Tarief · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2021.1123 15 februari 2022

Zoeken

TariefBtw – Tarief - Tijdelijk verlaagde btw-tarief van 6% voor afbraak van gebouwen en de ermee gepaard gaande heropbouw van woongebouwen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan - Artikel 1quater, § 3 van KB nr. 20 betreffende de btw-tarieven (de tekst van KB nr. 20, artikel 1quater, werd vervangen en is van toepassing met ingang van 01.01.2021 tot en met 31.12.2022 (artikel 15, Programmawet van 20.12.2020, BS, 30.12.2020, 1ste editie, p. 96068))

https://juriel.be/nl/rulings/2021-1123-tarief-tijdelijk-verlaagde-btw-afbraak-d062

Nummer
2021.1123
Datum
15 februari 2022

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

113 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2021.1123 d.d. 15.02.2022

Btw

Tarief

Tijdelijk verlaagde btw-tarief van 6% voor afbraak van gebouwen en de ermee gepaard gaande heropbouw van woongebouwen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan

Artikel 1quater, § 3 van KB nr. 20 betreffende de btw-tarieven (de tekst van KB nr. 20, artikel 1quater, werd vervangen en is van toepassing met ingang van 01.01.2021 tot en met 31.12.2022 (artikel 15, Programmawet van 20.12.2020, BS, 30.12.2020, 1ste editie, p. 96068))

Samenvatting

De verkoop van de wooneenheden die deel uitmaken van het vastgoedproject ‘B-D’ in P, komt principieel in aanmerking voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022.

Ook de verkoop van de ondergrondse parkings en bergingen die van onmiddellijk nut zijn voor de wooneenheden, is onderworpen aan het bedoelde verlaagde btw-tarief van 6%.

Deze voorafgaande beslissing is slechts geldig voor die verkopen, zoals hiervoor bedoeld, waarvoor nog geen btw opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW op datum van deze beslissing.

Het spreekt voor zich dat de toepassing van dit tijdelijk verlaagde btw-tarief van 6% verder afhankelijk is van de in artikel 1quater, § 3, tweede lid, § 4, § 5 en § 8 van Btw-KB nr. 20 opgelegde grond- en vormvoorwaarden, i.e. in hoofdzaak de bestemming die de verkrijger aan de woning geeft (enige en hoofzakelijk eigen woning), het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger, het oppervlaktecriterium, de termijnvoorwaarde en de naleving van de te vervullen formaliteiten.

Tekst van de beslissing

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend in naam van projectontwikkelaar X.

2. X is een onderneming gespecialiseerd in het oprichten van residentiële bouwprojecten.

3. Het project B-D bestaat uit de oprichting van in totaal 14 wooneenheden (appartementen), een ondergrondse parking met bergingen en een paviljoen bestaande uit een kinderdagverblijf en een polyvalente ruimte, beide bestemd voor verhuur. Dit paviljoen maakt bijgevolg niet het voorwerp uit van deze rulingaanvraag.

4. Dit project wordt opgericht op vier kadastrale percelen gelegen te B-D, P, gekend ten kadaster als volgt:

(1) perceel w woonhuis op en met grond en alle verdere aanhorigheden;

(2) perceel x tuin met gemetste schuur die mee wordt afgebroken in het kader van dit project. Deze schuur situeert zich ook voor een klein deel op het perceel y waarvan sprake hieronder;

(3) perceel y bouwland genaamd ‘P’. De gemetste schuur waarvan hiervoor sprake, ligt voor een klein deel op dit perceel;

(4) perceel z woonhuis op en met grond en alle verdere aanhorigheden.

5. Y is grondeigenaar van deze onroerende goederen.

De grondeigenaar, Y, heeft middels notariële akte een recht van opstal verleend aan X, waarbij X als bouwheer toelating verkreeg tot afbraak en heropbouw.

6. De grondeigenaar zal het grondaandeel van de appartementen verkopen met toepassing van registratiebelasting. X, dat kwalificeert als beroepsoprichter in de zin van artikel 12, § 2 W.BTW, zal de nieuwe constructies met toepassing van btw verkopen.

De grondeigenaar, Y, en X zijn verbonden vennootschappen en handelen consequent op deze wijze.

