---
title: "Voorafgaande beslissing 2021.0942 · Tarief"
description: "Tarief, Rubriek XXXIII van tabel A bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2021.0942 van 30 november 2021."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2021-0942-tarief-rubriek-xxxiii-tabel-juli-d4e1"
lang: "nl"
---

# Tarief · Btw - Tarief - Rubriek XXXIII van tabel A bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970

**Nummer**

2021.0942

**Datum**

30 november 2021

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

28 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2021.0942 d.d. 30.11.2021

*Btw* · *Tarief* · *Rubriek XXXIII van tabel A bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970*

## Samenvatting

De oprichting van een nieuw gebouw voor ondersteunende diensten op een zorgsite voor gehandicaptenhuisvesting (met een beperkte zorgverstrekking in dagopvang) kan gebeuren met toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% conform rubriek XXXIII van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20.

## Tekst van de beslissing

1\. De voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van voormelde wet van 24 december 2002 werden nageleefd.

2\. X is een door het VAPH erkende en vergunde instelling voor mensen met een ernstige meervoudige en matige tot diep verstandelijke beperking, gelegen te <…>.

3\. X huisvest zowel minderjarige als meerderjarige zorggebruikers. Omwille van de verschillende financieringen van de hulpverlening, heeft X verschillende erkenningen bij het VAPH.

4\. X is momenteel bezig met de voorbereiding van de realisatie van een nieuwbouw die een aantal oude gebouwen vervangt, dit alles zoals aangeduid op het plan in de bijlage van de aanvraag (<…>). De architect is in de afwerkingsfase van de definitieve bouwplannen. De aanbesteding van de effectieve realisatie van de nieuwbouw is voorzien eind <…>.

5\. Deze nieuwbouw zal tegelijkertijd het huidig administratief centrum, een werkhoek waar activiteiten voor de zorggebruikers plaatsvinden, de keuken, de gebouwen van de technische dienst, het magazijn en de wasserij volledig vervangen.

6\. De vraag wordt gesteld of de facturatie van deze oprichtingswerken kan gebeuren aan het verlaagd tarief van 6% conform rubriek XXXIII van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20.

7\. Overeenkomstig rubriek XXXIII van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20 is het verlaagd tarief van 6% van toepassing op de werken in onroerende staat in de zin van [artikel 19, § 2, tweede lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19), van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en op de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, indien volgende drie voorwaarden zijn voldaan:

\- de handelingen moeten worden verricht aan woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor huisvesting van gehandicapten;

\- de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die een instelling beheert die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, personen met een handicap huisvest en die om deze reden een tegemoetkoming geniet van een fonds of een agentschap voor personen met een handicap dat door de bevoegde overheid is erkend; en

\- de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast het attest van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

8\. Wat betreft de eerste voorwaarde, ‘de handelingen moeten worden verricht aan woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor huisvesting van gehandicapten’, zijn er in casu twee aandachtspunten. Vooreerst is er het gegeven dat er op de betrokken site ook zorggebruikers in dagopvang aanwezig zijn en ten tweede het feit dat de voorgenomen nieuwbouw louter dient voor ondersteunende functies en op zich niet tot huisvesting zal dienen.

9\. Inzake de aanwezigheid van zorggebruikers in dagopvang wijst de aanvrager er op dat dit een minderheid is. De aanvrager spreekt over een verhouding van een <…>-tal zorggebruikers in dagopvang en <…x6> in woonopvang. Verder verklaart de aanvrager:

‘De verklaring voor het grote overwicht van de woonopvang is ook terug te vinden in de aard van de doelgroep. De situatie van onze doelgroep vergt dermate specialismen en is dermate intensief dat opvang in de thuissituatie meestal niet (meer) mogelijk is. Onze dagopvang is vaak dan ook een ‘opstap’ naar onze woonopvang, vaak overbrugd door eerst te komen logeren. Het klassieke opstappatroon dagopvang – dagopvang met logeren – woonopvang met af en toe terug naar huis gaan – zorgt er ook voor dat er in <…> in de werking geen strikt onderscheid tussen dagopvang en woonopvang gemaakt kan worden. Door de persoonsvolgende financiering moet er ook sneller en gemakkelijker (op maat) geschakeld kunnen worden tussen dagopvang, logeren en woonopvang en vervagen stilaan de grenzen tussen dag- en woonopvang’.

