Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2022.0417 14 juni 2022

Zoeken

Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijkingVennootschapsbelasting - Belastingneutrale partiële splitsing Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Antimisbruikbepaling - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

https://juriel.be/nl/rulings/2022-0417-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-a642

Nummer
2022.0417
Datum
14 juni 2022

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

84 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2022.0417 d.d. 14.06.2022

Vennootschapsbelasting · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking · Antimisbruikbepaling

BTW · Overdracht van een bedrijfsafdeling

Samenvatting

De partiële splitsing van de NV X waarbij één van de twee exploitatieactiviteiten wordt overgedragen aan een recent opgerichte vennootschap BV Y en die kadert in een wereldwijde afsplitsing van die welbepaalde exploitatieactiviteit, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan plaatsvinden onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92. De daaropvolgende overdracht van de aandelen van de BV Y binnen de groep met het oog op het creëren van een afzonderlijke holdingstructuur voor deze exploitatieactiviteit en de daaropvolgende afsplitsing van dit segment in een nieuwe beursgenoteerde onderneming, brengen het fiscaal neutraal karakter van de voorgenomen partiële splitsing van de NV X niet in het gedrang in het licht van artikel 344, §1, WIB 92.

De partiële splitsing van de NV X dient te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:

• de partiële splitsing van de NV X, waarbij de activa en passiva verbonden aan de activiteit P zullen worden overgedragen aan een nieuw opgerichte vennootschap, BV Y, kan genieten van het regime van fiscale neutraliteit zoals voorzien in artikel 211, §1, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking in de zin van artikel 183bis WIB 92 heeft;

• de boekhoudkundige retroactiviteit naar 1 januari 2022 voor de partiële splitsing tegenstelbaar zal zijn aan de fiscale administratie;

• overeenkomstig artikel 212, WIB 92, de afschrijvingen, investeringsaftrekken, belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling (“O&O”), aftrekken voor octrooi-inkomsten, aftrekken voor innovatie-inkomsten, aftrekken voor risicokapitaal, kapitaalsubsidies, het in een van de voorgaande belastbare tijdperken niet als beroepskost aangemerkte financieringskostensurplus, minderwaarden of meerwaarden die bij de overnemende of verkrijgende vennootschap met betrekking tot de bij haar ingebrachte bestanddelen, in aanmerking worden genomen en het gestorte kapitaal wordt bepaald alsof de partiële splitsing van de NV X niet had plaatsgevonden;

• de bestanddelen van het eigen vermogen ingevolge de partiële splitsing van de NV X zullen worden overgedragen aan de BV Y in functie van de fiscale nettowaarden overeenkomstig artikel 213, WIB 92;

• de overdracht van de aandelen van de BV Y binnen de groep na de partiële splitsing met het oog op het creëren van een afzonderlijke holdingstructuur voor de activiteit P en de daaropvolgende afsplitsing van dit segment P in een nieuwe beursgenoteerde onderneming, het fiscaal neutraal karakter van de voorgenomen partiële splitsing van de NV X niet in het gedrang brengen in het licht van artikel 344, §1, WIB 92;

• de partiële splitsing kan genieten van het vrijstellingsregime inzake BTW in toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

II. Beslissing

II.A. Betreffende de toepassing van de artikelen 183bis en 211, § 1, WIB 92

2. De NV X is een exploitatievennootschap die deel uitmaakt van de wereldwijde beursgenoteerde groep Z. De aandelen van de NV X worden rechtstreeks aangehouden door de buitenlandse vennootschappen R (99,99%) en S (0,01%).

3. De activiteiten van de groep zijn onderverdeeld in een aantal segmenten. De NV X is actief binnen enkele van deze segmenten, waaronder het segment P.

4. De groep Z oefent haar activiteiten in België uit via verschillende dochterondernemingen en andere juridische entiteiten. Recent hebben de vennootschappen R en S, de Belgische vennootschap, BV Y, opgericht (met een respectievelijke deelname in het kapitaal van 99,99% en 0,01%).