7. Deze rulingaanvraag beperkt zich tot de bedoelde 14 appartementen (inclusief ondergrondse parking en bergingen).

Het kinderdagverblijf dat op het gelijkvloers van het paviljoen wordt opgericht en de polyvalente ruimte die op de eerste verdieping ervan wordt opgericht, maken niet het voorwerp uit van deze rulingaanvraag.

8. Er werd een omgevingsvergunning verkregen voor de oprichting van dit project.

Deze omgevingsvergunning maakt ook melding van de afbraak van de bestaande woningen en bijgebouw.

9. De uitgevoerde onroerende werken bestaan uit:

• de volledige afbraak van de woningen (2 eengezinswoningen en een bijhorend gebouw) gelegen op de oude percelen w en z en de gemetste schuur voor het merendeel gelegen op het oude perceel w (perceel tuin) en voor een beperkt deel op het perceel y (perceel bouwgrond);

• de oprichting van een project bestaande uit 14 appartementen, een ondergrondse parking met bergingen en een paviljoen bestaande uit een kinderdagverblijf en een polyvalente ruimte (het paviljoen maakt niet het voorwerp uit van deze rulingaanvraag).

De appartementen worden opgericht in twee blokken A en B, die met elkaar verbonden zijn door middel van de ondergrondse garage en een doorgang op de tweede verdieping.

Blok A bestaat uit 9 appartementen en situeert zich grotendeels op het oude perceel w (woonhuis) en deels op perceel x (perceel tuin met gemetste schuur).

Blok B bestaat uit 5 appartementen en situeert zich op het oude perceel z (woonhuis).

Het paviljoen situeert zich grotendeels op het oude perceel w (perceel tuin met gemetste schuur) en voor een beperkt gedeelte op het oude perceel y (perceel bouwgrond met een deeltje van de schuur).

10. Zoals ook vermeld in de omgevingsvergunning, volgt de footprint van het nieuwe gebouw grotendeels de vroegere bebouwing. Met het oog op een betere voorstelling van het beoogde project werden aan de rulingdienst grafische voorstellingen en fotoreportages voorgelegd.

II. Vraagstelling

11. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de rulingdienst de bevestiging te verkrijgen dat bij de verkoop van wooneenheden die deel uitmaken van het hierna genoemde en besproken project, toepassing kan worden gemaakt van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022 en voor zover de kopers aan de daartoe gestelde grond- en vormvoorwaarden voldoen.

12. Het gaat meer bepaald over de wooneenheden die zullen worden verkocht in het kader van het project ‘B-D’ in BP.

13. Dit project wordt gecoördineerd door de projectontwikkelaar, met name X.

III. Beslissing

Uit het door de rulingdienst verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

14. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

III.A. Algemeen

III.A.1. Draagwijdte van de tijdelijke, nieuwe regeling van artikel 1quater, § 3 van Btw-Kb nr. 20

15. Ingevolge de wet ter invoering van artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 (Programmawet van 20.12.2020, BS 30.12.2020, 1ste editie, p. 96068) is het verlaagde btw-tarief van 6% onder andere van toepassing op de btw-belaste levering van woningen en het bijhorend terrein door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer de op die handelingen verschuldigde belasting overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW opeisbaar is geworden tussen 01.01.2021 en 31.12.2022.

16. Het eerste lid van § 3 van artikel 1quater van Btw-KB nr. 20 luidt als volgt:

‘Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op de levering van woningen en het bijhorend terrein, alsook op de vestiging, overdracht of wederoverdracht van de zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek, op een woning en het bijhorend terrein, die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer de op die handelingen verschuldigde belasting opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022’.

III.A.2. Voorwaarden gesteld aan projectontwikkeling onder de tijdelijke, nieuwe regeling

17. Artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 stelt onder meer als voorwaarden dat:

• de verkoper de afbraak en heropbouw van de woning moet hebben uitgevoerd - volgens de Memorie van Toelichting bij de Programmawet van 20.12.2020 wil dat zeggen dat de maatregel alleen betrekking heeft op projecten die worden uitgevoerd, vanaf de afbraak van het gebouw tot de levering van de woning, door dezelfde btw-plichtige (in de circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021 ook de verkoper genoemd) (Parl. St. Kamer 2020-21, nr. 55-1662/1, 26-27);

• de heropbouw van de woning moet gebeuren op hetzelfde kadastrale perceel als waar het afgebroken gebouw stond.

