Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling, Zakelijke overwegingen · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2022.0423 14 juni 2022

Zoeken

Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling, Zakelijke overwegingenVENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of -ontwijking - Meerwaarde op aandelen - Antimisbruikbepaling - REGISTRATIERECHTEN - Bedrijfstak - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

https://juriel.be/nl/rulings/2022-0423-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-inbreng-bedrijfsafdeling-zakelijke-54fc

Nummer
2022.0423
Datum
14 juni 2022

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

122 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2022.0423 d.d. 14.06.2022

VENNOOTSCHAPSBELASTING · Belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of -ontwijking · Meerwaarde op aandelen · Antimisbruikbepaling

REGISTRATIERECHTEN · Bedrijfstak

BTW · Overdracht van een bedrijfsafdeling

Samenvatting

De inbreng van de activiteit P door vennootschap X in een Newco, die kadert binnen een totale herstructurering die ertoe strekt een gezamenlijke joint-venture structuur te creëren samen met een derde partij, kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 en beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92, zodat deze verrichting belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 46, § 1, WIB 92. Deze inbreng kan genieten van de vrijstelling van evenredige registratierechten conform artikel 117, § 2, Fed.W.Reg. en ressorteert onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

De meerwaarde op aandelen die zal gerealiseerd worden ingevolge de inbreng door vennootschap X van de aandelen Newco in Holdco is vrijgesteld van de vennootschapsbelasting conform artikel 192, WIB 92.

Het geheel van de rechtshandelingen maakt geen fiscaal misbruik uit in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92 en/of artikel 18, § 2, Fed.W.Reg.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1 de inbreng van de activiteit van de vennootschap X in Newco kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, lid 1, 2°, Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna “WIB 92”);

1.2 de inbreng van bedrijfstak door de vennootschap X naar een nieuw op te richten Belgische vennootschap Newco beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 46, § 1, lid 3, WIB 92 en in het bijzonder niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92;

1.3 de verwerking van de overgedragen investeringsaftrek van vennootschap X, naar aanleiding van de inbreng van een bedrijfstak door vennootschap X, kan plaatsvinden in overeenstemming met artikel 46, § 2, lid 1, WIB 92;

1.4 de geplande overdracht van het geheel van activa en passiva door de inbreng(en) van bedrijfstak(ken) kwalificeert onder het niet-leveringsbeginsel van artikel 11 en artikel 18, § 3, Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde (hierna “W.Btw”);

1.5 de overdracht van een bedrijfstak door vennootschap X middels een inbreng van bedrijfstak in een nieuw op te richten vennootschap Newco onder de toepassing valt van de artikelen 115, 115bis, 117, § 1 en § 2, 119 en 120, Federaal Wetboek van Registratie-, Hypotheek-, en Griffierechten (hierna “Fed.W.Reg.”);

1.6 de meerwaarde die vennootschap X realiseert naar aanleiding van de inbreng van de aandelen van Newco in de nieuw op te richten Belgische holdingvennootschap HoldCo, na minder dan één jaar na de juridische datum van de inbreng van bedrijfstak door vennootschap X naar Newco, in overeenstemming is met artikel 192, § 1, WIB 92 en derhalve vrijgesteld is van vennootschapsbelasting aangezien, overeenkomstig artikel 192, § 1, lid 7 WIB 92, o.a. voldaan is aan de minimale houdperiode van één jaar; en

1.7 het geheel van de rechtshandelingen en de verrichtingen, waarbij een bedrijfstak van vennootschap X wordt ingebracht naar een nieuw op te richten Belgische vennootschap Newco, gevolgd door de inbreng van de Newco aandelen in een nieuw op te richten vennootschap HoldCo, en elk afzonderlijk, geen fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92 en artikel 18, § 2, W.Reg. (voor de onroerende goederen gelegen in het Brusselse en Waalse Gewest) en verantwoord zijn door andere motieven dan het ontwijken van de belastingen in de zin van voormeld artikelen.

