Tarief, Artikel 1 quater, §3 KB nr. 20 · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2022.0119 14 juni 2022

Zoeken

Tarief, Artikel 1 quater, §3 KB nr. 20Btw – Tarief - Artikel 1 quater, §3 KB nr. 20 - Afbraak en heropbouw

https://juriel.be/nl/rulings/2022-0119-tarief-artikel-quater-afbraak-heropbouw-e49b

Nummer
2022.0119
Datum
14 juni 2022

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

71 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2022.0119 d.d. 14.06.2022

Btw · Tarief · Artikel 1 quater, §3 KB nr. 20 · Afbraak en heropbouw

Samenvatting

Het verlaagd btw-tarief overeenkomstig artikel 1quater, §3, K.B. nr. 20 is van toepassing op de leveringen van nieuwe appartementen. Dit verlaagd btw-tarief is eveneens van toepassing op de hiermee nauw samenhangende levering van autostaanplaatsen.

Tekst van de beslissing

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing beoogt de bevestiging te verkrijgen

dat:

• het verlaagd (6%) btw tarief in de zin van artikel 1quater §3 KB nr 20 van toepassing is op voorgelegde bouwproject. Zodanig dat .. appartementen,… bergingen en …autostaanplaatsen in aanmerking kunnen komen.

II. Beslissing

2. Uit het door de DVB gedane onderzoek blijkt het volgende :

3. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 21 en 22 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

4. De aanvrager wenst bevestiging te bekomen dat het tijdelijk verlaagd btw-tarief van 6%, zoals opgenomen in artikel 1quater, §3 van het Koninklijk Besluit nr. 20 d.d. 20 juli 1970, van toepassing zal zijn op de leveringen van de nieuw opgerichte appartementen in het kader van dit bouwproject.

5. Artikel 1quater, §3 van het Koninklijk Besluit nr. 20 vermeldt het volgende:

. “Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op de levering van woningen en het bijhorend terrein, alsook op de vestiging, overdracht of wederoverdracht van de zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek, op een woning en het bijhorend terrein, die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer de op die handelingen verschuldigde belasting opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek tussen 1 januari 2021 en 31 december 2023.

Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan de volgende voorwaarden:

1° de handeling bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op een woning die, na de levering:

a) hetzij op het tijdstip van de eerste ingebruikneming of eerste inbezitneming als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning in de zin van artikel 5/5, § 4, tweede tot achtste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten wordt gebruikt door de verkrijger-natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben en een totale bewoonbare oppervlakte heeft van niet meer dan 200 m2;

b) hetzij door de verkrijger aan een sociaal verhuurkantoor wordt verhuurd of wordt verhuurd in het kader van een door de verkrijger aan een sociaal verhuurkantoor toegekend beheersmandaat;

2° de leverancier:

a) verstuurt vóór het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek, of, in geval van een verkoop op plan, vóór het tijdstip waarop het belastbaar feit zich voordoet overeenkomstig artikel 16, § 1, eerste lid, van het Wetboek, een verklaring aan het elektronisch adres aangeduid door de minister van Financiën of zijn gemachtigde. Deze verklaring, medeondertekend door de verkrijger van het gebouw, vermeldt dat het gebouw dat de leverancier heeft laten afbreken en heroprichten en het voorwerp uitmaakt van een handeling bedoeld in het eerste lid, bedoeld is om hetzij, als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning in de zin van artikel 5/5, § 4, tweede tot achtste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten te worden gebruikt door de verkrijger-natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben waarbij die woning een totale bewoonbare oppervlakte zal hebben van niet meer dan 200 m2, hetzij om door de verkrijger aan een sociaalverhuurkantoor te worden verhuurd of te worden verhuurd in het kader van een aan een sociaal verhuurkantoor toegekend beheersmandaat, en is vergezeld van een afschrift van:

- de omgevingsvergunning;

- het (de) aannemingscontract(en) met betrekking tot de afbraak van het gebouw en de heropbouw van de woning;

- het compromis of de authentieke akte met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde handeling;

b) overhandigt een afschrift van de in de bepaling onder a) bedoelde verklaring aan zijn medecontractant(en);

3° de door de leverancier van de goederen uitgereikte facturen en de dubbels die hij bewaart alsook de overeenkomsten of de authentieke akten met betrekking tot de handelingen bedoeld in het eerste lid, vermelden, op basis van het afschrift van de verklaring bedoeld in de bepaling onder 2°, b), het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet-naleving van onderhavige bepaling, ontlast de medeondertekening van de verkrijger van de verklaring bedoeld in de bepaling onder 2°, a), de leverancier van de goederen van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

Voor de toepassing van het tweede lid, 1°, a), wordt om te bepalen of de woning de enige woning is die de verkrijger-natuurlijke persoon zelf betrekt, geen rekening gehouden met:

- andere woningen waarvan hij, ingevolge erfenis, mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is;

- een andere woning die hij betrekt als eigen woning waar hij zijn domicilie heeft gevestigd en die uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar van ingebruikneming of inbezitneming van de woning bedoeld in het tweede lid, 1°, a), is verkocht.

