---
title: "Voorafgaande beslissing 2021.1266 · Gebouw of gedeelte van een gebouw"
description: "Gebouw of gedeelte van een gebouw, artikel 44, §3, 1°, a) 2de lid WBtw,, onroerend goed. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2021.1266 van 15 februari 2022."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2021-1266-gebouw-gedeelte-artikel-44-2de-300a"
lang: "nl"
---

# Gebouw of gedeelte van een gebouw · Btw - Gebouw of gedeelte van een gebouw - artikel 44, §3, 1°, a) 2de lid WBtw,

**Nummer**

2021.1266

**Datum**

15 februari 2022

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

49 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2021.1266 d.d. 15.02.2022

*Btw* · *Gebouw of gedeelte van een gebouw* · *artikel 44, §3, 1°, a) 2de lid WBtw,*

## Samenvatting

X kan de padelterreinen als nieuw gebouwen aanmerken in het kader van de toepassing van artikel 44, §3, 1°, a) 2de lid WBtw

## Tekst van de beslissing

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Met deze aanvraag wenst X, te vernemen of de 10 padelterreinen opgericht door vzw voor btw-doeleinden als nieuw gebouwen aangemerkt dienen te worden in het kader van de toepassing van artikel 44, §3, 1°, a) 2de lid, 3de streep WBtw, waarbij de verkoop ervan kan plaatsvinden onder stelsel van toevallige belastingplichtige bij toepassing van de bepalingen opgenomen in KB nr. 14.

## II. Omschrijving van de verrichtingen

2\. De gronden waarop de tennisclub ligt, die door deze vzw wordt uitgebaat, zijn eigendom van A en via een recht van erfpacht toevertrouwd aan de vzw.

3\. Op deze gronden heeft de vzw in 20.. en 20.. padelterreinen laten aanleggen, waarvan de eerste padelterreinen in 2020 in gebruik werden genomen. Met betrekking tot deze 4 paddelterreinen werd de eerste omzet gegenereerd in maart 2020.

4\. De opbouw van de padel terreinen is als volgt:

4.1 afgraven van het maaiveld tot op de harde grond – dit is hier gele zavel. Dit is niet op elke plaats hetzelfde. Gemiddeld is dit tussen 80cm en 120cm;

4.2 opvullen met een steenslag type 20/40 – deze ophoging is tot 40cm van de pas van de vloermatten van de padel terreinen;

4.3 de beton balken voor de fundering van de velden zijn 40 cm hoog en 20 cm breed. Deze worden ter plaatse gegoten;

4.4 tussen de funderingsbalken is er een ophoging van 20 cm met een doorlatende steenslagbeton maat 0/15;

4.5 vervolgens komt er een doorlatende rijke beton van 20cm die dan gelijk komt met de funderingsbalken;

4.6 de laatste beton wordt geëgaliseerd met een dunne cement pap;

4.7 daar boven komt kunstgras;

4.8. op de funderingswanden is er een 3 meter hoge glazen zijwand in een frame van gegalvaniseerde kolommen.

5\. De vzw wenst de padelterreinen te verkopen aan een nieuw op te richten vennootschap die daarna de uitbating van de terreinen voor haar rekening zal nemen. De motivering voor de oprichting van de Newco is gerelateerd aan de professionalisering van de uitbating van de padelterreinen.

## III. Beslissing

6\. Uit het door de DVB gedane onderzoek blijkt het volgende :

7\. de aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 21 en 22 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

8\. Artikel 44, §3, 1°, a) WBtw:

Van de belasting zijn nog vrijgesteld:

1° de volgende handelingen:

a) de levering van uit hun aard onroerende goederen.

Worden evenwel uitgesloten de levering van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, wanneer hun vervreemding wordt verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, door:

• hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen;

• hetzij een in artikel 8, § 1, beoogde belastingplichtige;

• hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling een dergelijke vervreemding te verrichten met voldoening van de belasting.

9\. Artikel 1, §9 WBtw:

Voor de toepassing van dit Wetboek dient te worden verstaan:

1° onder gebouw of een gedeelte van een gebouw, ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden;

2° onder bijhorend terrein, het terrein waarvoor de toelating werd verkregen om er op te bouwen en dat door éénzelfde persoon wordt overgedragen tegelijk met het gebouw waartoe het behoort.

10\. KB nr. 14 - Artikel 1

Eenieder die een handeling verricht bedoeld in artikel 8 of in artikel 44, § 3, 1°, a), derde streepje of b), derde streepje, van het Wetboek, onder de daarin gestelde omstandigheden, heeft ten aanzien van die handeling de hoedanigheid van belastingplichtige, op voorwaarde dat hij:

1° vooraleer de overeenkomst met betrekking tot die handeling wordt gesloten, bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert, een verklaring in tweevoud indient waarin hij zijn bedoeling uitdrukt een gebouw of een gedeelte van een gebouw en het bijhorende terrein te vervreemden, een zakelijk recht in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek, op zulke goederen te vestigen, over te dragen of weder over te dragen, met voldoening van de belasting;

2° de medecontractant op de hoogte brengt van zijn bedoeling de vervreemding te doen met betaling van de belasting, door middel van een vermelding in de eerste akte die tussen hen titel vormt van de vervreemding van een gebouw of een gedeelte van een gebouw en het bijhorende terrein, van de vestiging, overdracht of wederoverdracht van een zakelijk recht in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek, op zulke goederen.

11\. [Artikel 1 § 9 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1) stelt dat onder “gebouw” of “een gedeelte van een gebouw” moet worden begrepen “ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden” *(1)*.

---

*\[(1) Circulaire nr. AFZ/2001-1292-N (AFZ 24/2002 - E.T.103.009) dd. 06.12.2002\]*

---

12\. Het begrip veronderstelt in de eerste plaats het onroerend uit zijn aard maken van grondstoffen (beton, asfalt …) of van materialen (buizen, palen, vloerstenen …).

Dit begrip is eveneens van toepassing op de infrastructuurwerken (wegennet, kanalisaties van water, gas en elektriciteit, goten, parkeerterrein voor wagens bestaande uit een verharding van de bovengrond) en, meer algemeen, op alle werken vast met de grond verbonden en bijgevolg onroerend uit hun aard…

13\. De omschrijving van de uitgevoerde werken , zijnde het realiseren van funderingen, nieuwe en verharde ondergrond, het plaatsen en verankeren van wanden, het aansluiten van nieuwe verbindingen op de bestaande nutsvoorzieningen en het plaatsen van overkappingen, omvatten grond- en funderingswerken met bijkomende constructies die gepaard gaan met de inlijving van materialen in de grond, zodat dergelijke constructie aangemerkt wordt als een “gebouw” in de zin van artikel 1, §9, 1° van het Wbtw.

14\. Een gebouw of een gedeelte van een gebouw wordt, voor de toepassing van de btw, in de regel als nieuw aangemerkt tot 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming (artikel 44, § 3, 1°, a) WBtw).

15\. De vraag of er ingebruikneming of inbezitneming van een gebouw plaatsvindt, is in hoofdzaak een feitenkwestie. Het bewijs van de werkelijke datum van ingebruikneming of inbezitneming kan evenwel worden geleverd door alle feitelijke gegevens en alle rechtsmiddelen.

16\. De aanvrager bevestigt dat de oplevering van de eigenlijke eerste 4 carbon terreinen plaatsvond op 1 mei 2020, de eerste omzet met deze terreinen gegenereerd werd in 2020, zodat hieruit volgt dat de terreinen nieuw zijn tot 31.12.2022.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1) 1 voorkomen