II. Beslissing

II.A. Algemeen

2. De groep R is actief in sector T.

3. Groep R wenst samen met een derde partij, groep Q, een belangrijk project te realiseren via een nog op te richten vennootschap Newco, waarin groep R en de derde partij de benodigde activiteiten zullen inbrengen. Groep R en groep Q beogen respectievelijk 1/3 en 2/3 van de aandelen in Newco aan te houden.

4. Vanuit die optiek worden achtereenvolgens volgende verrichtingen vooropgesteld:

1) oprichting van een Newco en HoldCo vennootschap door vennootschap X;

2) boeking van een herwaarderingsmeerwaarde aan marktwaarde in de BE GAAP boekhouding van vennootschap X op de in de volgende stap in te brengen activa;

3) inbreng van de activiteit P omvattende alle daarbij horende activa, passiva en niet-boekhoudkundige elementen;

4) inbreng van de Newco aandelen in de HoldCo.

Na stap 3 en voorafgaand aan stap 4 gebeurt ook de inbreng door groep Q in Newco op basis waarvan de beoogde deelnemingsverhouding ontstaat.

II.B. Inzake directe belastingen

II.B.1. Inzake de toepassing van de artikelen 46, § 1, en 183bis, WIB 92

5. Om toepassing te kunnen maken van het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92 dient de inbreng een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid dan wel een algemeenheid van goederen te omvatten. Een wettelijke definitie van een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid is opgenomen in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92.

6. Artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92 definieert de voormelde begrippen als volgt:

b) Inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid: de rechtshandeling waarbij een natuurlijke persoon of een vennootschap, zonder ontbinding, een bedrijfstak overdraagt aan een andere vennootschap tegen een vergoeding die uitsluitend bestaat in aandelen van de verkrijgende vennootschap;

c) Bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid: het geheel van de activa en passiva van een afdeling van een vennootschap dat uit organisatorisch oogpunt een onafhankelijke exploitatie vormt, dat wil zeggen een geheel dat op eigen kracht kan functioneren.

7. Vennootschap X omvat onder meer de activiteit P. In het kader van stap 3 (zie randnummer 4) zullen alle activa, passiva, personeelsleden, rechten en verplichtingen,… die gelinkt zijn aan de activiteit P overgaan naar Newco. De afgescheiden rapportering met betrekking tot deze activiteit en de vaststelling dat zowel de ontwikkeling als het beheer van activiteit P gebeurt aan de hand van welomschreven eigen middelen en met behulp van specifiek gealloceerde medewerkers duidt erop dat reeds voorafgaand aan de inbreng sprake is van een activiteit die afzonderlijk kan geïdentificeerd worden.

8. Voor een aantal ondersteunende functies zal er vanuit Newco gebruik kunnen gemaakt worden van Service Level Agreements met groep R en/of groep Q.

9. De gebouwen waarin de personeelsleden tewerkgesteld worden, worden niet mee ingebracht aangezien deze onroerende goederen niet uitsluitend voor de in te brengen activiteit dienstig zijn.

10. De aanvragers verstrekten een financieel plan voor Newco waaruit blijkt dat deze vennootschap leefbaar zal zijn. Newco zou reeds vanaf het jaar van oprichting en na de inbrengen vanuit een fiscaal perspectief winstgevend zijn en effectief belastingbetalend, dit ondanks significante investeringen.

11. De aanvragers hebben bevestigd dat de inbreng volledig zal worden vergoed in aandelen Newco die het maatschappelijk kapitaal van deze vennootschap vertegenwoordigen.

12. Er kan bijgevolg worden besloten dat de inbreng beantwoordt aan de definities zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92.

13. De inbrengverrichting in stap 3 door vennootschap X maakt onderdeel uit van het geheel van transacties dat wordt gesteld met het oog op de in randnummer 3 vermelde zakelijke overwegingen.

