---
title: "Voorafgaande beslissing 2022.0246 · Vruchtgebruik, Toevallige belastingplichtige"
description: "Vruchtgebruik, Toevallige belastingplichtige, Recht op aftrek, Onroerend inkomen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2022.0246 van 21 juni 2022."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2022-0246-vruchtgebruik-toevallige-belastingplichtige-recht-aftrek-0ba5"
lang: "nl"
---

# Vruchtgebruik, Toevallige belastingplichtige, Recht op aftrek, Onroerend inkomen · Btw - Vruchtgebruik - Toevallige belastingplichtige - Recht op aftrek - Onroerend inkomen - Divers inkomen - Roerend inkomen - Art. 344, § 1, WIB 92

**Nummer**

2022.0246

**Datum**

21 juni 2022

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

106 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2022.0246 d.d. 21.06.2022

*Btw* · *Vruchtgebruik* · *Toevallige belastingplichtige* · *Recht op aftrek* · *Onroerend inkomen* · *Divers inkomen* · *Roerend inkomen* · *Art. 344, § 1, WIB 92*

## Samenvatting

De eigenaars kunnen bij de vestiging van een vruchtgebruik op hun nieuwe hotelkamer opteren voor de toepassing van de btw. De door de eigenaar betaalde btw op zijn aankoop kan volledig in aftrek worden gebracht.

De vergoeding die de eigenaars ontvangen in ruil voor de vestiging van het vruchtgebruik op de hotelkamers geeft geen aanleiding tot het belasten van een onroerend inkomen in de zin van artikel 7 WIB 92 of tot het belasten van een meerwaarde overeenkomstig artikel 90, eerste lid, 10°, WIB 92 aangezien er geen meerwaarde bij de vestiging wordt gerealiseerd.

Het gedeelte van de betalingen aan de eigenaars bij de betaling in schijven van de prijs voor het vruchtgebruik bovenop de betaling van het basisbedrag van schijven van de prijs kan niet worden beschouwd als een roerend inkomen in de zin van artikel 17 WIB 92.

De voorgenomen verrichting wordt verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.

## Uit het door de DVB gedane onderzoek blijkt het volgende :

De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 21 en 22 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

## I. Inzake btw

### *a) Verkoop van nieuwe hotelkamers onder het stelsel van btw*

1\. De aanvrager stelt dat de hotelkamers als nieuw te beschouwen zijn en de verkopen aan de eigenaars onderworpen zijn aan btw.

2\. Gezien de grootte van het project en de intentie van de aanvrager, om de kamers te verkopen aan de Eigenaars, volgt de DVB de visie van de aanvrager dat de aanvrager voor desbetreffende project een btw-belastingplichtige is in de zin van artikel 12, §2 Wbtw.

3\. Vermits het hotel nieuw wordt gebouwd op een onbebouwd gronddeel bestaande uit minstens … hotelkamers kan er geen twijfel bestaan over het feit dat de verkopen betrekking hebben op een nieuw gebouw in de zin van artikel 44, §3, 1° Wbtw. Dit ‘nieuwe’ karakter geldt wel slechts in de mate dat de verkopen plaats vinden uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of eerste inbezitname. Als er binnen deze termijn wordt gehandeld (en de aanvrager toont aan dat dit plausibel is vermits de ingebruikname door de exploitant pas kan plaats vinden als al de verkopen voltrokken zijn), spreken we over verkopen van een ‘nieuw’ gebouw door een btw-belastingplichtige. Overeenkomstig artikel 44, §3, 1°, a), tweede lid, eerste gedachtestreepje Wbtw, zijn de verkopen van de minstens … nieuwe hotelkamers door … aan de Eigenaars dan ook voor het geheel, inclusief het daarbij horend aandeel in de gemeenschappelijke delen en het grondaandeel, onderworpen aan het regime van de btw tegen het standaard tarief van 21%.

## *b) Belastingregime op vestiging van vruchtgebruik en mogelijkheid tot btw-aftrek in hoofde van overdrager*

Toepassing btw op vestiging vruchtgebruik

4\. Onmiddellijk na de aankoop door een Eigenaar vestigt deze laatste op zijn beurt een vruchtgebruik op de aangekochte nieuwe hotelkamer(s) en de daaraan verbonden gemeenschappelijke delen en grondaandelen en/of parkeerplaatsen ten voordele van … die het hotel zal uitbaten.