5. De groep Z wenst haar segment P af te splitsen naar een aparte groep die ook beursgenoteerd zal zijn, met het doel de operationele prestaties en de strategische flexibiliteit te verbeteren en toegevoegde waarde te creëren voor alle belanghebbenden. In het kader van de wereldwijde herstructurering wenst de groep een partiële splitsing van de NV X door te voeren waarbij alle activa en alle passiva met betrekking tot het segment P zullen worden overgedragen aan de recent opgerichte BV Y, tegen uitreiking van nieuw uitgegeven aandelen van de BV Y aan de twee aandeelhouders van de NV X.

6. De voorgenomen partiële splitsing beantwoordt aan de definitie van een met een splitsing gelijkgestelde verrichting zoals vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), 1), WIB 92.

7. De aanvrager heeft bevestigd dat een aantal personeelsleden zullen overgaan van de NV X naar de verkrijgende vennootschap, waaruit blijkt dat de overgedragen activiteit bij voortduur zal worden verder gezet door de verkrijgende vennootschap, BV Y.

8. De NV X is winstgevend. De vennootschap heeft een overgedragen aftrek voor risicokapitaal, een overgedragen (gespreide) investeringsaftrek en een overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten, maar geen overgedragen verliezen of overgedragen DBI-overschotten. De overgedragen aftrek voor risicokapitaal en de overgedragen investeringsaftrek zal worden overgedragen aan de BV Y in verhouding tot het gedeelte van de fiscale nettowaarde dat bij de BV Y wordt ingebracht (zie ook randnummer 211/79 van de administratieve commentaar op het WIB 92). De overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten zal worden afgetrokken door de vennootschap die de onderliggende immateriële vaste activa ontvangt conform artikel 212, WIB 92 (zie ook randnummer 15). De BV Y is een nieuwe vennootschap en beschikt derhalve niet over dergelijke bestanddelen.

9. De vennootschappen R en S zullen na de partiële splitsing hun aandelen van de BV Y inbrengen in twee dochtervennootschappen. Daarna zullen er nog een aantal stappen volgen met betrekking tot de vennootschappen boven deze vennootschappen met het oog op de wereldwijde afsplitsing van het segment P in een aparte holdingstructuur die afzonderlijk op de beurs zal worden genoteerd en waar de BV Y deel van zal uitmaken (zie randnummer 22).

10. De aanvrager heeft bevestigd dat de aandeelhouders R en S niet de intentie hebben om hun aandelen van de NV X over te dragen.

11. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de voorgenomen partiële splitsing van de NV X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

12. De verkrijgende vennootschap is een binnenlandse vennootschap.

13. Derhalve kan de voorgenomen partiële splitsing van de NV X belastingneutraal worden doorgevoerd in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

II.B. Betreffende de toepassing van artikel 212, WIB 92

14. De partiële splitsing van de NV X zal plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92 (zie randnummer 13).

15. Bijgevolg zijn de bepalingen van artikel 212, WIB 92 van toepassing zodat de afschrijvingen, investeringsaftrekken, belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling, aftrekken voor octrooi-inkomsten, aftrekken voor innovatie-inkomsten, aftrekken voor risicokapitaal, kapitaalsubsidies, het in een van de voorgaande belastbare tijdperken niet als beroepskost aangemerkte financieringskostensurplus, minderwaarden of meerwaarden die bij de overnemende of verkrijgende vennootschap met betrekking tot de bij haar ingebrachte bestanddelen in aanmerking worden genomen en het gestorte kapitaal wordt bepaald alsof de partiële splitsing van de NV X niet had plaatsgevonden.

II.C. Betreffende de toepassing van artikel 213, WIB 92

16. Ingeval van een (partiële) splitsing die in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 belastingneutraal wordt doorgevoerd, worden bij het bepalen van het gestorte kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, de verkrijgende vennootschappen geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de (partieel) gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen. Dit houdt in dat de drie componenten van het fiscaal eigen vermogen (gestort kapitaal, belaste reserves en vrijgestelde reserves) elk afzonderlijk moeten worden verdeeld in verhouding tot het gedeelte van de fiscale nettowaarden dat aan elk van de vennootschappen wordt toebedeeld (zie ook arrest van het Hof van Beroep te Gent van 1 maart 2011 inzake Villa 2000 CVA).