14. De transactie zal leiden tot een toename van de tewerkstelling.

15. De fiscale aspecten van de inbreng kunnen als volgt worden samengevat:

15.1 vennootschap X is de afgelopen boekjaren winstgevend en beschikt over een belastbare basis;

15.2 vennootschap X beschikt, behoudens overgedragen investeringsaftrek, niet over andere fiscaal overgedragen bestanddelen. De overgedragen investeringsaftrek ondergaat louter een verdeling n.a.v. de inbreng (zie titel II.B.2.);

15.3 de inbrenggenietende vennootschap Newco beschikt niet over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande wederbeleggingsverplichtingen gelden, aangezien het een nieuw op te richten vennootschap betreft. Er komen ook geen dergelijke reserves terecht bij Newco in het kader van de inbreng;

15.4 de aanvragers hebben bevestigd dat er geen concrete plannen zijn om, na doorvoering van de verschillende stappen, de aandelen van vennootschap X en/of Newco en/of HoldCo over te dragen. Het instappen van een derde partij in Holdco via een eigen inbreng (in natura of via kapitaal) dan wel via een aandelenverkoop wordt evenwel niet uitgesloten.

16. Wat betreft de herwaardering van de activa voorafgaand aan de inbreng (zie stap 2) bevestigen de aanvragers dat de boekhoudkundige verwerking van deze herwaardering in het kader van de inbreng zal gebeuren overeenkomstig CBN-advies 2009/15 (2de benadering).

17. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de inbreng door vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92 zoals vereist door artikel 46, § 1, derde lid, 3°, WIB 92.

18. De aanvragers hebben bevestigd dat de inbrenggenietende vennootschap Newco een binnenlandse vennootschap zal zijn.

19. Derhalve kan worden besloten dat de inbreng door vennootschap X van de activiteit P in Newco belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 46, § 1, WIB 92.

II.B.2. Inzake de verwerking van de overgedragen investeringsaftrek

20. Vennootschap X beschikt over overgedragen investeringsaftrek. Het betreft een mix van (hoofdzakelijk) eenmalige investeringsaftrek en (in mindere mate) gespreide investeringsaftrek.

21. Gelet op het belastingneutrale karakter van de inbreng door vennootschap X zijn de bepalingen van artikel 46, § 2, WIB 92 van toepassing, zodat de afschrijvingen, aftrekken voor octrooi-inkomsten, aftrekken voor innovatie-inkomsten, aftrekken voor risicokapitaal, investeringsaftrekken, belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling, minderwaarden of meerwaarden met betrekking tot de bij haar ingebrachte bestanddelen worden bepaald alsof deze laatste niet van eigenaar waren veranderd, behoudens in de gevallen waarin toepassing is gemaakt van artikel 90, eerste lid, 8°.

22. De investeringsaftrek blijft bijgevolg aftrekbaar in hoofde van de vennootschap waar de eraan gelinkte activa zich bevinden n.a.v. de inbreng van de bedrijfstak.

23. De activa waarop de eenmalige investeringsaftrek betrekking heeft, blijven achter bij vennootschap X en dus zal de eenmalige investeringsaftrek volledig bij vennootschap X behouden blijven.

24. De activa waarop de gespreide investeringsaftrek betrekking heeft, blijven deels behouden bij vennootschap X en worden deels overgedragen aan Newco en de gespreide investeringsaftrek wordt als dusdanig opgedeeld over vennootschap X en Newco.

II.B.3. Inzake artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92

25. Artikel 192, § 1, WIB 92 bepaalt het volgende:

- “§ 1. De niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde meerwaarden op aandelen verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, zijn eveneens volledig vrijgesteld in de mate dat de eventuele inkomsten van deze aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202 en 203, van de winst te worden afgetrokken of, voor wat betreft de overeenkomstig artikel 194 van de Wet 13.03.2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aangehouden aandelen, krachtens de artikelen 202, § 1 en § 2, eerste lid, 2°, en 203, van de winst te worden afgetrokken (lid 1)

…

Voor de toepassing van het eerste lid, worden de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan. (lid 7);

Om vast te stellen of aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschap, worden de overgedragen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, geacht te zijn verkregen op de datum waarop ze zijn verkregen door de inbrenger of de omgevormde, overgenomen of gesplitste vennootschap” (lid 8).

