel uitmaken van het hiervoor genoemde en besproken project in M, komen 7 woningen in aanmerking voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw, die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2023;

36. De levering van de 2 overige woningen, die niet voldoen aan de voorwaarden van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20, vallen onder het standaard btw-tarief van 21%.

37. De kosten met betrekking tot nutsvoorzieningen en infrastructuurwerken kunnen worden afgetrokken, mits boven vermelde voorwaarden worden nageleefd.

38. Bij de levering van de 2 woningen met het standaard btw-tarief van 21%, is de doorrekening van hunkosten voor nutsvoorzieningen en infrastructuurwerken eveneens aan het standaard btw tarief van 21%.

Deze voorafgaande beslissing slechts geldig is voor die verkopen, zoals hiervoor bedoeld, waarvoor nog geen btw opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW op datum van deze beslissing;

39. Het spreekt voor zich dat de toepassing van dit tijdelijk verlaagde btw-tarief van 6% verder afhankelijk is van de in artikel 1quater, § 3, tweede lid, § 4, § 5 en § 8 van Btw-KB nr. 20 opgelegde grond- en vormvoorwaarden, i.e. in hoofdzaak de bestemming die de verkrijger aan de woning geeft (enige en hoofzakelijk eigen woning), het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger, het oppervlaktecriterium, de termijnvoorwaarde en de naleving van de te vervullen formaliteiten.

Aangehaalde teksten

1