5\. De Eigenaars wensen te opteren voor de toepassing van de btw op de vestiging van het vruchtgebruik (stelsel van de optionele btw-belastingplicht). In principe is dit vrijgesteld (artikel 44, §3, 1°, b) lid 1 Wbtw).

6\. Overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, b) lid 2 Wbtw wordt de vestiging, overdracht of wederoverdracht van een zakelijk recht in de zin van artikel 9, tweede lid, 2° Wbtw op gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein, echter uitgesloten van de vrijstelling, wanneer zij worden verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, 1° Wbtw, door (o.m.) de in artikel 8, §§ 2 of 3 Wbtw, beoogde belastingplichtige.

7\. Overeenkomstig artikel 8, § 2, Wbtw heeft eenieder die, anders dan in de uitoefening van een economische activiteit, een goed bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, heeft opgericht, heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen en waarop hij, vóór het verstrijken van de in paragraaf 1 van artikel 8 Wbtw bepaalde termijn, onder bezwarende titel een zakelijk recht vestigt in de zin van artikel 9, tweede lid, 2° Wbtw, ten aanzien van deze vestiging de hoedanigheid van belastingplichtige wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling de vestiging van dit zakelijk recht te doen met voldoening van de belasting.

8\. De aanvrager bevestigt dat de overdracht van het vruchtgebruik met betrekking tot de hotelkamer door de Eigenaar aan … zal plaatsvinden op uiterlijk 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de hotelkamer.

9\. De aanvrager bevestigt dat de Eigenaar op afdoende wijze overeenkomstig [artikel 1 van KB nr. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-artikel-7d01) van 3 juni 1970 de fiscale administratie en de hotelexploitant op de hoogte zal brengen dat hij het voornemen heeft om het vruchtgebruik op de hotelkamer over te dragen met toepassing van de btw.

10\. Op basis van het voorgaande en mits vervulling van de door KB nr. 14 van 3 juni 1970 opgelegde voorwaarden en formaliteiten kan de DVB bevestigen dat bij de vestiging van het vruchtgebruik door de Eigenaar aan de hotelexploitant, deze eigenaar kan opteren voor het statuut van toevallige belastingplichtige en deze vestiging kan laten plaatsvinden onder de toepassing van de btw.

Mogelijkheid tot btw-aftrek in hoofde van Eigenaar

11\. Overeenkomstig [artikel 4 van KB nr. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-betrekking-vervreemdingen-gebouwen-gedeelten-bijhorende-39f4#ar14-art4) van 3 juni 1970 kan de toevallige belastingplichtige (zoals bedoeld in artikel 1 van dat KB) van de verschuldigde belasting over de in dat artikel bedoelde handelingen in aftrek brengen, de belasting geheven van handelingen omschreven in [artikel 9, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-e148) met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, evenals de belasting geheven van de goederen en diensten die rechtstreeks samenhangen met deze handeling.

12\. In verband met de bepaling van het recht op aftrek van de voorbelasting bij vestiging van een zakelijk recht op een gebouw met toepassing van de btw is de aftrek van de in het vorige lid bepaalde voorbelasting slechts volledig wanneer de verkoopprijs van het zakelijk recht de oprichtingsprijs van het gebouw benadert ([Parl. Vr. nr. 710 de Clippele dd. 22.09.1993](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/710-vestiging-recht-opstal-maatstaf-heffing-bac9) en btw-handleiding versie 2015 nr. 161, c), 2de streepje).

13\. Met het bijhorend terrein, zelfs indien het aan de btw is onderworpen, dient geen rekening te worden gehouden bij de berekening van het aftrekpercentage. Met andere woorden volstaat het om enerzijds de gevraagde prijs voor het zakelijk recht, waarbij geen rekening wordt gehouden met de waarde van het terrein, en anderzijds de prijs voor de oprichting of aankoop van het gebouw, met uitzondering van de prijs voor de verwerving van het terrein, met elkaar te vergelijken.

