---
title: "Voorafgaande beslissing 2022.0411 · Vennootschapsbelasting"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2022.0411 van 14 juni 2022."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2022-0411-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-inbreng-bedrijfsafdeling-zakelijke-b3dd"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling, Zakelijke overwegingen · VENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Meerwaarde op aandelen - Antimisbruikbepaling - REGISTRATIERECHTEN - Bedrijfstak - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

**Nummer**

2022.0411

**Datum**

14 juni 2022

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

186 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2022.0411 d.d. 14.06.2022

*VENNOOTSCHAPSBELASTING* · *Belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking* · *Meerwaarde op aandelen* · *Antimisbruikbepaling*

*REGISTRATIERECHTEN* · *Bedrijfstak*

*BTW* · *Overdracht van een bedrijfsafdeling*

## Samenvatting

De inbreng van de activiteit P door verschillende entiteiten in vennootschap X evenals de inbreng van de activiteit P door vennootschap X in een Newco, die kaderen binnen een totale herstructurering die ertoe strekt een gezamenlijke joint-venture structuur te creëren samen met een derde partij, kunnen worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 en beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183*bis*, WIB 92, zodat deze verrichtingen belastingneutraal kunnen plaatsvinden in toepassing van artikel 46, § 1, WIB 92. Deze inbrengen kunnen genieten van de vrijstelling van evenredige registratierechten conform artikel 117, § 2, federaal W.Reg.

De (geruisloze) fusieverrichting waarbij vennootschap Y wordt overgenomen door vennootschap X, en die evenzeer kadert binnen een totale herstructurering die ertoe strekt een gezamenlijke joint-venture structuur te creëren samen met een derde partij, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183*bis*, WIB 92 en kan belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92. Deze fusie valt onder het toepassingsgebied van artikel 117, § 1, federaal W.Reg.

De opeenvolgende verrichtingen elk op zich ressorteren onder de toepassing van artikel 11 en 18, § 3, W.Btw. Wanneer aldus opeenvolgende transacties op achtereenvolgende tijdstippen plaatsvinden met als finaal doel de verschillende activiteiten uiteindelijk over te dragen aan de finale overnemer, die de werkzaamheden ook effectief zal voortzetten, blijkt dat de betrokken partijen bij deze verrichtingen derhalve niet de bedoeling hebben om de betrokken activiteiten te vereffenen en de eventuele overblijvende activa aan derde te verkopen.

De meerwaarde op aandelen die zal gerealiseerd worden ingevolge de inbreng door vennootschap X van de aandelen Newco in Holdco is vrijgesteld van de vennootschapsbelasting conform artikel 192, WIB 92.

Het geheel van de rechtshandelingen maakt geen fiscaal misbruik uit in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

## m.b.t. stap 1:

1.1 de inbreng van de activiteit P door verschillende entiteiten in vennootschap X telkens kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, lid 1, 2°, Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna “WIB 92”) en beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 46, § 1, lid 3, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92;

1.2 de voormelde inbrengen onder de toepassing vallen van artikel 117, § 2, Federaal Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten (hierna “Fed.W.Reg.”);

1.3 de voormelde inbrengen onder de toepassing vallen van de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, § 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde (hierna “W.Btw”).

## m.b.t. stap 2:

1.4 de (geruisloze) fusie door overneming van vennootschap Y door vennootschap X, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92;

1.5 deze fusie onder de toepassing valt van artikel 117, § 1, Fed.W.Reg.;

1.6 deze fusie onder de toepassing valt van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

## m.b.t. stap 3:

1.7 de inbreng van de activiteit P door vennootschap X in de nieuw op te richten vennootschap Newco kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, lid 1, 2°, WIB 92 en beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 46, § 1, lid 3, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92;

1.8 de voormelde inbreng onder de toepassing valt van artikel 117, § 2, Fed.W.Reg.;

1.9 de voormelde inbreng onder de toepassing valt van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

## m.b.t. stap 4:

1.10 de door vennootschap X gerealiseerde meerwaarde op haar aandelen in Newco fiscaal kan worden vrijgesteld op basis van art. 192, § 1, lid 7, WIB 92.