10\. Binnen de contouren van de gevraagde regeling dient er in principe een duurzaam verblijf te worden verstrekt aan de zorggebruikers. Een tijdelijk of kortstondig verblijf is van de regeling uitgesloten. Niettemin stellen we in de voorgelegde situatie vast dat de zorggebruikers in dagopvang veruit in de minderheid zijn en dat dit dan nog vaak plaats vindt in aanloop van een effectief langdurig verblijf. In dergelijke constellatie aanvaardt de administratie dat gans het project in aanmerking komt voor het verlaagd tarief zonder de toepassing van een proratering. We merken hierbij op dat in het nieuwbouwproject geen ruimtes exclusief voor dagopvang zullen worden aangewend.

11\. Het tweede aandachtspunt is het gegeven dat er in het nieuwbouwproject geen eigenlijke huisvesting in enge zin zal plaatsvinden. Concreet gaat het over een keuken, magazijn, technische dienst, werkhoek voor het ergotherapeutisch team, wasserij, polyvalente zaal en tenslotte kantoorruimten. De aanvrager brengt voldoende elementen naar voor waaruit blijkt dat al de activiteiten die in deze ruimtes plaatsvinden enkel en alleen ter ondersteuning dienen van de kernactiviteit op de globale site, namelijk onderdak verlenen aan zorggebruikers in woonopvang. Vermits de administratie aanvaardt dat niet alleen de lokalen bestemd voor de eigenlijk huisvesting van de zorggebruikers in aanmerking komen voor het verlaagd tarief maar ook de andere plaatsen die worden gebruikt door deze personen, alsmede de lokalen bestemd voor het personeel ten dienste van de huisvesting én de technische lokalen, volgt de DVB de visie van de aanvrager dat ook de te factureren werken voor deze nieuwbouw kunnen ressorteren onder de gevraagde regeling, weerom zonder enige proratering.

12\. Tweede voorwaarde: ‘de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die een instelling beheert die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, personen met een handicap huisvest en die om deze reden een tegemoetkoming geniet van een fonds of een agentschap voor personen met een handicap dat door de bevoegde overheid is erkend’.

13\. De aanvrager verklaart over de nodige erkenningen te beschikken bij het VAPH. In de aanvraag wordt een overzicht opgenomen met een kopie hiervan in de bijlagen. Gezien de wijzigingen die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan inzake de financiering in de VAPH-sector verklaart de aanvrager verder het volgende:

‘Onze meerderjarige zorggebruikers, zowel dag- als woonopvang, krijgen van het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) een persoonsvolgend budget ifv de zorgzwaarte waarmee ze hun verblijf in <…> financieren. Voor de minderjarige zorggebruikers heeft <…> een MFC-erkenning (zie bijlage 5) waarmee het verblijf in <…> door het VAPH gefinancierd wordt’.

14\. Op basis van deze verklaringen en voorgelegde stukken kan de DVB de visie van de aanvrager volgen dat ook aan deze tweede voorwaarde is voldaan.

15\. De derde een laatste voorwaarde betreft tenslotte het naleven van de in §1, 3° van rubriek XXXIII van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20 vermelde formaliteiten. Hoewel dit niet expliciet in de aanvraag naar voor wordt gebracht, mogen we veronderstellen dat de aanvrager hier eveneens aan zal voldoen.

16\. Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel IV beslist het College van de DVB in zitting van 30 november 2021 dat het verlaagd btw-tarief van 6% in zijn geheel van toepassing is voor de oprichting van het voorgenomen nieuwbouwproject ter ondersteuning van de residentiële opvang van personen met een beperking overeenkomstig rubriek XXXIII van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) 1 voorkomen