III.A.3. Afbakening van geformuleerde vraagstelling

18. Alle wooneenheden die worden verkocht in het project ‘B-D’ in P die het voorwerp uitmaken van deze rulingaanvraag, zullen volgens de aanvrager-verkoper van de wooneenheden voldoen aan het oppervlaktecriterium (i.e. totale bewoonbare oppervlakte van niet meer dan 200 m2 overeenkomstig artikel 1quater, § 3, tweede lid, 1°, a) jo. § 8 van Btw-KB nr. 20).

Daarenboven maakt de verkoper van de wooneenheden zich sterk te zullen voldoen aan de voorwaarden zoals uiteengezet in artikel 1quater, § 3, tweede lid, 2° en 3° van Btw-KB nr. 20 (indiening gezamenlijke voorafgaande verklaring / factuurvermelding) mits uiteraard de koper voldoet aan de daartoe gestelde voorwaarden.

19. Deze rulingaanvraag is er dus louter op gericht bevestiging te krijgen van de rulingdienst dat de wooneenheden, die in het kader van het project ‘B-D’ in P worden verkocht, principieel in aanmerking komen voor de toepassing van het betreffende verlaagde btw-tarief van 6% omdat de betreffende wooneenheden allemaal worden gerealiseerd in het kader van een afbraak- en heropbouwproject en mits de kopers natuurlijk aan de voorwaarden, zoals uiteengezet in artikel 1quater, § 3, tweede lid, 1° van Btw-KB nr. 20 voldoen en de btw opeisbaar wordt in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022.

III.B. Het verlaagde btw-tarief van 6% op grond van artikel 1quater, § 3 van Btw-Kb nr. 20: toepassing in casu

III.B.1. Afbraak en heropbouw door dezelfde persoon (vereiste van eenheid (identiteit) tussen degene die afbreekt en degene die de woning heropbouwt)

20. In casu wordt er door de projectontwikkelaar in het kader van dit vastgoedproject gewerkt met een opstalconstructie. Kort samengevat komt dit erop neer dat de grond wordt aangehouden door een grondeigenaar die een opstalrecht verleent aan de projectontwikkelaar. De grondeigenaar maakt geen eigendomsvoorbehoud voor de bestaande constructies die worden afgebroken door de projectontwikkelaar. Om onder de nieuwe, tijdelijke regeling te vallen, moet het gaan om een bebouwd terrein. Het opstalrecht verleent de projectontwikkelaar het recht om het bestaand gebouw af te breken en een nieuwe woning op te richten.

In de vastgoedsector is het zeer gebruikelijk dat er wordt gewerkt met het systeem van een gesplitste verkoop (mits consequent handelen).

De grond kan dan door de grondeigenaar afzonderlijk worden verkocht onder het stelsel van de registratiebelasting (FAQ (editie 23.12.2020), nr. B.3.; zie de regeling die staat beschreven in de beslissing nr. E.T.119.318 van 28.10.2010, punt 2, onder "2de voorwaarde”; zie ook Verslag, Parl. St. Kamer, 2020-21, nr. 55-1662/010, 50).

21. Deze gesplitste verkoop wordt onder meer toegepast om de risico’s van aansprakelijkheden in verband met de bouwwerken af te zonderen.

In dit verband verwijst de rulingdienst naar de beslissing nr. E.T. 119.318 van 28.10.2010. Er wordt aangenomen dat een commerciële praktijk gangbaar is waarbij om economische of financiële redenen gewerkt wordt met twee verschillende verkopers (één voor de grond en één voor de nieuwbouw).

Deze praktijk wordt door de btw-administratie niet als rechtsmisbruik aangemerkt voor de toepassing van de btw op voorwaarde dat consequent op dezelfde manier wordt gehandeld, ongeacht de hoedanigheid van de koper (al dan niet btw-belastingplichtige).