26. De wetgever verwijst in artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92 expliciet naar artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92. Vennootschap X kan, gelet op de verklaarde wil van de wetgever, in toepassing van de aanhef van artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92, in die context aanspraak maken op het bijzonder regime, waarin artikel 192, § 1, lid 1, WIB 92 voorziet, voor de meerwaarde gerealiseerd bij de inbreng van de aandelen Newco kort na de belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in Newco.

27. De Memorie van Toelichting bij de Wet 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, waarbij lid 8 werd ingevoerd in paragraaf 1 van artikel 192, WIB 92 verduidelijkt immers dat: “Teneinde voor de toepassing van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, de fiscale neutraliteit te bevestigen van de verrichtingen van inbreng, fusie of splitsing, gerealiseerd overeenkomstig de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, § 1, en 231, §§ 2 en 3, is het nuttig om dit expliciet te verduidelijken in de wettekst. Daarom wordt artikel 192, § 1, WIB 92, naast een zevende lid, aangevuld met een nieuw lid, dat toelaat om volledig de fiscale neutraliteit van die verrichtingen te bevestigen inzake de belasting van meerwaarden op aandelen. (…) De bijzondere toepassing die hierbij werd ingesteld bevestigt het algemeen beginsel van de continuïteit voorzien in het Wetboek Vennootschappen zonder dat deze raakt aan de algemene toepassing van ditzelfde beginsel” (Parl. St. Kamer, 2012-2013, 2458/001, 26-27).

28. Verder stelt de circulaire nr. Ci.RH.421/620.779 (AAFisc 19/2013) d.d. 21.05.2013 dat: “[…] de toevoeging van het zevende en achtste lid aan art. 192, § 1, WIB 92, voorzien, voor de beoordeling van de voorwaarde van behoud, in de fiscale neutraliteit van de verrichtingen van inbreng, […] die worden verwezenlijkt overeenkomstig de art. 46, § 1, eerste lid, 2° […] WIB 92 in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschappen alsook voor de vennootschappen-aandeelhoudsters van de overgenomen of gesplitste vennootschappen”.

29. In onderhavig geval zal vennootschap X bestanddelen inbrengen in Newco die een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid vormen, zoals voorzien in artikel 46, § 1, lid 1, 2°, WIB 92. Bijgevolg is in onderhavig geval de toepassing van artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92 aan de orde.

30. In overeenstemming met de fiscale neutraliteit dient als aanvangspunt voor de berekening van de minimale houdsterperiode van één jaar, zoals voorzien in artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92, gekeken te worden naar de datum waarop de bedrijfsafdeling of de tak van werkzaamheid op een zelfstandige wijze operationeel is geworden binnen vennootschap X. De aanvragers bevestigen dat de bedrijfsafdeling in casu reeds langer dan één jaar zelfstandig operationeel is binnen vennootschap X aangezien vennootschap X reeds gedurende vele jaren activiteit P exploiteert en dit op een ononderbroken wijze tot op heden.

31. Voor de toepassing van artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92 zal vennootschap X derhalve geacht worden de aandelen Newco op het ogenblik van de inbreng in HoldCo langer dan één jaar te hebben gehouden. Derhalve valt de meerwaarde onder het toepassingsgebied van artikel 192, § 1, lid 1, WIB 92, althans voor wat betreft de aandelen verkregen door vennootschap X ingevolge de inbreng van de bedrijfsafdeling in Newco (1), voor zover aan de overige in dit artikel gestelde voorwaarden is voldaan.