14\. De volledige aftrek van de btw geheven van de oprichtingskosten of de aankoopprijs van het gebouw wordt aanvaard:

– indien de prijs gevraagd voor de vestiging van het zakelijk recht op een gebouw of een gedeelte ervan ten minste 95% bedraagt van de oprichtingsprijs (of de aankoopprijs) in volle eigendom, in voorkomend geval daaronder begrepen de verkoopwaarde van de bestaande gebouwen en de kostprijs van de eventuele afbraak ervan maar met uitzondering van de aankoopprijs van het terrein, indien het recht gevestigd is voor een periode die minder dan 10 jaar bedraagt,

– indien de gevraagde prijs ten minste 97,5% bedraagt van de oprichtingsprijs (of de aankoopprijs) in volle eigendom, in voorkomend geval daaronder begrepen de verkoopwaarde van de bestaande gebouwen en de kostprijs van de eventuele afbraak ervan maar met uitzondering van de aankoopprijs van het terrein, indien het recht gevestigd is voor een periode die 10 jaar of meer bedraagt.

15\. Wanneer de verkoopprijs van het zakelijk recht de bovengenoemde grenzen niet bereikt, zal de aftrek van de voorbelasting worden bepaald in functie van de verhouding van de verkoopprijs van het zakelijk recht tot de oprichtings- of aankoopprijs van het betreffende gebouw in volle eigendom.

16\. In dit kader wordt nog benadrukt dat enkel rekening kan gehouden worden met de vergoedingen die onherroepelijk verschuldigd zijn door de verkrijger van dit zakelijk recht (men houdt bijvoorbeeld geen rekening met indexatie clausules, vermits de juiste bedragen of de toepassing ervan op het moment van de contractsluiting nog niet zeker vaststaan).

17\. Bovendien moeten contractuele clausules, waarbij de partijen dit recht vroegtijdig kunnen beëindigen, uitgesloten worden. Dergelijke clausules zouden immers tot gevolg hebben dat de uiteindelijk verkregen tegenprestatie niet de vooropgestelde 97,5% zou bereiken die een volledig recht op aftrek verantwoordt.

18\. In casu wordt het vruchtgebruik toegekend voor een periode van vijfentwintig jaar. De duur van deze overeenkomst kan niet worden gewijzigd noch kan er vroegtijdig worden opgezegd door de blote eigenaar (Eigenaar) of de vruchtgebruiker (…). Dit wordt uitdrukkelijke bevestigd in de door de aanvrager voorgelegde (model)overeenkomst (artikel 23.1).

19\. In ruil voor het vestigen van dit vruchtgebruik hebben de Eigenaars recht op een periodieke vruchtgebruikvergoeding verschuldigd door … (art. 6.1.1 (model)overeenkomst), die bestaat uit twee bestanddelen:

• Enerzijds een periodiek verschuldigde basisvergoeding. Deze basisvergoeding zal vanaf de tweede verjaardag van de datum van inwerkingtreding van het vruchtgebruik jaarlijks worden geïndexeerd (zie artikel 6.2. van de vruchtgebruikovereenkomst).

• Anderzijds een vergoeding in natura, m.n. de mogelijkheid om vijf kalenderdagen per jaar te verblijven in het Hotel.

20\. De aanvrager stelt dat de btw - conform de administratieve commentaren – zal verschuldigd zijn over het totaal aan periodieke vergoedingen die over de duurtijd van het vruchtgebruik op de kamers (inclusief de bijhorende gemeenschappelijke delen en de grondaandelen) door de hotelexploitant verschuldigd zijn aan de Eigenaar.

21\. De aanvrager legt een berekening voor per kamer type m.b.t. de wedersamenstellingsvoorwaarde.