Op basis van de verklaringen van de aanvrager en het geldend administratief standpunt kan de rulingdienst besluiten dat een split sale structuur kan worden toegepast. Meer specifiek zullen de nieuwe constructies met btw worden verkocht door X en zullen de betreffende grondaandelen terzelfdertijd worden verkocht door de grondeigenaar, Y, met vrijstelling van btw en met toepassing van registratiebelasting.

22. Uit het sloopopvolgingsplan en de verschillende aan de rulingdienst voorgelegde stukken blijkt dat X optreedt als opdrachtgever voor zowel de afbraakwerken als de constructie van het nieuwe woongebouw.

X heeft daartoe de nodige rechten verkregen van de grondeigenaar, Y, middels een notariële akte.

23. De sloop van de bestaande gebouwen werd uitgevoerd door de vennootschap Z. Deze sloop gebeurde voor rekening van X. Een kopie van de factuur voor afbraakwerken uitgereikt aan X, werd voorgelegd aan de rulingdienst.

24. Uit de aan de rulingdienst voorgelegde stukken blijkt dat het dezelfde partij is, te weten de aanvrager, die de bestaande opstallen afbreekt en het nieuwe vastgoedproject realiseert.

III.B.2. Volledige of wezenlijke afbraak

25. De opdrachtgever moet het gebouw in principe volledig (laten) slopen in die zin dat het betrekking moet hebben op een volledig gebouw (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2; zie eerdere FAQ (editie 23.12.2020), nr. B.6., A.).

Hiermee wordt niet bedoeld dat het gebouw volledig wordt gesloopt, maar wel dat de afbraak het volledige gebouw moet affecteren.

26. X heeft in casu de gebouwen, 2 eengezinswoningen met een bijhorend gebouw en een gemetste schuur, volledig laten slopen, waardoor deze voorwaarde vervuld is.

III.B.3. Heropbouw van het nieuwe woongebouw op hetzelfde kadastrale perceel als het afgebroken gebouw

27. Eén van de grondvoorwaarden voor de tijdelijke btw-verlaging is dat de heropbouw moet gebeuren op hetzelfde kadastrale perceel als waar het afgebroken gebouw stond (zie de uitdrukkelijke tekst van artikel 1quater van Btw-KB nr. 20).

28. De afbraak van een gebouw en daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning vereist niet dat beide op exact dezelfde plaats gelegen zijn. Het is voldoende dat beide zich op hetzelfde kadastraal perceel bevinden (Memorie van Toelichting, Parl. St. Kamer, 2020-2021, nr. 55-1662/001, 21; zie ook al Informaties en Mededelingen van 22.06.2007/1 (E.T. 112.400)). Hieruit kan impliciet worden afgeleid dat de woning eender waar op dat perceel mag herrijzen (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2.).

29. De btw-administratie heeft het standpunt ingenomen dat, als meerdere afzonderlijke appartementsgebouwen of woonblokken (bouw)fysisch en functioneel geïntegreerd (verbonden) zijn via bijvoorbeeld een gemeenschappelijke ondergrondse kelder of parkeergarage die zich uitstrekken over meerdere percelen, zij voor de btw als één gebouw worden aangemerkt. Dit is uiteraard een feitenkwestie.

Een louter (bouw)fysische ondergrondse verbinding tussen twee of meerdere gebouwen volstaat voor de btw-administratie alvast niet. Er moet wel degelijk sprake zijn van een gemeenschappelijke ondergrondse garage en/of kelder met een blijvende en permanente doorgang tussen de ondergrondse ruimtes en gemeenschappelijke voorzieningen die betrekking hebben op alle woonblokken (zoals bijvoorbeeld trappen of liften die voor alle bewoners van de woonblokken toegankelijk zijn, gemeenschappelijke in- en uitritten, gemeenschappelijke nutsvoorzieningen of technische lokalen, enzovoort) (https://financien.belgium.be/sites/default/files/downloads/112-afbraak-heropbouw-faq-tijdelijk.pdf, “Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan”, editie 02.06.2021, onder titel 2, punt 2.7.).