## m.b.t. het geheel van stappen:

1.11 de retroactieve boekhoudkundige en fiscale inwerkingtreding van de voormelde stappen tegenstelbaar zal zijn aan de fiscale administratie;

1.12 de stappen 1 t.e.m. 4 (opeenvolging van inbrengen van bedrijfstak, geruisloze fusie, inbreng van bedrijfstak en inbreng van aandelen) in hun geheel en afzonderlijk, geen fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92 en verantwoord zijn door andere motieven dan het ontwijken van de belastingen in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.

## II. Beslissing

### *II.A. Algemeen*

**2.** Verschillende entiteiten van de groep Q oefenen onder meer activiteit P uit.

**3.** Groep Q wenst samen met een derde partij, groep R, een belangrijk project te realiseren via een nog op te richten vennootschap Newco, waarin groep Q en de derde partij de benodigde activiteiten zullen inbrengen. Groep Q en groep R beogen respectievelijk 1/3 en 2/3 van de aandelen in Newco aan te houden.

**4.** Vanuit die optiek worden achtereenvolgens volgende verrichtingen vooropgesteld:

1) inbreng van de activiteit P door verschillende entiteiten van groep Q in vennootschap X;

2) fusie door overneming van vennootschap Y door vennootschap X;

3) inbreng van de activiteit P door vennootschap X in Newco;

4) inbreng door vennootschap X van de participatie in Newco in een nieuw op te richten holding HoldCo

### *II.B. Inzake directe belastingen*

#### II.B.1. Inzake de toepassing van de artikelen 46, § 1, en 183*bis*, WIB 92

## Wat betreft stap 1

**5.** Om toepassing te kunnen maken van het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92 dient de inbreng een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid dan wel een algemeenheid van goederen te omvatten. Een wettelijke definitie van een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid is opgenomen in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92.

**6.** Artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92 definieert de voormelde begrippen als volgt:

b) Inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid: de rechtshandeling waarbij een natuurlijke persoon of een vennootschap, zonder ontbinding, een bedrijfstak overdraagt aan een andere vennootschap tegen een vergoeding die uitsluitend bestaat in aandelen van de verkrijgende vennootschap;

c) Bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid: het geheel van de activa en passiva van een afdeling van een vennootschap dat uit organisatorisch oogpunt een onafhankelijke exploitatie vormt, dat wil zeggen een geheel dat op eigen kracht kan functioneren.

**7.** In het kader van stap 1 (zie randnummer 4) zullen verschillende entiteiten van groep Q alle benodigdheden (zowel boekhoudkundige als niet-boekhoudkundige elementen) die specifiek gelinkt zijn aan de activiteit P inbrengen in vennootschap X. Ook de aan deze activiteit gerelateerde overeenkomsten zullen worden ingebracht.

**8.** De activiteit P genereert op heden inkomsten bij deze entiteiten.

**9.** Enkele elementen zijn te linken aan de activiteit P, maar worden niet mee ingebracht omdat ze voor verschillende activiteiten worden gebruikt.

**10.** De aanvragers hebben bevestigd dat elke inbreng volledig zal worden vergoed in aandelen van vennootschap X die het maatschappelijk kapitaal van deze vennootschap vertegenwoordigen.

**11.** Er kan bijgevolg worden besloten dat de inbrengen beantwoorden aan de definities zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92.

**12.** De inbrengverrichtingen door de verschillende entiteiten van groep Q in stap 1 maken onderdeel uit van het geheel van transacties dat wordt gesteld met het oog op de in randnummer 3 vermelde zakelijke overwegingen.