22\. Als we de vruchtgebruikvergoeding in globo afzetten tegen de verkoopprijs in globo komen we aldus boven de 97,5% (zowel in de teller als in de noemer distilleert de aanvrager de grondwaarde uit de prijs). Hoewel niet elke hotelkamer evenveel kost blijkt uit de door de aanvrager meegestuurde cijfers wel dat de verhouding vruchtgebruikvergoeding/verkoopprijs voor elke kamer tussen de … % en … % zit en zich dus telkens boven de …% zal situeren. Maar ook dient de wedersamenstellingsvoorwaarde per individuele kamer berekend en gerespecteerd te worden. In de aanvraag zelf wordt het voorbeeld gegeven van een hotelkamer ‘Standard Room’ waarvoor een basis vruchtgebruikvergoeding wordt gegarandeerd van … euro (periodiek basisvergoeding, verhoogd met het begrote voordeel in natura) ten opzichte van een investeringskost ad … euro. Dit resulteert in een wedersamenstellingspercentage van … % voor wet betreft kamertype ‘Standard Room’

23\. Zoals reeds gesteld in randnummer 16 kan er enkel rekening gehouden worden met de vergoedingen die onherroepelijk verschuldigd zijn door de verkrijger van dit zakelijk recht (men houdt bijvoorbeeld geen rekening met indexatie clausules, vermits de juiste bedragen of de toepassing ervan op het moment van de contractsluiting nog niet zeker vaststaan).

24\. Verder moet ook worden gepreciseerd dat indien de vruchtgebruiker van de blote eigenaars de betaling zou vorderen van bepaalde bedragen die krachtens het Burgerlijk Wetboek (terugbetaling van de onroerende voorheffing, beheerskosten van gebouwen, enz.), ten zijne laste vallen, deze bedragen voor de berekening van de 97,5% van de vruchtgebruikvergoeding in aftrek dienen te worden genomen.

25\. Bovendien dienen bij de aankoopprijs die de Eigenaars betalen voor het verkrijgen van de hotelkamers eveneens de aankoopkosten en de aan btw onderworpen notariskosten te worden toegevoegd.

26\. In zo verre rekening houdend met de door de DVB geformuleerde opmerkingen in randnummers 22 tot en met 24, de contantwaarde van het vruchtgebruik dat betrekking heeft op de constructies minstens 97,5% van de aankoopprijs van de hotelkamers in volle eigendom bereikt , kunnen de Eigenaars de btw die zij zullen betalen met betrekking tot de aankoop van de hotelkamers volledig in aftrek nemen.

27\. Op specifieke vraag van de aanvrager kunnen we bevestigen dat in de voorgelegde casus ook de volgende kosten in aanmerking komen voor btw-aftrek:

\- de btw die wordt geheven over de kosten van de notaris en

\- de kosten die in rekening worden gebracht voor het begeleiden van de Eigenaars bij het indienen van de voorafgaande verklaring (104.1) alsook het voorbereiden en indienen van de bijzondere btw-aangifte (104.5).

28\. Zoals gesteld in randnummer 19 omvat de vruchtgebruikvergoeding naast de basisvergoeding eveneens het recht voor de Eigenaars om gedurende vijf kalenderdagen per jaar te verblijven in het hotel. Dit recht wordt per kamertype begroot op basis van de gemiddelde te verwachten kost voor een overnachting in het hotel. Dit recht op verblijf dient te worden beschouwd als een deel van de tegenprestatie die de Eigenaar verkrijgt voor de vestiging van het vruchtgebruik ten voordele van de aanvrager. De maatstaf van heffing van de vestiging van het vruchtgebruik dient dan verhoogd te worden met een bedrag die overeenkomt met de normale waarde van die vergoeding in natura. Bovendien dient de hotelexploitant die de diensten bedoeld in art. 18,§1, tweede lid, 10° Wbtw waarvan zij de tegenprestatie reeds heeft ontvangen, tegelijkertijd de btw die overeenkomt met de normale waarde van deze verblijven te voldoen.

## *c) De kwalificatie van de geleverde diensten en mogelijkheid tot aftrek in hoofde van de hotelexploitant*

29\. De toepassing van de artikelen 18, §1, tweede lid, 10° en nieuw 44, §3, 2°, a), derde streepje Wbtw vereisen het bestaan van een exploitatie van een hotel of van een ermee gelijkgestelde inrichting. De exploitatie van een hotel wordt gekenmerkt door een permanente organisatie die mensen en materieel omvat en die het mogelijk maakt om aan gasten, aan wie onderdak wordt verschaft voor een periode van minder dan drie maanden, diensten te verlenen zoals de fysieke ontvangst van reizigers of het verschaffen van huishoudelijk linnengoed (beddenlakens, dekens, handdoeken, enz.) of het verschaffen van het ontbijt.