30. Blok A en blok B dienen in casu btw-matig als één gebouw aangemerkt te worden omwille van de volgende redenen:

a. gemeenschappelijke ondergrondse garage;

b. gemeenschappelijke voorzieningen voor beide woonblokken:

i. de lift en trap in blok A dienen ook door de bewoners van blok B gebruikt te worden om op de gelijkvloerse verdieping te komen en zo hun eigen appartement te bereiken;

ii. de 2 appartementen op de 2de verdieping van blok B zijn enkel bereikbaar via de lift/trappenhal in blok A;

iii. blok A en blok B zijn ook verbonden via een doorgang (passerelle) op niveau +2;

iv. er zijn gemeenschappelijke technische ruimtes voor beide gebouwen (op niveau -1).

Deze vaststelling is gebaseerd op de volgende stukken die ter inzage aan de rulingdienst werden voorgelegd:

• een grondplan van het niveau -1 waar de ondergrondse garage zich bevindt en de gemeenschappelijke technische ruimtes, alsook;

• het plan van het niveau +2 waar de doorgang (passerelle) zich bevindt.

31. Er is in casu dus sprake van een ondergronds mobiliteitstraject waardoor een ondergrondse parking wordt aangelegd die onder woonblokken A en B doorloopt. Omdat de woonblokken A en B op zekere afstand van elkaar worden ingeplant, wordt ondergronds voldoende ruimte gecreëerd om de parkeerplaatsen en circulatie mogelijk te maken. Deze ondergrondse verbinding dient ook als fundering voor de erop gebouwde woonblokken.

32. Zoals ook vermeld in de omgevingsvergunning, volgt de footprint van het nieuwe appartementsgebouw grotendeels de inplanting van de oude afgebroken gebouwen.

33. Het nieuw appartementsgebouw dat in totaal zal bestaan uit 14 wooneenheden die worden onderverdeeld in woonblokken A en B, situeert zich integraal op kadastrale percelen die vroeger bebouwd waren, i.e. de oude bebouwde percelen w (woonhuis), x (perceel tuin met een schuur) en z (woonhuis).

34. Gelet op wat voorafgaat komt het volledige appartementsgebouw (onderverdeeld in woonblokken A en B) bijgevolg principieel in aanmerking voor toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door art. 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20.

III.B.4. Afbraak van oud gebouw van significante omvang en evenredigheidsverhouding

35. Onder de tijdelijke, nieuwe regeling moet het gesloopte gebouw een gebouw zijn in de zin van artikel 1, § 9, 1° W.BTW dat is opgetrokken in duurzame materialen en dat een ‘significante’ ‘omvang’ heeft, desgevallend in verhouding tot de opgerichte woning(en). De circulaire nr. 2021/C/18 voegt aan de wet toe dat het moet gaan om een gebouwd onroerend goed waaraan een kadastraal inkomen kan worden toegekend. De btw-administratie stelt dat een oude woning, loods, fabriek of winkelruimte normaliter op zich beschouwd worden aangemerkt als significant (Memorie van Toelichting, Parl. St. Kamer, 2020-2021, nr. 55-1662/001, 20; Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2.).

De circulaire herhaalt dat de beoordeling geval per geval moet gebeuren. (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2).

36. De tekst zelf van artikel 1quater van Btw-KB nr. 20 verwijst niet naar de voorwaarde “desgevallend in verhouding tot de opgerichte woning(en).” Deze voorwaarde komt enkel voor in de Memorie van Toelichting.

Ook in de circulaire worden geen concrete criteria vermeld, omdat de btw-administratie niet de bevoegdheid heeft normatieve criteria ter zake op te leggen. Of een af te breken gebouw significant is in verhouding tot de op te richten gebouwen, is en blijft bijgevolg een feitenkwestie (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2).

37. De afbraak van 2 woonhuizen (eengezinswoningen) en een schuur uit duurzame bouwmaterialen (gemetst) kwalificeert als de afbraak van oude gebouwen met significante omvang en staat in verhouding tot de 14 wooneenheden die worden heropgebouwd.

38. Uit de aan de rulingdienst voorgelegde stukken blijkt dat de af te breken gebouwen (cf. supra) genoeg significante omvang hebben, ook in verhouding tot het te realiseren vastgoedproject.