**13.** De fiscale aspecten van de inbreng kunnen als volgt worden samengevat:

13.1 alle inbrengende entiteiten zijn de afgelopen boekjaren winstgevend en beschikken over een belastbare basis. Hetzelfde geldt voor vennootschap X;

13.2 geen enkele betrokken vennootschap beschikt over fiscaal overgedragen bestanddelen;

13.3 geen van de betrokken vennootschappen beschikt over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande wederbeleggingsverplichtingen gelden;

13.4 er is op heden geen concrete intentie aanwezig om de aandelen van de inbrengende entiteiten en/of vennootschap X en/of Newco en/of HoldCo over te dragen na doorvoering van alle verrichtingen.

**14.** De aanvragers bevestigen dat de boekhoudkundige verwerking zal gebeuren overeenkomstig CBN-advies 2009/15. Nazicht van de verwerking leert dat dit effectief het geval is.

**15.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de inbrengen door de verschillende entiteiten van groep Q plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92 zoals vereist door artikel 46, § 1, derde lid, 3°, WIB 92.

**16.** De inbrenggenietende vennootschap X is een binnenlandse vennootschap.

**17.** Derhalve kan worden besloten dat de inbrengen van de activiteit P door verschillende entiteiten van de groep Q belastingneutraal kunnen plaatsvinden in toepassing van artikel 46, § 1, WIB 92.

## Wat betreft stap 3

**18.** Vennootschap X zal de activiteit P, met name:

• de elementen verkregen ingevolge stap 1 vanwege de verschillende entiteiten;

• de specifieke elementen die ze zelf reeds aanhoudt en die in verband staan met deze activiteit;

• de in stap 2 bekomen relevante activa en passiva vanwege vennootschap Y aangezien de activiteit en bestaansreden van vennootschap Y betrekking heeft op de in te brengen activiteit bundelen en inbrengen in Newco.

**19.** Daar de door de verschillende entiteiten ingebrachte activiteiten reeds als afzonderlijke bedrijfstakken in dezelfde activiteit kwalificeren, zal het geheel van deze bedrijfstakken ook als dusdanig kunnen worden gekwalificeerd.

**20.** De bundeling houdt eveneens voor Newco een geheel in dat, op technisch en organisatorisch gebied, op autonome wijze kan werken.

**21.** De aanvragers verstrekten een financieel plan voor Newco waaruit blijkt dat deze vennootschap leefbaar zal zijn. Newco zou reeds vanaf het jaar van oprichting en na de inbrengen vanuit een fiscaal perspectief winstgevend zijn en effectief belastingbetalend, dit ondanks significante investeringen.

**22.** De aanvragers bevestigen dat de boekhoudkundige verwerking zal gebeuren overeenkomstig CBN-advies 2009/15. Nazicht van de verwerking leert dat dit effectief het geval is.

**23.** Er kan bijgevolg worden besloten dat de inbreng beantwoordt aan de definitie zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92.

**24.** De inbrengverrichting in stap 3 door vennootschap X maakt onderdeel uit van het geheel van transacties dat wordt gesteld met het oog op de in randnummer 3 vermelde zakelijke overwegingen.

**25.** De fiscale aspecten van de inbreng kunnen als volgt worden samengevat:

25.1 vennootschap X is de afgelopen boekjaren winstgevend en beschikt over een belastbare basis;

25.2 vennootschap X beschikt niet over fiscaal overgedragen bestanddelen, Newco evenmin, aangezien dit een nieuw op te richten vennootschap betreft;

25.3 geen van de betrokken vennootschappen beschikt over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande wederbeleggingsverplichtingen gelden;

25.4 de aanvragers hebben bevestigd dat er op heden geen concrete intentie aanwezig is om, na doorvoering van alle voorgenomen verrichtingen, over te gaan tot een overdracht van de aandelen van de bij de herstructurering betrokken entiteiten van groep Q en/of vennootschap X en/of Newco en/of HoldCo.

**26.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de inbreng door vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92 zoals vereist door artikel 46, § 1, derde lid, 3°, WIB 92.