[(1) Wat betreft de aandelen die vennootschap X reeds bezit n.a.v. de oprichting van Newco zal hoogstwaarschijnlijk niet aan de eenjarige houdperiode van artikel 192, § 1, WIB 92 voldaan zijn, zodat de meerwaarde gerealiseerd op dit gedeelte van de aandelen belastbaar zal zijn aan een tarief van 25 %.]


II.B.4. Inzake artikel 344, § 1, WIB 92

32. Het geheel van de verrichtingen (zie randnummer 4) kadert binnen het algeheel opzet van de reorganisatie (zie randnummer 3).

33. Er wordt specifiek op gewezen dat de beoogde deelnemingsverhouding van groep R en groep Q in Newco (met name 67 % - 33 %) enkel kan bereikt worden, gelet op de respectievelijke marktwaarden van de bedrijfsafdelingen die door groep R en groep Q worden ingebracht in Newco, op de voorgestelde manier. Dit betreft dus een niet-fiscale beweegreden.

34. Derhalve kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen afdoende verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92.

II.C. Inzake registratierechten

II.C.1. Inzake de toepassing van de artikel 115, 115bis, 117, § 1, en § 2, 119 en 120 Fed.W.Reg.

35. Volgens artikel 117, § 2, Fed.W.Reg. is het bij artikel 115 van hetzelfde wetboek bepaalde recht niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

36. Bij koninklijk besluit (artikel 1, KB 18.071972 betreffende de uitvoering der artikelen 117 en 120 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten) worden de voorwaarden voor deze vrijstelling als volgt bepaald:

“de vrijstelling van het evenredig recht voorzien in artikel 117, § 2, Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, alsook de uitzondering gevestigd in artikel 120, 3de lid, […] van hetzelfde wetboek, zijn ondergeschikt aan de voorwaarde:

1° dat de inbreng het geheel omvat van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormen;

2° dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen, die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, samen met een storting in contanten, die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

Wordt niet beschouwd als een afdeling van de onderneming het beheer van de participaties en de waarden in portefeuille. De participaties en waarden in portefeuille worden slechts beschouwd als behorende tot een bedrijfstak wanneer zij normaal in de exploitatie van deze tak van de bedrijvigheid zijn geïntegreerd”.

37. Vennootschap X zal zijn activiteit P inbrengen in Newco.

38. De inbreng van de activiteit P wordt gedaan door vennootschap X, zijnde een bestaande Belgische vennootschap. Hierdoor is er voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

39. De inbreng zal worden gedaan in de Belgische vennootschap Newco.

40. De notie “bedrijfstak” dient vanuit twee invalshoeken te worden bekeken, enerzijds vanuit de inbrengende vennootschap en anderzijds vanuit de inbrenggenietende vennootschap. Ten name van de inbrengende vennootschap is het relevant of de overgedragen activa, passiva en andere rechten en elementen een geheel uitmaken en al een zekere vorm van autonomie hebben. Ten name van de inbrenggenietende vennootschap is het van belang of de ingebrachte afdeling autonoom kan functioneren binnen de inbrenggenietende vennootschap. Hiervoor kan worden verwezen naar de analyse onder titel II.B.1.

41. Het betreft de inbreng van een activiteit die kan worden beschouwd als een reeds bestaand georganiseerd geheel van activa en passiva dat op technisch vlak door eigen middelen reeds autonoom functioneert en bij de inbrenggenietende Belgische vennootschap ook autonoom kan functioneren. De ingebrachte activiteit is bijgevolg te beschouwen als een bedrijfstak.

42. Deze inbreng zal volledig worden vergoed door de toekenning van aandelen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen in de Belgische vennootschap Newco. Hieruit kan worden besloten dat aan de voorwaarde wordt voldaan dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, al dan niet samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen niet overschrijdt (KB 18.07.1972, artikel 1). In casu wordt er geen geldopleg betaald.