III.B.5. Bijgebouwen en aanhorigheden

39. Het verlaagde btw-tarief is niet van toepassing op aanhorigheden van de eigenlijke woning (zwembaden, sauna's, en dergelijke installaties). Zo is het verlaagde btw-tarief dus niet van toepassing op tuinhuizen, serres en pergola's die vrijstaan van de heropgerichte woning en die aan te merken zijn als aanhorigheden van een tuin (Circulaire 2021/C/18/ van 25.02.2021, punt 3.6).

40. Ook garages die vrijstaan van de eigenlijke woning zijn in principe geen gebouwen bestemd voor huisvesting, en kunnen dus niet worden afgebroken en heropgebouwd aan het tijdelijk 6% btw-tarief.

Maar dit is anders wanneer een garage geïntegreerd is in een woning of wanneer, zelfs als ze er niet aan grenst, ze deel uitmaakt van de woning door het onmiddellijke nut dat ze voor de eigenaar (of zijn huurder) meebrengt. In een dergelijk geval is het verlaagde btw-tarief van toepassing zelfs voor de oprichting van deze garage (Circulaire 2021/C/18/ van 25.02.2021, punt 3.6 in fine).

De btw-administratie benadrukt dat de oprichting van een garage bij de heropgerichte woning kan gebeuren aan 6%, voor zover uiteraard alle overige voorwaarden zijn vervuld, terwijl met de oppervlakte van een garage geen rekening wordt gehouden bij de berekening van de totale bewoonbare oppervlakte van niet meer dan 200 m2 (Circulaire 2021/C/18/ van 25.02.2021, punt 3.6 in fine).

41. Voor de verkoop van de ondergrondse parkeerplaatsen en bergingen, die in dit project samen met de gerealiseerde wooneenheden zullen worden verkocht, kan ook toepassing worden gemaakt van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals bepaald door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20. Dit standpunt is gebaseerd op de volgende vaststellingen:

i. in de wet ter invoering van artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 staat te lezen dat zwembaden, sauna's, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties, van het verlaagde btw-tarief van 6% zijn uitgesloten. Het is duidelijk dat parkeerplaatsen niet vergelijkbaar zijn met zwembaden, sauna’s, tennisterreinen, e.d., maar voor bewoners eerder het verlengde vormen van de door hen aangekochte wooneenheid. Parkeerplaatsen kunnen dus niet als ‘dergelijke installaties’ in de zin van voornoemde bepaling worden beschouwd;

ii. wanneer, zoals in het onderhavige geval, de ondergrondse parking van onmiddellijk nut is voor de woongelegenheden, wordt aanvaard dat de oprichting ervan ook onderworpen is aan het verlaagde btw-tarief van 6% als bedoeld in artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20. Dit standpunt wordt overigens uitdrukkelijk door de btw-administratie bevestigd in de hiervoor geciteerde circulaire.

42. De wooneenheden die in dit project worden gerealiseerd komen bijgevolg principieel in aanmerking voor de toepassing van het bedoelde verlaagde btw-tarief van 6% en de prijs voor een wooneenheid inclusief ondergrondse parking en berging moet niet worden uitgesplitst wanneer de koper aan de daartoe gestelde voorwaarden voldoet.

III.C. Conclusie

43. De verkoop van de 14 wooneenheden die deel uitmaken van het hiervoor genoemde en besproken project ‘B-D’ te P (14 wooneenheden gespreid over woonblokken A en B), komt principieel in aanmerking voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022.

44. Ook de verkoop van de hiervoor bedoelde ondergrondse parkings en bergingen die van onmiddellijk nut zijn voor de wooneenheden, is onderworpen aan het bedoelde verlaagde btw-tarief van 6%.

45. Deze voorafgaande beslissing is slechts geldig voor die verkopen, zoals hiervoor bedoeld, waarvoor nog geen btw opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW op datum van deze beslissing.

46. Het spreekt voor zich dat de toepassing van dit tijdelijk verlaagde btw-tarief van 6% verder afhankelijk is van de in artikel 1quater, § 3, tweede lid, § 4, § 5 en § 8 van Btw-KB nr. 20 opgelegde grond- en vormvoorwaarden, i.e. in hoofdzaak de bestemming die de verkrijger aan de woning geeft (enige en hoofzakelijk eigen woning), het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger, het oppervlaktecriterium, de termijnvoorwaarde en de naleving van de te vervullen formaliteiten.

Aangehaalde teksten

1