Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2021.1004 d.d. 07.12.2021
Btw · Complexe dienstverrichting - Artikel 18, § 1, eerste lid W.BTW · Bedrijvencentrum - circulaire AOIF 39/2005 dd. 27 september 2005
Samenvatting
X gaat een bedrijvencentrum uitbaten. Het voorgelegde project kan worden beschouwd als een bedrijvencentrum als beoogd in circulaire A.O.I.F. 39/2005. De door X aan de gebruiker verstrekte dienstprestaties (art. 18 WBTW) onder bezwarende titel, zijn aan de btw onderworpen.
Tekst van de beslissing
I. Voorwerp van de aanvraag
1. Met deze aanvraag wenst X, te vernemen of het totaalpakket van diensten – omvattende het gebruik van ter beschikking gestelde roerende en onroerende infrastructuur en diverse dienstverlening tegen één forfaitaire prijs zonder de mogelijkheid tot prijsvermindering – dat aangeboden zal worden aan de gebruikers , in zijn geheel aangemerkt kan worden als een btw-belaste dienst, met name de uitbating van een dienstencentrum als beoogd in artikel 18, §1, eerste lid van het btw-wetboek.
II. Omschrijving van de verrichtingen
2. X zal een verdieping in een nieuw op te richten gebouw verwerven om er een dienstencentrum op te starten en wenst tegen één forfaitaire prijs een hierna toegelicht dienstenpakket aan te bieden aan de diverse gebruikers.
III. Beslissing
3. De in deze aanvraag te onderzoeken btw technische problematiek betreft de kwalificatie van de verrichte dienstprestaties (1).
[(1) Europees Hof van Justitie - Arrest van het Hof d.d. 27.09.2012, zaak C-392/11]
4. Met name wanneer een handeling uit verschillende elementen bestaat, rijst de vraag of zij moet worden geacht te bestaan uit één enkele prestatie dan wel uit meerdere onderscheiden en zelfstandige prestaties die uit het oogpunt van de btw afzonderlijk moeten worden beoordeeld. Uit de rechtspraak van het Hof blijkt immers dat in bepaalde omstandigheden verschillende formeel onderscheiden prestaties die afzonderlijk kunnen worden verricht en zodoende ieder als zodanig tot belastingheffing of tot vrijstelling kunnen leiden, als één enkele handeling moeten worden beschouwd wanneer zij niet zelfstandig zijn (arrest van 21 februari 2008, Part Service, C 425/06, Jurispr. blz. I 897, punt 51).
5. Dienaangaande heeft het Hof geoordeeld dat een prestatie als één enkele prestatie moet worden beschouwd wanneer twee of meer elementen of handelingen die de belastingplichtige levert of verricht, zo nauw met elkaar verbonden zijn dat zij objectief gezien één, niet te splitsen economische prestatie vormen, waarvan het kunstmatig zou zijn die uit elkaar te halen (zie in die zin arrest van 27 oktober 2005, Levob Verzekeringen en OV Bank, C 41/04, Jurispr. blz. I 9433, punt 22, en arrest Everything Everywhere, reeds aangehaald, punten 24 en 25).
6. Op grond van de hiervoor weergegeven principes, voortkomend uit Europese rechtspraak, werd door de administratie beslist dat de door een bedrijven- en dienstencentrum verleende diensten, onder bepaalde voorwaarden, één geheel van diensten uitmaken, dat bij toepassing van artikel 18, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek voor het geheel aan de btw is onderworpen.
7. Volgens het administratief standpunt, voorwerp van de circulaire AOIF nr. 39/2005 worden de door een bedrijven- en dienstencentra verleende diensten, die volledig aan de btw onderworpen zijn en derhalve recht op aftrek geven, onderscheiden van diensten van onroerende verhuur die van de btw zijn vrijgesteld (in voorkomend geval vergezeld van bijkomende diensten).
8. Dit onderscheid berust in casu op:
8.1 de kenmerken van de overeenkomst waarin het bedrijven- of dienstencentrum zich ertoe verbindt om aan de afnemer een minimum geheel van niet te scheiden diensten te verstrekken tegen een enige forfaitaire prijs (2).
[(2) circulaire AOIF nr. 39/2005 van 27.09.2009, randnummer 3.1]
8.2 de minimum vereiste diensten als tegenprestatie voor de gevraagde forfaitaire prijs, gaande van de terbeschikkingstelling van uitgeruste lokalen, gemeenschappelijke vergaderzalen en ruimten tot de terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke bureautica, ICT-infrastructuur (3).
[(3) Idem supra, randnummer 3.2]
9. Het onderzoek van de aanvraag, leidt tot volgende vaststellingen :
9.1 de uitbater verbindt zich ertoe om minimum een geheel van niet te scheiden diensten te verlenen tegen een enige, forfaitaire prijs, waarin alle lasten, taksen en belastingen met betrekking tot het gebouw en alle klassieke lasten (elektriciteit, water, verwarming) begrepen zijn, zonder dat de klant de mogelijkheid heeft om aan bepaalde van deze diensten te verzaken tegen prijsvermindering;
9.2 de minimaal aangeboden diensten, betreffen :
9.2.1 de terbeschikkingstelling van één of meer uitgeruste lokalen, hetzij gedeeld, hetzij in exclusief gebruik, met een minimum aan meubels waarbij de klant de inrichting niet wezenlijk mag wijzigen. Het gegeven dat de uitbater bovendien in voor de gebruikers specifieke apparatuur voorziet, doet hieraan zeker geen afbreuk, maar benadrukt diens actieve rol als aanbieder van een aan de activiteit van de gebruiker aangepaste dienstenpakket, vervat in de forfaitaire prijs;
9.2.2 de terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke gemeubelde vergaderruimte;
9.2.3 de terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke ruimten, oppervlakten en lokalen, zijnde onder meer een inkomhal met wachtruimte, drie bergingen, sanitair, een ingerichte en gestoffeerde keuken en ontspanningsruimte, een tuin met terras met bijhorende infrastructuur;
9.2.4 de terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke bureautica;
9.2.5 de terbeschikkingstelling van ICT-infrastructuur (onder andere, telefonie en internettoegang), gemeenschappelijke website en mailadres, naast een individueel mailadres, een centraal telefoonnummer met bemande telefooncentrale, waarbij de uitbater c.q. aanvrager instaat voor het aannemen van inkomende oproepen, het beheer van afspraken, zowel online als telefonisch;
9.2.6 de opruim, schoonmaak en het onderhoud van de privatieve en de gemeenschappelijke ruimten, alsmede de wekelijkse ophaling van afval;
9.2.7 een permanente (dagelijkse) aanwezigheid van een aangestelde van de uitbater tijdens de kantooruren. Het gegeven dat de gebruikers bovendien over een bijkomende ingang beschikken, naast de centrale toegang, doet evenmin afbreuk aan de vereiste dat de uitbater instaat voor het onthaal van de bezoekers. Het laat de gebruikers toe om buiten de uren waarop klanten zich in het centrum bevinden, het bedrijvencentrum te betreden om bijv hun administratie te voeren of onderlinge vergaderingen mogelijk te maken die inherent zijn aan hun beroepsactiviteit;
9.2.8 het ontvangen en het sorteren van de post door de uitbater.
10. Mits de uitbating plaatsvindt als hiervoor beschreven dient geconcludeerd dat de uitbater de voorwaarden, als gesteld in de administratieve commentaren voorwerp van circulaire AOIF nr 39/2005, vervult.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.