43. De vervulling van de voorwaarden (KB 18.07.1972) zal bevestigd worden in de notariële akte.

44. Voor de toepassing van de registratierechten wordt de inbreng beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

II.C.2. Inzake de toepassing van artikel 18, § 2, W.Reg. (voor de onroerende goederen gelegen in het Brusselse en Vlaamse Gewest)

45. Artikel 18, § 2, W.Reg. luidt als volgt:

“§ 2 Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat eenzelfde verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie door vermoedens of door andere in artikel 185 bedoelde bewijsmiddelen en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingschuldige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt:

1. een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; of

2. een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel voorzien door een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.

Het komt aan de belastingschuldige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van registratierechten.

Indien de belastingschuldige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van de wet onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”

46. In dit verband kan worden verwezen naar de eerdere overwegingen die aan bod kwamen in randnummers 32 en 33.

47. In lijn met de bovenstaande visie inzake bedrijfstak kan de DVB inderdaad stellen dat er in casu meer wordt overgedragen dan louter vastgoed en dat de inbreng van de activiteit P in Newco as such, noch het geheel van rechtshandelingen zoals weergegeven in randnummer 4 in de voorgelegde context misbruik uitmaken in de zin van artikel 18, § 2, Fed.W.Reg.

II.D. Inzake de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw

48. Vooreerst dient - in het kader van de hierna volgende analyse - opgemerkt te worden, dat de aanvragers uitdrukkelijk verklaren dat Newco niet zal toetreden tot de bestaande btw-eenheid) gezien de onafhankelijke werking van Newco.

49. Om voormelde redenen dient de inbreng vanuit btw-technisch perspectief verder onderzocht te worden.

Principe

50. Overeenkomstig artikel 11, W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

51. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch Btw-Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

52. In haar arrest d.d. 27.11.2003 – zaak C-497/01, Z. M. Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

53. De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

In casu

54. Vaststellende dat de aanvragers verklaren dat:

- de in te brengen activiteit P binnen vennootschap X op heden reeds afzonderlijk wordt beheerd. Zowel de ontwikkeling als het beheer gebeurt aan de hand van welomschreven eigen middelen en met behulp van specifiek gealloceerde medewerkers;

- vennootschap X volgende elementen zal inbrengen: de relevante activa verbonden aan activiteit P, het personeel dat instaat voor activiteit P en de aan activiteit P gelinkte deelneming.

55. De aanvragers benadrukken dat ingevolge de inbreng alle partijen die momenteel gebruik maken van activiteit P onmiddellijk klant worden van Newco. Newco zal hierdoor inkomsten verkrijgen.

56. Het feit dat de kantoorgebouwen niet overgaan om reden dat deze hoofdzakelijk aangewend worden voor personeelsleden die niet overgaan, vormt op zich geen belemmering om de activiteit te kunnen uitoefenen. Ook het gegeven dat Newco middels een SLA voor ondersteunende functies een beroep zal doen op groep R / groep Q doet geen afbreuk aan het gegeven dat zij over de vereiste elementen beschikt om haar activiteit op voldoende autonome wijze verder te zetten.

57. De aanvragers benadrukken dat na de inbreng Newco wel degelijk op autonome wijze de activiteit zal voortzetten, zo zal zij vanuit een business / commercieel perspectief verantwoordelijk zijn voor het bepalen van een eigen strategie inzake (i) de verschillende producten die ze zal aanbieden, (ii) de wijze waarop ze in de markt verder kan groeien en (iii) business development (i.e. het actief benaderen en opvolgen van nieuwe klanten).

58. Bij de overdracht, waarbij vastgesteld wordt dat zowel op technisch als op organisatorisch vlak deze verrichting betrekking heeft op een geheel van elementen waarmee de bestaande economische activiteit zal worden voortgezet door Newco, dient geconcludeerd dat gezien Newco een btw-belastingplichtige zal zijn die, in de mate er btw zou verschuldigd zijn op de overdracht, recht op btw-aftrek heeft, deze inbreng plaatsvindt bij toepassing van de artikel 11 en 18, § 3, W.Btw.

Aangehaalde teksten

6