Het verlaagd tarief is niet van toepassing op het gedeelte van de prijs van de levering dat betrekking heeft op zwembaden, sauna's, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.”

6. Opdat het bedoelde verlaagde btw-tarief van toepassing zou zijn, dienen derhalve een aantal materiële en formele voorwaarden vervuld te zijn.

II.A. Betekenisvolle afbraak ten opzichte van de nieuwe constructies

7. Het verlaagd btw-tarief is van toepassing wanneer het gesloopte goed een ‘gebouw’ betreft in de zin van artikel 1, §9, 1° van het btw-wetboek. De aanwending vóór de afbraak is van geen belang, zodat het gebouw geen woning hoeft te zijn.

8. Zoals uit de rulingaanvraag, de in de rulingaanvraag toevoegde foto’s en de facturen inzake de afbraakwerken blijkt, heeft huidig project betrekking op de afbraak van een gebouw die kadastraal gekend is als garagewerkplaats en die bestaat uit een gezinswoning en een loods.

9. Rekening houdende hiermee kan de DVB aanvaarden dat de af te breken constructie kwalificeert als een gebouw, in de zin van artikel 1, §9, 1° van het btw-wetboek.

10. Daarnaast dient de omvang van het afgebroken gebouw betekenisvol te zijn ten opzichte van de nieuwe constructies.

11. De heropbouw heeft betrekking op :

- een commerciële ruimte:

- vijf appartementen, waarvan één appartement toekomt aan de grondeigenaar;

- zes bergingen;

- zeventien autostaanplaatsen (waarvan 12 staanplaatsen toekomen aan de commerciële ruimte) en waarvan één autostaanplaats toekomt aan de grondeigenaar.

12. Daar de btw-wetgeving de draagwijdte van het begrip ‘significant’ niet omschrijft, terwijl de administratie niet de bevoegdheid heeft om terzake normatieve criteria op te leggen kan de DVB enkel onderzoeken of een kennelijke wanhouding bestaat tussen de afgebroken constructies en de heropbouw.

13. De DVB is van oordeel dat in het voorliggende bouwproject geen dergelijke wanverhouding bestaat en de afbraak derhalve betekenisvol is ten opzichte van de heropbouw.

II.B. Afbraak en heropbouw door dezelfde belastingplichtige en op hetzelfde kadastrale perceel

14. Het is vereist dat de afbraak en heropbouw moet worden uitgevoerd door dezelfde belastingplichtige.( circulaire 2021/C/18 p. 5)

15. Het bouwproject die het voorwerp is van onderhavige aanvraag zal verwezenlijkt worden middels een vestiging van een opstalrecht die aan de bouwheer het recht verleent om de bestaande constructies af te breken en nieuwe constructies op te richten.

16. De aanvrager brengt in dat kader volgende stukken bij:

- omgevingsvergunning

- akte vestiging recht van opstal

- facturen afbraakwerken

17. Uit de voorgelegde stukken toont de aanvrager dan ook aan dat hij is opgetreden als bouwheer m.b.t de afbraak van de huidige constructie en optreedt als bouwheer m.b.t de wederopbouw van de meergezinswoning.

18. De afbraak van een gebouw en daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning vereist niet dat beiden op exact dezelfde plaats gelegen zijn: het is voldoende dat beide zich op hetzelfde kadastraal perceel bevinden. Het is daarom evenmin vereist dat de afbraak van een gebouw voorafgaat aan de heropbouw van een nieuwe woning. (circulaire 2021/C/18 p. 5 en 6)

19. Bij de beoordeling van voornoemde voorwaarde dient er gekeken te worden naar de oorspronkelijke kadastrale indeling, voorafgaand aan de afbraak en niet naar de nieuwe kadastrale indeling.