30\. Het is hierbij niet noodzakelijk dat alle voormelde diensten worden verricht. Het volstaat integendeel dat één van deze diensten geregeld wordt verleend aan degenen die hun intrek nemen in de inrichting.

31\. De hotelexploitant stelt dat zij volgende diensten aan haar hotelgasten zal aanbieden:

• Het ter beschikking stellen van ingerichte hotelkamers;

• Het voorzien van de nodige materiële en personele infrastructuur voor een fysiek onthaal van de hotelgasten;

• Minstens één van volgende diensten:

\- Het regulier schoonmaken van de hotelkamers voor en tijdens het verblijf;

\- Het verschaffen en verversen van huishoudelijk bedlinnen voor en tijdens het verblijf;

\- Het verschaffen van een ontbijt.

En dit telkens voor een periode van maximaal drie maanden.

32\. De DVB is van oordeel dat voormelde diensten beantwoorden aan hoteldiensten in de zin van artikel 18, §1, tweede lid, 10° Wbtw juncto artikel 44 §3, 2° a), derde streepje W.btw en zijn dus onderworpen aan btw, waardoor de hotelexploitant een recht op aftrek zal hebben en dit onder andere met betrekking tot de betaalde btw op het vruchtgebruik dat door de Eigenaars ten voordele van haar zal worden gevestigd.

## II. Inzake inkomstenbelastingen

### *a) Onroerend inkomen*

33\. Artikel 7, § 1, 3°, WIB 92 stelt belastbaar als onroerend inkomen de bedragen verkregen bij vestiging of overdracht van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten.

34\. Overeenkomstig artikel 10, § 1, eerste lid, WIB 92 omvatten de bedragen verkregen bij de vestiging of overdracht van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten, de erfpacht- of opstalvergoeding en alle andere voordelen verkregen door de overdrager.

35\. Met de woorden "gelijkaardige onroerende rechten" beoogde de wetgever de gebruiksrechten op lange termijn op onroerende goederen (zie Kamer, zitting 1983-1984, stuk 758/1, p. 8).

36\. In antwoord op de parlementaire [vraag nr. 21 van de heer De Clippele van 17 juni 1988](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/21-onroerende-inkomsten-vruchtgebruik-parlementaie-clippele-8f4b) (Bull. nr. 677, p. 1934), tevens bevestigd in circulaire nr. Ci.RH.221/399.733 van 27 september 1988, wordt gesteld dat het vruchtgebruik niet wordt beoogd in artikel 7, § 1, 3°, WIB 92 en dat de bedragen verkregen uit hoofde van de vestiging of de overdracht van een recht van vruchtgebruik met betrekking tot een in België of in het buitenland gelegen onroerend goed geen inkomsten uit onroerende goederen zijn.

37\. De periodieke vergoedingen die de Eigenaars in ruil voor de vestiging van een recht van vruchtgebruik op de hotelkamers en de daaraan verbonden gemeenschappelijke delen en bijhorende grondaandelen van de Hotelvennootschap ontvangen zijn bijgevolg niet belastbaar als onroerend inkomen.

#### *b) Divers inkomen*

38\. Artikel 90, eerste lid, 10°, a), WIB 92 stelt belastbaar als divers inkomen de meerwaarden die naar aanleiding van een overdracht onder bezwarende titel zijn verwezenlijkt op in België gelegen gebouwde onroerende goederen of op zakelijke rechten met betrekking tot zulke goederen, met uitzondering van het recht van erfpacht, het recht van opstal of een gelijkaardig onroerend recht, ingeval die gebouwde onroerende goederen onder bezwarende titel zijn verkregen en binnen vijf jaar na de datum van verkrijging zijn vervreemd.