17. De aanvrager heeft bevestigd dat bij de partiële splitsing van de NV X, de toewijzing van de bestanddelen van het fiscaal eigen vermogen zal gebeuren met toepassing van artikel 213, WIB 92 en de richtlijnen van de administratieve commentaar ter zake. De aanvrager heeft in de aanvraag omschreven hoe de verdeling van de verschillende bestanddelen van het fiscaal eigen vermogen zal gebeuren. Het gestort kapitaal en de uitgiftepremies zullen elk worden toegekend aan de BV Y in verhouding tot het gedeelte van de fiscale nettowaarde dat bij de BV Y zal worden ingebracht. De totaliteit van de belaste reserves zal worden toegekend aan de BV Y in verhouding tot het gedeelte van de fiscale nettowaarde dat bij de BV Y zal worden ingebracht, met dien verstande dat binnen deze verdeelsleutel, de belaste voorzieningen en de overdreven afschrijvingen zullen worden toegewezen aan de vennootschap die de daarmee verband houdende bestanddelen zal verkrijgen waarop deze belaste voorzieningen of afschrijvingsexcedenten betrekking hebben. Tenslotte zal ook de totaliteit van de vrijgestelde reserves worden toegekend aan de BV Y in verhouding tot het gedeelte van de fiscale nettowaarde dat bij de BV Y zal worden ingebracht, waarbij het nog niet belaste deel van de kapitaalsubsidies en de uitgestelde belastingen op kapitaalsubsidies bij voorrang zullen worden toegekend aan de vennootschap die de gesubsidieerde activa zal verkrijgen. Uit de indicatieve splitsingsstaat op basis van (voorlopige) cijfers per 31 december 2021 die bij de aanvraag werd gevoegd, blijkt dat de wijze van toebedeling van de bestanddelen van het fiscaal eigen vermogen (gestort kapitaal, belaste reserves en vrijgestelde reserves) in overeenstemming is met hetgeen in de aanvraag werd omschreven en in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 213 WIB, 92 en de administratieve commentaar ter zake (zie randnummer 211/56 van de administratieve commentaar op het WIB 92). De DVB spreekt zich evenwel niet uit over de bedragen van de gehanteerde fiscale nettowaarden.

II.D. Betreffende de boekhoudkundige retroactiviteit

18. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

18.1. met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

18.2. en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

19. De partiële splitsing van de NV X zal worden doorgevoerd met boekhoudkundige retroactiviteit naar 1 januari 2022, waarbij de retroactiviteitsperiode meer dan 7 maanden zal bedragen. De reden hiervoor ligt in het feit dat omwille van de aard van de activiteiten, de BV Y een aantal registraties, autorisaties en vergunningen moet verkrijgen vóór ze haar activiteiten kan aanvangen en de te volgen procedures hiervoor soms meer dan een half jaar kunnen duren, zonder dat BV Y hier controle over heeft. Bovendien moeten er nieuwe IT-systemen worden opgezet voor de BV Y, hetgeen, gelet op de complexiteit van de processen binnen de BV Y, een doorlooptijd zal vragen van minstens 6 à 7 maanden.

20. In het kader van de in randnummer 18.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen of DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). De aanvrager heeft in dit kader evenwel bevestigd dat beide vennootschappen niet over overgedragen fiscale verliezen of DBI-aftrekken beschikken.

21. Gelet op het voorgaande kan worden gesteld dat de boekhoudkundige retroactiviteitsclausule een correcte toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat en op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard

II.E. Betreffende de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92

22. Na de partiële splitsing van de NV X zullen de aandeelhouders R en S hun aandelen van de BV Y inbrengen in 2 dochtervennootschappen. Teneinde de wereldwijde afsplitsing van het segment P te kunnen doorvoeren, zal de vennootschap R een nieuwe entiteit oprichten, Q, en de activa en entiteiten verbonden aan het segment P hierin inbrengen. De Q aandelen zullen door de beursgenoteerde vennootschap R worden uitgekeerd aan haar aandeelhouders, hetzij als een pro rata uitkering in verhouding tot hun aandelenbezit in R, hetzij in ruil voor R aandelen (die dan ophouden te bestaan).