**27.** De inbrenggenietende vennootschap Newco zal een binnenlandse vennootschap zijn.

**28.** Derhalve kan worden besloten dat de inbreng door vennootschap X van de activiteit P belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 46, § 1, WIB 92.

#### II.B.2. Inzake de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 (stap 2)

**29.** De beoogde verrichting betreft een fusieverrichting zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/1, c), WIB 92.

**30.** De fusieverrichting maakt onderdeel uit van het geheel van transacties dat wordt gesteld met het oog op de in randnummer 3 vermelde zakelijke overwegingen.

**31.** De fiscale aspecten van de verrichtingen kunnen als volgt worden samengevat:

31.1 vennootschappen X en Y zijn de laatste jaren winstgevend en beschikken over een belastbare basis;

31.2 beide vennootschappen beschikken niet over fiscaal overgedragen bestanddelen;

31.3 beide vennootschappen beschikken niet over fiscaal vrijgestelde reserves, en dus ook niet over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande herbeleggings- of investeringsverplichtingen gelden, zodat de verrichtingen er niet toe strekken om de ingevolge de verrichtingen verkregen activa aan te duiden als herbelegging met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling of van een stelsel van gespreide taxatie ten name van deze vennootschappen;

31.4 de aanvragers hebben bevestigd dat er op heden geen concrete intentie aanwezig is om, na doorvoering van alle voorgenomen verrichtingen, over te gaan tot een overdracht van de aandelen van de bij de herstructurering betrokken entiteiten van groep Q en/of vennootschap X en/of Newco en/of HoldCo.

**32.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de fusieverrichting plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**33.** De overnemende vennootschap in het kader van de fusie, zijnde vennootschap X, is een binnenlandse vennootschap.

**34.** Derhalve kan worden besloten dat de fusieverrichting belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

#### II.B.3. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting (stappen 1 tot en met 3)

**35.** De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

35.1 met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

35.2 en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

**36.** De inbrengverrichtingen in stap 1, de fusieverrichting in stap 2 en de inbrengverrichting in stap 3 zullen plaatsvinden met een retroactiviteitstermijn die maximaal 7 maanden zal bedragen.

**37.** In het kader van de in randnummer 35.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen of overgedragen DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). Er kan *in casu* op gewezen worden dat de betrokken entiteiten in de stappen 1 tot en met 3 niet over fiscaal overdraagbare verliezen en/of DBI-overschotten beschikken. Daarenboven werd bevestigd dat er geen uitzonderlijke verrichtingen zullen plaatsvinden tijdens de retroactiviteitsperiode.

**38.** Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

#### II.B.4. Inzake artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92 (stap 4)

**39.** Artikel 192, § 1, WIB 92 bepaalt het volgende:

\- “§ 1. De niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde meerwaarden op aandelen verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, zijn eveneens volledig vrijgesteld in de mate dat de eventuele inkomsten van deze aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202 en 203, van de winst te worden afgetrokken of, voor wat betreft de overeenkomstig artikel 194 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aangehouden aandelen, krachtens de artikelen 202, § 1 en § 2, eerste lid, 2°, en 203, van de winst te worden afgetrokken (lid 1)

…

Voor de toepassing van het eerste lid, worden de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183*bis*, geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan (lid 7);

Om vast te stellen of aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschap, worden de overgedragen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183*bis*, geacht te zijn verkregen op de datum waarop ze zijn verkregen door de inbrenger of de omgevormde, overgenomen of gesplitste vennootschap” (lid 8).

**40.** De wetgever verwijst in artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92 expliciet naar artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92. Vennootschap X kan, gelet op de verklaarde wil van de wetgever, in toepassing van de aanhef van artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92, in die context aanspraak maken op het bijzonder regime, waarin artikel 192, § 1, lid 1, WIB 92 voorziet, voor de meerwaarde gerealiseerd bij de inbreng van de aandelen Newco kort na de belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in die Newco.