39\. De vestiging van een recht van vruchtgebruik ten voordele van een derde vormt een bijzonder geval van overdracht, zodat artikel 90, eerste lid, 10°, WIB 92 daarop in principe van toepassing is ([parlementaire vraag nr. 854 van de heer Viseur 21 december 2001](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/854-overdracht-onroerende-goederen-vruchtgebruik-belastbare-0f68), Bull. nr. 833, p. 218-221).

40\. Gelet op de opeenvolging van handelingen, zijnde de aankoop van de volle eigendom van de hotelkamers en de daaraan verbonden gemeenschappelijke delen en bijhorende grondaandelen door de investeerder gevolgd door de vestiging van een recht van vruchtgebruik ten aanzien van de hotelvennootschap, is de eventueel gerealiseerde meerwaarde belastbaar op grond van artikel 90, eerste lid, 10°, a), WIB 92.

41\. De bepaling van de meerwaarde wordt verduidelijkt in de artikelen 101, § 2 en § 3, WIB 92 en door artikel 54, KB/WIB 92.

42\. Artikel 101, § 2, WIB 92 preciseert dat de in artikel 90, eerste lid, 10°, a), WIB 92 bedoelde meerwaarde wordt in aanmerking genomen naar het verschil tussen de volgende twee grootheden:

41.1. de prijs waartegen het goed is overgedragen of, indien die hoger is, de waarde die tot maatstaf van heffing van het registratierecht of de btw heeft gediend, verminderd met de kosten voor vervreemding;

41.2. de verkrijgingsprijs van het goed, vermeerderd met 25 procent of met de werkelijk gedragen kosten van verkrijging of van overgang wanneer deze meer bedragen dan 25 procent, waarbij de verkrijgingsprijs de prijs is waarvoor het goed door de belastingplichtige werd verkregen of, indien die hoger is, de waarde die tot maatstaf van heffing van het registratierecht of de btw heeft gediend.

43\. Artikel 101, § 3, WIB 92 bepaalt dat voor zakelijke rechten met betrekking tot onroerende goederen de Koning de regels voor de vaststelling van de belastbare meerwaarden stelt.

44\. Artikel 54, § 2, eerste lid, KB/WIB 92 bepaalt omtrent de eerste grootheid van het verschil:

> "Bij overdracht van \[...\] het vruchtgebruik \[...\] van een goed, is de eerste grootheid van het verschil, dat moet worden berekend om de meerwaarde te bepalen, de prijs waartegen het recht is overgedragen, of indien die hoger is, de verkoopwaarde die tot maatstaf van heffing van het registratierecht of de BTW heeft gediend."

45\. Artikel 54, § 2, vierde lid, KB/WIB 92 bepaalt omtrent de tweede grootheid van het verschil:

> "Slaat de overdracht \[…\] op het vruchtgebruik van een goed \[...\], dan wanneer de vervreemder het onroerend goed in volle eigendom verkreeg, dan is de tweede grootheid van het verschil gelijk aan de prijs of de verkoopwaarde van de volle eigendom van dat goed bij de verkrijging, bepaald overeenkomstig artikel 101, § 1, 2°, of § 2, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, naargelang het geval, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan de eerste grootheid van het verschil vastgesteld op de wijze bepaald in onderhavige paragraaf, en de noemer aan de verkoopwaarde van de volle eigendom van het goed op de dag van de overdracht of vestiging van gezegd recht. Als waarde van die tweede grootheid mag evenwel nooit een bedrag in aanmerking worden genomen dat de kostprijs of de verkoopwaarde van de volle eigendom van het goed bij de verkrijging overtreft."

46\. In het onderhavige geval blijkt uit de lezing van artikel 90, eerste lid, 10°, a), WIB 92 juncto artikel 101, §§ 2 en 3, WIB 92 (evenals artikel 54, § 2, KB/WIB 92) en het onderzoek van de door de aanvrager verstrekte informatie dat door de verrichting geen belastbare meerwaarde in de zin van de voormelde artikelen wordt gerealiseerd.

47\. Er dient evenwel voorbehoud te worden gemaakt omtrent de situatie waarbij gebruik zou worden gemaakt van de mogelijkheid tot verlenging van de vruchtgebruikovereenkomst, in welk geval de bijkomende vruchtgebruikvergoedingen tijdens deze periode aanleiding geven tot de realisatie van een meerwaarde en belastbaarheid in de zin van artikel 90, eerste lid, 10°, a), WIB 92 in hoofde van de investeerder.