23. De partiële splitsing van de NV X en de stappen die daarna nog volgen (zoals vermeld in randnummer 22) kaderen in de wereldwijde afsplitsing van het segment P van de groep Z en het op de beurs brengen van de afgesplitste groep waar de BV Y deel van zal uitmaken. De NV X zal deel blijven uitmaken van de groep Z. Derhalve kan worden besloten dat de daaropvolgende overdracht van de aandelen van de BV Y binnen de groep Z met het oog op het creëren van een afzonderlijke holdingstructuur voor het segment P en de daaropvolgende afsplitsing van het segment P in een nieuwe beursgenoteerde onderneming, het fiscaal neutraal karakter van de voorgenomen partiële splitsing van de NV X niet in het gedrang brengen in het licht van artikel 344, §1, WIB 92.

II.F. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW

II.F. 1. Algemeen: niet-leveringsbeginsel van de artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW

Eerste deelvoorwaarde: de overgedragen bestanddelen moeten de BV Y toelaten om een autonome economische activiteit uit te oefenen

24. Op grond van artikel 11 W.BTW wordt de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling niet beschouwd als een levering wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de btw, indien deze bij de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten (fictie van persoonsvoortzetting). De bedoelde overdracht kan tegen vergoeding of om niet gebeuren, bij wege van inbreng of anderszins.

25. Op grond van artikel 18, § 3 W.BTW worden de diensten (overdracht van cliënteel, licenties, enzovoort) die worden verricht bij de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling onder de voorwaarden van artikel 11 W.BTW, op hun beurt niet beschouwd als diensten in de zin van artikel 18 W.BTW.

26. De artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW zijn de omzetting in het Belgische Btw-Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de btw-richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006.

27. Voor btw-doeleinden heeft de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling pas uitwerking op het ogenblik van de daadwerkelijke juridische overdracht van de activa. Bijgevolg zal de eventuele boekhoudkundige retroactiviteit geen gevolgen hebben op het vlak van btw.

28. In de artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW wordt het begrip ‘bedrijfsafdeling’ gehanteerd, dat niet nader wordt omschreven. Wel is er volgens de parlementaire geschiedenis van de Wet tot invoering van het Btw-Wetboek en de administratieve aanschrijving nr. 74 van 6 mei 1971 slechts sprake van de overdracht van een ‘bedrijfsafdeling’ indien deze overdracht betrekking heeft op al de goederen die in een afdeling van de onderneming zijn geïnvesteerd en die vanuit technisch oogpunt een onafhankelijke onderneming vormen die afzonderlijk door eigen middelen kan werken (1).


[(1) Wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Verslag van de Verenigde Commissies voor de Economische Zaken en Financiën van de Senaat, Parl. St. Senaat 1968-1969, nr. 455, 93; Aanschrijving 1971/74 van 06.05.1971 (opgeheven en vervangen door circulaire AOIF nr. 46/2009 (E.T. 110.663) van 30.09.2009).]


29. Hoewel de bewoordingen in de btw-richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006 en het Belgische Btw-Wetboek enigszins verschillen, neemt dit niet weg dat het gaat om autonome unierechtelijke begrippen die een eenvormige uitlegging behoeven.

30. In het arrest Zita Modes stelt het Hof van Justitie van de Europese Unie dat onder een algemeenheid van goederen of een bedrijfsafdeling moet worden verstaan de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken die gezamenlijk een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad goederen (2).


[(2) H.v.J. 27.11.2003, Zita Modes, C-497/01, http://curia.europa.eu.]


31. De intentie van de overnemer om de autonome economische activiteit voort te zetten, vormt in principe een essentieel element voor de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW, zonder dat dit op zich een formele voorwaarde uitmaakt. Het is echter niet vereist dat de economische activiteit die door de overnemer zal worden voortgezet, identiek is aan die van de overdrager. Het is ook van weinig belang dat de overnemer vóór de overdracht al dezelfde soort economische activiteit uitoefende als de overdrager (3). In de besluiten die de advocaat-generaal in de zaak Zita Modes heeft neergelegd benadrukte deze dat het begrip totale of gedeeltelijke algemeenheid van goederen niet slaat op één of meer losse elementen uit een goederenlijst (materiaal, werktuigen, voorraad, huurcontract, uithangbord, octrooien, cliënteel, winst uit bestaande contracten, e.a.) maar op een combinatie van voldoende elementen daaruit om een economische activiteit mogelijk te maken, ook al vormt die activiteit slechts een onderdeel van een groot bedrijf waaruit het is losgemaakt (4). Aldus eist het Hof van Justitie van de Europese Unie niet dat alle elementen van het bedrijf of van de bedrijfsafdeling worden overgedragen (5).