20. Op grond van de voorgelegde stukken( omgevingsvergunning, basisakte, inplantingsplan) toont de aanvrager aan dat de afbraak en wederopbouw op hetzelfde kadastraal perceel plaatsvindt.

II.C. Parkeerstaanplaatsen en berginen

21. Zoals hierboven beschreven zal de aanvrager zeventien autostaanplaatsen (waarvan 12 staanplaatsen toekomen aan de commerciële ruimte) en waarvan één autostaanplaats toekomt aan de grondeigenaar aanleggen. Daarnaast zullen er ook 6 bergingen aangelegd worden.

22. De aanvrager wenst te vernemen of het verlaagd btw-tarief van 6 % bedoeld in artikel 1quater , §3 K.B. nr. 20, eveneens van toepassing is op de verkoop van een parkeerplaats(en) en berging(en).

23. Meer bepaald vraagt de aanvrager de toepassing van het verlaagd tarief voor vier auto staanplaatsen en zes bergingen. Voor de overige autostaanplaatsen, met name twaalf voorbehouden voor de commerciële ruimte en één voorbehouden voor de grondeigenaar vraagt de aanvrager geen toepassing van het verlaagd tarief.

24. Circulaire 2021/C/18 vermeldt in randnummer 3.6 dat het verlaagd btw-tarief niet van toepassing is op tuinhuizen, serres en pergola's die losstaan van de heropgerichte woning en die aan te merken zijn als aanhorigheden van een tuin. Het verlaagd tarief geldt evenmin voor zwembaden, sauna's en dergelijke installaties. Een afzonderlijke garage is op zich geen woning bestemd voor huisvesting maar wanneer deze deel uitmaakt van de woning door het onmiddellijke nut dat ze voor de eigenaar (of zijn huurder) meebrengt is het verlaagd tarief van toepassing zelfs voor de oprichting van deze garage.

25. Circulaire 2021/C/18 vermeldt verder in randnummer 5.3 dat het gedeelte van de prijs dat betrekking heeft op het aanleggen van paden, perken, tuinen en afsluitingen, die samen met het bijhorend terrein met toepassing van btw worden verkocht, alsook de kosten voor de levering met plaatsing van een keuken (inbouwkasten en toestellen) waarvan de kosten zijn begrepen in de maatstaf van heffing van de levering, geniet van het verlaagd btw-tarief

26. Hierdoor kan aanvaard worden dat dit verlaagd btw-tarief van toepassing is op de verkoop van de parkeerplaats(en) en bergingen voor zover deze een onmiddellijk nut oplevert voor de eigenaar (of zijn huurder) en die nauw verband heeft met een verkoop, zelf onderworpen aan het verlaagde btw-tarief conform artikel 1quater, §3 K.B. nr. 20, van één van de 20 bedoelde appartementen in dit bouwproject.

II.D. Formele voorwaarden

27. In de rulingaanvraag beschrijft de aanvrager tenslotte een aantal formele voorwaarden die vervuld dienen te worden opdat het verlaagd btw-tarief van artikel 1quater, §3 K.B. nr. 20 van toepassing zou zijn.

28. De DVB is echter niet bevoegd om een beslissing te nemen over deze formaliteiten en verplichtingen. Daarnaast doet de DVB geen onderzoek naar de maximum toelaatbare bewoonbare oppervlakte.

III. Aannemingswerken verricht ten behoeve van de grondeigenaar (voorbehouden grondaandelen) en commerciële ruimte

29. Middels notariële akte van 22/9/2021 heeft de grondeigenaar aan de aanvrager een afstand van het recht van natrekking en een vestiging van een recht van opstal toegekend tot realisatie van het hiervoor bedoelde project, behoudens echter wat betreft de …sten overeenstemmend met de quotiteiten die worden toegekend aan – appartement… autostaanplaats nummer….

30. De werken die de aanvrager in casu zal verrichten ten behoeve van de hiervoor bedoelde grondeigenaar voor wat betreft de hiervoor bedoelde delen waarvoor hij niet verzaakt aan zijn recht van natrekking kwalificeren als aannemingswerken en zijn in casu met btw te belasten aan het standaard btw-tarief van 21%. In dat kader vraagt de aanvrager in huidige aanvraag geen toepassing van het verminderd btw tarief conform artikel 1quater §3 KB nr 20.

De aannemingswerken en de levering van de commerciële ruimte is eveneens onderworpen aan een standaard btw-tarief van 21 %. In dat kader vraagt de aanvrager geen toepassing van het verminderd btw-tarief.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 12 voorkomens