##### *c) Roerend inkomen*

48\. De vestiging van het vruchtgebruik gebeurt tegen periodieke vergoedingen aan de Eigenaars.

49\. Artikel 17 WIB 92 stelt:

> “§ 1. Inkomsten uit roerende goederen en kapitalen zijn alle opbrengsten van roerend vermogen aangewend uit welken hoofde ook, namelijk:
>
> 1° dividenden;
>
> 2° interest;
>
> 3° inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen;
>
> 4° inkomsten die begrepen zijn in lijfrenten of tijdelijke renten die geen pensioenen zijn en na 1 januari 1962 onder bezwarende titel zijn aangelegd ten laste van enige rechtspersoon of onderneming. De lijfrenten die zijn aangelegd tegen storting met afstand van een kapitaal dat is gevormd, ofwel, met bijdragen of premies als bedoeld in artikel 34, § 1, 2°, ofwel, in het kader van een aanvullend pensioen voor zelfstandigen als bedoeld in artikel 34, § 1, 2°bis, zijn geen pensioenen;
>
> 5° de inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van de wettelijke en verplichte licenties, bedoeld in de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten of in overeenkomstige bepalingen in het buitenlands recht.
>
> § 2. Wanneer het bedrag van de inkomsten in vreemde valuta is bepaald, wordt het in EUR omgezet naar de wisselkoers bij de betaling of de toekenning van die inkomsten.”

50\. De uitdrukking "aangewend uit welken hoofde ook", houdt in dat de opbrengsten die moeten worden belast, het voorwerp moeten zijn van een overeenkomst over de beschikking van het roerend goed. Die inkomsten zijn derhalve de door de schuldenaar betaalde prijs voor het genot van het kapitaal, zoals is overeengekomen met degene die het kapitaal heeft belegd of geïnvesteerd (Kamer, gewone zitting 1998-1999, Vers.Com.Fin., Stuk1608/8, blz. 5) (Com.IB nr. 17/1.1).

51\. Gezien de overeenkomst met betrekking tot de vestiging van vruchtgebruik geen overeenkomst betreft over de beschikking van een roerend goed, kan de prijsverhoging vertegenwoordigd door het bedrag dat op grond van de indexering aan het basisbedrag wordt toegevoegd niet worden beschouwd als een roerend inkomen in de zin van artikel 17 WIB 92.

##### *d) Antimisbruik*

52\. Uit de aanvraag blijkt dat de voorgenomen verrichting wordt verantwoord door het feit dat de partijen, meer bepaald de Eigenaars en de Hotelvennootschap, niet onder de toepassing van de handelshuurwet wensen te vallen omwille van de ongewenste gevolgen die het afsluiten van een handelshuurovereenkomst met zich brengt (meer in het bijzonder de onzekerheid die zou ontstaan met betrekking tot de vooropgestelde vaste duurtijd van 25 jaar zonder mogelijkheid tot opzegging).

53\. Verder wensen de Eigenaars gedurende de duur van de overeenkomst met de Hotelvennootschap geen verplichting tot onderhoud of herstellingen op zich te nemen waartoe zij ingevolge artikel 1720, tweede lid, B.W. als eigenaar zouden kunnen worden verplicht.

54\. Ten slotte vormt de aankoop van de hotelkamers gevolgd door het vestigen van een vruchtgebruik door de Eigenaars ten voordele van de Hotelvennootschap een alternatieve financiering voor de Hotelvennootschap, met name een goedkoper alternatief voor een rechtstreekse aankoop, gefinancierd door een banklening.

55\. Uit het voorgaande volgt dat de voorgenomen verrichting wordt verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92. De geplande verrichting is ingegeven door andere dan fiscale motieven.

## Aangehaalde teksten

3

[KB nr. 14 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-artikel-7d01) 1 voorkomen

[KB nr. 14 art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-betrekking-vervreemdingen-gebouwen-gedeelten-bijhorende-39f4) 1 voorkomen

[KB nr. 3 art. 9](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-e148) 1 voorkomen