**41.** De Memorie van Toelichting bij de Wet van 13 december 2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, waarbij lid 8 werd ingevoerd in paragraaf 1 van artikel 192, WIB 92 verduidelijkt immers dat: “Teneinde voor de toepassing van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, de fiscale neutraliteit te bevestigen van de verrichtingen van inbreng, fusie of splitsing, gerealiseerd overeenkomstig de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, § 1, en 231, §§ 2 en 3, is het nuttig om dit expliciet te verduidelijken in de wettekst. Daarom wordt artikel 192, § 1, WIB 92, naast een zevende lid, aangevuld met een nieuw lid, dat toelaat om volledig de fiscale neutraliteit van die verrichtingen te bevestigen inzake de belasting van meerwaarden op aandelen. (…) De bijzondere toepassing die hierbij werd ingesteld bevestigt het algemeen beginsel van de continuïteit voorzien in het Wetboek Vennootschappen zonder dat deze raakt aan de algemene toepassing van ditzelfde beginsel” (Parl. St. Kamer, 2012-2013, 2458/001, 26-27).

**42.** Verder stelt de circulaire nr. Ci.RH.421/620.779 (AAFisc 19/2013) d.d. 21.05.2013 dat: “\[…\] de toevoeging van het zevende en achtste lid aan art. 192, § 1, WIB 92, voorzien, voor de beoordeling van de voorwaarde van behoud, in de fiscale neutraliteit van de verrichtingen van inbreng, \[…\] die worden verwezenlijkt overeenkomstig de art. 46, § 1, eerste lid, 2° \[…\] WIB 92 in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschappen alsook voor de vennootschappen-aandeelhoudsters van de overgenomen of gesplitste vennootschappen”.

**43.** In onderhavig geval zal vennootschap X een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid inbrengen in Newco, zoals voorzien in artikel 46, § 1, lid 1, 2°, WIB 92. Bijgevolg is in onderhavig geval artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92 van toepassing.

**44.** In overeenstemming met de fiscale neutraliteit dient, zoals de aanvrager aangeeft, als aanvangspunt voor de berekening van de minimale houdsterperiode van één jaar, zoals voorzien in artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92, gekeken te worden naar de datum waarop de bedrijfsafdeling of de tak van werkzaamheid op een zelfstandige wijze operationeel is geworden binnen vennootschap X. Vennootschap X op haar beurt heeft deze bedrijfsafdeling verkregen ingevolge de inbreng van verschillende bedrijfsafdelingen in stap 1, die op zich reeds jaren zelfstandig werkzaam zijn binnen de verschillende entiteiten van groep Q en waarbij de belastingneutraliteit van onderhavige inbrengen wordt bevestigd in onderhavige voorafgaande beslissing.

**45.** Voor de toepassing van artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92 zal vennootschap X derhalve geacht worden de aandelen Newco op het ogenblik van de inbreng langer dan één jaar te hebben gehouden. Derhalve valt de meerwaarde onder het toepassingsgebied van artikel 192, § 1, lid 1, WIB 92.

#### II.B.5. Inzake artikel 344, § 1, WIB 92

**46.** Het geheel van de verrichtingen (zie randnummer 4) kadert binnen het algeheel opzet van de reorganisatie (zie randnummer 3).

**47.** In dit verband kan erop gewezen worden dat door de aanvragers ook andere pistes werden bekeken om de vooropgestelde doelstellingen te verwezenlijken. Deze bleken echter juridisch en/of feitelijk onhaalbaar.

**48.** Derhalve kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen afdoende verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92.