[(3) H.v.J. 27.11.2003, Zita Modes, C-497/01, r.o. 45, http://curia.europa.eu; Circulaire AOIF nr. 46/2009 (E.T. 110.663) van 30.09.2009, punt III.1.2..]

[(4) Conclusie van advocaat-generaal Jacobs van 26.09.2002, Zita Modes, C-497/01, par. 34 t.e.m. 36, http://curia.europa.eu.]

[(5) H.v.J. 27.11.2003, Zita Modes, C-497/01, http://curia.europa.eu; zie ook circulaire AOIF nr. 46/2009 (E.T. 110.663) van 30.09.2009, punt III.1.2..]


32. Het Hof legt bovendien het principe op volgens hetwelk de betreffende situatie dient beoordeeld te worden in hoofde van de overnemer (6) en niet in hoofde van de overdrager. Het is immers in hoofde van de overnemer dat de autonome economische activiteit moet kunnen worden uitgeoefend naar aanleiding van de overdracht.


[(6) H.v.J. 27.11.2003, Zita Modes, C-497/01, http://curia.europa eu; zie ook: Parl. Vr. nr. 1266 WATHELET 03.05.2006, Vr. en Antw. Kamer, 2005-2006, nr. 122, 23804; Parl. Vr. nr. 294 BROTCORNE 24.07.2008, Vr. en Antw. Kamer, 22.09.2008, nr. 033, 8365.]


33. Tot de wezenlijke elementen van een bedrijf of bedrijfsafdeling behoren in de regel technologie, contracten, personeel, cliënteel, voorraad, materieel, meubilair, fabrieksmerken, handelsmerken, brevetten, e.a., kortom de lichamelijke en onlichamelijke goederen. De onroerende goederen, de liquiditeiten, de handelsschuldvorderingen en de handelsschulden, de waardepapieren, de speciën en de huurrechten, maken daarentegen geen wezenlijk deel uit van een bedrijfsafdeling (7).


[(7) Parl. Vr. nr. 69 ANCIAUX van 04.02.1971, Vr. en Antw. Kamer, 1970-1971, 733.]


34. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW kunnen dus ook van toepassing zijn wanneer de overdrager naar aanleiding van de overdracht sommige activa van de algemeenheid van goederen of van de bedrijfsafdeling behoudt. Wel is vereist dat de overgedragen bestanddelen volstaan om de overnemer toe te laten een autonome economische activiteit uit te oefenen. In de zaak Zita Modes had advocaat-generaal Jacobs al geconcludeerd dat bij dergelijke beoordeling rekening dient te worden gehouden met de transactie zelf en de concrete omstandigheden daarbij. Meer bepaald dient rekening gehouden te worden met de ‘aard’ van de overgedragen bestanddelen en de mate van ‘continuïteit’ en ‘gelijksoortigheid’ tussen de activiteiten uitgeoefend vóór en na de overdracht (8). Zo hoe(ft)ven (de rechten op) het gebouw waarin het bedrijf of de bedrijfsafdeling werd uitgebaat niet noodzakelijk te worden overgedragen, op voorwaarde echter dat de overnemer hierdoor niet wordt verhinderd om zijn economische activiteiten autonoom uit te oefenen. In dit opzicht kan ook verwezen worden naar de richtsnoeren die het Hof van Justitie van de Europese Unie naar voor heeft geschoven in zijn arrest Christel Schriever (9).


[(8) Conclusie van advocaat-generaal Jacobs van 26.09.2002, Zita Modes, C-497/01, par. 41 en 59, http://curia.europa.eu.]

[(9) H.v.J. 10.11.2011, Christel Schriever, C-444/10, http://curia.europa.eu.]