### *II.C. Inzake registratierechten*

**II.C.1. Inzake de toepassing van artikel 117, § 2, Fed.W.Reg.**

**49.** Volgens artikel 117, § 2, Fed.W.Reg. is het bij artikel 115 van hetzelfde wetboek bepaalde recht niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

**50.** Bij koninklijk besluit (artikel 1, KB 18.07.1972 betreffende de uitvoering der artikelen 117 en 120 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten) worden de voorwaarden voor deze vrijstelling als volgt bepaald:

> “de vrijstelling van het evenredig recht voorzien in artikel 117, § 2, van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, alsook de uitzondering gevestigd in artikel 120, 3 e lid \[…\] van hetzelfde wetboek, zijn ondergeschikt aan de voorwaarde:
>
> 1° dat de inbreng het geheel omvat van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormen;
>
> 2° dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen, die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, samen met een storting in contanten, die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.
>
> Wordt niet beschouwd als een afdeling van de onderneming het beheer van de participaties en de waarden in portefeuille. De participaties en waarden in portefeuille worden slechts beschouwd als behorende tot een bedrijfstak wanneer zij normaal in de exploitatie van deze tak van de bedrijvigheid zijn geïntegreerd”.

## Wat betreft stap 1

**51.** Verschillende entiteiten van groep Q zullen hun activiteit P inbrengen in vennootschap X.

**52.** De inbreng van de activiteit P zal worden gedaan door bestaande Belgische vennootschappen. Hierdoor is er voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

**53.** De inbreng zal worden gedaan in de Belgische vennootschap X.

**54.** De notie “bedrijfstak” dient vanuit twee invalshoeken te worden bekeken, enerzijds vanuit de inbrengende vennootschap en anderzijds vanuit de inbrenggenietende vennootschap. Ten name van de inbrengende vennootschap is het relevant of de overgedragen activa, passiva en andere rechten en elementen een geheel uitmaken en al een zekere vorm van autonomie hebben. Ten name van de inbrenggenietende vennootschap is het van belang of de ingebrachte afdeling autonoom kan functioneren binnen de inbrenggenietende vennootschap. Hiervoor kan worden verwezen naar de analyse onder titel II.B.1.

**55.** Het betreft de inbreng van een activiteit die kan worden beschouwd als een reeds bestaand georganiseerd geheel van activa en passiva dat op technisch vlak door eigen middelen reeds autonoom functioneert en bij de inbrenggenietende Belgische vennootschap ook autonoom kan functioneren. De ingebrachte activiteit is bijgevolg te beschouwen als een bedrijfstak.

**56.** Deze inbreng zal volledig worden vergoed door de toekenning van aandelen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen in de Belgische vennootschap X. Hieruit kan worden besloten dat aan de voorwaarde wordt voldaan dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, al dan niet samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen niet overschrijdt (KB 18.07.1972, artikel 1). *In casu* wordt er geen geldopleg betaald.

**57.** De vervulling van de voorwaarden (KB 18.07.1972) zal bevestigd worden in de notariële akte.

**58.** Voor de toepassing van de registratierechten wordt de inbreng beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

## Wat betreft stap 3

**59.** Vennootschap X zal de activiteit P inbrengen in Newco.

**60.** De inbreng van de activiteit P zal worden gedaan door vennootschap X, zijnde een bestaande Belgische vennootschap. Hierdoor is er voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

**61.** De inbreng zal worden gedaan in Newco.

**62.** De notie “bedrijfstak” dient vanuit twee invalshoeken te worden bekeken, enerzijds vanuit de inbrengende vennootschap en anderzijds vanuit de inbrenggenietende vennootschap. Ten name van de inbrengende vennootschap is het relevant of de overgedragen activa, passiva en andere rechten en elementen een geheel uitmaken en al een zekere vorm van autonomie hebben. Ten name van de inbrenggenietende vennootschap is het van belang of de ingebrachte afdeling autonoom kan functioneren binnen de inbrenggenietende vennootschap. Hiervoor kan worden verwezen naar de analyse onder titel II.B.1.

**63.** Het betreft de inbreng van een activiteit die kan worden beschouwd als een reeds bestaand georganiseerd geheel van activa en passiva dat op technisch vlak door eigen middelen reeds autonoom functioneert en bij de inbrenggenietende Belgische vennootschap ook autonoom kan functioneren. De ingebrachte activiteit is bijgevolg te beschouwen als een bedrijfstak.

**64.** Deze inbreng zal volledig worden vergoed door de toekenning van aandelen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen in de Belgische vennootschap Newco. Hieruit kan worden besloten dat aan de voorwaarde wordt voldaan dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, al dan niet samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen niet overschrijdt (KB 18.07.1972, artikel 1). *In casu* wordt er geen geldopleg betaald.

**65.** De vervulling van de voorwaarden (KB 18.07.1972) zal bevestigd worden in de notariële akte.

**66.** Voor de toepassing van de registratierechten wordt de inbreng beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

#### II.C.2. Inzake de toepassing van artikel 117, § 1, Fed.W.Reg. (stap 2)

**67.** Volgens artikel 117, § 1, Fed.W.Reg. is het bij de artikelen 115 bepaalde recht niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in één of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

**68.** Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde dat:

\- de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen;

\- eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

**69.** In het kader van de voorgenomen reorganisatie vindt er een (geruisloze) fusie door overneming plaats waarbij vennootschap Y wordt overgenomen door vennootschap X.

**70.** Bij deze verrichting wordt de inbreng gedaan door een Belgische vennootschap. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng gedaan wordt door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

**71.** Aangezien op het ogenblik van de fusie alle aandelen van vennootschap Y in het bezit zullen zijn van de overnemende vennootschap, zijnde vennootschap X, gaat het hier om een geruisloze fusie.

**72.** Het feit dat in geval van een geruisloze fusie geen nieuwe aandelen van de overnemende vennootschap zullen worden uitgegeven, is geen bezwaar voor de toepassing van de vrijstelling voorzien in artikel 117, § 1, Fed.W.Reg., gezien het Hof van Cassatie in zijn [arrest d.d. 09.03.2006](https://juriel.be/nl/rechtspraak/inbrengrecht-geruisloze-fusie-apport-societe-cassatie-brussel-2006-03-09-18a7) (*Rep. RJ*, R 117, § 1/10-01) heeft beslist dat een geruisloze fusie kan genieten van de vrijstelling voorzien in artikel 117, § 1, W.Reg.

**73.** Er zal geen opleg in geld worden betaald in het kader van de geruisloze fusie.

**74.** De fusie door overneming gebeurt door inbreng van het gehele vermogen, zowel actief en passief, van de over te nemen vennootschap, waardoor er wordt voldaan aan de notie van een universaliteit van goederen, zoals bepaald in artikel 117, § 1, Fed.W.Reg.

**75.** De fusie door overneming van vennootschap Y door vennootschap X valt onder het toepassingsgebied van artikel 117, § 1, Fed.W.Reg.

### *II.D. Inzake de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw*

#### II.D.1. Algemeen

**76.** Overeenkomstig artikel 11, W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

**77.** Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch Btw-Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

**78.** In haar arrest d.d. 27.11.2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), **Z. M.** Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

**79.** De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

**80.** Ook wat betreft de opeenvolging van transacties waarbij er sprake is van opeenvolgende overdrachten, werd reeds in het verleden beslist (1) dat dit de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw niet in de weg staat, indien opeenvolgende transacties als finaal doel hebben de verschillende activiteiten uiteindelijk over te dragen naar een bepaalde vennootschap, waarbij de activiteiten effectief voortgezet worden.

---

*\[(1) Rb. Brussel 9 maart 1998\]*

---

**81.** Wanneer aldus opeenvolgende transacties op achtereenvolgende tijdstippen plaatsvinden met als finaal doel de verschillende activiteiten uiteindelijk over te dragen aan de finale overnemer, die de werkzaamheden ook effectief zal voortzetten, blijkt duidelijk dat de betrokken partijen bij deze verrichtingen derhalve niet de bedoeling hebben om de betrokken activiteiten te vereffenen en de eventuele overblijvende activa aan derde te verkopen.