Tweede deelvoorwaarde: de BV Y is een belastingplichtige met minstens een gedeeltelijk recht op aftrek van voorbelasting

35. Naar Belgisch recht wordt voor de toepassing van het bedoeld niet-leveringsbeginsel niet vereist dat de overnemer beschikt over een volledig recht op aftrek van voorbelasting.

36. Een overdracht van een bedrijfsafdeling valt buiten de werkingssfeer van de btw op grond van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW, voor zover de verkrijgende vennootschap een belastingplichtige is die de btw die naar aanleiding van deze overdracht verschuldigd zou worden, geheel of gedeeltelijk kan aftrekken.

II.F.2. Toepassing in casu

37. De voorwaarde dat de combinatie van voldoende overgedragen bestanddelen de overnemer, BV Y in staat moet stellen om een autonome economische activiteit uit te oefenen, is volgens de DVB in casu vervuld. De continuïteit wordt in de gegeven omstandigheden gegarandeerd en vanuit btw-oogpunt kan de BV Y na de bedoelde overdracht onafhankelijk operationeel actief zijn.

38. Rekening houdend met de in de aanvraag beschreven en toegelichte feitelijke omstandigheden kwalificeert de combinatie van de door de NV X aan de BV Y overgedragen activa en passiva met betrekking tot het segment P, de door de NV X overgedragen werknemers, de overname door de BV Y van het volledige klantenbestand van de NV X gerelateerd aan de producten van segment P, de overdracht van overeenkomsten met betrekking tot de productie van goederen en de ‘supply chain and operating support services’ en de nieuw opgestelde ‘transitional manufacturing agreement’ en ‘transitional services agreement’ met de NV X, inderdaad als een afzonderlijke bedrijfsafdeling die valt binnen het toepassingsgebied van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW en die de BV Y in staat stelt om een afzonderlijke economische activiteit uit te oefenen middels de combinatie van deze overgedragen bestanddelen.

39. Daarnaast is het ook duidelijk dat de BV Y de intentie heeft om de bedrijfsactiviteiten in de toekomst te exploiteren en verder uit te breiden. Het is daarbij niet vereist dat de door de verkrijger voort te zetten economische activiteit identiek is aan die van de overdrager.

40. Het feit dat het gebouw waarin de algemeenheid van goederen of de bedrijfsafdeling werd geëxploiteerd, of de rechten met betrekking tot dat gebouw, niet wordt(en) overgedragen door de NV X, doet in de gegeven omstandigheden geen afbreuk aan de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW. Vermits het productieproces van de producten van segment P volledig zal worden uitbesteed door de BV Y, heeft de BV Y geen onroerende goederen nodig om haar economische activiteit te kunnen uitoefenen. De BV Y zal wel gebruik maken van kantoorruimte in de gebouwen van de NV X. De NV X zal de kantoorruimte aan de BV Y onder toepassing van btw ter beschikking stellen door middel van een faciliteitenovereenkomst. Deze faciliteitenovereenkomst voldoet volgens de verklaringen van de aanvrager aan alle criteria die verplicht aanwezig moeten zijn om de dienstprestaties van een bedrijven- en dienstencentrum volledig met btw te belasten overeenkomstig de circulaire nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) van 27 september 2005.

41. Het feit dat op het moment van de partiële splitsing niet alle productieovereenkomsten in verband met het segment P zullen worden overgedragen aangezien zij deel uitmaken van het productienetwerk van de NV X - en vermits de afdeling binnen de NV X optreedt als ‘contract manufacturer’ voor het segment P vóór en na de partiële splitsing - heeft geen impact op de voortgezette autonome economische activiteit in hoofde van BV Y.

42. Ten slotte bezitten zowel de overdrager, NV X, als de verkrijger, BV Y, de hoedanigheid van gewone btw-belastingplichtige met recht op aftrek van btw volgens de gangbare regels.

43. Bijgevolg zijn alle toepassingsvoorwaarden voor de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW in casu vervuld.

44. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager werden vermeld. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermelding in randnummer 10 niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, enz …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bv. de latere overdracht van de aandelen van de NV X. Bij een latere overdracht van deze aandelen is de beslissing betreffende de diverse aspecten van de vennootschapsbelasting niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

Aangehaalde teksten

4