#### II.D.2. *In concreto*

## M.b.t. stap 1

**82.** De aanvragers bevestigen dat verschillende entiteiten van groep Q hun activiteit P zullen inbrengen in vennootschap X.

**83.** De activiteit P werd nader toegelicht.

**84.** De activiteit P genereert inkomsten.

**85.** Overeenkomstig de door de aanvragers opgestelde aanvraag zullen alle voor de activiteit P nodige activa en passiva, alsook contracten, rechten en verplichtingen worden ingebracht in vennootschap X. Deze zouden voorafgaand aan de transactie reeds een afzonderlijke activiteit vormen bij de inbrengende entiteiten en kunnen door vennootschap X, c.q. Newco na stap 3 als onafhankelijke exploitatie functioneren. Niet-essentiële of niet-specifieke (i.e. door meerdere activiteiten gebruikte activa of passiva) elementen zullen niet overgaan. In de aanvraag werden zowel de over te dragen elementen als niet overgedragen elementen toegelicht.

**86.** Na de inbreng zal vennootschap X middels het gebruik van de ingebrachte activa en passiva de activiteit P verder kunnen uitvoeren. Vennootschap X zal als resultaat van stap 1 een autonome exploitatie van de ontvangen activiteiten kunnen voeren (autonomietoets *in concreto*).

**87.** Vaststellende dat vennootschap X een belastingplichtige is met recht op aftrek van btw, die in de mate Btw verschuldigd zou zijn over deze inbrengen, deze in aftrek zou kunnen brengen, dient geconcludeerd – rekening houdend met de hiervoor weergegeven elementen - dat deze inbrengen dienen plaats te vinden bij toepassing van de artikel 11 en 18, § 3, W.Btw.

## M.b.t. stap 2

**88.** In deze stap zal vennootschap X vennootschap Y middels een moeder-dochterfusie opslorpen.

**89.** De activiteit en de bestaansreden van vennootschap Y heeft betrekking op de activiteit P. Als gevolg van de fusie worden alle activa en passiva van vennootschap Y door vennootschap X verkregen.

**90.** Een moeder-dochter fusie valt binnen het toepassingsgebied van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw daar deze bepaling geen onderscheid maakt naargelang de overdracht van een algemeenheid van goederen bij wijze van inbreng dan wel op een andere wijze plaatsvindt, mits de opslorpende partij een btw-plichtige is met recht op aftrek.

**91.** Daar *in casu* voormelde voorwaarden vervuld zijn, zal de overdracht plaatsvinden bij toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

## M.b.t. stap 3

**92.** Vennootschap X zal het geheel van de door haar ontvangen bedrijfstakken bundelen en zal hieraan de specifieke activa die ze in haar functie van werkmaatschappij voor deze activiteiten aanhoudt, toevoegen. De specifieke activa en passiva die ze middels de fusie met vennootschap Y heeft verkregen

\- voor zover deze betrekking hebben op de activiteit P - en de voorraden die ze als werkmaatschappij voor deze activiteit zelf aanhoudt, zal ze bundelen en als één grote bedrijfstak inbrengen in Newco.

**93.** Daar de door verschillende entiteiten van groep Q ingebrachte activiteit P reeds als afzonderlijke bedrijfstakken in dezelfde activiteit kwalificeren, zal het geheel van deze bedrijfstakken ook als dusdanig kunnen worden gekwalificeerd.

**94.** De bundeling houdt eveneens voor Newco een geheel in dat, op technisch en organisatorisch gebied, op autonome wijze kan werken.

**95.** Uit bovenvermelde mag geconcludeerd worden dat Newco ingevolge de diverse transacties over de nodige elementen zal beschikken om op autonome wijze de activiteit verder te zetten, waarbij zij als Btw-plichtige met recht op aftrek de btw verschuldigd ingevolge deze overdracht in aftrek zou kunnen brengen, zodat besloten moet worden dat de artikel 11 en 18, § 3, W.Btw toepasselijk zijn op de in deze stap 3 verrichte transactie.

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
